LET OP: Dit topic is meer dan drie jaar geleden geplaatst. De informatie is mogelijk verouderd.

[ archief ] doorbraak bij DSI in toekenning schade inzake effectenlease

Hier kan je jouw opmerkingen en klachten kwijt over LegioLease.
jeanjean
Berichten: 189
Lid geworden op: 14 jan 2005 11:32

doorbraak bij DSI in toekenning schade inzake effectenlease

Ongelezen bericht door jeanjean »

Uitspraak KCD nr. 95 d.d. 17-12-2007
effectenlease:
DSI kent in principe meer schadevergoeding toe dan geëist

Captain-America
Berichten: 861
Lid geworden op: 02 jul 2003 20:10

Re: doorbraak bij DSI in toekenning schade inzake effectenlease

Ongelezen bericht door Captain-America »

Scherp Jeanjean.

Captain-America
Berichten: 861
Lid geworden op: 02 jul 2003 20:10

Re: doorbraak bij DSI in toekenning schade inzake effectenlease

Ongelezen bericht door Captain-America »

Gaat om onderstaande uitspraak.

Uitspraak KCD nr. 95 d.d. 17-12-2007

Effectenlease, advies(relatie)

Uitspraak Klachtencommissie DSI nr. 95 d.d. 17 december 2007
(mr V. van den Brink, voorzitter, prof.drs. A.D. Bac RA en G.J.P. Okkema)

VASTSTAANDE FEITEN

1.1. Klaagster heeft op 6 december 2001 met verweerder zeven overeenkomsten gesloten inzake het effectenleaseproduct A. Het product heeft onder meer de volgende kenmerken die in de overeenkomsten ook vermeld zijn:
- Verweerder belegt voor rekening en risico van klaagster per overeenkomst € 7.000 in negen AEX genoteerde fondsen.
- Verweerder leent dit bedrag aan klaagster tegen een maandelijks te betalen rente die effectief 9,9% per jaar bedraagt.
- Na vijf jaar verkoopt verweerder de fondsen waarna hij de opbrengst van die verkoop gebruikt ter aflossing van de uitstaande lening. Een daarna resterend surplus keert hij aan klaagster uit, terwijl een eventueel resterend tekort door haar binnen veertien dagen moet worden aangezuiverd.
- Krachtens de op de overeenkomsten van toepassing zijnde algemene voorwaarden mag klaagster de overeenkomsten binnen de termijn van vijf jaar opzeggen. In dat geval worden de fondsen verkocht en de opbrengst van de verkoop gebruikt ter aflossing op de lening, terwijl klaagster verplicht is om een eventueel dan resterend tekort aan te zuiveren en een vergoeding te betalen die, afhankelijk van het jaar waarin opgezegd wordt, tussen de 40% en 20% van de resterende rentetermijnen bedraagt.
1.2. Verweerder is een intermediairmaatschappij en de verkoop van haar producten verloopt via tussenpersonen. In het geval van klaagster was dat B.
1.3. Klaagster heeft een bedrag van € 22.400 bij verweerder op een spaarrekening gestort. De maandelijkse rentebetalingen (€ 389) uit hoofde van de hiervoor genoemde leningen zouden geschieden ten laste van het tegoed op deze rekening.

HET GESCHIL

De klacht
2.1. Klaagster is van mening dat de tussenpersoon B jegens haar tekortgeschoten is omdat hij haar niet gewezen heeft op de naar haar mening zeer grote risico’s van het product noch op de kans dat een restschuld zou overblijven.
Ook verweerder is volgens klaagster tekortgeschoten omdat in de door hem verstrekte productinformatie evenmin gewezen werd op de risico’s en de kans op een restschuld.
Klaagster voelt zich onvolledig en oneerlijk voorgelicht omdat haar alleen de zeer mooie rendementen en een hoge eindwaarde werden getoond. Zij had het product niet aangeschaft als zij op basis van de juiste informatie een goede afweging had kunnen maken.
2.2. Klaagster vordert een schadevergoeding van € 16.800.
Het verweer
3.1. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de tussenpersonen die hij gebruikt bij het benaderen van de markt onafhankelijke cliëntenremisiers zijn. Deze zijn er voor de consument en zij dienen zorg te dragen voor een adequate informatievoorziening. Verweerder acht zich niet verantwoordelijk voor het handelen of nalaten van de tussenpersonen. Hij schraagt dat standpunt met een aantal voorbeelden uit de jurisprudentie van de Commissie en van de gewone rechter. Verweerder kan zich niet verenigen met het oordeel van de Commissie van Beroep dat de tussenpersoon een hulppersoon van de aanbieder is tenzij van omstandigheden blijkt waarin de tussenpersoon veeleer optreedt als adviseur van de belegger. Verweerder houdt staande dat hij slechts verantwoordelijk is voor de specifieke door hem aan de beleggers aangeboden producten waarvoor hij informatiemateriaal ontwikkeld heeft dat hij aan de tussenpersonen ter beschikking heeft gesteld.
3.2. Verweerder heeft overigens met de tussenpersonen diverse afspraken gemaakt.
Zo mochten zij het effectenlease product A slechts aanbieden aan natuurlijke personen die een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hadden en aan beoefenaren van vrije beroepen, mits hun praktijkresultaten voldoende waren.
3.3. Ook dienden de tussenpersonen zorg te dragen voor het invullen en ondertekenen door potentiële beleggers van een aanvraagformulier waarop het netto inkomen en de woonlasten vermeld dienden te worden. Speciale regels golden met betrekking tot beleggers die als zelfstandigen aangemerkt konden worden of beleggers die een WW, een WAO of een AOW uitkering hadden. Tevens toetste verweerder de potentiële beleggers bij het Bureau Kredietregistratie te Tiel.
3.4. Op basis van het via de tussenpersoon door verweerder ontvangen aanvraagformulier berekende deze de aflossingscapaciteit van de potentiële belegger. Die moest minimaal 2% van het krediet als maandlast kunnen dragen. In beginsel mocht een belegger ten hoogste vijf overeenkomsten afsluiten. Bij een groter aantal verlangde verweerder een zekerheid van ƒ 3.000 (€ 1.361,34) per overeenkomst. Bovendien mocht het maximaal te verstrekken bedrag in principe niet groter zijn dan het netto jaarsalaris. Verweerder heeft verder met tussenpersoon B afgesproken dat een consument die drie of meer overeenkomsten wilde afsluiten een extra zekerheid van ƒ 3.000 (€ 1.361,34) per overeenkomst diende te verschaffen, die overigens wel als depot voor de maandbetalingen kon worden gebruikt.
3.5. Klaagster kon zich een goed oordeel vormen over de werking en de specifieke risico’s van het product door kennis te nemen van de brochure in samenhang met de contracten en de algemene voorwaarden. De brochure bevatte een aantal waarschuwingsteksten als:
- De waarde van uw belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.
- Het beleggingsrisico is volledig voor de kredietnemer.
- De gepresenteerde bedragen zijn uitsluitend bedoeld als rekenvoorbeeld.
3.6. In de contracten en de algemene voorwaarden werd ondubbelzinnig verwezen naar de lening, de terugbetalingsverplichting daarvan, het toepasselijk rentepercentage, het beleggingsaspect en het risico van een restschuld.
3.7. De aanvraag- en verkoopprocedure van het product was zodanig ingericht dat potentiële beleggers zich goed op de hoogte konden stellen van de inhoud en werking van het product. Voordat de aandelen werden gekocht was er een aantal bezinningsmomenten. Na het accepteren van de aanvraag door verweerder werden de fondsen niet onmiddellijk gekocht maar werden eerst de contracten en de algemene voorwaarden naar de consumenten gestuurd die daardoor de mogelijkheid kregen een en ander door te nemen en desgewenst af te zien van de ondertekening.

DOOR PARTIJEN GEGEVEN NADERE INFORMATIE

4.1. De Commissie heeft verweerder schriftelijk uitgenodigd zijn zienswijze te geven over de rol van de tussenpersoon B bij het tot stand komen van de overeenkomsten. Zij wenste met name ingelicht te worden over de relatie die verweerder onderhield met tussenpersonen als B bij de aanbieding van het product, over de vraag of zij op commissiebasis werkten en over wat er met hen overeengekomen was met het oog op het vaststellen van de financiële omstandigheden, beperkingen en doelstellingen van degenen met wie overeenkomsten inzake het product werden gesloten.
Over een en ander heeft verweerder de Commissie uitvoerig geïnformeerd. Deze aanvullende informatie is, indien en voorzover relevant in deze zaak, verwerkt in de beoordeling van de klacht.
4.2. Tevens heeft de Commissie klaagster en verweerder uitgenodigd haar te informeren met betrekking tot de datum van beëindiging van de overeenkomsten alsmede de hoogte van de eventuele restschuld. Ook deze door partijen verstrekte aanvullende informatie heeft de Commissie, voor zover relevant, verwerkt in de beoordeling van de klacht.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

5.1. Bij de beoordeling van deze klacht moet voorop staan dat verweerder bij het aanbieden en uitvoeren van de overeenkomst is opgetreden als effectenbemiddelaar. De aangeboden effectenleaseconstructie komt er immers op neer dat verweerder voor rekening van klaagster effecten koopt, terwijl de uitkomst afhankelijk is van het koersverloop van die effecten. Hieruit vloeit voort dat verweerder jegens klaagster de bijzondere zorg diende te betrachten waartoe een effecteninstelling als bij uitstek deskundige professionele effectendienstverlener in het algemeen jegens een particuliere, niet professioneel handelende consument gehouden is. In geval van beleggingsbeslissingen waaruit voor de belegger aanzienlijke (bij)betalingsverplichtingen kunnen voortvloeien, zoals opties, gaat de zorgplicht van de effecteninstelling zelfs zover dat de particuliere, niet professionele belegger in bescherming wordt genomen tegen diens eigen ondeskundigheid of lichtvaardigheid. Gelet op de er aan verbonden risico’s moeten naar het oordeel van de Commissie ook effectenlease-overeenkomsten worden gerekend tot zulke beleggingsbeslissingen.
5.2. Ten aanzien van de feiten, relevant voor het bepalen van de reikwijdte van bedoelde zorgplicht in het onderhavige geval, stelt de Commissie voorts het volgende vast.
Effectenlease-overeenkomsten als de onderhavige zijn niet eenvoudig van aard. Daarom moet er rekening mee gehouden worden dat de gemiddelde - niet met financiële en vermogensrechtelijke kwesties vertrouwde - consument niet in staat is op eigen kracht een compleet en realistisch beeld te krijgen van de uitwerking van deze (samengestelde) overeenkomsten.
5.3. Aan beleggen met geleend geld zijn risico’s verbonden. Er is in het algemeen de mogelijkheid dat geleasde effecten bij verkoop te weinig opbrengen om de lening in te lossen, zodat een schuld blijft bestaan. De effectenleaseconstructie kent evenwel nog een ander nadeel. De kosten die de consument moet betalen bij het aangaan van een effectenleasecontract of tijdens de looptijd daarvan (deze kosten worden hierna investering genoemd) bestaan uit de rente die over het geleende bedrag wordt geheven en andere aan de constructie verbonden kosten. Deze investering is zo hoog dat slechts een rendement wordt behaald als bij de afloop van het effectenleasecontract de desbetreffende effecten beduidend in koers gestegen zijn. Niet alleen bij een koersdaling, maar zelfs bij een beperkte koersstijging, is de investering niet rendabel en verdient de consument haar niet of nauwelijks terug.
5.4. De specifieke risico’s van effectenleaseconstructies hadden ten tijde van het sluiten van de in deze klacht bedoelde overeenkomsten niet een zodanige aandacht in de media gekregen dat zij ook bij het ondeskundige publiek bekend verondersteld konden worden.
Daarentegen behoorde verweerder als professionele dienstverlener zich ervan bewust te zijn dat de effecten onvoldoende zouden kunnen stijgen om klaagster in staat te stellen het contract zonder verlies te beëindigen. En verweerder behoorde zich zeker rekenschap te geven van de alleszins aanwezige kans dat de koersstijging ontoereikend zou blijken om klaagster haar volledige investering terug te bezorgen laat staan hen rendement te verschaffen.
5.5. Consumenten zoals klaagster hebben een eigen verantwoordelijkheid bij de aanschaf van financiële producten. Zij kunnen echter die verantwoordelijkheid pas dragen indien zij over het aan te schaffen product weloverwogen kunnen beslissen. Dat vereist dat zij door de aanbieder van het product tijdig van voldoende en duidelijke informatie worden voorzien omtrent de specifieke risico’s die aan het product kleven. In het bijzonder ten aanzien van een beleggingsproduct als het onderhavige, met een complexiteit die de risico’s voor een niet-deskundige consument zou kunnen verhullen, is een zo compleet mogelijke en niet voor misverstand vatbare voorlichting - met name omtrent de aan het product verbonden risico’s - noodzakelijk.
Dat klemt temeer omdat verweerder het product voor een breed publiek beschikbaar heeft gesteld en het niet rechtstreeks, doch via tussenpersonen heeft aangeboden. Zodoende heeft verweerder zich voor de kwaliteit van de informatieverstrekking ten dele afhankelijk gemaakt van die tussenpersonen.
Reeds daarom diende verweerder het door hemzelf verspreide informatiemateriaal - brochures, aanvraagformulieren en (concept)formulieren van overeenkomsten en de daarbij horende algemene voorwaarden - zodanig op te stellen dat degene die overwoog een dergelijke overeenkomst aan te gaan in dat informatiemateriaal de nadrukkelijke waarschuwing aantrof, in bewoordingen die voor een breed en ondeskundig publiek begrijpelijk zijn, dat, afhankelijk van de ontwikkeling op de effectenmarkten, na afloop van de overeenkomst niet alleen de kans aanwezig was dat de opbrengst van de verkoop van de geleasde effecten niet of nauwelijks toereikend zou zijn om de investering van de consument te compenseren zodat zijn investering per saldo geheel of grotendeels verloren zou gaan, maar bovendien na afloop van de overeenkomst een (bij)betalingsverplichting kon resteren.
5.6. Alleen op grond van een dergelijke nadrukkelijke waarschuwing had de geïnteresseerde consument volgens zijn mogelijkheden en verlangens een deugdelijke afweging kunnen maken tussen het effectenleaseproduct en andere financiële producten, waaronder spaarvormen.
5.7. De Commissie is derhalve van oordeel dat de op verweerder rustende informatieplicht zich uitstrekte tot de precontractuele fase en nadrukkelijk ook gold ten opzichte van elke consument die overwoog een effectenlease-overeenkomst aan te gaan. Dat geldt eveneens ingeval de tussen verweerder en consument ontstane rechtsverhouding niet is begonnen met rechtstreeks gevoerde onderhandelingen. De redelijkheid en de billijkheid alsmede de door een instelling als verweerder jegens haar (potentiële) cliënten in acht te nemen zorgplicht eisen dat.
5.8. De Commissie is niet gebleken dat verweerder aan de verplichting tot het geven van die nadrukkelijke waarschuwing heeft voldaan. In de brochure is weliswaar vermeld dat geld wordt geleend waarmee aandelen worden gekocht en in de overeenkomst staat dat een eventueel tekort door klagers moet worden aangezuiverd, maar de nadrukkelijke - in niet mis te verstane bewoordingen gestelde - waarschuwing als hiervoor bedoeld is noch in de brochure noch in de overeenkomst of in andere bescheiden waarover klaagster voor het aangaan van de overeenkomst kon beschikken te vinden. In de brochure wordt de aandacht afgeleid van de reële mogelijkheid dat de consument bij een koersdaling en zelfs bij een geringe koersstijging zijn investering geheel of grotendeels zal verliezen. De brochure suggereert immers dat de voortreffelijke beleggingsresultaten van de voorbije periode zich zeker zouden voortzetten. Naast de hiervoor bedoelde nadrukkelijke waarschuwing had ook een voorbehoud ten aanzien van die suggestie in nadrukkelijke en niet mis te verstane bewoordingen niet mogen ontbreken. De door verweerder gebruikte - in algemene bewoordingen gestelde - waarschuwingsteksten verliezen door de zonnige beleggingsvooruitzichten die de brochure overigens uitstraalt grotendeels hun waarschuwende betekenis. Voorts brengt de zorgplicht die op de aanbieder van een product als het onderhavige rust mee dat verweerder gehouden was zich er van te vergewissen dat de potentiële contractspartij zich van de zo-even omschreven risico’s bewust was.
6.1. Voorzover verweerder de stelling heeft betrokken dat deze waarschuwings- en vergewissingsverplichting niet op hem maar op de onafhankelijke tussenpersoon heeft gerust, geldt het volgende. Het geven van duidelijke en zo volledig mogelijke informatie omtrent een aan het publiek aangeboden beleggingsproduct behoort tot de essentiële verplichtingen van de financiële instelling die het product aanbiedt. Niet gebleken is dat verweerder ten aanzien van deze verplichting aan tussenpersonen als B die haar producten aan het publiek verkochten, instructies heeft gegeven - en op de naleving van die instructies heeft toegezien - teneinde de nakoming van die verplichting zeker te stellen. Integendeel, uit deze en vergelijkbare zaken is het de Commissie bekend dat verweerder het tussenpersonen als B verbood enig ander dan het door verweerder zelf opgestelde - in het voorgaande reeds als onvoldoende waarschuwend aangemerkte - voorlichtingsmateriaal te gebruiken.
In dit verband heeft de Commissie mede in aanmerking genomen dat verweerder volgens eigen opgave een beloningsregeling met de tussenpersoon heeft getroffen. Hieruit leidt de Commissie af dat de tussenpersoon zijn optreden heeft gericht op de behartiging van verweerders belangen zodat in deze gevoeglijk uitgesloten kan worden dat de tussenpersoon uitsluitend heeft gehandeld in opdracht van klaagster.
6.2. De Commissie acht het aannemelijk dat klaagster de overeenkomsten is aangegaan omdat zij zich door tekortschietende voorlichting van verweerder geen rekenschap heeft gegeven van het risico dat zij maximaal zou lopen, terwijl dit gebrekkig inzicht niet tijdig is gecorrigeerd doordat verweerder heeft nagelaten te verifiëren of klaagster goed begrepen had welk verlies zij in het slechtste geval zou lijden.
6.3. Voorts is niet gebleken van enig concreet onderzoek naar de mate waarin klaagster in staat zou zijn de financiële gevolgen te dragen van een contract dat onverhoopt zwaar verliesgevend zou aflopen; met zijn onderzoek naar klaagsters financiële situatie heeft verweerder immers uitsluitend vastgesteld dat klaagster - lopende het contract - in staat zou zijn de daaruit voortvloeiende maandlasten te voldoen of deze voldoening op voorhand zeker te stellen door middel van een depot. Aldus heeft verweerder zich de kans ontnomen haar (toekomstige) cliënten te behoeden voor financiële risico\'s die hun financiële mogelijkheden te boven gingen. Gecombineerd met de reeds hiervoor besproken constatering dat verweerder klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd omtrent de aan het product verbonden risico’s - zodat klaagster die risico-inschatting ook niet zelf heeft kunnen maken - is de Commissie van oordeel dat verweerder ook in dit opzicht tekortgeschoten is in de nakoming van de op hem rustende zorgplicht.
6.4. Het vorenoverwogene voert de Commissie tot het oordeel dat verweerder, door de effectenlease-overeenkomst te sluiten zonder zich in de precontractuele fase naar behoren te kwijten van zijn bovenomschreven voorlichtings-, vergewissings- en onderzoeksverplichtingen, jegens klaagster is tekortgeschoten in de bijzondere zorgvuldigheid die hij als aanbieder van deze overeenkomsten in acht diende te nemen en derhalve jegens klaagster onrechtmatig heeft gehandeld.
Het is aannemelijk dat klaagster de overeenkomsten niet zou hebben gesloten, indien zij zich ervan rekenschap had gegeven dat zij onder de hiervoor aangegeven omstandigheid niet slechts diende bij te betalen maar haar gehele investering ook nog kwijt zou zijn. Het nadeel dat zij door het aangaan van de overeenkomsten heeft geleden dient verweerder in beginsel te vergoeden.
7.1. Tot op zekere hoogte is dat nadeel evenwel ook aan klaagster zelf te wijten. Onweersproken heeft verweerder gesteld dat de door hem gevolgde acceptatieprocedure voor klaagster een periode van bezinning opleverde, aangezien klaagster pas door het retourneren van het ondertekende contract te kennen gaf dat zij het aanbod tot aangaan van de overeenkomst wenste te aanvaarden, en zij vóór dat moment in de gelegenheid was de door verweerder ter beschikking gestelde bescheiden - niet alleen de brochure maar ook de volledige tekst van de overeenkomst met daaraan verbonden voorwaarden - (nader) te bestuderen. Door retourzending van de ondertekende overeenkomst achterwege te laten, had klaagster daar dus van af kunnen zien. Naar het oordeel van de Commissie moet het klaagster bij nauwkeurige kennisneming van deze bescheiden duidelijk zijn geworden dat de overeenkomsten niet zonder risico zouden zijn. In de bescheiden is immers vermeld dat er sprake is van een geldlening en van de verplichting om een eventueel tekort na verkoop van de effecten aan te zuiveren. Zij wist dat de overeenkomsten mede de aanschaf en op termijn de verkoop van de effecten inhield en het is algemeen bekend dat het beleggen in effecten koersrisico’s en daaruit voortvloeiende verliezen kan opleveren.
Klaagster moet derhalve in dit geval worden verweten dat zij, onervaren op het terrein van beleggen, de overeenkomsten is aangegaan zonder zich te verdiepen in, en zo nodig te informeren omtrent de precieze aard en potentiële omvang van de daaraan verbonden risico’s.
7.2. Aangezien de op een professionele aanbieder van effectendiensten of beleggingsproducten rustende bijzondere zorgplicht er mede toe strekt de particuliere, niet professionele, wederpartij te behoeden voor diens eigen ondeskundigheid, onachtzaamheid of lichtzinnigheid zullen de tekortkomingen van die wederpartij bij de toepassing van art. 6:101 eerste lid BW ten hoogste even zwaar wegen als die van die aanbieder.
7.3. Alle voormelde omstandigheden meewegend, oordeelt de Commissie dat verweerder de helft van het door klaagster geleden nadeel moet vergoeden.
7.4. Dit voor vergoeding in aanmerking komend nadeel stelt de Commissie - met afronding van het bedrag - op het bedrag (€ 25.177) dat klaagster aan renteverplichtingen jegens verweerder heeft voldaan plus het bedrag (€ 11.005) dat zij na afloop van de overeenkomst als restschuld aan verweerder heeft moeten betalen. Van dit totaalbedrag dient verweerder klaagster de helft te vergoeden, derhalve € -18.091. Gelet echter op het feit dat klaagster haar vordering jegens verweerder heeft beperkt tot € 16.800, zal de Commissie de door verweerder aan klaagster te betalen schadevergoeding beperken tot het door klaagster gevorderde bedrag. Over dit bedrag dient verweerder een rente te vergoeden gelijk aan de wettelijke rente, te berekenen met ingang van de dag waarop de klacht aan verweerder is voorgelegd tot aan de dag waarop verweerder volledig aan zijn in dit bindend advies vastgestelde betalingsverplichting zal hebben voldaan.
Voorts dient verweerder aan klaagster de door dezen voldane bijdrage in de kosten van behandeling van deze klacht ad € 200 te vergoeden.

UITSPRAAK

De Commissie stelt het bindend advies vast dat verweerder binnen één maand na de dag van verzending aan partijen van een afschrift van dit bindend advies aan klaagster vergoedt een bedrag van € 16.800 te vermeerderen met rente gelijk aan de wettelijke rente, ingaande op16 februari 2004 de dag waarop de klacht bij verweerder werd ingediend, tot de dag van algehele voldoening en verder te vermeerderen met de door klagers voldane bijdrage in de kosten van behandeling van deze klacht ad € 200.
Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

aert0001
Berichten: 2173
Lid geworden op: 02 jul 2003 21:00

Re: doorbraak bij DSI in toekenning schade inzake effectenlease

Ongelezen bericht door aert0001 »

prima, steeds redelijker, steeds duidelijker,

Ton

Gesloten