Mijn opinie: KC DSI meet met twee maten
Geplaatst: 09 feb 2004 15:31
Nadat ik de donderdag jl. tien uitspraken van de Klachtencommissie DSI het afgelopen weekend eens duidelijk heb bestudeerd en ge-analyseerd kan ik niet anders dan tot de conclusie komen dat de Klachtencommissie met twee maten meet!
Voorop gesteld, dat is mijn persoonlijke mening.
In acht van deze uitspraken komt de Klachtencommissie tot een slap compromie waarbij "de geit en de kool worden gespaard".
Eén klacht wordt afgewezen. KCD nr. 10.
Edoch, één uitspraak KCD nr. 11 wordt vernietigd op basis van Art. 6: 228 BW (dwaling) met NOTABENE 5 contracten.
Wat ik absoluut mis in deze laatste uitspraak is de juiste onderbouwing van de KC waarom hier sprake zou zijn van dwaling terwijl acht van de andere uitspraken het slappe aftreksel van de compromie is geworden en dat er één uitspraak is afgewezen!
Na analyse van de tien uitspraken kan ik niet anders constateren dat alle tien de klachten practisch overeenkomen wat betreft de inhoud van de klacht namelijk dat alle tien de klachten grote bezwaren hadden wat betrof de misleiding van de aanbieder. Ik vind het onbegrijpelijk dat deze gezamelijke uitspraken zo enorm van karakter verschillen qua formulering in uitwerking hiervan. Althans de KC heeft onder geen beding een verklaring en motivatie gegeven waarom deze uitspraken zo verschillen terwijl de klachten "an sich" grote mate van overeenkomst vertoonden.
Inderdaad lijkt het er op dat "DSI een slager is die zijn eigen vlees keurt."
Als daarbij door de KC ook nog eens gesteld wordt dat "Niet gebleken is dat het reclame materiaal en/of folders misleidend waren", dan begrijp ik niet hoe de KC tot de uitspraak kon komen over KCD nr. 11 dat deze vijf contracten op grond van dwaling vernietigd moeten worden. Graag zou ik daar een betere onderbouwing van de KC over willen horen. Dit is echt broddel werk geweest van de KC en wordt onrecht gedaan aan alle mensen die op een ander manier zijn beoordeeld door deze Commisie.
In eerdere uitspraken van deze KC heb ik eensgelijke constering opgemerkt. In mijn opinie is deze Commisie absoluut niet onafhankelijk! Aan DSI de gelegenheid om dit tegen te spreken!
Verder doet de Klachtencommissie een uitspraak in KCD nr. 11 welke, volgens mij, niet in de eis van de klager is neergelegd maar waar de Klachtencommissie wel een expliciete uitspraak over doet. Het betreffende gedeelte hierover:
"Op 3 januari 2001 heeft klager met verweerder vijf aandelenlease-overeenkomsten gesloten. Deze overeenkomsten zijn te kwalificeren als strekkende tot huurkoop van aandelen. Van deze transacties is telkenmale een akte opgemaakt overeenkomstig artikel 7A:1576i BW die voldoet aan de vereisten van artikel 7A:1576j BW. Op grond van deze vijf - afgezien van de wijze van rentebetaling en de be-dra-gen waarvoor zij zijn gesloten - gelijksoortige overeenkomsten werden, met tussenpozen van één jaar, driemaal aandelen gekocht tegen de koers van de eerste aankoop."
Om duidelijkheid te verschaffen over artikel 7A: 1576i en j BW, heb ik hieronder de gehele wetstekst van artikel 1576 geplaatst. De betreffende artikelen heb ik een andere kleur gegeven:
VIJFDE TITEL A Van koop en verkoop op afbetaling
AFDELING 1 Van koop en verkoop op afbetaling in het algemeen
Art. 1576.
1. Koop en verkoop op afbetaling is de koop en verkoop, waarbij partijen overeenkomen dat de koopprijs wordt betaald in termijnen, waarvan twee of meer verschijnen, nadat de verkochte zaak aan de koper is afgeleverd.
2. De overeenkomst is niet van kracht voordat partijen de door de koper te betalen prijs hebben bepaald.
3. Alle overeenkomsten, welke dezelfde strekking hebben, onder welke vorm of welke benaming ook aangegaan, worden als koop en verkoop op afbetaling aangemerkt.
4. Koop en verkoop op afbetaling in de zin der wet zijn niet de overeenkomsten welke betrekking hebben op:
a. onroerende zaken,
b. zeeschepen waarvan de bruto-inhoud tenminste twintig kubieke meters of de bruto-tonnage tenminste 6 bedraagt, die teboekstaan of die teboekgesteld kunnen worden in het in artikel 193 van Boek 8 genoemde register,
c. binnenschepen die teboekstaan of die teboekgesteld moeten worden doch niet teboekstaan, in het in artikel 783 van Boek 8 genoemde register,
d. luchtvaartuigen teboekstaand in het register genoemd in de Wet teboekgestelde Luchtvaartuigen.
5. Het in deze titel bepaalde vindt overeenkomstige toepassing op vermogensrechten, niet zijnde registergoederen, voor zover dat in overeenstemming is met de aard van het recht.
Art. 1576a.
Van de bepalingen van deze titel mag slechts worden afgeweken, indien en voor zoover dit daaruit blijkt.
Art. 1576b.
1. Bedingen, waarbij of krachtens welke den schuldenaar, voor het geval hij eenige verplichting uit de overeenkomst niet vervult, de betaling van zekere som als schadevergoeding of eenige straf wordt of kan worden opgelegd, kunnen alleen bij schriftelijk aangegane overeenkomst worden gemaakt.
2. Indien de overeengekomen of opgelegde schadevergoeding of straf den rechter bovenmatig voorkomt, kan deze haar, ten aanzien van het hem voorgelegde geval, verminderen of opheffen.
Art. 1576c.
1. Vervroegde opeischbaarheid, als straf wegens nalatigheid van den kooper in het betalen van termijnen, kan alleen bedongen worden voor het geval de achterstand bedraagt, ten aanzien van één termijn tenminste een tiende, of ten aanzien van meer termijnen gezamenlijk tenminste een twintigste deel van den geheelen koopprijs.
2. Onder geheelen koopprijs wordt verstaan de som van alle betalingen, waartoe de kooper bij regelmatige nakoming van de overeenkomst gehouden is.
3. Het tweede lid van artikel 1576b is hier niet van toepassing.
Art. 1576d.
Op eenig beding, als bedoeld in de voorafgaande twee artikelen, kan wegens niet tijdige nakoming beroep alleen worden gedaan, indien de schuldenaar, na in gebreke te zijn gesteld, nalatig blijft om zijne verplichtingen na te komen.
Art. 1576e.
1. De kooper is steeds bevoegd tot vervroegde betaling van één of meer eerstvolgende termijnen van den koopprijs.
2. In geval van vervroegde betaling ineens van het geheele nog verschuldigde bedrag heeft hij recht op een aftrek, berekend naar vijf ten honderd 's jaars over elken daarbij vervroegd betaalden termijn.
3. Van de bepalingen van dit artikel kan ten voordeele van den kooper door partijen worden afgeweken.
Art. 1576f.
1. Overdracht, inpandgeving of elke andere handeling, waardoor de kooper aan den verkooper of aan een derde eenig recht toekent op zijn loon, pensioen of andere periodieke inkomsten wegens arbeidsovereenkomst, kan ter zake van koop en verkoop op afbetaling, behalve voor opeischbare verplichtingen, alleen geschieden voor betalingen, waartoe de kooper bij regelmatige nakoming van de overeenkomst zal gehouden zijn, en voor de kosten.
2. De handeling heeft alsdan geene werking dan naar gelang bedoelde termijnen verschijnen overeenkomstig een bij schriftelijke overeenkomst vastgelegd plan van regelmatige afbetaling of naar gelang er kosten vallen, telkens tot het beloop daarvan.
3. Bovendien is vereischt, dat de kooper, na in gebreke te zijn gesteld, nalatig is gebleven. Alleen de termijnen en kosten, waarover de ingebrekestelling is geschied, en die, welke daarna verschijnen, komen in aanmerking bij het bepalen van bedoelde werking.
4. Ten aanzien van hem, die de uitkeering wegens arbeidsovereenkomst verschuldigd is, heeft de handeling geen gevolg, alvorens de ingebrekestelling van den kooper en het plan van regelmatige afbetaling met opgave van hetgeen daarop voldaan is en van de gevorderde kosten schriftelijk te zijner kennis zijn gebracht, dan wel schriftelijk door hem zijn erkend. Betalingen, dienovereenkomstig te goeder trouw door hem gedaan, bevrijden hem tegenover den kooper.
Art. 1576g.
Volmacht tot invordering van loon, pensioen of andere periodieke vorderingen ter zake van eene arbeidsovereenkomst, onder welken vorm of welke benaming ook, door den kooper verleend, is steeds herroepelijk.
AFDELING 2 Van huurkoop
Art. 1576h.
1. Huurkoop is de koop en verkoop op afbetaling, waarbij partijen overeenkomen, dat de verkochte zaak niet door enkele aflevering in eigendom overgaat, maar pas door vervulling van de opschortende voorwaarde van algehele betaling van wat door de koper uit hoofde van de koopovereenkomst verschuldigd is.
2. Alle overeenkomsten, welke dezelfde strekking hebben, hetzij als huur en verhuur, hetzij onder anderen vorm of andere benaming aangegaan, worden als huurkoop aangemerkt.
3. Onder huurkoop is begrepen de overeenkomst, waarbij ter zake van een koop en verkoop een derde, die den eigendom der zaak verwerft, aan den kooper crediet verleent des dat het geheel van handelingen de strekking van huurkoop erlangt.
Art. 1576i.
1. Huurkoop wordt aangegaan bij authentieke of onderhandsche akte, welke voldoet aan de bepalingen van artikel 1576j.
2. Hetzelfde geldt voor overeenkomsten, welke bestaande overeenkomsten zoodanig wijzigen of aanvullen, dat daardoor huurkoop zou ontstaan.
3. Wordt de overeenkomst aangegaan bij onderhandsche akte, dan moet deze, zoo de kooper dit verlangt, in dubbel worden opgemaakt.
4. Het dubbel, of zoo dit niet is opgemaakt, een authenthiek of door den verkooper onderteekend afschrift, wordt zoo spoedig mogelijk na het sluiten van de overeenkomst door den verkooper aan den kooper verstrekt.
5. Verder afschrift kan de kooper te allen tijde tegen betaling van de kosten vorderen.
Art. 1576j.
1. De akte van huurkoop moet duidelijk vermelden den geheelen koopprijs, als bedoeld in artikel 1576c, het plan van regelmatige afbetaling, als bedoeld in artikel 1576f, en de bedingen betreffende voorbehoud en overgang van eigendom.
2. In de gevallen, bedoeld in het tweede en het derde lid van artikel 1576h, treden de overeenkomstige gegevens hiervoor in de plaats.
3. Ontbreekt eene akte, welke voldoet aan genoemde voorwaarden, dan geldt de overeenkomst niet als huurkoop, doch wordt de koop en verkoop op afbetaling geacht te zijn gesloten zonder beding, dat de verkochte zaak niet door enkele aflevering aan den kooper overgaat.
Art. 1576k.
Ter zake van huurkoop kan de koper, indien hij bij het aangaan van de overeenkomst werkelijke woonplaats in een gemeente in Nederland heeft, geen woonplaats kiezen, behalve voor het geval dat hij te eniger tijd geen bekende werkelijke woonplaats in die gemeente mocht hebben.
Art. 1576l.
1. De verkoper is verplicht de verkochte zaak aan de koper te leveren door aan deze de macht over de zaak te verschaffen. Op zijn verdere verplichtingen zijn de bepalingen van de eerste, tweede en derde afdeling van titel 1 van Boek 7 van toepassing.
2. Vervreemding door den verkooper van de in huurkoop afgeleverde zaak werkt niet ten nadeele van den huurkooper.
Art. 1576m.
1. De kooper heeft van de zaak, die hij krachtens huurkoop onder zich heeft, het genot, ook voordat hij den eigendom daarvan verkrijgt.
2. Hij mag de zaak gebruiken overeenkomstig hare bestemming.
3. Hare gedaante of inrichting mag hij niet veranderen, noch de zaak verhuren of zijn genot aan anderen afstaan.
4. De zaak is voor risico van de koper van de aflevering af. De leden 2, 3 en 4 van artikel 10 van Boek 7 zijn van toepassing.
5. Van deze bepalingen kan bij overeenkomst worden afgeweken. Van lid 4 kan echter bij een consumentenkoop niet ten nadele van de koper worden afgeweken.
Art. 1576n.
1. De vruchten, welke de zaak tijdens het genot oplevert, behooren den kooper toe. Voorzoover bij de akte van huurkoop hiervan is afgeweken, heeft de kooper niettemin het genot der vruchten, indien niet anders is overeengekomen.
2. De burgerlijke vruchten worden, voor zoover niet anders is overeengekomen, gerekend van dag tot dag verkregen te worden en den kooper toe te behooren, naarmate zijn genot duurt, welk ook het tijdstip moge wezen, waarop dezelve betaalbaar zijn.
3. De verplichting tot teruggave van de in huurkoop afgeleverde zaak omvat die tot teruggave van de vruchten, welke den verkooper toebehooren.
Art. 1576o.
Vervallen.
In een eerdere reactie op dit forum is dit al eens eerder behandeld. Alleen kon ik dat niet zo gauw terug vinden tussen al de duizenden reacties die hier op dit forum zijn gegeven.
Hiermee haalt de Klachtencommisie - en eigenlijk ongevraagd - de stelling onderuit, zeer expliciet, van dexia dat aandelenlease geen huurovereenkomst zijn. Voeg daarbij de uitspraak van de Rechtbank in Amsterdan van 13 november 2003 en de uitspraak van de Rechtbank in Utrecht van afgelopen donderdag die ook tot de conclusie kwamen dat aandelenlease onder huurkoop vallen, dan is het onbegrijpelijk dat dexia dit toch nog steeds blijft beweren. Dit moet wel gezien worden als een enorme vertragingstactiek van dexia om de boel jarenlang te blijven rekken en dit tot aan casatie te blijven bestrijden!!!
Voorop gesteld, dat is mijn persoonlijke mening.
In acht van deze uitspraken komt de Klachtencommissie tot een slap compromie waarbij "de geit en de kool worden gespaard".
Eén klacht wordt afgewezen. KCD nr. 10.
Edoch, één uitspraak KCD nr. 11 wordt vernietigd op basis van Art. 6: 228 BW (dwaling) met NOTABENE 5 contracten.
Wat ik absoluut mis in deze laatste uitspraak is de juiste onderbouwing van de KC waarom hier sprake zou zijn van dwaling terwijl acht van de andere uitspraken het slappe aftreksel van de compromie is geworden en dat er één uitspraak is afgewezen!
Na analyse van de tien uitspraken kan ik niet anders constateren dat alle tien de klachten practisch overeenkomen wat betreft de inhoud van de klacht namelijk dat alle tien de klachten grote bezwaren hadden wat betrof de misleiding van de aanbieder. Ik vind het onbegrijpelijk dat deze gezamelijke uitspraken zo enorm van karakter verschillen qua formulering in uitwerking hiervan. Althans de KC heeft onder geen beding een verklaring en motivatie gegeven waarom deze uitspraken zo verschillen terwijl de klachten "an sich" grote mate van overeenkomst vertoonden.
Inderdaad lijkt het er op dat "DSI een slager is die zijn eigen vlees keurt."
Als daarbij door de KC ook nog eens gesteld wordt dat "Niet gebleken is dat het reclame materiaal en/of folders misleidend waren", dan begrijp ik niet hoe de KC tot de uitspraak kon komen over KCD nr. 11 dat deze vijf contracten op grond van dwaling vernietigd moeten worden. Graag zou ik daar een betere onderbouwing van de KC over willen horen. Dit is echt broddel werk geweest van de KC en wordt onrecht gedaan aan alle mensen die op een ander manier zijn beoordeeld door deze Commisie.
In eerdere uitspraken van deze KC heb ik eensgelijke constering opgemerkt. In mijn opinie is deze Commisie absoluut niet onafhankelijk! Aan DSI de gelegenheid om dit tegen te spreken!
Verder doet de Klachtencommissie een uitspraak in KCD nr. 11 welke, volgens mij, niet in de eis van de klager is neergelegd maar waar de Klachtencommissie wel een expliciete uitspraak over doet. Het betreffende gedeelte hierover:
"Op 3 januari 2001 heeft klager met verweerder vijf aandelenlease-overeenkomsten gesloten. Deze overeenkomsten zijn te kwalificeren als strekkende tot huurkoop van aandelen. Van deze transacties is telkenmale een akte opgemaakt overeenkomstig artikel 7A:1576i BW die voldoet aan de vereisten van artikel 7A:1576j BW. Op grond van deze vijf - afgezien van de wijze van rentebetaling en de be-dra-gen waarvoor zij zijn gesloten - gelijksoortige overeenkomsten werden, met tussenpozen van één jaar, driemaal aandelen gekocht tegen de koers van de eerste aankoop."
Om duidelijkheid te verschaffen over artikel 7A: 1576i en j BW, heb ik hieronder de gehele wetstekst van artikel 1576 geplaatst. De betreffende artikelen heb ik een andere kleur gegeven:
VIJFDE TITEL A Van koop en verkoop op afbetaling
AFDELING 1 Van koop en verkoop op afbetaling in het algemeen
Art. 1576.
1. Koop en verkoop op afbetaling is de koop en verkoop, waarbij partijen overeenkomen dat de koopprijs wordt betaald in termijnen, waarvan twee of meer verschijnen, nadat de verkochte zaak aan de koper is afgeleverd.
2. De overeenkomst is niet van kracht voordat partijen de door de koper te betalen prijs hebben bepaald.
3. Alle overeenkomsten, welke dezelfde strekking hebben, onder welke vorm of welke benaming ook aangegaan, worden als koop en verkoop op afbetaling aangemerkt.
4. Koop en verkoop op afbetaling in de zin der wet zijn niet de overeenkomsten welke betrekking hebben op:
a. onroerende zaken,
b. zeeschepen waarvan de bruto-inhoud tenminste twintig kubieke meters of de bruto-tonnage tenminste 6 bedraagt, die teboekstaan of die teboekgesteld kunnen worden in het in artikel 193 van Boek 8 genoemde register,
c. binnenschepen die teboekstaan of die teboekgesteld moeten worden doch niet teboekstaan, in het in artikel 783 van Boek 8 genoemde register,
d. luchtvaartuigen teboekstaand in het register genoemd in de Wet teboekgestelde Luchtvaartuigen.
5. Het in deze titel bepaalde vindt overeenkomstige toepassing op vermogensrechten, niet zijnde registergoederen, voor zover dat in overeenstemming is met de aard van het recht.
Art. 1576a.
Van de bepalingen van deze titel mag slechts worden afgeweken, indien en voor zoover dit daaruit blijkt.
Art. 1576b.
1. Bedingen, waarbij of krachtens welke den schuldenaar, voor het geval hij eenige verplichting uit de overeenkomst niet vervult, de betaling van zekere som als schadevergoeding of eenige straf wordt of kan worden opgelegd, kunnen alleen bij schriftelijk aangegane overeenkomst worden gemaakt.
2. Indien de overeengekomen of opgelegde schadevergoeding of straf den rechter bovenmatig voorkomt, kan deze haar, ten aanzien van het hem voorgelegde geval, verminderen of opheffen.
Art. 1576c.
1. Vervroegde opeischbaarheid, als straf wegens nalatigheid van den kooper in het betalen van termijnen, kan alleen bedongen worden voor het geval de achterstand bedraagt, ten aanzien van één termijn tenminste een tiende, of ten aanzien van meer termijnen gezamenlijk tenminste een twintigste deel van den geheelen koopprijs.
2. Onder geheelen koopprijs wordt verstaan de som van alle betalingen, waartoe de kooper bij regelmatige nakoming van de overeenkomst gehouden is.
3. Het tweede lid van artikel 1576b is hier niet van toepassing.
Art. 1576d.
Op eenig beding, als bedoeld in de voorafgaande twee artikelen, kan wegens niet tijdige nakoming beroep alleen worden gedaan, indien de schuldenaar, na in gebreke te zijn gesteld, nalatig blijft om zijne verplichtingen na te komen.
Art. 1576e.
1. De kooper is steeds bevoegd tot vervroegde betaling van één of meer eerstvolgende termijnen van den koopprijs.
2. In geval van vervroegde betaling ineens van het geheele nog verschuldigde bedrag heeft hij recht op een aftrek, berekend naar vijf ten honderd 's jaars over elken daarbij vervroegd betaalden termijn.
3. Van de bepalingen van dit artikel kan ten voordeele van den kooper door partijen worden afgeweken.
Art. 1576f.
1. Overdracht, inpandgeving of elke andere handeling, waardoor de kooper aan den verkooper of aan een derde eenig recht toekent op zijn loon, pensioen of andere periodieke inkomsten wegens arbeidsovereenkomst, kan ter zake van koop en verkoop op afbetaling, behalve voor opeischbare verplichtingen, alleen geschieden voor betalingen, waartoe de kooper bij regelmatige nakoming van de overeenkomst zal gehouden zijn, en voor de kosten.
2. De handeling heeft alsdan geene werking dan naar gelang bedoelde termijnen verschijnen overeenkomstig een bij schriftelijke overeenkomst vastgelegd plan van regelmatige afbetaling of naar gelang er kosten vallen, telkens tot het beloop daarvan.
3. Bovendien is vereischt, dat de kooper, na in gebreke te zijn gesteld, nalatig is gebleven. Alleen de termijnen en kosten, waarover de ingebrekestelling is geschied, en die, welke daarna verschijnen, komen in aanmerking bij het bepalen van bedoelde werking.
4. Ten aanzien van hem, die de uitkeering wegens arbeidsovereenkomst verschuldigd is, heeft de handeling geen gevolg, alvorens de ingebrekestelling van den kooper en het plan van regelmatige afbetaling met opgave van hetgeen daarop voldaan is en van de gevorderde kosten schriftelijk te zijner kennis zijn gebracht, dan wel schriftelijk door hem zijn erkend. Betalingen, dienovereenkomstig te goeder trouw door hem gedaan, bevrijden hem tegenover den kooper.
Art. 1576g.
Volmacht tot invordering van loon, pensioen of andere periodieke vorderingen ter zake van eene arbeidsovereenkomst, onder welken vorm of welke benaming ook, door den kooper verleend, is steeds herroepelijk.
AFDELING 2 Van huurkoop
Art. 1576h.
1. Huurkoop is de koop en verkoop op afbetaling, waarbij partijen overeenkomen, dat de verkochte zaak niet door enkele aflevering in eigendom overgaat, maar pas door vervulling van de opschortende voorwaarde van algehele betaling van wat door de koper uit hoofde van de koopovereenkomst verschuldigd is.
2. Alle overeenkomsten, welke dezelfde strekking hebben, hetzij als huur en verhuur, hetzij onder anderen vorm of andere benaming aangegaan, worden als huurkoop aangemerkt.
3. Onder huurkoop is begrepen de overeenkomst, waarbij ter zake van een koop en verkoop een derde, die den eigendom der zaak verwerft, aan den kooper crediet verleent des dat het geheel van handelingen de strekking van huurkoop erlangt.
Art. 1576i.
1. Huurkoop wordt aangegaan bij authentieke of onderhandsche akte, welke voldoet aan de bepalingen van artikel 1576j.
2. Hetzelfde geldt voor overeenkomsten, welke bestaande overeenkomsten zoodanig wijzigen of aanvullen, dat daardoor huurkoop zou ontstaan.
3. Wordt de overeenkomst aangegaan bij onderhandsche akte, dan moet deze, zoo de kooper dit verlangt, in dubbel worden opgemaakt.
4. Het dubbel, of zoo dit niet is opgemaakt, een authenthiek of door den verkooper onderteekend afschrift, wordt zoo spoedig mogelijk na het sluiten van de overeenkomst door den verkooper aan den kooper verstrekt.
5. Verder afschrift kan de kooper te allen tijde tegen betaling van de kosten vorderen.
Art. 1576j.
1. De akte van huurkoop moet duidelijk vermelden den geheelen koopprijs, als bedoeld in artikel 1576c, het plan van regelmatige afbetaling, als bedoeld in artikel 1576f, en de bedingen betreffende voorbehoud en overgang van eigendom.
2. In de gevallen, bedoeld in het tweede en het derde lid van artikel 1576h, treden de overeenkomstige gegevens hiervoor in de plaats.
3. Ontbreekt eene akte, welke voldoet aan genoemde voorwaarden, dan geldt de overeenkomst niet als huurkoop, doch wordt de koop en verkoop op afbetaling geacht te zijn gesloten zonder beding, dat de verkochte zaak niet door enkele aflevering aan den kooper overgaat.
Art. 1576k.
Ter zake van huurkoop kan de koper, indien hij bij het aangaan van de overeenkomst werkelijke woonplaats in een gemeente in Nederland heeft, geen woonplaats kiezen, behalve voor het geval dat hij te eniger tijd geen bekende werkelijke woonplaats in die gemeente mocht hebben.
Art. 1576l.
1. De verkoper is verplicht de verkochte zaak aan de koper te leveren door aan deze de macht over de zaak te verschaffen. Op zijn verdere verplichtingen zijn de bepalingen van de eerste, tweede en derde afdeling van titel 1 van Boek 7 van toepassing.
2. Vervreemding door den verkooper van de in huurkoop afgeleverde zaak werkt niet ten nadeele van den huurkooper.
Art. 1576m.
1. De kooper heeft van de zaak, die hij krachtens huurkoop onder zich heeft, het genot, ook voordat hij den eigendom daarvan verkrijgt.
2. Hij mag de zaak gebruiken overeenkomstig hare bestemming.
3. Hare gedaante of inrichting mag hij niet veranderen, noch de zaak verhuren of zijn genot aan anderen afstaan.
4. De zaak is voor risico van de koper van de aflevering af. De leden 2, 3 en 4 van artikel 10 van Boek 7 zijn van toepassing.
5. Van deze bepalingen kan bij overeenkomst worden afgeweken. Van lid 4 kan echter bij een consumentenkoop niet ten nadele van de koper worden afgeweken.
Art. 1576n.
1. De vruchten, welke de zaak tijdens het genot oplevert, behooren den kooper toe. Voorzoover bij de akte van huurkoop hiervan is afgeweken, heeft de kooper niettemin het genot der vruchten, indien niet anders is overeengekomen.
2. De burgerlijke vruchten worden, voor zoover niet anders is overeengekomen, gerekend van dag tot dag verkregen te worden en den kooper toe te behooren, naarmate zijn genot duurt, welk ook het tijdstip moge wezen, waarop dezelve betaalbaar zijn.
3. De verplichting tot teruggave van de in huurkoop afgeleverde zaak omvat die tot teruggave van de vruchten, welke den verkooper toebehooren.
Art. 1576o.
Vervallen.
In een eerdere reactie op dit forum is dit al eens eerder behandeld. Alleen kon ik dat niet zo gauw terug vinden tussen al de duizenden reacties die hier op dit forum zijn gegeven.
Hiermee haalt de Klachtencommisie - en eigenlijk ongevraagd - de stelling onderuit, zeer expliciet, van dexia dat aandelenlease geen huurovereenkomst zijn. Voeg daarbij de uitspraak van de Rechtbank in Amsterdan van 13 november 2003 en de uitspraak van de Rechtbank in Utrecht van afgelopen donderdag die ook tot de conclusie kwamen dat aandelenlease onder huurkoop vallen, dan is het onbegrijpelijk dat dexia dit toch nog steeds blijft beweren. Dit moet wel gezien worden als een enorme vertragingstactiek van dexia om de boel jarenlang te blijven rekken en dit tot aan casatie te blijven bestrijden!!!