| LET OP: Dit topic is meer dan drie jaar geleden geplaatst. De informatie is mogelijk verouderd. |
[ archief ] Uitspraak Hollands Welvaren DSI
Uitspraak Hollands Welvaren DSI
Uitspraak KCD nr. 249 d.d. 15-11-2005
krdietovereenkomst, effectenlease
Uitspraak Klachtencommissie DSI nr. 249 d.d. 15-11-05
mr. J. Wortel, voorzitter, mr. P.J.L.M. Bartholomeus en drs. L.B. Lauwaars RA,
VASTSTAANDE FEITEN
Klager heeft sinds 1999 een kredietovereenkomst tot maximaal ƒ 23.700 met DC, blijkens de overeenkomst behorende tot de B Groep. Het uitstaande saldo, door klager verschuldigd, bedraagt op 14 maart 2001 ƒ 22.170; hij dient voor rente en aflossing maandelijks gedurende de looptijd van 90 maanden ƒ 356 te voldoen.
Door toedoen van BE, blijkens mededeling van verweerder behorend tot de D Groep, divisie Intermediairs, heeft een herfinanciering op 14 maart 2001 plaatsgevonden middels een pakket dat bestond uit:
1. Een Kredietovereenkomst met DC met maximum van ƒ 30.154, waarmee het bestaande krediet is afgelost en klager ƒ 2.500 contant heeft opgenomen; het resterende bedrag is overgemaakt aan Z, blijkens mededeling van verweerder een aan D Groep gelieerd administratiekantoor.
2. Een Overeenkomst met D Bank, behorend tot de D Groep, genoemd HWS, welke te beschouwen is als een aandelenlease-overeenkomst waarbij voor een geleend bedrag van ƒ 20.000 (€ 9.076) in aandelen voor rekening van klager wordt belegd. Dividenden komen ten gunste van klager; ook koersmutaties komen hetzij te zijnen gunste, hetzij te zijnen laste. Klager is een “maandinleg” aan D Bank verschuldigd, die de rente over de geldlening vertegenwoordigt.
3. Een overeenkomst voor kapitaalverzekering, genoemd HW, met Y, behorend tot de D Groep onder de naam Y Leven met een looptijd van 15 jaar, waarbij voor een deel van de maandelijks verschuldigde premies, alsmede een initiële storting van ƒ 1.728 uit het resterende bedrag via Z (zie onder 1.) belegd wordt in fracties, die een waarde vertegenwoordigen van een belegging in een door Y Leven samengestelde aandelenportefeuille. Blijkens de toelichting bij dit product, HW, ligt het accent op het spaarelement; het verzekeringskarakter komt tot uitdrukking in een recht op bonusfracties uit de door Y Leven behaalde sterftewinst op andere - dus overleden - deelnemers aan deze verzekeringsvorm. Deze sterftewinst ontstaat doordat er bij overlijden voor de einddatum slechts 90% van de “gespaarde” fracties wordt uitgekeerd. De koersmutaties van de onderliggende aandelen komen tot uitdrukking in de waarde van de fracties; er wordt geen rente bijgeschreven en de dividenden en overige inkomsten blijven bij Y Leven. De verzekering is 24 april 2001 ingegaan.
4. De door klager verschuldigde bedragen belopen na deze herfinanciering:
- aan DC per maand € 97,97 (ƒ 215)
- aan D Bank per maand € 90,33 (ƒ 200)
- aan Y Leven per maand € 40,84 (ƒ 90)
ofwel totaal € 229,14 (ƒ 505).
Met betrekking tot de voorlichting die hem bij BE is gegeven heeft klager ter zitting twee blocnotevelletjes overlegd, die, naar de Commissie heeft vastgesteld, nietszeggende aantekeningen bevatten. Voor het overige heeft slechts mondelinge voorlichting plaatsgevonden en zijn de concept overeenkomsten met bijlagen voor ondertekening aan klager toegezonden. Klager heeft deze thuis ondertekend en retour gezonden.
DE KLACHT
Klager stelt op 1 maart 2001 benaderd te zijn door BE met het voorstel om middels een constructie met beleggingen zijn schuld in vijf jaar te kunnen aflossen en misschien zelfs winst eraan over te houden. Hij is zich eerst sinds november 2003, toen op de bankafschriften van verweerder de tekst toegevoegd is “U belegt met geleend geld” bewust geworden dat hij niet minder maar meer leningen had en risico’s liep omtrent beleggingen in aandelen.
De hem toen voorgehouden constructie is hem qua inhoud en samenhang niet goed uitgelegd en wordt door hem nu nog niet begrepen. Klager stelt dat de verzekering integraal onderdeel van de constructie vormde.
Hij heeft nu meer schuld, hogere maandlasten en voelt zich misleid.
HET VERWEER
Verweerder stelt dat de verstrekte informatie in de overeenkomst HWS helder aangeeft dat dit een lening én een belegging in aandelen betreft; deze overeenkomst is klager ter ondertekening toegezonden met Bepalingen HWS, Algemene voorwaarden HWS en “Kenmerken van aandelen en daaraan verbonden risico’s”. Klager heeft de overeenkomst ondertekend en daarmee bevestigt in te stemmen met de Bepalingen HWS en Algemene voorwaarden HWS.
Ook uit maandelijkse en kwartaaloverzichten had klager kunnen weten dat het om lenen, rente, aandelen en dividenden ging. Dat klager erkent zijn stukken niet of slechts zeer beperkt te lezen kan verweerder niet verweten worden.
Bij acceptatie zijn gegevens omtrent inkomen en overige schulden van klager opgevraagd en heeft een BKR-toetsing plaatsgevonden, één en ander ter toetsing van de financiële draagkracht van klager.
Verweerder stelt dat hij geen partij is bij het afsluiten van de verzekering en daarover niet aanspreekbaar is.
HET BEHANDELDE TER ZITTING
Klager benadrukt dat het initiatief voor de herfinanciering bij BE heeft gelegen. Hij begrijpt de inhoud en samenhang van de constructie nog steeds niet. Hij wilde slechts sneller van zijn schuld afkomen.
Verweerder verklaart desgevraagd dat BE te beschouwen is als een cliëntenremisier en op provisiebasis voor - onder meer - D Bank werkt.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
Verweerder heeft niet expliciet verweer gevoerd dat de gedragingen van BE hem niet zijn toe te rekenen. Verweerder heeft wel erkend dat BE te beschouwen is als cliëntenremisier en dat BE behoorde tot D Groep en dat D Bank provisie verschuldigd is aan BE voor afgesloten transacties. De Commissie stelt vast dat BE hiermee hulppersoon van verweerder is en dat de gedragingen van BE aan verweerder zijn toe te rekenen.
Naast uitbreiding van de kredietfaciliteit is er door BE een voorstel gedaan aan klager om de producten HWS en kapitaalverzekering HW af te nemen. HWS is een overeenkomst van geldlening met daaraan gekoppeld een belegging van het geleende geld in aandelen. De Commissie stelt vast dat het aanbieden hiervan effectendienstverlening is, met name een adviesrelatie.
HW is een product dat niet door verweerder wordt gevoerd, maar door een zustermaatschappij binnen dezelfde groep van ondernemingen. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van sterk gelijkende handelsnamen en een gelijk logo. Hoewel aangeboden als verzekering is de Commissie van mening dat beoordeeld dient te worden of dit product naar de inhoud effectendienstverlening is.
De Commissie is van oordeel dat zulks het geval is. De Voorwaarden bij dit product geven al aan dat het spaarelement overheerst en aan het sparen is onverbrekelijk verbonden de belegging in aandelen. Immers het beleggingsdeel van de eerste en maandelijkse inleg wordt uitgedrukt in fracties van de waarde van een onderliggende portefeuille van aandelen. Deze portefeuille komt weliswaar niet rechtstreek in het bezit van de afnemer van het product, maar het hoofdkenmerk van eigendom in economische zin, te weten het risico van waardemutatie komt voor rekening van de afnemer. Het verzekeringselement is, zoals de Voorwaarden ook impliciet aangeven, ondergeschikt en voorts is het voor de afnemer geen afdekking van een risico op verlies van waarde, maar juist een kans op extra waarde. Mogelijk kan HW leiden tot fiscale besparingen voor klager.
Klager heeft gesteld dat de verschillende producten hem als één pakket zijn aangeboden: dit is door verweerder niet weersproken, slechts is verwezen naar de onbevoegdheid van verweerder om de als kapitaalverzekering aangeboden overeenkomst af te sluiten. Overigens getuigt een aan DC verleend pandrecht op de met HW “gespaarde” fracties van de samenhang in het pakket. De Commissie stelt vast dat BE met het als één verweven geheel aanbieden van de producten HWS en HW is opgetreden als hulppersoon van verweerder, en dat verweerder aldus, mede door toedoen van zijn hulppersoon, effectendienstverlening heeft verricht. Dientengevolge was op dit optreden, waaronder het aan verweerder toe te rekenen optreden van zijn hulppersoon, de zorgplicht van een effecteninstelling toepasselijk.
Klager stelt dat het zijn doelstelling was om versneld zijn reeds bestaande schuld af te lossen. Er is niet gebleken dat hulppersoon of verweerder onderzocht en met klager besproken hebben of de aangeboden producten qua inhoud en samenhang passen in een voor klager op te maken risicoprofiel. Veeleer kan gesteld worden dat meer schuld en meer risico als gevolg van belegging in aandelen niet past bij de wens tot vermindering van schuld. Naar het oordeel van de Commissie kan worden aangenomen dat het onderzoek dat verweerder bij acceptatie heeft gedaan naar klagers inkomen en (overige) schulden, niet zozeer gericht was op het verkrijgen van diens risicoprofiel, maar in de eerste plaats op beoordeling van verweerders eigen debiteurenrisico.
Ten aanzien van de namens verweerder door de hulppersoon gegeven voorlichting stelt de Commissie vast dat noch uit de stukken, noch uit hetgeen ter zitting is behandeld gebleken is dat deze voorlichting zodanig is geweest dat klager had dienen te begrijpen wat de risico’s waren van de aangeboden producten en wat de betekenis was van het samenstel van deze producten. De Overeenkomsten, alsmede de toegezonden Bepalingen, Algemene voorwaarden en dergelijke bevatten weliswaar bepalingen die wijzen op het aangaan van leningen en sommige specifieke risico’s, maar het totaal van de aangeboden constructie is dermate complex dat niet volstaan kan worden met deze standaardteksten.
Nu noch afstemming met persoonlijke doelstellingen en risicoprofiel van klager, noch voorlichting omtrent de aangeboden constructie adequaat is geweest, komt de Commissie tot het oordeel dat verweerder bij het aangaan van dit samenstel van overeenkomsten niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend effectenadviseur mag worden verwacht. Het is aannemelijk geworden dat klager de overeenkomsten niet zou zijn aangegaan indien verweerder zich van zijn zorgplicht jegens hem had gekweten. Het nadeel dat klager heeft geleden komt voor vergoeding in aanmerking.
Dit nadeel bestaat uit de betalingen welke door klager zijn verricht terzake van de producten HWS en HW sinds 14 maart 2001, de rentecomponent in de betalingen aan DC voorzover deze betrekking hebben op het verstrekte krediet boven ƒ 23.700 (€ 10.755).
De Commissie zal daarom bepalen dat verweerder klager zo-even bedoelde betalingen moet vergoeden, met rente zoals hierna vermeld, en alle verdere betalingen die de kredietverlener DC nog van klager zou mogen verlangen voor zijn rekening moet nemen voor zover die betalingen betrekking hebben op kredietverlening boven het bedrag van ƒ 23.700. Daartegenover zal de Commissie bepalen dat klager aan de overeenkomsten HWS en HW geen verdere rechten zal kunnen ontlenen. Voorts dient verweerder aan klager de door deze voldane bijdrage in de kosten van behandeling van deze klacht te vergoeden.
Het méér of anders gevorderde zal worden afgewezen.
UITSPRAAK
De Commissie stelt het bindend advies vast:
- dat verweerder binnen één maand na de dag van verzending aan partijen van een afschrift van dit bindend advies aan klager vergoedt alle betalingen die klager sinds 14 maart 2001 heeft verricht ter zake van de producten (overeenkomsten) HWS en HW, alsmede de rentecomponent in alle betalingen die klager aan DC heeft gedaan ter zake van kredietverlening boven het bedrag van ƒ 23.700
(€ 10.755);
- dat verweerder over de som van de deze aan klager te vergoeden bedragen rente zal vergoeden gelijk aan de wettelijke rente, te berekenen vanaf 5 april 2004, (zijnde de dag waarop de klacht voor het eerst schriftelijk aan verweerder is voorgelegd) tot aan de dag van algehele voldoening, het te vergoeden bedrag voorts te vermeerderen met de door klager voldane bijdrage in de kosten van behandeling van deze klacht ad € 50;
- dat verweerder alle verdere betalingen die DC ter zake van de kredietovereenkomst nog van klager zal kunnen verlangen, voor zover betrekking hebben op kredietverlening boven het bedrag van ƒ 23.700 (€ 10.755) voor zijn rekening dient te nemen;
- dat de resultaten van de overeenkomsten HWS en HW, met inbegrip van opgebouwde (afkoop)waarde, voor verweerder blijven en klager aan die overeenkomsten geen verdere rechten zal kunnen ontlenen.
http://www.dsi.nl/index.php?sid=2&uitspraak=1307
Groetjes A3
Ver. Payback
krdietovereenkomst, effectenlease
Uitspraak Klachtencommissie DSI nr. 249 d.d. 15-11-05
mr. J. Wortel, voorzitter, mr. P.J.L.M. Bartholomeus en drs. L.B. Lauwaars RA,
VASTSTAANDE FEITEN
Klager heeft sinds 1999 een kredietovereenkomst tot maximaal ƒ 23.700 met DC, blijkens de overeenkomst behorende tot de B Groep. Het uitstaande saldo, door klager verschuldigd, bedraagt op 14 maart 2001 ƒ 22.170; hij dient voor rente en aflossing maandelijks gedurende de looptijd van 90 maanden ƒ 356 te voldoen.
Door toedoen van BE, blijkens mededeling van verweerder behorend tot de D Groep, divisie Intermediairs, heeft een herfinanciering op 14 maart 2001 plaatsgevonden middels een pakket dat bestond uit:
1. Een Kredietovereenkomst met DC met maximum van ƒ 30.154, waarmee het bestaande krediet is afgelost en klager ƒ 2.500 contant heeft opgenomen; het resterende bedrag is overgemaakt aan Z, blijkens mededeling van verweerder een aan D Groep gelieerd administratiekantoor.
2. Een Overeenkomst met D Bank, behorend tot de D Groep, genoemd HWS, welke te beschouwen is als een aandelenlease-overeenkomst waarbij voor een geleend bedrag van ƒ 20.000 (€ 9.076) in aandelen voor rekening van klager wordt belegd. Dividenden komen ten gunste van klager; ook koersmutaties komen hetzij te zijnen gunste, hetzij te zijnen laste. Klager is een “maandinleg” aan D Bank verschuldigd, die de rente over de geldlening vertegenwoordigt.
3. Een overeenkomst voor kapitaalverzekering, genoemd HW, met Y, behorend tot de D Groep onder de naam Y Leven met een looptijd van 15 jaar, waarbij voor een deel van de maandelijks verschuldigde premies, alsmede een initiële storting van ƒ 1.728 uit het resterende bedrag via Z (zie onder 1.) belegd wordt in fracties, die een waarde vertegenwoordigen van een belegging in een door Y Leven samengestelde aandelenportefeuille. Blijkens de toelichting bij dit product, HW, ligt het accent op het spaarelement; het verzekeringskarakter komt tot uitdrukking in een recht op bonusfracties uit de door Y Leven behaalde sterftewinst op andere - dus overleden - deelnemers aan deze verzekeringsvorm. Deze sterftewinst ontstaat doordat er bij overlijden voor de einddatum slechts 90% van de “gespaarde” fracties wordt uitgekeerd. De koersmutaties van de onderliggende aandelen komen tot uitdrukking in de waarde van de fracties; er wordt geen rente bijgeschreven en de dividenden en overige inkomsten blijven bij Y Leven. De verzekering is 24 april 2001 ingegaan.
4. De door klager verschuldigde bedragen belopen na deze herfinanciering:
- aan DC per maand € 97,97 (ƒ 215)
- aan D Bank per maand € 90,33 (ƒ 200)
- aan Y Leven per maand € 40,84 (ƒ 90)
ofwel totaal € 229,14 (ƒ 505).
Met betrekking tot de voorlichting die hem bij BE is gegeven heeft klager ter zitting twee blocnotevelletjes overlegd, die, naar de Commissie heeft vastgesteld, nietszeggende aantekeningen bevatten. Voor het overige heeft slechts mondelinge voorlichting plaatsgevonden en zijn de concept overeenkomsten met bijlagen voor ondertekening aan klager toegezonden. Klager heeft deze thuis ondertekend en retour gezonden.
DE KLACHT
Klager stelt op 1 maart 2001 benaderd te zijn door BE met het voorstel om middels een constructie met beleggingen zijn schuld in vijf jaar te kunnen aflossen en misschien zelfs winst eraan over te houden. Hij is zich eerst sinds november 2003, toen op de bankafschriften van verweerder de tekst toegevoegd is “U belegt met geleend geld” bewust geworden dat hij niet minder maar meer leningen had en risico’s liep omtrent beleggingen in aandelen.
De hem toen voorgehouden constructie is hem qua inhoud en samenhang niet goed uitgelegd en wordt door hem nu nog niet begrepen. Klager stelt dat de verzekering integraal onderdeel van de constructie vormde.
Hij heeft nu meer schuld, hogere maandlasten en voelt zich misleid.
HET VERWEER
Verweerder stelt dat de verstrekte informatie in de overeenkomst HWS helder aangeeft dat dit een lening én een belegging in aandelen betreft; deze overeenkomst is klager ter ondertekening toegezonden met Bepalingen HWS, Algemene voorwaarden HWS en “Kenmerken van aandelen en daaraan verbonden risico’s”. Klager heeft de overeenkomst ondertekend en daarmee bevestigt in te stemmen met de Bepalingen HWS en Algemene voorwaarden HWS.
Ook uit maandelijkse en kwartaaloverzichten had klager kunnen weten dat het om lenen, rente, aandelen en dividenden ging. Dat klager erkent zijn stukken niet of slechts zeer beperkt te lezen kan verweerder niet verweten worden.
Bij acceptatie zijn gegevens omtrent inkomen en overige schulden van klager opgevraagd en heeft een BKR-toetsing plaatsgevonden, één en ander ter toetsing van de financiële draagkracht van klager.
Verweerder stelt dat hij geen partij is bij het afsluiten van de verzekering en daarover niet aanspreekbaar is.
HET BEHANDELDE TER ZITTING
Klager benadrukt dat het initiatief voor de herfinanciering bij BE heeft gelegen. Hij begrijpt de inhoud en samenhang van de constructie nog steeds niet. Hij wilde slechts sneller van zijn schuld afkomen.
Verweerder verklaart desgevraagd dat BE te beschouwen is als een cliëntenremisier en op provisiebasis voor - onder meer - D Bank werkt.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
Verweerder heeft niet expliciet verweer gevoerd dat de gedragingen van BE hem niet zijn toe te rekenen. Verweerder heeft wel erkend dat BE te beschouwen is als cliëntenremisier en dat BE behoorde tot D Groep en dat D Bank provisie verschuldigd is aan BE voor afgesloten transacties. De Commissie stelt vast dat BE hiermee hulppersoon van verweerder is en dat de gedragingen van BE aan verweerder zijn toe te rekenen.
Naast uitbreiding van de kredietfaciliteit is er door BE een voorstel gedaan aan klager om de producten HWS en kapitaalverzekering HW af te nemen. HWS is een overeenkomst van geldlening met daaraan gekoppeld een belegging van het geleende geld in aandelen. De Commissie stelt vast dat het aanbieden hiervan effectendienstverlening is, met name een adviesrelatie.
HW is een product dat niet door verweerder wordt gevoerd, maar door een zustermaatschappij binnen dezelfde groep van ondernemingen. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van sterk gelijkende handelsnamen en een gelijk logo. Hoewel aangeboden als verzekering is de Commissie van mening dat beoordeeld dient te worden of dit product naar de inhoud effectendienstverlening is.
De Commissie is van oordeel dat zulks het geval is. De Voorwaarden bij dit product geven al aan dat het spaarelement overheerst en aan het sparen is onverbrekelijk verbonden de belegging in aandelen. Immers het beleggingsdeel van de eerste en maandelijkse inleg wordt uitgedrukt in fracties van de waarde van een onderliggende portefeuille van aandelen. Deze portefeuille komt weliswaar niet rechtstreek in het bezit van de afnemer van het product, maar het hoofdkenmerk van eigendom in economische zin, te weten het risico van waardemutatie komt voor rekening van de afnemer. Het verzekeringselement is, zoals de Voorwaarden ook impliciet aangeven, ondergeschikt en voorts is het voor de afnemer geen afdekking van een risico op verlies van waarde, maar juist een kans op extra waarde. Mogelijk kan HW leiden tot fiscale besparingen voor klager.
Klager heeft gesteld dat de verschillende producten hem als één pakket zijn aangeboden: dit is door verweerder niet weersproken, slechts is verwezen naar de onbevoegdheid van verweerder om de als kapitaalverzekering aangeboden overeenkomst af te sluiten. Overigens getuigt een aan DC verleend pandrecht op de met HW “gespaarde” fracties van de samenhang in het pakket. De Commissie stelt vast dat BE met het als één verweven geheel aanbieden van de producten HWS en HW is opgetreden als hulppersoon van verweerder, en dat verweerder aldus, mede door toedoen van zijn hulppersoon, effectendienstverlening heeft verricht. Dientengevolge was op dit optreden, waaronder het aan verweerder toe te rekenen optreden van zijn hulppersoon, de zorgplicht van een effecteninstelling toepasselijk.
Klager stelt dat het zijn doelstelling was om versneld zijn reeds bestaande schuld af te lossen. Er is niet gebleken dat hulppersoon of verweerder onderzocht en met klager besproken hebben of de aangeboden producten qua inhoud en samenhang passen in een voor klager op te maken risicoprofiel. Veeleer kan gesteld worden dat meer schuld en meer risico als gevolg van belegging in aandelen niet past bij de wens tot vermindering van schuld. Naar het oordeel van de Commissie kan worden aangenomen dat het onderzoek dat verweerder bij acceptatie heeft gedaan naar klagers inkomen en (overige) schulden, niet zozeer gericht was op het verkrijgen van diens risicoprofiel, maar in de eerste plaats op beoordeling van verweerders eigen debiteurenrisico.
Ten aanzien van de namens verweerder door de hulppersoon gegeven voorlichting stelt de Commissie vast dat noch uit de stukken, noch uit hetgeen ter zitting is behandeld gebleken is dat deze voorlichting zodanig is geweest dat klager had dienen te begrijpen wat de risico’s waren van de aangeboden producten en wat de betekenis was van het samenstel van deze producten. De Overeenkomsten, alsmede de toegezonden Bepalingen, Algemene voorwaarden en dergelijke bevatten weliswaar bepalingen die wijzen op het aangaan van leningen en sommige specifieke risico’s, maar het totaal van de aangeboden constructie is dermate complex dat niet volstaan kan worden met deze standaardteksten.
Nu noch afstemming met persoonlijke doelstellingen en risicoprofiel van klager, noch voorlichting omtrent de aangeboden constructie adequaat is geweest, komt de Commissie tot het oordeel dat verweerder bij het aangaan van dit samenstel van overeenkomsten niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend effectenadviseur mag worden verwacht. Het is aannemelijk geworden dat klager de overeenkomsten niet zou zijn aangegaan indien verweerder zich van zijn zorgplicht jegens hem had gekweten. Het nadeel dat klager heeft geleden komt voor vergoeding in aanmerking.
Dit nadeel bestaat uit de betalingen welke door klager zijn verricht terzake van de producten HWS en HW sinds 14 maart 2001, de rentecomponent in de betalingen aan DC voorzover deze betrekking hebben op het verstrekte krediet boven ƒ 23.700 (€ 10.755).
De Commissie zal daarom bepalen dat verweerder klager zo-even bedoelde betalingen moet vergoeden, met rente zoals hierna vermeld, en alle verdere betalingen die de kredietverlener DC nog van klager zou mogen verlangen voor zijn rekening moet nemen voor zover die betalingen betrekking hebben op kredietverlening boven het bedrag van ƒ 23.700. Daartegenover zal de Commissie bepalen dat klager aan de overeenkomsten HWS en HW geen verdere rechten zal kunnen ontlenen. Voorts dient verweerder aan klager de door deze voldane bijdrage in de kosten van behandeling van deze klacht te vergoeden.
Het méér of anders gevorderde zal worden afgewezen.
UITSPRAAK
De Commissie stelt het bindend advies vast:
- dat verweerder binnen één maand na de dag van verzending aan partijen van een afschrift van dit bindend advies aan klager vergoedt alle betalingen die klager sinds 14 maart 2001 heeft verricht ter zake van de producten (overeenkomsten) HWS en HW, alsmede de rentecomponent in alle betalingen die klager aan DC heeft gedaan ter zake van kredietverlening boven het bedrag van ƒ 23.700
(€ 10.755);
- dat verweerder over de som van de deze aan klager te vergoeden bedragen rente zal vergoeden gelijk aan de wettelijke rente, te berekenen vanaf 5 april 2004, (zijnde de dag waarop de klacht voor het eerst schriftelijk aan verweerder is voorgelegd) tot aan de dag van algehele voldoening, het te vergoeden bedrag voorts te vermeerderen met de door klager voldane bijdrage in de kosten van behandeling van deze klacht ad € 50;
- dat verweerder alle verdere betalingen die DC ter zake van de kredietovereenkomst nog van klager zal kunnen verlangen, voor zover betrekking hebben op kredietverlening boven het bedrag van ƒ 23.700 (€ 10.755) voor zijn rekening dient te nemen;
- dat de resultaten van de overeenkomsten HWS en HW, met inbegrip van opgebouwde (afkoop)waarde, voor verweerder blijven en klager aan die overeenkomsten geen verdere rechten zal kunnen ontlenen.
http://www.dsi.nl/index.php?sid=2&uitspraak=1307
Groetjes A3
Ver. Payback
Re: Uitspraak Hollands Welvaren DSI
Deze uitspraak is ook al genoemd in de topic: Hollands Welvaren Select van DSB. een paar dagen geleden, uiteraard gevolgd door een stukje van club vriendje Pieter.
Maar ach, lezen schijnt moeilijk te zijn als je een A3 hebt.
Groeten,
Piet
Maar ach, lezen schijnt moeilijk te zijn als je een A3 hebt.
Groeten,
Piet
