Re: Bart Smit wil defect speelgoed niet omruilen zonder bon
Geplaatst: 15 apr 2011 20:08
Een offtopic reactie:
Het feit is dat iedereen de lettertjes van de wetboek dient te volgen.
Kijkend naar wat onder het consumentenrecht wordt verstaan, dient de wetboek ten aller tijden te worden gevolgd, immers staan alle regels, wetten en afspraken omtrent de bescherming van de consument alsmede het recht van de consument volledig in de wetboeken.
Nu zijn er twee soorten verhalen van wat het consumentenrecht inhoudt: wat in de wetboeken is vastgelegd (wat ikzelf steeds beschrijf) en wat de consumentenorganisaties naar voren brengen en wat velen hier als HÉT consumentenrecht geldt.
Wat ikzelf zeer verontrustend vind is dat bij nalezing van de diverse gerechtelijke uitspraken is dat men liever het consumentenrecht aanhoudt welke verzonnen is door de consumentenorganisaties in plaats van het consumentenrecht welke op gronde van de wetboeken is.
De diverse forumleden hier zijn dan ook van mening dat zij het legitiem vinden dat het consumentenrecht welke door de consumentenorganisaties verzonnen is als de waarheid en die als leidraad te houden in plaats van de lettertjes van de wetboeken.
Terugkomend op het punt van wat onder betaalbewijs valt en wat onder de garantiebewijs:
De wetboek is daar heel duidelijk over, wat door diverse forumleden hier keihard wordt verworpen. Men luistert liever naar een uitspraak van een rechter dan naar de lettertjes van de wet. De rechter dient ten aller tijden de regeltjes van de wetboeken te volgen.
Met een bankafschrift kan worden bewezen dat het product bij die winkel gekocht is en daarmee kan dan een beroep worden gedaan op de wettelijke bescherming van de consument welke in de wetboeken is vastgelegd.
Echter is een bankafschrift geen garantiebewijs, dus kan daarmee geen beroep op worden gedaan op de garantie die door de fabrikant of winkelier is gegeven.
Aangezien de kopende partij geen aankoop bewijs meer heeft, kan die kopende partij ook geen beroep doen op de non-conformiteit, dit omdat de non-conformiteit niets anders inhoudt dat het product conform dient te zijn aan de koopovereenkomst en niets anders.
Kort gezegd is dat de koper in een dergelijk geval alleen op de 6 maanden regel kan beroepen als het product binnen de 6 maanden kapot gaat, rekening houdend met de uitspraken van de verkopende partij en zijn voorverkopers (de fabrikant.)
In de wetboeken is niet opgenomen dat een product gedurende de gemiddelde levensduur probleemloos mee moet gaan en als er een defect optreedt gedurende die gemiddelde levensduur, dus kan daar nooit of te nimmer een beroep op worden gedaan als noch de verkopende partij alsmede noch de voorverkopers of de fabrikant dit specifiek hebben vermeld, iets wat door sommige forumgebruikers dit stellig wordt verweerd.
In de Nederlandse wetboeken is niets opgenomen omtrent ondeugdelijkheid van een product, en ook niets opgenomen omtrent dat de verkopende partij gedurende een langere periode aansprakelijk is voor ieder gebrek aan het product.
Volgens de Europese Richtlijn is de verkopende partij gedurende de eerste 2 jaar na aankoop aansprakelijk voor ieder gebrek, terwijl de Nederlandse wetgever die regel niet heeft overgenomen (en kan daar dan ook geen rechten aan ontleent worden of een beroep op worden gedaan), maar heeft die regel aangepast in de regel dat de verkopende partij gedurende een langere periode (welke niet is vastgelegd) aansprakelijk is voor als het product niet conform de koopovereenkomst geleverd is of dat het product niet die eigenschappen bezit welke de consument op grond van de koopovereenkomst had mogen verwachten.
Wat ik verontrustend vind is dat diverse forumgebruikers dan klagen dat de consument dan de bewijslast niet rond kan krijgen omtrent het eisen van de kosteloze reparatie of vervanging, en dat daarom aan de term non-conformiteit meer zaken moet worden toegevoegd om voor de consument een langere periode en op een gemakkelijkere manier om toch die kosteloze reparatie of vervanging te kunnen eisen.
Een zeer verontrustende gang van zaken, omdat meer centraal staat om kosteloze reparatie of vervanging te kunnen eisen dan wat in de wetboek is vastgelegd.
In de Europese Richtlijn is wel een regel opgenomen omtrent de gemiddelde levensduur.
Er is bepaald dat als in de koopovereenkomst niets is vermeld omtrent de levensduur van een product of de garantieperiode, dat dan alleen in dat geval van de gemiddelde levensduur mag worden uitgegaan. Dus wat je dan redelijkerwijs ervan mag verwachten.
In het geval van de TS is dat niet van toepassing, omdat in de meeste koopovereenkomsten en garantiebewijzen van consumentenelectronica wel degelijk een bepaalde garantieperiode is vastgelegd. Dus als in de koopovereenkomst een garantieperiode is vastgelegd mag dus nooit de regel van de gemiddelde levensduur uit de Europese Richtlijn worden aangehaald.
De reden dat ik nu deze lap tekst neer gepend te hebben, is nogmaals zeer uitvoerig uiteenzetten wat nu wel of niet vastgelegd is.
Het feit is dat iedereen de lettertjes van de wetboek dient te volgen.
Kijkend naar wat onder het consumentenrecht wordt verstaan, dient de wetboek ten aller tijden te worden gevolgd, immers staan alle regels, wetten en afspraken omtrent de bescherming van de consument alsmede het recht van de consument volledig in de wetboeken.
Nu zijn er twee soorten verhalen van wat het consumentenrecht inhoudt: wat in de wetboeken is vastgelegd (wat ikzelf steeds beschrijf) en wat de consumentenorganisaties naar voren brengen en wat velen hier als HÉT consumentenrecht geldt.
Wat ikzelf zeer verontrustend vind is dat bij nalezing van de diverse gerechtelijke uitspraken is dat men liever het consumentenrecht aanhoudt welke verzonnen is door de consumentenorganisaties in plaats van het consumentenrecht welke op gronde van de wetboeken is.
De diverse forumleden hier zijn dan ook van mening dat zij het legitiem vinden dat het consumentenrecht welke door de consumentenorganisaties verzonnen is als de waarheid en die als leidraad te houden in plaats van de lettertjes van de wetboeken.
Terugkomend op het punt van wat onder betaalbewijs valt en wat onder de garantiebewijs:
De wetboek is daar heel duidelijk over, wat door diverse forumleden hier keihard wordt verworpen. Men luistert liever naar een uitspraak van een rechter dan naar de lettertjes van de wet. De rechter dient ten aller tijden de regeltjes van de wetboeken te volgen.
Met een bankafschrift kan worden bewezen dat het product bij die winkel gekocht is en daarmee kan dan een beroep worden gedaan op de wettelijke bescherming van de consument welke in de wetboeken is vastgelegd.
Echter is een bankafschrift geen garantiebewijs, dus kan daarmee geen beroep op worden gedaan op de garantie die door de fabrikant of winkelier is gegeven.
Aangezien de kopende partij geen aankoop bewijs meer heeft, kan die kopende partij ook geen beroep doen op de non-conformiteit, dit omdat de non-conformiteit niets anders inhoudt dat het product conform dient te zijn aan de koopovereenkomst en niets anders.
Kort gezegd is dat de koper in een dergelijk geval alleen op de 6 maanden regel kan beroepen als het product binnen de 6 maanden kapot gaat, rekening houdend met de uitspraken van de verkopende partij en zijn voorverkopers (de fabrikant.)
In de wetboeken is niet opgenomen dat een product gedurende de gemiddelde levensduur probleemloos mee moet gaan en als er een defect optreedt gedurende die gemiddelde levensduur, dus kan daar nooit of te nimmer een beroep op worden gedaan als noch de verkopende partij alsmede noch de voorverkopers of de fabrikant dit specifiek hebben vermeld, iets wat door sommige forumgebruikers dit stellig wordt verweerd.
In de Nederlandse wetboeken is niets opgenomen omtrent ondeugdelijkheid van een product, en ook niets opgenomen omtrent dat de verkopende partij gedurende een langere periode aansprakelijk is voor ieder gebrek aan het product.
Volgens de Europese Richtlijn is de verkopende partij gedurende de eerste 2 jaar na aankoop aansprakelijk voor ieder gebrek, terwijl de Nederlandse wetgever die regel niet heeft overgenomen (en kan daar dan ook geen rechten aan ontleent worden of een beroep op worden gedaan), maar heeft die regel aangepast in de regel dat de verkopende partij gedurende een langere periode (welke niet is vastgelegd) aansprakelijk is voor als het product niet conform de koopovereenkomst geleverd is of dat het product niet die eigenschappen bezit welke de consument op grond van de koopovereenkomst had mogen verwachten.
Wat ik verontrustend vind is dat diverse forumgebruikers dan klagen dat de consument dan de bewijslast niet rond kan krijgen omtrent het eisen van de kosteloze reparatie of vervanging, en dat daarom aan de term non-conformiteit meer zaken moet worden toegevoegd om voor de consument een langere periode en op een gemakkelijkere manier om toch die kosteloze reparatie of vervanging te kunnen eisen.
Een zeer verontrustende gang van zaken, omdat meer centraal staat om kosteloze reparatie of vervanging te kunnen eisen dan wat in de wetboek is vastgelegd.
In de Europese Richtlijn is wel een regel opgenomen omtrent de gemiddelde levensduur.
Er is bepaald dat als in de koopovereenkomst niets is vermeld omtrent de levensduur van een product of de garantieperiode, dat dan alleen in dat geval van de gemiddelde levensduur mag worden uitgegaan. Dus wat je dan redelijkerwijs ervan mag verwachten.
In het geval van de TS is dat niet van toepassing, omdat in de meeste koopovereenkomsten en garantiebewijzen van consumentenelectronica wel degelijk een bepaalde garantieperiode is vastgelegd. Dus als in de koopovereenkomst een garantieperiode is vastgelegd mag dus nooit de regel van de gemiddelde levensduur uit de Europese Richtlijn worden aangehaald.
De reden dat ik nu deze lap tekst neer gepend te hebben, is nogmaals zeer uitvoerig uiteenzetten wat nu wel of niet vastgelegd is.