1/2
Gunst, laat ik nu in mijn onnozelheid gedacht hebben dat de kwestie nu duidelijk was, maar ook ik heb het wel eens mis. Daarom probeer ik in helaas twee lange reacties nogmaals duidelijkheid te geven.
Samenvatting
Wie gaat samenwoning in het koophuis van een van beide partners heeft geen toestemming van de bank nodig.
Gaan samenwonen met een partner valt niet onder “in gebruik geven aan een derde”. Er is dus geen huurcontract noodzakelijk.
Banken hebben geen toegang tot de BRP. In individuele gevallen kan een bank het woonadres van een klant op aanvraag controleren bij de gemeente.
Even terug naar het begin:
Eerke96 schreef: ↑05 jul 2022 13:33
Beste,
Ik wil mij graag inschrijven op het adres van de koopwoning van mijn vriend in Oss. Ik wil bij hem intrekken en mijn antikraak woning opzeggen.
Nu was mijn vraag:
Kan ik mij daar gewoon inschrijven , of levert dat voor hem allemaal andere kosten op? (hypotheek die dan meteen veranderd?
(we snappen dat gas water ligt kosten omhoog gaan en dat de gemeente belastingen omhoog gaan).
Maar welke kosten gaan dan nog meer veranderen voor hem?
En kan ik mijzelf daar inschrijven zonder dat ik meteen mede eigenaar wordt van het huis (dat wil ik nu nog niet namelijk).?
Alvast bedankt
Daarop kwam onder andere deze reactie (de eerste van Jablan in dit topic):
Jablan schreef: ↑11 jul 2022 10:53
Als je geen mede-eigenaar wilt worden, dan heb je een huurcontract nodig, wat je vriend aan de hypotheekverstrekker moet geven.
Vaste lasten veranderen allemaal, met name de rioolheffing. Denk eraan je energie-termijnbedrag aan te passen naar een 2-persoonshuishouden.
Dit is pertinent onjuist.
Niemand wordt mede-eigenaar door te gaan samenwonen. Dat diverse vaste lasten en heffingen veranderen (hoger worden) klopt natuurlijk wel.
Na enige discussie kwam deze reactie:
Jablan schreef: ↑11 jul 2022 14:09
(...) Wat denk je van doorgeschoten wetgeving en opgelegde boetes? Hele financiële sector in Nederland is idioot voorzichtig geworden.
Huurcontract is het beste bewijs, dat je niets met de hypotheek te maken hebt. Oftewel jezelf indekken.
Dit kwam boven water omdat iemand in scheiding tijdelijk stond ingeschreven op een ander adres, zonder daar overigens te wonen. Automatische controles ...
Dit is pertinent onjuist
1. Dat een inwonende partner niets te maken heeft met de hypotheek van de partner-eigenaar blijkt uit de hypotheekakte.
2. Het gegeven voorbeeld is volstrekt irrelevant, want onvergelijkbaar met de situatie van TS. Ingeschreven staan op een adres zonder daar te wonen is overigens niet toegestaan.
3. Een bank kan geen
automatische controles uitoefenen op het woonadres van een klant. Banken hebben immers geen toegang tot de BRP. Een bank kan al helemaal niet
automatisch controleren of iemand daadwerkelijk woont op het adres waar een klant ingeschreven staat. Een bank kan alleen
bij de gemeente (dat is dus niet bij de BRP!) het woonadres van een klant verifiëren. De identiteit van de klant stelt de bank immers vast met het identiteitsbewijs, maar daarop staat niet het woonadres.
Na een aanhoudende en uitdijende discussie kwam een uitgebreide reactie, die ik voor de duidelijkheid in delen citeer, met weglating van enkele niet-relevante citaten met desbetreffende reacties:
Jablan schreef: ↑12 jul 2022 21:37
(...)
Samenvatting van alle adviezen: jullie moet iets regelen. Dat betekent naar de notaris en/of hypotheekadviseur en/of gemeente (geregistreerd partnerschap/huwelijk) en/of belastingdienst (fiscale partners). Naar keuze wordt het een samenlevingscontract, testament, huurcontract of officieel samen.
Dit is niet juist.
Het is niet noodzakelijk (“jullie moet”) iets te regelen.
Het enige wat noodzakelijk is dat TS zich laat inschrijven op haar woonadres. Als het goed is, vraagt de gemeente schriftelijk aan de hoofdbewoner (de vriend van TS, de partner-eigenaar) of hij daarmee instemt.
Een bezoek aan notaris of hypotheekadviseur is niet noodzakelijk. Een samenlevingscontract, testament, huurcontract of officieel samen (wat is dat laatste eigenlijk?) is niet noodzakelijk.
Natuurlijk is het zeer verstandig en wenselijk om onderlinge rechten en plichten goed te regelen, maar het “moet” niet.