Eega's niet meer betalen!!!!!!!!!!!!!
Geplaatst: 19 feb 2003 18:41
Zie bericht van Maarten en Simone hier onder
Hallo allemaal,
Vandaag heb ik de parlementaire geschiedenis van art. 7A:1576 ev. doorgenomen. Er werd niet uitvoerig ingegaan op de koop op afbetaling en de huurkoop, omdat tegelijkertijd de invoering van de bepalingen van consumentenkoop plaatsvond, waarover meer geproken werd. Wat ik er wel vond, en wat volgens mij erg belangrijk zou kunnen zijn (ik houd hier een slag om de arm!), is het volgende:
Art. 7A:1576 lid 5 luidt: "Het in deze titel (koop op afbetaling, Simone) bepaalde vindt overeenkomstige toepassing op vermogensrechten, niet zijnde registergoederen, voor zover dat in overeenstemming is met de aard van het recht."
De parlementaire geschiedenis zegt daarover het volgende:
Kamerstukken Tweede Kamer 16979, vergaderjaar 1981, Vaststelling en invoering van titel 7.1 (koop en ruil) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, nr.3, Memorie van Toelichting, blz. 66:
"Lid 1 (van art. 1576, Simone) spreekt, evenals de andere bepalingen van deze afdeling, van de koop en verkoop op afbetaling van ZAKEN. Blijkens art. 3.1.1.1 (later art. 3:2 BW, Simone) moet in het nieuwe BW onder het begrip zaak verstaan worden: een voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk object. Derhalve omvat het begrip zaak in het nieuwe BW niet meer de vermogensrechten, zulks in afwijking van het woordgebruik in art. 555 BW (nu art. 3:1, Simone); men zie ook artikel 3.1.1.0 (nu ook art. 3:1 BW, Simone). Het nieuwe vijfde lid strekt ertoe de toepasselijkheid van deze afdeling (*, Simone) op de koop op afbetaling van vermogensrechten te handhaven, en doet dit op een wijze die vergelijkbaar is met art. 7.1.10.1 (nu art. 7:47 BW, Simone) voor de koop in het algemeen."
Goed nieuws, wellicht? Het is nu duidelijk dat art. 7A: 1576 lid 5 de titel (echter, de Memorie van Toelichting spreekt over 'de afdeling' i.t.t 'de titel', zie *) ook van toepassing verklaart op koop op afbetaling van vermogensrechten. Nu aandelenlease een huurkoopconstructie betreft, wat een species is van koop op afbetaling, moet deze overeenkomst vallen onder het toestemmingsvereiste van art. 1:88 lid 1 sub d. Immers, de Memorie van Antwoord van art. 1:88 bepaalt daarover het volgende:
"Wat koop op afbetaling is, is gedefinieerd in art. 1576 etc." Dat daaronder ook huurkoop valt, wordt nergens bestreden. De Asser Personen-en Familierecht zegt het als volgt:
"De vraag wat onder 'koop op afbetaling' moet worden verstaan, wordt beantwoord door art. 7A:1576 lid 1 en 2 BW. Daar wordt de koop op afbetaling in het algemeen, dus inbegrepen huurkoop, gedefinieerd."
Zoals ik het nu lees, zou art. 1:88 lid 1 sub d wél van toepassing zijn, de contracten zouden dus binnen 3 jaar vernietigd kunnen worden. Ik ben benieuwd naar evt. commentaar van jullie...
prettig weekend,
Simone
geplaatst door joost op 12-02-2003 om 13:46
joost
Maarten
Dat begrijp ik wel maar het volgende
Je voldoet aan het gestelde in art 88 de 2 termijnen zijn van toepassing enz
Wat is dan mijn positie of die van mijn echtgenote indien er geen reactie komt van Dexia.
Dexia stelt het contract is geldig. Mijn echtgenote zegt het contract is niet geldig.
Betekent dit dat Dexia dan meer rechten heeft daar ze stelt je moet betalen wij hebben een rechtsgeldig contract terwijl mijn partner zegt het contract is niet rechtsgeldig dus ik betaal niet.
Groeten Joost
geplaatst door Maarten op 12-02-2003 om 13:55
Maarten
Joost,
Het contract is rechtsgeldig zolang het niet is vernietigd.
Je vrouw vordert dus vernietiging van het contract o.b.v. art. 88. Dexia gaat daar niet mee accoord en dus zal de overeenkost door een rechtelijke uitspraak moeten worden vernietigd. Nogmaals, zolang die uitspraak er niet is, is het contract rechsteldig, staat Dexia in haar recht en kan zij nakoming (van de termijnbetalingen) vorderen.
groet Maarten
Ha Maarten,
Een kleine nuancering ten aanzien van jouw berichtje van 12-02-2003, 13.55 uur. Ik citeer:
"Het contract is rechtsgeldig zolang het niet is vernietigd.
Je vrouw vordert dus vernietiging van het contract o.b.v. art. 88. Dexia gaat daar niet mee accoord en dus zal de overeenkost door een rechtelijke uitspraak moeten worden vernietigd. Nogmaals, zolang die uitspraak er niet is, is het contract rechsteldig, staat Dexia in haar recht en kan zij nakoming (van de termijnbetalingen) vorderen"
Einde citaat.
Inderdaad is de overeenkomst rechtsgeldig totdat de onderliggende rechtshandeling is vernietigd en daarmee de titel aan de overeenkomst komt te ontvallen. Echter, de wet schept in art. 3:49 BW uitdrukkelijk de mogelijkheid tot buitengerechtelijke vernietiging. Met andere woorden: vanaf het moment dat de verklaring van de echtgenoot die niet heeft meegetekend Dexia heeft bereikt, evt. door middel van een brief, is de rechtshandeling vernietigd.
De vernietiging treedt dus al in door middel van de verklaring van de echtgenoot die niet heeft meegetekend. Als Dexia hiermee niet accoord gaat, dan zal zij uiteraard weigeren het reeds betaalde geld terug te storten. In dat geval zal de echtgenoot zich tot de rechter moeten wenden en hem door zijn uitspraak de reeds ten gevolge van zijn verklaring ingetreden vernietiging laten bevestigen: art. 3:49 jo. 3:51. Mijns inziens staat Dexia dus NIET in haar recht, als zij na ontvangst van een buitengerechtelijke verklaring tot vernietiging nakoming van de overeenkomst vordert. Zij kan hoogstens in rechte de geldigheid van de vernietigingsgrond betwisten.
Eigenlijk behoeft men dus, naar mijn mening, niet meer te betalen nadat de echtgenoot die niet heeft meegetekend de overeenkomst heeft vernietigd door middel van een buitengerechtelijke verklaring. Misschien zal Dexia dan, na eventuele herhaaldelijke sommaties per post en/of via incassobureau's, overgaan tot een incassoprocedure tegen de ene echtgenoot voor de rechter. In dat geval zal de andere echtgenoot zich ex art. 217 Rv kunnen voegen in de procedure. Hij of zij kan dan op de vernietigingsgrond (en de reeds gedane buitengerechtelijke vernietiging) een beroep doen ter afwering van de incassovordering op zijn of haar echtgenoot ex 3:51 lid 3 BW.
Hoe denk jij hierover?
groet,
Simone
Tot slot, enigzins off-topic, een klein woordje over de gevolgen van de vernietiging: deze heeft terugwerkende kracht, art. 3:53 lid 1. De rechtshandeling wordt, na vernietiging, geacht van de aanvang af nietig te zijn geweest. Hetgeen reeds is gepresteerd kan met een vordering uit onverschuldigde betaling, art. 6:203 ev., worden teruggevorderd. Dit behoudens eventuele toepasselijkheid van partiële nietigheid: art. 3:41, conversie: art. 3:42 etc.
geplaatst door Maarten op 19-02-2003 om 16:37
Maarten
Ja Simone, je hebt gelijk. Het wordt zelfs ook nog aangehaald in BW boek 1:89 lid 4.
Boek 1:89 lid 4
4. De verklaring of rechtsvordering tot vernietiging behoeft in afwijking van de artikelen 50 lid 1 en 51 lid 2 van Boek 3 niet mede te worden gericht tot de echtgenoot die de handeling heeft verricht.
groet Maarten
Dus allen de incasso stop zetten dan
Groeten Joost
Hallo allemaal,
Vandaag heb ik de parlementaire geschiedenis van art. 7A:1576 ev. doorgenomen. Er werd niet uitvoerig ingegaan op de koop op afbetaling en de huurkoop, omdat tegelijkertijd de invoering van de bepalingen van consumentenkoop plaatsvond, waarover meer geproken werd. Wat ik er wel vond, en wat volgens mij erg belangrijk zou kunnen zijn (ik houd hier een slag om de arm!), is het volgende:
Art. 7A:1576 lid 5 luidt: "Het in deze titel (koop op afbetaling, Simone) bepaalde vindt overeenkomstige toepassing op vermogensrechten, niet zijnde registergoederen, voor zover dat in overeenstemming is met de aard van het recht."
De parlementaire geschiedenis zegt daarover het volgende:
Kamerstukken Tweede Kamer 16979, vergaderjaar 1981, Vaststelling en invoering van titel 7.1 (koop en ruil) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, nr.3, Memorie van Toelichting, blz. 66:
"Lid 1 (van art. 1576, Simone) spreekt, evenals de andere bepalingen van deze afdeling, van de koop en verkoop op afbetaling van ZAKEN. Blijkens art. 3.1.1.1 (later art. 3:2 BW, Simone) moet in het nieuwe BW onder het begrip zaak verstaan worden: een voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk object. Derhalve omvat het begrip zaak in het nieuwe BW niet meer de vermogensrechten, zulks in afwijking van het woordgebruik in art. 555 BW (nu art. 3:1, Simone); men zie ook artikel 3.1.1.0 (nu ook art. 3:1 BW, Simone). Het nieuwe vijfde lid strekt ertoe de toepasselijkheid van deze afdeling (*, Simone) op de koop op afbetaling van vermogensrechten te handhaven, en doet dit op een wijze die vergelijkbaar is met art. 7.1.10.1 (nu art. 7:47 BW, Simone) voor de koop in het algemeen."
Goed nieuws, wellicht? Het is nu duidelijk dat art. 7A: 1576 lid 5 de titel (echter, de Memorie van Toelichting spreekt over 'de afdeling' i.t.t 'de titel', zie *) ook van toepassing verklaart op koop op afbetaling van vermogensrechten. Nu aandelenlease een huurkoopconstructie betreft, wat een species is van koop op afbetaling, moet deze overeenkomst vallen onder het toestemmingsvereiste van art. 1:88 lid 1 sub d. Immers, de Memorie van Antwoord van art. 1:88 bepaalt daarover het volgende:
"Wat koop op afbetaling is, is gedefinieerd in art. 1576 etc." Dat daaronder ook huurkoop valt, wordt nergens bestreden. De Asser Personen-en Familierecht zegt het als volgt:
"De vraag wat onder 'koop op afbetaling' moet worden verstaan, wordt beantwoord door art. 7A:1576 lid 1 en 2 BW. Daar wordt de koop op afbetaling in het algemeen, dus inbegrepen huurkoop, gedefinieerd."
Zoals ik het nu lees, zou art. 1:88 lid 1 sub d wél van toepassing zijn, de contracten zouden dus binnen 3 jaar vernietigd kunnen worden. Ik ben benieuwd naar evt. commentaar van jullie...
prettig weekend,
Simone
geplaatst door joost op 12-02-2003 om 13:46
joost
Maarten
Dat begrijp ik wel maar het volgende
Je voldoet aan het gestelde in art 88 de 2 termijnen zijn van toepassing enz
Wat is dan mijn positie of die van mijn echtgenote indien er geen reactie komt van Dexia.
Dexia stelt het contract is geldig. Mijn echtgenote zegt het contract is niet geldig.
Betekent dit dat Dexia dan meer rechten heeft daar ze stelt je moet betalen wij hebben een rechtsgeldig contract terwijl mijn partner zegt het contract is niet rechtsgeldig dus ik betaal niet.
Groeten Joost
geplaatst door Maarten op 12-02-2003 om 13:55
Maarten
Joost,
Het contract is rechtsgeldig zolang het niet is vernietigd.
Je vrouw vordert dus vernietiging van het contract o.b.v. art. 88. Dexia gaat daar niet mee accoord en dus zal de overeenkost door een rechtelijke uitspraak moeten worden vernietigd. Nogmaals, zolang die uitspraak er niet is, is het contract rechsteldig, staat Dexia in haar recht en kan zij nakoming (van de termijnbetalingen) vorderen.
groet Maarten
Ha Maarten,
Een kleine nuancering ten aanzien van jouw berichtje van 12-02-2003, 13.55 uur. Ik citeer:
"Het contract is rechtsgeldig zolang het niet is vernietigd.
Je vrouw vordert dus vernietiging van het contract o.b.v. art. 88. Dexia gaat daar niet mee accoord en dus zal de overeenkost door een rechtelijke uitspraak moeten worden vernietigd. Nogmaals, zolang die uitspraak er niet is, is het contract rechsteldig, staat Dexia in haar recht en kan zij nakoming (van de termijnbetalingen) vorderen"
Einde citaat.
Inderdaad is de overeenkomst rechtsgeldig totdat de onderliggende rechtshandeling is vernietigd en daarmee de titel aan de overeenkomst komt te ontvallen. Echter, de wet schept in art. 3:49 BW uitdrukkelijk de mogelijkheid tot buitengerechtelijke vernietiging. Met andere woorden: vanaf het moment dat de verklaring van de echtgenoot die niet heeft meegetekend Dexia heeft bereikt, evt. door middel van een brief, is de rechtshandeling vernietigd.
De vernietiging treedt dus al in door middel van de verklaring van de echtgenoot die niet heeft meegetekend. Als Dexia hiermee niet accoord gaat, dan zal zij uiteraard weigeren het reeds betaalde geld terug te storten. In dat geval zal de echtgenoot zich tot de rechter moeten wenden en hem door zijn uitspraak de reeds ten gevolge van zijn verklaring ingetreden vernietiging laten bevestigen: art. 3:49 jo. 3:51. Mijns inziens staat Dexia dus NIET in haar recht, als zij na ontvangst van een buitengerechtelijke verklaring tot vernietiging nakoming van de overeenkomst vordert. Zij kan hoogstens in rechte de geldigheid van de vernietigingsgrond betwisten.
Eigenlijk behoeft men dus, naar mijn mening, niet meer te betalen nadat de echtgenoot die niet heeft meegetekend de overeenkomst heeft vernietigd door middel van een buitengerechtelijke verklaring. Misschien zal Dexia dan, na eventuele herhaaldelijke sommaties per post en/of via incassobureau's, overgaan tot een incassoprocedure tegen de ene echtgenoot voor de rechter. In dat geval zal de andere echtgenoot zich ex art. 217 Rv kunnen voegen in de procedure. Hij of zij kan dan op de vernietigingsgrond (en de reeds gedane buitengerechtelijke vernietiging) een beroep doen ter afwering van de incassovordering op zijn of haar echtgenoot ex 3:51 lid 3 BW.
Hoe denk jij hierover?
groet,
Simone
Tot slot, enigzins off-topic, een klein woordje over de gevolgen van de vernietiging: deze heeft terugwerkende kracht, art. 3:53 lid 1. De rechtshandeling wordt, na vernietiging, geacht van de aanvang af nietig te zijn geweest. Hetgeen reeds is gepresteerd kan met een vordering uit onverschuldigde betaling, art. 6:203 ev., worden teruggevorderd. Dit behoudens eventuele toepasselijkheid van partiële nietigheid: art. 3:41, conversie: art. 3:42 etc.
geplaatst door Maarten op 19-02-2003 om 16:37
Maarten
Ja Simone, je hebt gelijk. Het wordt zelfs ook nog aangehaald in BW boek 1:89 lid 4.
Boek 1:89 lid 4
4. De verklaring of rechtsvordering tot vernietiging behoeft in afwijking van de artikelen 50 lid 1 en 51 lid 2 van Boek 3 niet mede te worden gericht tot de echtgenoot die de handeling heeft verricht.
groet Maarten
Dus allen de incasso stop zetten dan
Groeten Joost