puma73 schreef:Daar wijst ook de link van brokkel heen, dat indien sprake van consequente huurachterstand er geen 14 dagenbrief hoeft te worden verstuurd maar dat de schuldenaar direct in verzuim is.
Nu haal jij de ingebrekestelling ex art. 6:82 BW door de war met de veertiendaagse aanmaning ex art. 6:96 BW. De laatste moet verstuurd worden na het intreden van verzuim, wil de schuldeiser incassokosten in rekening kunnen brengen.[/quote]
Er staat NERGENS in de OP iets van een 14 dagenbrief. Die 14 dagenbrief is iets waar TS iets over heeft gelezen, het door haar gevonden artikel aanhaalt in de hoop dat iets was. Ook wordt NERGENS in de OP gesproken over incassokosten.
Dus er is nergens sprake van behalve een achterstallige huurbetaling.
Uit de link van brokkel
Als de huurder niet voor het overeengekomen tijdstip betaald heeft, dan zal hij volgens artikel 6:83 sub a (betreffende de fatale termijn) direct in verzuim zijn. Een voorafgaande ingebrekestelling zoals vermeld in artikel.6:82 BW is dan niet vereist.
Als de huurder van rechtswege in verzuim is met zijn huurbetaling, dan is de huurder over de achterstallige huur om te beginnen wettelijke rente verschuldigd aan de verhuurder (ex. artikel 6:119 BW). Voorts kan de verhuurder ontbinding van de huurovereenkomst vorderen op (ex. artikel 6:265 lid 2 jo. 7:231 BW).
Veelal is een betalingsachterstand van drie maanden voldoende om ontbinding te rechtvaardigen. Echter, het stelselmatig te laat betalen – ook al is het maar één maand - kan ook een omstandigheid zijn die ontbinding rechtvaardigt.
In een arrest van het Gerechtshof ’s-Gravenhage van 16 augustus 2011 (LJN BR6656) werd door de huurders een beroep gedaan op het belang van hun minderjarige zoontje en de impact die ontruiming met zich mee brengen. Voorts werd in dit hoger beroep door de huurder gesteld dat de tekortkoming te gering zou zijn geweest en ontbinding niet gerechtvaardigd, omdat de huurachterstand op het moment van vonnis wijzen (in eerste aanleg) nog maar € 4,91 bedroeg. Het Hof Den Haag maakte hier echter korte metten mee. Geoordeeld werd dat het gedurende langere tijd structureel te laat betalen van de huur een tekortkoming is die wel degelijk ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.