Een brit en je test niet !!!! Heel onverantwoordelijk... HCM en PKD zijn heel ernstige erfelijke afwijkingen.
http://www.felcan.nl/
Klikken naar kattendag 2005.
Echografische screening op hypertrofische cardiomyopathie (HCM) en polycystic kidney disease (PKD) bij de kat
Mw. Drs. M.L. Schmidt, Specialist Veterinaire Radiologie, Renkum
Zowel op HCM (hypertrofische cardiomyopathie) als PKD (polycystic kidney disease) worden veel fokkatten gescreend door middel van een echo.
HCM
HCM komt in principe bij alle kattenrassen voor. Vooralsnog kan de aandoening het beste vastgesteld worden m.b.v echo-onderzoek. Bij HCM vertoont de LV-wand concentrische hypertrofie. We kennen verkregen vormen (vooral bij oudere katten) en erfelijke vormen. Bij de erfelijke vormen is er sprake van zgn. myocardial dysarray. De spiervezels zijn afwijkend van opbouw. Het hart compenseert dat door nieuwe spiervezels aan te maken, die echter ook weer grotendeels afwijkend zijn etc.
Bij zowel de Maine Coon als de Britse Korthaar is inmiddels aangetoond dat HCM als erfelijke afwijking voorkomt en autosomaal dominant overerft. Ook bij de Ragdoll zijn sterke aanwijzingen voor familiaire verbanden. Voorlopig zijn we voor screening van fokdieren vooral aangewezen op echografie. Het probleem hierbij is dat HCM een aandoening is met die weliswaar dominant is, maar van het uitgestelde type. Het ontwikkelt zich pas later. De veranderingen kunnen heel duidelijk zijn maar ook heel gering (zeker bij fokdieren zonder klachten).
Testpopulatie:
Het afgelopen jaar heb ik vooral veel Britse Kortharen, Ragdolls en Maine Coons getest. De leeftijd wisselt, maar hoe ouder de kat is, hoe meer waarde de test heeft.
HCM kan zich op latere leeftijd ontwikkelen en een jong dier die negatief getest is, zal dus later toch nog positief kunnen blijken te zijn. Uit dit oogpunt zou het slim zijn om eerst zoveel mogelijk grootouder- en ouderdieren te testen en dan zo de lijnen naar de jongere dieren te vervolgen.
De minimale testleeftijd van 2 jaar bij katers en 3 jaar bij poezen, is gebaseerd op Maine Coone onderzoek. Bij deze katten ontwikkelt het zich op relatief jonge leeftijd en in een ernstige vorm. Bij katers weer erger en eerder dan bij de poezen. Ik heb de indruk dat ook bij Ragdolls het verloop vaak ernstig is en op jonge leeftijd. Bij Britse Kortharen zijn dit vaker dieren op middelbare leeftijd die HCM ontwikkelen. Het verloop lijkt gemiddeld genomen ook trager dan bij andere rassen. Dit betekent dat zeker bij dit ras de HCM test herhaald moet worden en juist hier zouden zoveel mogelijk oudere dieren bekeken moeten worden.
HCM testprotocol bij katten:
Het hart is via de onderliggende zijde te onderzoeken, met name via rechts. Bij katten lukt het ook prima om ze gewoon staande op tafel te onderzoeken. Welke methode gebruikt wordt hangt o.a. af van de voorkeur van de onderzoeker en de situatie.
Voor een goede HCM-test is een goed echoapparaat nodig. Om subtiele afwijkingen te kunnen onderkennen kan het handig zijn als er mogelijkheid tot Doppler onderzoek op het echotoestel zit. Hiermee kan bloedstroom in het hart bekeken worden. Verder is uiteraard ervaring in echo-onderzoeken van harten een onmisbaar iets en dat laatste is vooral bij mensen aanwezig die dit werk dagelijks doen.
Dit jaar hebben we een test protocol ontwikkeld om katten zoveel mogelijk op eenzelfde wijze te testen. Dit protocol is gebaseerd op een testprotocol van dr. Kittleson uit Amerika.
10
In principe wordt het hart in 2D-beeld bekeken en via M-mode. Bij de M-mode wordt gemeten: de linker ventrikel (LV), LV achterwand, septum (zowel in systole als diastole). De aorta en het linker atrium (LA) worden gemeten, alsmede hun onderlinge verhouding (LA/Ao ratio).
De fractional shortening (FS) wordt uitgerekend: dit is een maat voor de contractiekracht van de LV. Op het 2D-beeld wordt de wanddikte van de LV op diverse plekken gemeten. De papillairspieren (deel van de LV-wand waar de kleppen aan vastzitten) worden beoordeeld. Ook het LA wordt gemeten. De klepbeweging van vooral de mitralisklep (klep tussen LA en LV) wordt bekeken op M-mode registratie en 2D-beeld en met doppler. Indien mogelijk wordt met doppler de bloedstroom in vooral de aorta gemeten. De hartfrequentie kan bepaald worden (hoewel dit laatste betrekkelijk weinig waarde heeft omdat het door stress ook erg snel kan zijn). Soms wordt ook naar het hart geluisterd. Het totale beeld wordt geëvalueerd en daarop gebaseerd wordt een eindoordeel gegeven. Er wordt dus niet alleen naar de metingen gekeken maar naar het geheel.
Echo beeld bij HCM:
In een gevorderd stadium van HCM zijn de veranderingen vaak vrij duidelijk:
- Er is een sterke verdikking van de LV wand en vooral ook van de papillairspieren. De wand is vaak echogener dan normaal.
- De FS is verhoogd.
- Het LA is sterk verwijd (RA kan ook verwijd zijn). Bij ernstige gevallen kan sprake zijn van pericardovervulling of vrij vocht in de thorax.
- Het LV-lumen is smaller en soms in diastole helemaal nul.
- In mildere gevallen zijn de veranderingen vaak veel subtieler:
- De papillairspieren zijn wat dikker en soms echogener.
- De wanddikte van de LV kan lokaal iets dikker zijn (vooral op 2D-beeld vaak zichtbaar). De hypertrofie is (vooral in beginstadia) vaak lokaal (bijv. vooral het septum is verdikt of juist de achterwand).
- De mitralisklep toont zgn. SAM (systolic anterior movement). Dit betekent dat de mitralisklep tijdens systole teveel naar het septum toe beweegt. Dit geeft vaak een vernauwing van de aorta (mede door een verdikt septum) en enige lekkage van de mitraliskleppen. Vooral de aortastenose is vaak met doppler te bepalen en evt. te meten.
- Vaak hebben katten met HCM ook een hogere hartslag dan een gemiddelde gezonde kat.
Enkele getallen van geteste dieren
Aantal getest
HCM negatief
HCM niet vrij
HCM positief
Brits Korthaar
247
207 (83,8%)
21 (8,5%)
20 (8,1%)
Ragdoll
68
61 (89,7%)
0 (0%)
7 (10,3%)
Maine Coon
62
45 (72,6%)
6 (9,7%)
11 (17,7%)
Hieruit blijkt dat HCM bij alle geteste rassen toch een behoorlijk probleem is. Bij de Maine Coon is het probleem het omvangrijkst, vrij snel gevolgd door de Brits Korthaar en de Ragdoll. Zowel bij de Britse Korthaar als Ragdoll zijn inmiddels stamboomoverzichten beschikbaar, waaruit blijkt dat de overerving past bij een autosomaal dominant overervende aandoening.
11