| LET OP: Dit topic is meer dan drie jaar geleden geplaatst. De informatie is mogelijk verouderd. |
[ archief ] Advocatenkantoor in Regio Rdam?
-
Gast
Re: Advocatenkantoor in Regio Rdam?
Advocaten kosten gemiddeld 180 euro per uur. Een hoop geld maar zie het maar als een investering in de toekomst. We komen er toch niet onderuit.
-
Gast
Re: Advocatenkantoor in Regio Rdam?
Art. 1576r.
Wanneer de verkoper ontbinding van de overeenkomst of teruggave van de in huurkoop afgeleverde zaak kan vorderen, kan de kantonrechter, indien de verkoper zulks verzoekt en daarbij redelijk belang heeft, bij voorlopige voorziening teruggave bij voorraad
Wanneer de verkoper ontbinding van de overeenkomst of teruggave van de in huurkoop afgeleverde zaak kan vorderen, kan de kantonrechter, indien de verkoper zulks verzoekt en daarbij redelijk belang heeft, bij voorlopige voorziening teruggave bij voorraad
-
Gast
Re: Advocatenkantoor in Regio Rdam?
http://www.win.tue.nl/~aeb/jura/Burgerl ... el_5a.html
Hieuit blijkt duidelijk dat effectenlease geen huurkoop is.
Hieuit blijkt duidelijk dat effectenlease geen huurkoop is.
-
capellenaar
- Berichten: 222
- Lid geworden op: 24 sep 2003 17:14
Re: Advocatenkantoor in Regio Rdam?
wat inhoudt? dat alle kosten inzake de rechtzaak voor rekening van Dexia komen he?
-
Gast
Re: Advocatenkantoor in Regio Rdam?
Is de handtekening van uw echtgenoot noodzakelijk voor het aangaan van een aandelenlease-overeenkomst ?
Op 29 november 2002 heeft het hoogste Nederlandse rechtscollege, de Hoge Raad een uitspraak gedaan met betrekking tot de uitleg van artikel 1:88 BW. Dit artikel houdt kort gezegd in dat voor bepaalde rechtshandelingen die een echtgenoot aangaat de toestemming van zijn wederhelft nodig is. De wet noemt met name contracten met betrekking tot onroerend goed, omvangrijke giften, borgtochten of hoofdelijk medeschuldenaarschap (Alleen voor wat betreft dit anders geschiedt dan in de normale uitoefening van beroep of bedrijf, zoals bij een DGA voor het krediet van zijn onderneming) en tot slot koop op afbetaling.
In de zaak waarover de Hoge Raad zich op 29 november 2002 uitsprak was geen sprake van deze gevallen, maar ging het wel om een geval waarbij iemand, soortgelijk aan een borgtochtovereenkomst, tekende voor grote schulden, zonder dat zijn echtgenote hiervoor had meegetekend. De advocaat van deze man betoogde dan ook dat artikel 1:88 BW ruim uitgelegd diende te worden, daar het gaat om de strekking van de wet en niet om de letter. De Hoge Raad besliste echter dat in verband met de rechtszekerheid het artikel beperkt uitgelegd diende te worden, zodat slechts die contracten eronder vielen die met naam en toenaam in de wet genoemd worden en dat indien de wetgever zich daarin niet kan vinden de wet aangepast dient te worden met nieuwe categorieën dan wel met een nieuwe algemene categorie. De Hoge Raad gaf met andere woorden het argument van rechtszekerheid voor het handelsverkeer de voorrang boven het gedupeerde gezin.
Mijns inziens betekent dit dat alle aandelenlease-contracten, waarbij geen sprake is van een contract inhoudende koop van aandelen op afbetaling, maar waarbij sprake is van het kopen van aandelen met geleend geld (al dan niet onder gelijktijdige pandrechtverstrekking op de gekochte aandelen), evenals de zaak waar het op 29 november 2002 om ging, buiten het bereik van artikel 1:88 BW vallen. Bij aandelenlease is namelijk sprake van twee aparte overeenkomsten, waarbij enerzijds geld wordt geleend, te weten een overeenkomst van geldlening en waarbij anderzijds aandelen worden gekocht, te weten een overeenkomst van koop. Beide worden niet expliciet genoemd in artikel 1:88 BW, zodat niet valt in te zien op welke grond de handtekening van de echtgenoot noodzakelijk is.
Wilt u meer over dit onderwerp weten, of heeft u andere vragen op het gebied van effectenrecht, dan kunt u uiteraard altijd contact met mij opnemen.
Christoph Vergouwen, Sectie Ondernemingsrecht, Strafrecht en Incasso
24 april 2003
terug
Op 29 november 2002 heeft het hoogste Nederlandse rechtscollege, de Hoge Raad een uitspraak gedaan met betrekking tot de uitleg van artikel 1:88 BW. Dit artikel houdt kort gezegd in dat voor bepaalde rechtshandelingen die een echtgenoot aangaat de toestemming van zijn wederhelft nodig is. De wet noemt met name contracten met betrekking tot onroerend goed, omvangrijke giften, borgtochten of hoofdelijk medeschuldenaarschap (Alleen voor wat betreft dit anders geschiedt dan in de normale uitoefening van beroep of bedrijf, zoals bij een DGA voor het krediet van zijn onderneming) en tot slot koop op afbetaling.
In de zaak waarover de Hoge Raad zich op 29 november 2002 uitsprak was geen sprake van deze gevallen, maar ging het wel om een geval waarbij iemand, soortgelijk aan een borgtochtovereenkomst, tekende voor grote schulden, zonder dat zijn echtgenote hiervoor had meegetekend. De advocaat van deze man betoogde dan ook dat artikel 1:88 BW ruim uitgelegd diende te worden, daar het gaat om de strekking van de wet en niet om de letter. De Hoge Raad besliste echter dat in verband met de rechtszekerheid het artikel beperkt uitgelegd diende te worden, zodat slechts die contracten eronder vielen die met naam en toenaam in de wet genoemd worden en dat indien de wetgever zich daarin niet kan vinden de wet aangepast dient te worden met nieuwe categorieën dan wel met een nieuwe algemene categorie. De Hoge Raad gaf met andere woorden het argument van rechtszekerheid voor het handelsverkeer de voorrang boven het gedupeerde gezin.
Mijns inziens betekent dit dat alle aandelenlease-contracten, waarbij geen sprake is van een contract inhoudende koop van aandelen op afbetaling, maar waarbij sprake is van het kopen van aandelen met geleend geld (al dan niet onder gelijktijdige pandrechtverstrekking op de gekochte aandelen), evenals de zaak waar het op 29 november 2002 om ging, buiten het bereik van artikel 1:88 BW vallen. Bij aandelenlease is namelijk sprake van twee aparte overeenkomsten, waarbij enerzijds geld wordt geleend, te weten een overeenkomst van geldlening en waarbij anderzijds aandelen worden gekocht, te weten een overeenkomst van koop. Beide worden niet expliciet genoemd in artikel 1:88 BW, zodat niet valt in te zien op welke grond de handtekening van de echtgenoot noodzakelijk is.
Wilt u meer over dit onderwerp weten, of heeft u andere vragen op het gebied van effectenrecht, dan kunt u uiteraard altijd contact met mij opnemen.
Christoph Vergouwen, Sectie Ondernemingsrecht, Strafrecht en Incasso
24 april 2003
terug
-
Gast
Re: Advocatenkantoor in Regio Rdam?
buiten het bereik van artikel 1:88 BW vallen. Bij aandelenlease is namelijk sprake van twee aparte overeenkomsten, waarbij enerzijds geld wordt geleend, te weten een overeenkomst van geldlening en waarbij anderzijds aandelen worden gekocht, te weten een overeenkomst van koop. Beide worden niet expliciet genoemd in artikel 1:88 BW, zodat niet valt in te zien op welke grond de handtekening van de echtgenoot noodzakelijk is.
Volgens mij staat Eegelease erg zwak volgens dit artikel. Sara wil jij dit toelichten ??
Evert
Volgens mij staat Eegelease erg zwak volgens dit artikel. Sara wil jij dit toelichten ??
Evert
Re: Advocatenkantoor in Regio Rdam?
Ik heb zelf een stuk in mijn legio-dossie waarbij de bank het artikelnr aanhaalt uit boek 7a.
Hebben andere dit ook?
Hebben andere dit ook?
-
Gast
Re: Advocatenkantoor in Regio Rdam?
M.Y. Nethe De uitzonderingen van art. 1:88 lid 1 sub c en lid 4 BW
Tijdschrift: WPNR 1998 nr: 6339, blz. 798-799.
Op 1 januari 1970 is art. 1:88 lid 1 sub c BW ingevoerd,. Dit artikellid geeft een limitatieve opsomming van een aantal rechtshandelingen waarvoor de handelende echtgenoot toestemming behoeft van de andere echtgenoot, ongeacht het huwelijksgoederenregime van de echtgenoten. ontbreekt de toestemming, dan kan de andere echtgenoot de gewraakte rechtshandeling in beginsel vernietigen (vgl. art. 1:89 lid 1 en 2 BW). De bepaling beoogt de niet-handelende echtgenoot te beschermen tegen de financiële gevolgen van bepaalde risicovolle rechtshandelingen van zijn /haar echtgenoot, zoals het zich stellen tot borg of hoofdelijk medeschuldenaar. Blijkens art. 1:88 lid i sub c BW is de toestemming niet vereist indien de handelende echtgenoot handelt in de normale uitoefening van zijn beroep op bedrijf. De Hoge Raad legt de uitzondering in lid 1 sub c beperkt uit. In 1992 is aan art. 1:88 een vierde lid toegevoegd. Er is voor het aangaan van de borgtochtovereenkomst c.a. geen toestemming vereist indien deze rechtshandeling wordt verricht door een bestuurder van een bv of nv die daarvan alleen of met zijn medebestuurders de meerderheid van de aandelen houdt en mits zij geschiedt ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf (of beroep, MN) van die vennootschap. In deze bijdrage besteed ik aandacht aan de uitzonderingen van art. 1:88 lid i sub c en lid 4 BW en aan de vraag of een wetswijziging van lid 4 wenselijk is.
Tijdschrift: WPNR 1998 nr: 6339, blz. 798-799.
Op 1 januari 1970 is art. 1:88 lid 1 sub c BW ingevoerd,. Dit artikellid geeft een limitatieve opsomming van een aantal rechtshandelingen waarvoor de handelende echtgenoot toestemming behoeft van de andere echtgenoot, ongeacht het huwelijksgoederenregime van de echtgenoten. ontbreekt de toestemming, dan kan de andere echtgenoot de gewraakte rechtshandeling in beginsel vernietigen (vgl. art. 1:89 lid 1 en 2 BW). De bepaling beoogt de niet-handelende echtgenoot te beschermen tegen de financiële gevolgen van bepaalde risicovolle rechtshandelingen van zijn /haar echtgenoot, zoals het zich stellen tot borg of hoofdelijk medeschuldenaar. Blijkens art. 1:88 lid i sub c BW is de toestemming niet vereist indien de handelende echtgenoot handelt in de normale uitoefening van zijn beroep op bedrijf. De Hoge Raad legt de uitzondering in lid 1 sub c beperkt uit. In 1992 is aan art. 1:88 een vierde lid toegevoegd. Er is voor het aangaan van de borgtochtovereenkomst c.a. geen toestemming vereist indien deze rechtshandeling wordt verricht door een bestuurder van een bv of nv die daarvan alleen of met zijn medebestuurders de meerderheid van de aandelen houdt en mits zij geschiedt ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf (of beroep, MN) van die vennootschap. In deze bijdrage besteed ik aandacht aan de uitzonderingen van art. 1:88 lid i sub c en lid 4 BW en aan de vraag of een wetswijziging van lid 4 wenselijk is.
