Hoi IVOP,
Jij zegt dat 1:88 lid 1 letter D niet alleen van toepassing is op zaken maar ook op vermogensrechten (zoals aandelen)
Ik ben het daar wel mee eens maar niet op basis van de argumenten die jij aanvoert:
Je zegt ten eerste:
/quote
(sub d) overeenkomsten van koop op afbetaling, behalve van zaken welke kennelijk uitsluitend of hoofdzakelijk ten behove van de normale uitoefning van zijn beroep of bedrijf strekken".
Je kunt de tekst van sub d onderverdelen in een hoofdzin en een bijzin. De tekst kan worden gesplitst. De hoofdregelin wordt in de hoofdregel gegeven: Er is goedkeuring noodzakelijk voor overeenkomsten van koop op afbetaling. In de bijzin wordt een uitzondering op de hoofdregel gegeven voor koop op afbetaling in het algemeen, namelijk voor zaken die ........ etc De uitzondering geldt niet voor vermogensrechten, maar alleen voor zaken.
/unquote
Dat er in de bijzin wel gesproken wordt over zaken wil nog niet zeggen dat er in de hoofdzin niet ook koop op afbetaling van (uitsluitend) zaken wordt bedoeld.
Een simpel voorbeeld ter toelichting:
Het geven van borstvoeding is gezond, behalve door vrouwen met een heroïneverslaving.
Dat hier alleen in de bijzin voor het eerst vrouwen worden genoemd betekent nog niet dat in de hoofdzin ook mannen worden bedoeld (mannen en vrouwen zijn beide mensen, zaken en vermogensrechten zijn beide goederen).
Ten tweede zeg je:
/quote
Daarnaast is het de bedoeling van de wetgever geweest om echte=genoten ten opzichte van elkaar te beschermen voor het aangaan van overeenkomsten die als zeer risicovol worden gezien. Aandelenhuurkoop kan wat dat betreft in mijn opinie worden gezien als een zeer riskante vorm van huurkoop die zeer zeker moet worden bestreken door artikel 1:88BW.
/unquote
Dat aandelenlease zeer risicovol is maakt artikel 88 lid 1 D nog steeds niet van toepassing op vermogensrechten. En waarom dan de beperking tot 'Koop op afbetaling'? Het gaat erom dat koop op afbetaling op zich een langlopende verplichting voor het huishouden met zich meebrengt waarvoor de instemming van de echtgenoot nodig is. Het koersrisico is helemaal niet relevant. Het aankopen van de aandelen is overigens op zich net zo risicovol als een aandelenleasecontract met diezelfde aandelen erin (maar valt niet onder de gezinsbeschermende bepalingen).
Groet Maarten
PS
Wat mij betreft heeft Simone in deze topic
http://www.trosradar.nl/?url=radarforum ... tegorie=12 de juiste nog niet ontkrachte argumentatie gegeven voor de stelling dat art 1:88 lid 1 letter d ook van toepassing is op vermogensrechten:
geplaatst door simone op 31-01-2003 om 19:51
Hallo allemaal,
Vandaag heb ik de parlementaire geschiedenis van art. 7A:1576 ev. doorgenomen. Er werd niet uitvoerig ingegaan op de koop op afbetaling en de huurkoop, omdat tegelijkertijd de invoering van de bepalingen van consumentenkoop plaatsvond, waarover meer geproken werd. Wat ik er wel vond, en wat volgens mij erg belangrijk zou kunnen zijn (ik houd hier een slag om de arm!), is het volgende:
Art. 7A:1576 lid 5 luidt: "Het in deze titel (koop op afbetaling, Simone) bepaalde vindt overeenkomstige toepassing op vermogensrechten, niet zijnde registergoederen, voor zover dat in overeenstemming is met de aard van het recht."
De parlementaire geschiedenis zegt daarover het volgende:
Kamerstukken Tweede Kamer 16979, vergaderjaar 1981, Vaststelling en invoering van titel 7.1 (koop en ruil) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, nr.3, Memorie van Toelichting, blz. 66:
"Lid 1 (van art. 1576, Simone) spreekt, evenals de andere bepalingen van deze afdeling, van de koop en verkoop op afbetaling van ZAKEN. Blijkens art. 3.1.1.1 (later art. 3:2 BW, Simone) moet in het nieuwe BW onder het begrip zaak verstaan worden: een voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk object. Derhalve omvat het begrip zaak in het nieuwe BW niet meer de vermogensrechten, zulks in afwijking van het woordgebruik in art. 555 BW (nu art. 3:1, Simone); men zie ook artikel 3.1.1.0 (nu ook art. 3:1 BW, Simone). Het nieuwe vijfde lid strekt ertoe de toepasselijkheid van deze afdeling (*, Simone) op de koop op afbetaling van vermogensrechten te handhaven, en doet dit op een wijze die vergelijkbaar is met art. 7.1.10.1 (nu art. 7:47 BW, Simone) voor de koop in het algemeen."
Goed nieuws, wellicht? Het is nu duidelijk dat art. 7A: 1576 lid 5 de titel (echter, de Memorie van Toelichting spreekt over 'de afdeling' i.t.t 'de titel', zie *) ook van toepassing verklaart op koop op afbetaling van vermogensrechten. Nu aandelenlease een huurkoopconstructie betreft, wat een species is van koop op afbetaling, moet deze overeenkomst vallen onder het toestemmingsvereiste van art. 1:88 lid 1 sub d. Immers, de Memorie van Antwoord van art. 1:88 bepaalt daarover het volgende:
"Wat koop op afbetaling is, is gedefinieerd in art. 1576 etc." Dat daaronder ook huurkoop valt, wordt nergens bestreden. De Asser Personen-en Familierecht zegt het als volgt:
"De vraag wat onder 'koop op afbetaling' moet worden verstaan, wordt beantwoord door art. 7A:1576 lid 1 en 2 BW. Daar wordt de koop op afbetaling in het algemeen, dus inbegrepen huurkoop, gedefinieerd."
Zoals ik het nu lees, zou art. 1:88 lid 1 sub d wél van toepassing zijn, de contracten zouden dus binnen 3 jaar vernietigd kunnen worden. Ik ben benieuwd naar evt. commentaar van jullie...
prettig weekend,
Simone