| LET OP: Dit topic is meer dan drie jaar geleden geplaatst. De informatie is mogelijk verouderd. |
[ archief ] Vonnis in Kort Geding van Payback
Vonnis in Kort Geding van Payback
Rechtbank Arnhem
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 104625 / KG ZA 03-646
Datum vonnis: 13 november 2003
Vonnis
in kort geding
in de zaak van
de vereniging
PAY BACK,
gevestigd te Arnhem,
eiseres,
procureur mr. P.C. Plochg,
advocaat mr. H.K. Folkerts.
tegen
.................,
wonende te Arnhem,
gedaagde,
procureur mr. I.M.]. Huver,
advocaat mr. W.A.]. Hagen,
beiden te Arnhem.
Het verloop van de procedure
Eiseres heeft gedaagde ter zitting in kort geding doen dagvaarden en
gevorderd als weergegeven in de dagvaarding.
Eiseres heeft ter zitting haar eis gewijzigd -waartegen gedaagde zich
niet heeft verzet- in die zin, dat zij de door haar gevorderde geldsom
heeft vermeerderd met een bedrag ad € 7.739,50 en dat de door haar
gevorderde dwangsommen ten aanzien van de overige gevorderde
voorzieningen niet (meer) aan een maximum dienen te worden gebonden.
Gedaagde heeft geconcludeerd tot weigering van de gevorderde
voorzieningen.
De advocaat van eiseres en de advocaat van gedaagde hebben de zaak
bepleit overeenkomstig de door hen overgelegde pleitnotities en de
daarbij behorende producties.
Ten slotte is vonnis bepaald.
De vaststaande feiten
1. Eiseres (hierna de vereniging te noemen) is een vereniging die zich,
kort gezegd, ten doel stelt de belangen te behartigen van en hulp te
bieden aan gedupeerden van aandelen- en leaseconstructies.
De vereniging is opgericht op 1 oktober 2002; haar statuten zijn in een
notariele akte vastgelegd op 5 maart 2003. Gedaagde, die aanvankelijk
als bestuurslid van de vereniging fungeerde, werd op of omstreeks
laatstgenoemd tijdstip tot voorzitter van de vereniging benoemd. Tot
overige bestuursleden werden benoemd .. ...., .. ........
(secretaris) en . ..... ........ (penningmeester). De vereniging telt
op dit moment ongeveer zevenhonderdvijfenvijftig leden. De
contributie bedraagt thans € 40,-- per lid per jaar.
2. Vanaf omstreeks juni 2003 is tussen gedaagde en de overige
bestuursleden van de vereniging verschil van mening gerezen over de
te volgen koers van de vereniging en over het tot dan door gedaagde
gevoerde financiële beleid in de vereniging.
Op 4 juli 2003 heeft een bestuursvergadering daarover plaatsgehad.
Gedaagde is daar toen niet verschenen.
Bij e-mail-bericht van 12 juli 2003 heeft gedaagde aan zijn
medebestuursleden (onder meer) te kennen gegeven dat hij door
tijdgebrek zijn taken als voorzitter van de vereniging niet meer kan
vervullen. Op 22 juli 2003 heeft hij zijn functie als voorzitter van de
vereniging definitief neergelegd.
3. Op 6 augustus 2003 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen de
bestuursleden van de vereniging en gedaagde over de overdracht van
de bij gedaagde in bezit zijnde boekhouding en administratie van de
vereniging. Daarbij is door gedaagde een aantaI bescheiden aan de
vereniging overgedragen. Tevens is toen de afspraak gemaakt dat
partijen voor de verdere afhandeling binnen korte tijd nog een keer bij
elkaar zouden komen; dat is niet gebeurd.
4. Op 13 augustus 2003 alsmede op 3 en 8 september 2003 heeft
gedaagde e-mailberichten aan de leden van de vereniging gezonden.
Deze e-mailberichten zijn door de vereniging respectievelijk als
productie 8, 11 en 12 overgelegd en de inhoud daarvan wordt als hier
herhaald en ingelast beschouwd.
Bij e-mailbericht van 8 september 2003 heeft de vereniging gedaagde
gesommeerd bet aldus benaderen van de leden van de vereniging te
staken.
5. Op 21 augustus 2003 is gedaagde per e-mailbericht door/namens de
vereniging gesommeerd tot afgifte van de (electronische)
adressenbestand van de vereniging. Tevens is daarbij aan gedaagde
kenbaar gemaakt dat de vereniging door toedoen van gedaagde een
kastekort zou hebben van op dat moment € 14.632,--.
6. Op 23 augustus 2003 is gedaagde tijdens een algemene
ledenvergadering geroyeerd als lid van de vereniging.
De vorderingen
1. De vereniging stelt dat gedaagde bij zijn vertrek heeft nagelaten het
(volledige) adressenbestand van de vereniging te retourneren en dat hij
zich door bet verzenden van de onder de feiten sub 4 genoemde emailberichten
aan de leden van de vereniging schuldig heeft gemaakt
aan stemmingmakerij en de vereniging hierdoor schade berokkent.
Tevens stelt de vereniging zich op het standpunt dat gedaagde gelden
aan de vereniging heeft onttrokken tot een totaalbedrag van € 22.449,65.
2. Op grond van het voorgaande vordert de vereniging thans -na
wijziging van haar oorspronkelijke vordering zoals hiervoor onder het
verloop van de procedure genoemd- samengevat:
a. afgifte door gedaagde van het adressenbestand van de vereniging
binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, versterkt met een
dwangsom;
b. aan gedaagde een verbod op te leggen om de leden van de
vereniging te benaderen, eveneens versterkt met een dwangsom;
c. betaling door gedaagde aan de vereniging van een bedrag ad
€ 22.449,65, subsidiair van een voorschot op dit bedrag.
3. Gedaagde voert gemotiveerd verweer tegen voormelde vorderingen
dat, voor zover nodig, hierna zal worden besproken.
De beoordeling van de vorderingen
De vordering onder 2a
1. Voldoende aannemelijk is geworden dat gedaagde vanaf de
oprichting van de vereniging tot aan zijn vertrek nagenoeg alle
bestuurlijke werkzaamheden van/voor de vereniging heeft verricht.
Als zodanig was hij in bet bezit van de boekhouding en het
adressenbestand van de vereniging.
Voorshands moet, mede gelet op de onder de feiten sub 4 door
gedaagde verzonden e-mailberichten, er van worden uitgegaan dat:
gedaagde nog steeds in het bezit is van het adressenbestand van de
vereniging. Nu gedaagde echter geen (bestuurs)lid meer is van de
vereniging, moet geoordeeld worden dat waar de vereniging het belang
heeft bij het bezit van deze zaken en gedaagde niet, de weigering ze
aan de vereniging over te dragen onrechtmatig is. De vordering dient
in beginsel reeds op die grond te worden toegewezen. Los daarvan
heeft de vereniging voldoende aannemelijk gemaakt dat zij het
adressenbestand nodig heeft om de vereniging draaiende te houden.
Gedaagde heeft in dit verband weliswaar aangevoerd dat hij inmiddels
zowel een hard copy als een digitale versie van het bestand aan de
bestuursleden van de vereniging heeft verstrekt, maar volgens de
vereniging heeft zij slechts een onleesbare CD-Rom van gedaagde
ontvangen. Gedaagde heeft het tegendeel daarvan onvoldoende
aangetoond. De enkele verwijzing door gedaagde naar een door de
vereniging op 6 oktober 2003 aan de leden gezonden nieuwsbrief
(waaruit zou blijken dat de administratie van de vereniging eind
augustus 2003 zo goed als op orde was) is daarvoor onvoldoende.
De vordering zal gelet op het voorgaande worden toegewezen.
Er is -anders dan de vereniging meent- aanleiding om het totaal van de
op te leggen dwangsommen aan een maximum te binden.
De vordering onder 2b
2. Gelet op de (verzending van de) hiervoor onder de feiten sub 4.
genoemde e-mailberichten van gedaagde staat vast dat hij na zijn
vertrek de leden van de vereniging heeft benaderd met (naar moet
worden aangenomen) behulp van bet adressenbestand van de
vereniging. Zoals hiervoor onder 1. is overwogen had gedaagde dit
bestand op dat moment onrechtmatig onder zich.
Reeds het met gebruikmaking van dit bestand benaderen van de leden
van de vereniging moet daarom -nog los van de inhoud van de
desbetreffende e-mailberichten- als onrechtmatig worden aangemerkt.
Maar ook afgezien daarvan acht de voorzieningenrechter het
benaderen van de leden van de vereniging door gedaagde
onrechtmatig.
Gezien de inhoud van de hiervoor genoemde e-mailberichten van
gedaagde aan de leden kan zeker niet uitgesloten worden geacht dat
gedaagde door deze (wijze van) benadering de leden een verkeerd
beeld zal geven van de vereniging, waardoor die leden geïrriteerd
zullen (kunnen) raken en de vereniging daarop zullen aanspreken. Tot
slot moet -mede gelet op de omstandigheid dat gedaagde inmiddels
(kennelijk) bezig is een stichting op te richten met soortgelijke
doelstellingen als die van de vereniging- evenmin uitgesloten worden
geacht dat gedaagde door deze benadering leden van de vereniging
aftroggelt en daarmee de financiele positie van de vereniging, die
immers afhankelijk is van de contributie van haar leden, schaadt.
De vordering moet gelet op het voorgaande worden toegewezen.
Daarbij zal-anders dan gedaagde heeft betoogd- mede gelet op
mogelijke problemen bij de executie van dit vonnis geen uitzondering
worden gemaakt voor vrienden, bekenden en relaties van gedaagde die
al of niet door toedoen van gedaagde lid zijn van de vereniging zijn
geworden.
Ook in dit geval is, anders dan de vereniging meent, aanleiding om bet
totaal van de op te leggen dwangsommen aan een maximum te binden.
De vordering onder 2c
3. In het gevorderde bedrag is een bedrag van € 7.500,-- begrepen
wegens door gedaagde uit de kas van de vereniging opgenomen gelden
die vervolgens door hem zijn uitbetaald aan werknemers van zijn
bedrijf Max Finance. Deze werknemers zouden werkzaamheden voor
de vereniging hebben verricht. De bestuursleden van de vereniging
ontkennen echter daarvoor toestemming te hebben gegeven. Gedaagde
heeft het tegendeel daarvan niet betoogd, maar slechts aangevoerd dat
hij hiervoor toestemming gevraagd (niet: gekregen) had.
Dat betekent dat hij het bedrag ad € 7.500,-- aan de vereniging zal
moeten terugbetalen. In zoverre is de vordering dus toewijsbaar.
De overige door de vereniging opgevoerde posten hebben met name
betrekking op door gedaagde gedane, volgens de vereniging niet door
hem verantwoorde uitgaven en op door hem niet afgedragen
contributiegelden.
Gedaagde betwist uitdrukkelijk de verschuldigdheid van deze
bedragen, die volgens hem alle voor en ten behoeve van de vereniging
door hem zijn gemaakt.
Wie van partijen daarin gelijk heeft kan in het kader van dit kort geding
niet worden uitgezocht. De vordering client in zoverre, mede gelet op
de geldende incassocriteria voor toewijzing van een geldvordering in
kort geding, te worden afgewezen.
De voorzieningenrechter raadt partijen aan deze kwestie in onderling
overleg en eventueel met behulp van een (onpartijdige)
boekhouddeskundige op te lossen.
De proceskosten
4. Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal gedaagde in de
kosten van dit kort geding worden verwezen. Het daaronder begrepen
griffierecht zal worden gerelateerd aan de hoogte van het toe te wijzen
geldbedrag, zodat het meerdere (€ 180,--) voor rekening van de
vereniging dient te blijven.
De beslissing
De voorzieningenrechter
1. veroordeelt gedaagde om binnen twee dagen na betekening van dit
vonnis bet adressenbestand van de vereniging aan de vereniging te
retourneren,
2. veroordeelt gedaagde om ingeval hij (na betekening van dit vonnis)
in gebreke mocht blijven aan bovenstaande veroordeling te voldoen,
aan de vereniging een dwangsom te betalen van € 500,-- per dag,
echter tot een maximum van € 7.500,--,
3. veroordeelt gedaagde om zich te onthouden van het benaderen van
leden van de vereniging,
4. veroordeelt gedaagde om ingeval hij (na betekening van dit vonnis)
in gebreke mocht blijven aan bovenstaande veroordeling sub 3 te
voldoen, aan de vereniging een dwangsom te betalen van € 500,-- per
overtreding, echter tot een maximum van € 7.500,--,
5. veroordeelt gedaagde om aan de vereniging tegen behoorlijk bewijs
van kwijting te betalen de somma van € 7.500,--,
6. veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure, tot aan deze
uitspraak aan de zijde van de vereniging bepaald op € 703,-- voor
salaris en op € 326,16 voor verschotten,
7. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
8. weigert het anders of meer gevorderde
Dit vonnis is gewezen door mr. I.D.A. den Tonkelaar en in het
openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier EJ.
Wouters op 13 november 2003.
http://www.pay-back.nl/Documenten/uitsp ... ngJWPB.pdf
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 104625 / KG ZA 03-646
Datum vonnis: 13 november 2003
Vonnis
in kort geding
in de zaak van
de vereniging
PAY BACK,
gevestigd te Arnhem,
eiseres,
procureur mr. P.C. Plochg,
advocaat mr. H.K. Folkerts.
tegen
.................,
wonende te Arnhem,
gedaagde,
procureur mr. I.M.]. Huver,
advocaat mr. W.A.]. Hagen,
beiden te Arnhem.
Het verloop van de procedure
Eiseres heeft gedaagde ter zitting in kort geding doen dagvaarden en
gevorderd als weergegeven in de dagvaarding.
Eiseres heeft ter zitting haar eis gewijzigd -waartegen gedaagde zich
niet heeft verzet- in die zin, dat zij de door haar gevorderde geldsom
heeft vermeerderd met een bedrag ad € 7.739,50 en dat de door haar
gevorderde dwangsommen ten aanzien van de overige gevorderde
voorzieningen niet (meer) aan een maximum dienen te worden gebonden.
Gedaagde heeft geconcludeerd tot weigering van de gevorderde
voorzieningen.
De advocaat van eiseres en de advocaat van gedaagde hebben de zaak
bepleit overeenkomstig de door hen overgelegde pleitnotities en de
daarbij behorende producties.
Ten slotte is vonnis bepaald.
De vaststaande feiten
1. Eiseres (hierna de vereniging te noemen) is een vereniging die zich,
kort gezegd, ten doel stelt de belangen te behartigen van en hulp te
bieden aan gedupeerden van aandelen- en leaseconstructies.
De vereniging is opgericht op 1 oktober 2002; haar statuten zijn in een
notariele akte vastgelegd op 5 maart 2003. Gedaagde, die aanvankelijk
als bestuurslid van de vereniging fungeerde, werd op of omstreeks
laatstgenoemd tijdstip tot voorzitter van de vereniging benoemd. Tot
overige bestuursleden werden benoemd .. ...., .. ........
(secretaris) en . ..... ........ (penningmeester). De vereniging telt
op dit moment ongeveer zevenhonderdvijfenvijftig leden. De
contributie bedraagt thans € 40,-- per lid per jaar.
2. Vanaf omstreeks juni 2003 is tussen gedaagde en de overige
bestuursleden van de vereniging verschil van mening gerezen over de
te volgen koers van de vereniging en over het tot dan door gedaagde
gevoerde financiële beleid in de vereniging.
Op 4 juli 2003 heeft een bestuursvergadering daarover plaatsgehad.
Gedaagde is daar toen niet verschenen.
Bij e-mail-bericht van 12 juli 2003 heeft gedaagde aan zijn
medebestuursleden (onder meer) te kennen gegeven dat hij door
tijdgebrek zijn taken als voorzitter van de vereniging niet meer kan
vervullen. Op 22 juli 2003 heeft hij zijn functie als voorzitter van de
vereniging definitief neergelegd.
3. Op 6 augustus 2003 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen de
bestuursleden van de vereniging en gedaagde over de overdracht van
de bij gedaagde in bezit zijnde boekhouding en administratie van de
vereniging. Daarbij is door gedaagde een aantaI bescheiden aan de
vereniging overgedragen. Tevens is toen de afspraak gemaakt dat
partijen voor de verdere afhandeling binnen korte tijd nog een keer bij
elkaar zouden komen; dat is niet gebeurd.
4. Op 13 augustus 2003 alsmede op 3 en 8 september 2003 heeft
gedaagde e-mailberichten aan de leden van de vereniging gezonden.
Deze e-mailberichten zijn door de vereniging respectievelijk als
productie 8, 11 en 12 overgelegd en de inhoud daarvan wordt als hier
herhaald en ingelast beschouwd.
Bij e-mailbericht van 8 september 2003 heeft de vereniging gedaagde
gesommeerd bet aldus benaderen van de leden van de vereniging te
staken.
5. Op 21 augustus 2003 is gedaagde per e-mailbericht door/namens de
vereniging gesommeerd tot afgifte van de (electronische)
adressenbestand van de vereniging. Tevens is daarbij aan gedaagde
kenbaar gemaakt dat de vereniging door toedoen van gedaagde een
kastekort zou hebben van op dat moment € 14.632,--.
6. Op 23 augustus 2003 is gedaagde tijdens een algemene
ledenvergadering geroyeerd als lid van de vereniging.
De vorderingen
1. De vereniging stelt dat gedaagde bij zijn vertrek heeft nagelaten het
(volledige) adressenbestand van de vereniging te retourneren en dat hij
zich door bet verzenden van de onder de feiten sub 4 genoemde emailberichten
aan de leden van de vereniging schuldig heeft gemaakt
aan stemmingmakerij en de vereniging hierdoor schade berokkent.
Tevens stelt de vereniging zich op het standpunt dat gedaagde gelden
aan de vereniging heeft onttrokken tot een totaalbedrag van € 22.449,65.
2. Op grond van het voorgaande vordert de vereniging thans -na
wijziging van haar oorspronkelijke vordering zoals hiervoor onder het
verloop van de procedure genoemd- samengevat:
a. afgifte door gedaagde van het adressenbestand van de vereniging
binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, versterkt met een
dwangsom;
b. aan gedaagde een verbod op te leggen om de leden van de
vereniging te benaderen, eveneens versterkt met een dwangsom;
c. betaling door gedaagde aan de vereniging van een bedrag ad
€ 22.449,65, subsidiair van een voorschot op dit bedrag.
3. Gedaagde voert gemotiveerd verweer tegen voormelde vorderingen
dat, voor zover nodig, hierna zal worden besproken.
De beoordeling van de vorderingen
De vordering onder 2a
1. Voldoende aannemelijk is geworden dat gedaagde vanaf de
oprichting van de vereniging tot aan zijn vertrek nagenoeg alle
bestuurlijke werkzaamheden van/voor de vereniging heeft verricht.
Als zodanig was hij in bet bezit van de boekhouding en het
adressenbestand van de vereniging.
Voorshands moet, mede gelet op de onder de feiten sub 4 door
gedaagde verzonden e-mailberichten, er van worden uitgegaan dat:
gedaagde nog steeds in het bezit is van het adressenbestand van de
vereniging. Nu gedaagde echter geen (bestuurs)lid meer is van de
vereniging, moet geoordeeld worden dat waar de vereniging het belang
heeft bij het bezit van deze zaken en gedaagde niet, de weigering ze
aan de vereniging over te dragen onrechtmatig is. De vordering dient
in beginsel reeds op die grond te worden toegewezen. Los daarvan
heeft de vereniging voldoende aannemelijk gemaakt dat zij het
adressenbestand nodig heeft om de vereniging draaiende te houden.
Gedaagde heeft in dit verband weliswaar aangevoerd dat hij inmiddels
zowel een hard copy als een digitale versie van het bestand aan de
bestuursleden van de vereniging heeft verstrekt, maar volgens de
vereniging heeft zij slechts een onleesbare CD-Rom van gedaagde
ontvangen. Gedaagde heeft het tegendeel daarvan onvoldoende
aangetoond. De enkele verwijzing door gedaagde naar een door de
vereniging op 6 oktober 2003 aan de leden gezonden nieuwsbrief
(waaruit zou blijken dat de administratie van de vereniging eind
augustus 2003 zo goed als op orde was) is daarvoor onvoldoende.
De vordering zal gelet op het voorgaande worden toegewezen.
Er is -anders dan de vereniging meent- aanleiding om het totaal van de
op te leggen dwangsommen aan een maximum te binden.
De vordering onder 2b
2. Gelet op de (verzending van de) hiervoor onder de feiten sub 4.
genoemde e-mailberichten van gedaagde staat vast dat hij na zijn
vertrek de leden van de vereniging heeft benaderd met (naar moet
worden aangenomen) behulp van bet adressenbestand van de
vereniging. Zoals hiervoor onder 1. is overwogen had gedaagde dit
bestand op dat moment onrechtmatig onder zich.
Reeds het met gebruikmaking van dit bestand benaderen van de leden
van de vereniging moet daarom -nog los van de inhoud van de
desbetreffende e-mailberichten- als onrechtmatig worden aangemerkt.
Maar ook afgezien daarvan acht de voorzieningenrechter het
benaderen van de leden van de vereniging door gedaagde
onrechtmatig.
Gezien de inhoud van de hiervoor genoemde e-mailberichten van
gedaagde aan de leden kan zeker niet uitgesloten worden geacht dat
gedaagde door deze (wijze van) benadering de leden een verkeerd
beeld zal geven van de vereniging, waardoor die leden geïrriteerd
zullen (kunnen) raken en de vereniging daarop zullen aanspreken. Tot
slot moet -mede gelet op de omstandigheid dat gedaagde inmiddels
(kennelijk) bezig is een stichting op te richten met soortgelijke
doelstellingen als die van de vereniging- evenmin uitgesloten worden
geacht dat gedaagde door deze benadering leden van de vereniging
aftroggelt en daarmee de financiele positie van de vereniging, die
immers afhankelijk is van de contributie van haar leden, schaadt.
De vordering moet gelet op het voorgaande worden toegewezen.
Daarbij zal-anders dan gedaagde heeft betoogd- mede gelet op
mogelijke problemen bij de executie van dit vonnis geen uitzondering
worden gemaakt voor vrienden, bekenden en relaties van gedaagde die
al of niet door toedoen van gedaagde lid zijn van de vereniging zijn
geworden.
Ook in dit geval is, anders dan de vereniging meent, aanleiding om bet
totaal van de op te leggen dwangsommen aan een maximum te binden.
De vordering onder 2c
3. In het gevorderde bedrag is een bedrag van € 7.500,-- begrepen
wegens door gedaagde uit de kas van de vereniging opgenomen gelden
die vervolgens door hem zijn uitbetaald aan werknemers van zijn
bedrijf Max Finance. Deze werknemers zouden werkzaamheden voor
de vereniging hebben verricht. De bestuursleden van de vereniging
ontkennen echter daarvoor toestemming te hebben gegeven. Gedaagde
heeft het tegendeel daarvan niet betoogd, maar slechts aangevoerd dat
hij hiervoor toestemming gevraagd (niet: gekregen) had.
Dat betekent dat hij het bedrag ad € 7.500,-- aan de vereniging zal
moeten terugbetalen. In zoverre is de vordering dus toewijsbaar.
De overige door de vereniging opgevoerde posten hebben met name
betrekking op door gedaagde gedane, volgens de vereniging niet door
hem verantwoorde uitgaven en op door hem niet afgedragen
contributiegelden.
Gedaagde betwist uitdrukkelijk de verschuldigdheid van deze
bedragen, die volgens hem alle voor en ten behoeve van de vereniging
door hem zijn gemaakt.
Wie van partijen daarin gelijk heeft kan in het kader van dit kort geding
niet worden uitgezocht. De vordering client in zoverre, mede gelet op
de geldende incassocriteria voor toewijzing van een geldvordering in
kort geding, te worden afgewezen.
De voorzieningenrechter raadt partijen aan deze kwestie in onderling
overleg en eventueel met behulp van een (onpartijdige)
boekhouddeskundige op te lossen.
De proceskosten
4. Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal gedaagde in de
kosten van dit kort geding worden verwezen. Het daaronder begrepen
griffierecht zal worden gerelateerd aan de hoogte van het toe te wijzen
geldbedrag, zodat het meerdere (€ 180,--) voor rekening van de
vereniging dient te blijven.
De beslissing
De voorzieningenrechter
1. veroordeelt gedaagde om binnen twee dagen na betekening van dit
vonnis bet adressenbestand van de vereniging aan de vereniging te
retourneren,
2. veroordeelt gedaagde om ingeval hij (na betekening van dit vonnis)
in gebreke mocht blijven aan bovenstaande veroordeling te voldoen,
aan de vereniging een dwangsom te betalen van € 500,-- per dag,
echter tot een maximum van € 7.500,--,
3. veroordeelt gedaagde om zich te onthouden van het benaderen van
leden van de vereniging,
4. veroordeelt gedaagde om ingeval hij (na betekening van dit vonnis)
in gebreke mocht blijven aan bovenstaande veroordeling sub 3 te
voldoen, aan de vereniging een dwangsom te betalen van € 500,-- per
overtreding, echter tot een maximum van € 7.500,--,
5. veroordeelt gedaagde om aan de vereniging tegen behoorlijk bewijs
van kwijting te betalen de somma van € 7.500,--,
6. veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure, tot aan deze
uitspraak aan de zijde van de vereniging bepaald op € 703,-- voor
salaris en op € 326,16 voor verschotten,
7. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
8. weigert het anders of meer gevorderde
Dit vonnis is gewezen door mr. I.D.A. den Tonkelaar en in het
openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier EJ.
Wouters op 13 november 2003.
http://www.pay-back.nl/Documenten/uitsp ... ngJWPB.pdf
Re: Vonnis in Kort Geding van Payback
wie is nu de gedaagde ,wie heeft gewonnen?dexia
in jip en jan taal plz
in jip en jan taal plz
Re: Vonnis in Kort Geding van Payback
Issy
Deze zaak betrof een interne afrekening tussen de ver. payback en een ex-bestuurslid. Dexia was dus geen partij
Deze zaak betrof een interne afrekening tussen de ver. payback en een ex-bestuurslid. Dexia was dus geen partij
Re: Vonnis in Kort Geding van Payback
Toch zonde dat het geld van de leden voor dit soort rechtzaken gebruikt moet worden. Een hoop geld is in ieder geval verloren gegaan en ik ben benieuwd hoeveel de leden binnenkort moeten gaan bijbetalen.
Vind het ook wel grappig dat de e-mails van de ex-voorzitter als stemmingmakerij worden bestempeld. Want onze piet van Pay-back is de hele dag met niks anders bezig. Voor de rest wel een positieve uitspraak voor Pay-back.
Vind het ook wel grappig dat de e-mails van de ex-voorzitter als stemmingmakerij worden bestempeld. Want onze piet van Pay-back is de hele dag met niks anders bezig. Voor de rest wel een positieve uitspraak voor Pay-back.
