DE WERELD OP ZIJN KOP; nieuwe wat gekuiste versie
Geplaatst: 07 mei 2003 21:49
DE WERELD OP ZIJN KOP
Met opperste verbazing las ik op de beurspagina van het Parool van vrijdag 2 mei jl. het artikel van journalist Ton Damen over met name de kopers van aandelenleaseproducten. Tom Loonen, bankier en schrijver van het jaarverslag van de Klachtencommissie DSI, wordt door Damen als deskundige opgevoerd. DSI (Dutch Securities Institute) is een orgaan van de Amsterdamse effectenbeurs en maakt als zodanig deel uit van de financiële wereld.
Ton Damen heeft zich eenzijdig laten informeren door iemand uit de financiële wereld en is niet te rade gegaan bij gedupeerden van aandelenleaseproducten. Over deze gedupeerden worden ongefundeerde en subjectieve uitspraken gedaan en we kunnen dan slechts concluderen, dat Damen zich onvoldoende heeft laten leiden door de journalistieke gedragscodes. Volgens Tom Loonen zijn de gedupeerden “wanbetalers” met “claimgedrag”, die “lont ruiken” en “door al die rechtszaken om hen heen al gauw denken dat ook zij een zaak hebben, want niet geschoten is altijd mis”, aldus de ongenuanceerd redenerende bankier Loonen. Je vraagt je af waarom Ton Damen zo’n eenzijdig betoog heeft gepubliceerd. Als journalist weet hij maar al te goed dat putten uit meerdere bronnen de kwaliteit van een artikel ten goede komt. Kennelijk spoort zijn visie op het gedrag van aandelenleasecontractanten goed met die van Loonen. Andere bronnen raadplegen geeft dan alleen maar hinderlijke ruis.
Voor een beter begrip van de problemen met aandelenleaseconstructies is het noodzakelijk stil te staan bij de zelfregulerende processen van de laatste jaren op de financiële markt en de tamelijk recente regelgeving in de wereld van aanbieders van complexe financiële producten, zoals hypotheken, beleggingsfondsen, kredietverstrekkingen, beleggingsverzekeringen en aandelenleaseproducten. Zonder bemoeienis van de overheid hebben zich op de financiële markt belangrijke ontwikkelingen voorgedaan gericht op het beschermen van cliënten en de integriteit van financiële instellingen.
Mensen die complexe financiële producten aanschaffen hebben in vergelijking met de aanbieders van deze producten doorgaans een informatieachterstand. Financiële dienstverleners zijn daarentegen goed op de hoogte van onder andere de risico’s die deze producten met zich meebrengen. Ter bescherming van hun potentiële cliënten behoren zij hen over deze risico’s zo objectief mogelijk te informeren. Risico’s moeten zoveel als mogelijk is beperkt worden. De belangen van cliënten tellen namelijk altijd het zwaarst.
Daarom zijn banken en andere aanbieders van beleggingsproducten sinds 1 januari 2002 wettelijk verplicht een zogenaamd risicoprofiel van hun cliënten samen te stellen. Dat houdt in, dat onder andere vastgelegd wordt hoeveel ervaring iemand met beleggen heeft, hoeveel geld geïnvesteerd kan worden, hoeveel risico een bepaalde cliënt kan lopen, etc. Om een risicoprofiel te kunnen samenstellen zullen banken en andere financiële instellingen met hun cliënten in gesprek moeten treden. Een folder aanbieden en een telefoontje volstaan beslist niet. Consumenten zijn zelden op de hoogte van deze verplichting en ondermeer om deze reden houden financiële instellingen zich nogal eens niet aan deze verplichting. Zij lopen het risico door de Autoriteit Financiële Markten (AFM), gedragstoezichthouder op financiële marktpartijen, op de vingers getikt te worden. De AFM kan bij financiële instellingen, die verzaken risicoprofielen van beleggende cliënten vast te leggen, toezichtsmaatregelen treffen en/of boetes opleggen. In 2002 verzuimden nog veel instellingen deze profielen samen te stellen, reden voor de AFM een ultimatum te stellen. Tot 31 december 2002 kregen zij de tijd hun zaakjes goed te regelen. Geen enkele financiële instelling kan en mag zich verdedigen door te stellen, dat het opstellen van risicoprofielen pas sinds 1 januari 2002 verplicht is en hen vóór die tijd op dit punt niets te verwijten valt. Zij geven daarmee aan, dat de belangen van de cliënt niet op de eerste plaats komen. Immers, ook zij hadden zich moeten laten leiden door de genoemde zelfregulerende processen op de financiële markt en dus hadden zij minstens een risicoprofiel met een voorlopig karakter kunnen ontwikkelen. Richtlijnen voor het ontwerpen van zo'n profiel waren er door de reeds genoemde ontwikkelingen op de financiële markt natuurlijk wel. Dit is nu bij wet geregeld. Banken en andere financiële instellingen die geen gevolg geven aan de verplichting deze profielen samen te stellen, voldoen niet aan de zorgplicht.
In de Algemene Voorwaarden voor banken, die in 1995 zijn vastgelegd, wordt de zorgplicht (art.2) als volgt omschreven: De bank (en andere effecteninstellingen) dient bij haar dienstverlening de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen. Zij zal daarbij naar beste vermogen met de belangen van de cliënt rekening houden, met dien verstande dat zij niet gehouden is gebruik te maken van haar bekende niet openbare informatie, waaronder koersgevoelige informatie.
Tot de zorgplicht behoren ook adequaat vermogensbeheer, een intakegesprek en een beleggingsovereenkomst. Eveneens behoort een belegging afgestemd te zijn op het door de cliënt geaccepteerde risiconiveau. Als cliënten klachten hebben over hun effectenadviseur/vermogensbeheerder dan kunnen zij hun klacht schriftelijk indienen bij de Klachtencommissie DSI. Een financiële instelling behoort dan wel aangesloten te zijn bij DSI. Als dat niet zo is dan geeft dat te denken.
Sinds 1 juli 2002 zijn financiële instellingen verplicht om bij het aanbieden van complexe producten een Financiële Bijsluiter te leveren. Deze geeft informatie over de eigenschappen van het product om cliënten meer inzicht te geven in het soort product, het rendement, de kosten en de risico’s. Deze bijsluiter moet voor het tekenen van de overeenkomst worden verstrekt.
Het artikel van Ton Damen en de uitlatingen van bankier Tom Loonen behoren tegen deze achtergrond van zelfregulerende processen en voorschriften in het effectenverkeer op hun merites beoordeeld te worden en dan kan slechts een dikke onvoldoende gegeven worden. Damen en Loonen maken banken zoals Labouchere en Dexia, de Frans-Belgische bank die tot haar spijt Legiolease van Labouchere overnam, tot slachtoffer en de cliënten die aandelenleaseproducten bij deze banken kochten worden door beide heren eenvoudigweg tot zondebokken gemaakt. Zij zijn de oorzaak van alle ellende, terwijl de banken niets te verwijten valt. Het is een klap in het gezicht van alle gedupeerden van aandelenleaseproducten, die nu niet zelden torenhoge schulden hebben, variërend van een paar duizend euro tot enkele tonnen. Als reeds genoemde banken en andere financiële instellingen, zoals Spaarselect en Spaarbeleg (onderdeel van het concern Aegon) zich verantwoordelijk hadden gevoeld voor de belangen van hun beleggers, dat wil zeggen als zij serieus vorm en inhoud hadden gegeven aan hun zorgplicht, dan was dit schandaal nooit ontstaan. Er zijn nooit risicoprofielen of iets met hetzelfde karakter samengesteld, nooit zijn er intakegesprekken gevoerd, financiële bijsluiters zijn nooit verstrekt, er werd op geen enkele wijze uitgegaan van de belangen van de cliënt en vermogensbeheer kennen deze instellingen kennelijk ook al niet, want waarom greep men niet in toen de aandelenkoersen scherp daalden? De informatieverstrekking bleef beperkt tot folders met een hoog hosanna-gehalte en één of twee telefoontjes om mensen te bewegen aandelenleaseproducten te kopen. De nadruk werd daarbij eenzijdig gelegd op het behalen van irreële winsten en over verliezen werd niet of nauwelijks gesproken. Dat de aandelen gekocht werden met geleend geld is velen ontgaan. Begrippen als “rente” en “schuld” werden zoveel mogelijk vermeden. “Uw maandelijkse inleg” was een beter alternatief om mensen zand in de ogen te strooien. Met “uw maandelijkse inleg” werd gesuggereerd dat er van de maandelijkse termijnen aandelen gekocht werden, althans zo is dat door vele beleggers verstaan. Dexia meende het zich te kunnen veroorloven om contracten met minderjarigen te sluiten en bij Spaarselect werden potentiële cliënten geadviseerd de overwaarde van hun huis te gebruiken voor een tweede hypotheek (niet fiscaal aftrekbaar!) en met dat geld te “beleggen” in aandelenleaseproducten. Veel van deze mensen zitten nu voor de rest van hun leven opgezadeld met enkele tonnen schuld en psychische problemen. Wat heeft dit alles met zorgplicht te maken? Is dit de belangen van de cliënt de hoogste prioriteit geven? Nee, het is ordinair winstbejag over de ruggen van mensen, die zich nu wanhopig en machteloos voelen. Zij hebben hun laatste hoop gevestigd op collectieve verenigingen van gedupeerden, die het wel opnemen voor hun belangen, opdat ze misschien nog iets van hun geld terugzien. En daar is niets mis mee zou ik tegen Ton Damen willen zeggen.
Dexia komt door de uitgeoefende druk met een aanbod, waarvoor ze zich zou moeten generen. Gedupeerden, die op het aanbod ingaan moeten nota bene afstand doen van hun recht juridische procedures tegen Dexia te beginnen. Waarom verplichten ze mensen afstand te doen van dit recht als zij beweren, dat hen niets te verwijten valt? Zo zeker voelen ze zich kennelijk ook weer niet. Het aanbod kent drie varianten met “verruimde mogelijkheden”, waarvan de gedupeerden niet of nauwelijks beter worden. Het is dan ook min of meer vanzelfsprekend, dat slechts een handjevol mensen op het aanbod van Dexia is ingegaan. Aan het ingaan op het Dexia aanbod was een deadline, een uiterste datum gekoppeld, waarna het niet meer mogelijk was het aanbod van Dexia te accepteren. Klanten worden nu gebeld met de boodschap toch maar in hun eigen belang het aanbod van Dexia te accepteren. Sinds wanneer komt Dexia voor de belangen van cliënten op? We moeten hier naar mijn oordeel lezen “de belangen van Dexia”. Met één uitspraak van Ton Damen kan ik het eens zijn: “De post “dubieuze debiteuren” is kennelijk zo hoog, dat iedereen die zich bedenkt en alsnog wil schikken, met open armen wordt ontvangen”.
“Het is wildwest”, stelt Damen. Nog afgezien van de vraag of deze typering juist is, vraag ik me af wie daarvan de veroorzakers zijn? De gedupeerden in geen geval. “Zij zouden eenvoudigweg weigeren hun contractueel vastgelegde verplichtingen na te komen”, stelt Damen. Als zij dit weigeren dan hebben zij daar volgens mij hun redenen voor. Zou journalist Damen zich één moment hebben afgevraagd waarom mensen niet meer aan hun verplichtingen kunnen of willen voldoen? Financieel staat een grote groep mensen er nu zeer slecht voor en bovendien stelt Dexia zich veel te hard op. Met deze bank is niet te praten over een schikking die recht doet aan de gevolgen van de onoirbare verkooppraktijken van Dexia. Bij de belangenverenigingen van gedupeerden komen met enige regelmaat berichten binnen, dat mensen als gevolg van hoge schulden levensmoe zijn, dat zij nog slechts een somber toekomstperspectief hebben en zelfs van mensen die uit het leven willen stappen. Je zou maar een schuld hebben van € 200.000 of meer. Dergelijke geluiden gaan bij mij door merg en been. Of dat bij Ton Damen en Tom Loonen ook het geval is, waag ik te betwijfelen.
drs. Henk Westerveld
Uden
Met opperste verbazing las ik op de beurspagina van het Parool van vrijdag 2 mei jl. het artikel van journalist Ton Damen over met name de kopers van aandelenleaseproducten. Tom Loonen, bankier en schrijver van het jaarverslag van de Klachtencommissie DSI, wordt door Damen als deskundige opgevoerd. DSI (Dutch Securities Institute) is een orgaan van de Amsterdamse effectenbeurs en maakt als zodanig deel uit van de financiële wereld.
Ton Damen heeft zich eenzijdig laten informeren door iemand uit de financiële wereld en is niet te rade gegaan bij gedupeerden van aandelenleaseproducten. Over deze gedupeerden worden ongefundeerde en subjectieve uitspraken gedaan en we kunnen dan slechts concluderen, dat Damen zich onvoldoende heeft laten leiden door de journalistieke gedragscodes. Volgens Tom Loonen zijn de gedupeerden “wanbetalers” met “claimgedrag”, die “lont ruiken” en “door al die rechtszaken om hen heen al gauw denken dat ook zij een zaak hebben, want niet geschoten is altijd mis”, aldus de ongenuanceerd redenerende bankier Loonen. Je vraagt je af waarom Ton Damen zo’n eenzijdig betoog heeft gepubliceerd. Als journalist weet hij maar al te goed dat putten uit meerdere bronnen de kwaliteit van een artikel ten goede komt. Kennelijk spoort zijn visie op het gedrag van aandelenleasecontractanten goed met die van Loonen. Andere bronnen raadplegen geeft dan alleen maar hinderlijke ruis.
Voor een beter begrip van de problemen met aandelenleaseconstructies is het noodzakelijk stil te staan bij de zelfregulerende processen van de laatste jaren op de financiële markt en de tamelijk recente regelgeving in de wereld van aanbieders van complexe financiële producten, zoals hypotheken, beleggingsfondsen, kredietverstrekkingen, beleggingsverzekeringen en aandelenleaseproducten. Zonder bemoeienis van de overheid hebben zich op de financiële markt belangrijke ontwikkelingen voorgedaan gericht op het beschermen van cliënten en de integriteit van financiële instellingen.
Mensen die complexe financiële producten aanschaffen hebben in vergelijking met de aanbieders van deze producten doorgaans een informatieachterstand. Financiële dienstverleners zijn daarentegen goed op de hoogte van onder andere de risico’s die deze producten met zich meebrengen. Ter bescherming van hun potentiële cliënten behoren zij hen over deze risico’s zo objectief mogelijk te informeren. Risico’s moeten zoveel als mogelijk is beperkt worden. De belangen van cliënten tellen namelijk altijd het zwaarst.
Daarom zijn banken en andere aanbieders van beleggingsproducten sinds 1 januari 2002 wettelijk verplicht een zogenaamd risicoprofiel van hun cliënten samen te stellen. Dat houdt in, dat onder andere vastgelegd wordt hoeveel ervaring iemand met beleggen heeft, hoeveel geld geïnvesteerd kan worden, hoeveel risico een bepaalde cliënt kan lopen, etc. Om een risicoprofiel te kunnen samenstellen zullen banken en andere financiële instellingen met hun cliënten in gesprek moeten treden. Een folder aanbieden en een telefoontje volstaan beslist niet. Consumenten zijn zelden op de hoogte van deze verplichting en ondermeer om deze reden houden financiële instellingen zich nogal eens niet aan deze verplichting. Zij lopen het risico door de Autoriteit Financiële Markten (AFM), gedragstoezichthouder op financiële marktpartijen, op de vingers getikt te worden. De AFM kan bij financiële instellingen, die verzaken risicoprofielen van beleggende cliënten vast te leggen, toezichtsmaatregelen treffen en/of boetes opleggen. In 2002 verzuimden nog veel instellingen deze profielen samen te stellen, reden voor de AFM een ultimatum te stellen. Tot 31 december 2002 kregen zij de tijd hun zaakjes goed te regelen. Geen enkele financiële instelling kan en mag zich verdedigen door te stellen, dat het opstellen van risicoprofielen pas sinds 1 januari 2002 verplicht is en hen vóór die tijd op dit punt niets te verwijten valt. Zij geven daarmee aan, dat de belangen van de cliënt niet op de eerste plaats komen. Immers, ook zij hadden zich moeten laten leiden door de genoemde zelfregulerende processen op de financiële markt en dus hadden zij minstens een risicoprofiel met een voorlopig karakter kunnen ontwikkelen. Richtlijnen voor het ontwerpen van zo'n profiel waren er door de reeds genoemde ontwikkelingen op de financiële markt natuurlijk wel. Dit is nu bij wet geregeld. Banken en andere financiële instellingen die geen gevolg geven aan de verplichting deze profielen samen te stellen, voldoen niet aan de zorgplicht.
In de Algemene Voorwaarden voor banken, die in 1995 zijn vastgelegd, wordt de zorgplicht (art.2) als volgt omschreven: De bank (en andere effecteninstellingen) dient bij haar dienstverlening de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen. Zij zal daarbij naar beste vermogen met de belangen van de cliënt rekening houden, met dien verstande dat zij niet gehouden is gebruik te maken van haar bekende niet openbare informatie, waaronder koersgevoelige informatie.
Tot de zorgplicht behoren ook adequaat vermogensbeheer, een intakegesprek en een beleggingsovereenkomst. Eveneens behoort een belegging afgestemd te zijn op het door de cliënt geaccepteerde risiconiveau. Als cliënten klachten hebben over hun effectenadviseur/vermogensbeheerder dan kunnen zij hun klacht schriftelijk indienen bij de Klachtencommissie DSI. Een financiële instelling behoort dan wel aangesloten te zijn bij DSI. Als dat niet zo is dan geeft dat te denken.
Sinds 1 juli 2002 zijn financiële instellingen verplicht om bij het aanbieden van complexe producten een Financiële Bijsluiter te leveren. Deze geeft informatie over de eigenschappen van het product om cliënten meer inzicht te geven in het soort product, het rendement, de kosten en de risico’s. Deze bijsluiter moet voor het tekenen van de overeenkomst worden verstrekt.
Het artikel van Ton Damen en de uitlatingen van bankier Tom Loonen behoren tegen deze achtergrond van zelfregulerende processen en voorschriften in het effectenverkeer op hun merites beoordeeld te worden en dan kan slechts een dikke onvoldoende gegeven worden. Damen en Loonen maken banken zoals Labouchere en Dexia, de Frans-Belgische bank die tot haar spijt Legiolease van Labouchere overnam, tot slachtoffer en de cliënten die aandelenleaseproducten bij deze banken kochten worden door beide heren eenvoudigweg tot zondebokken gemaakt. Zij zijn de oorzaak van alle ellende, terwijl de banken niets te verwijten valt. Het is een klap in het gezicht van alle gedupeerden van aandelenleaseproducten, die nu niet zelden torenhoge schulden hebben, variërend van een paar duizend euro tot enkele tonnen. Als reeds genoemde banken en andere financiële instellingen, zoals Spaarselect en Spaarbeleg (onderdeel van het concern Aegon) zich verantwoordelijk hadden gevoeld voor de belangen van hun beleggers, dat wil zeggen als zij serieus vorm en inhoud hadden gegeven aan hun zorgplicht, dan was dit schandaal nooit ontstaan. Er zijn nooit risicoprofielen of iets met hetzelfde karakter samengesteld, nooit zijn er intakegesprekken gevoerd, financiële bijsluiters zijn nooit verstrekt, er werd op geen enkele wijze uitgegaan van de belangen van de cliënt en vermogensbeheer kennen deze instellingen kennelijk ook al niet, want waarom greep men niet in toen de aandelenkoersen scherp daalden? De informatieverstrekking bleef beperkt tot folders met een hoog hosanna-gehalte en één of twee telefoontjes om mensen te bewegen aandelenleaseproducten te kopen. De nadruk werd daarbij eenzijdig gelegd op het behalen van irreële winsten en over verliezen werd niet of nauwelijks gesproken. Dat de aandelen gekocht werden met geleend geld is velen ontgaan. Begrippen als “rente” en “schuld” werden zoveel mogelijk vermeden. “Uw maandelijkse inleg” was een beter alternatief om mensen zand in de ogen te strooien. Met “uw maandelijkse inleg” werd gesuggereerd dat er van de maandelijkse termijnen aandelen gekocht werden, althans zo is dat door vele beleggers verstaan. Dexia meende het zich te kunnen veroorloven om contracten met minderjarigen te sluiten en bij Spaarselect werden potentiële cliënten geadviseerd de overwaarde van hun huis te gebruiken voor een tweede hypotheek (niet fiscaal aftrekbaar!) en met dat geld te “beleggen” in aandelenleaseproducten. Veel van deze mensen zitten nu voor de rest van hun leven opgezadeld met enkele tonnen schuld en psychische problemen. Wat heeft dit alles met zorgplicht te maken? Is dit de belangen van de cliënt de hoogste prioriteit geven? Nee, het is ordinair winstbejag over de ruggen van mensen, die zich nu wanhopig en machteloos voelen. Zij hebben hun laatste hoop gevestigd op collectieve verenigingen van gedupeerden, die het wel opnemen voor hun belangen, opdat ze misschien nog iets van hun geld terugzien. En daar is niets mis mee zou ik tegen Ton Damen willen zeggen.
Dexia komt door de uitgeoefende druk met een aanbod, waarvoor ze zich zou moeten generen. Gedupeerden, die op het aanbod ingaan moeten nota bene afstand doen van hun recht juridische procedures tegen Dexia te beginnen. Waarom verplichten ze mensen afstand te doen van dit recht als zij beweren, dat hen niets te verwijten valt? Zo zeker voelen ze zich kennelijk ook weer niet. Het aanbod kent drie varianten met “verruimde mogelijkheden”, waarvan de gedupeerden niet of nauwelijks beter worden. Het is dan ook min of meer vanzelfsprekend, dat slechts een handjevol mensen op het aanbod van Dexia is ingegaan. Aan het ingaan op het Dexia aanbod was een deadline, een uiterste datum gekoppeld, waarna het niet meer mogelijk was het aanbod van Dexia te accepteren. Klanten worden nu gebeld met de boodschap toch maar in hun eigen belang het aanbod van Dexia te accepteren. Sinds wanneer komt Dexia voor de belangen van cliënten op? We moeten hier naar mijn oordeel lezen “de belangen van Dexia”. Met één uitspraak van Ton Damen kan ik het eens zijn: “De post “dubieuze debiteuren” is kennelijk zo hoog, dat iedereen die zich bedenkt en alsnog wil schikken, met open armen wordt ontvangen”.
“Het is wildwest”, stelt Damen. Nog afgezien van de vraag of deze typering juist is, vraag ik me af wie daarvan de veroorzakers zijn? De gedupeerden in geen geval. “Zij zouden eenvoudigweg weigeren hun contractueel vastgelegde verplichtingen na te komen”, stelt Damen. Als zij dit weigeren dan hebben zij daar volgens mij hun redenen voor. Zou journalist Damen zich één moment hebben afgevraagd waarom mensen niet meer aan hun verplichtingen kunnen of willen voldoen? Financieel staat een grote groep mensen er nu zeer slecht voor en bovendien stelt Dexia zich veel te hard op. Met deze bank is niet te praten over een schikking die recht doet aan de gevolgen van de onoirbare verkooppraktijken van Dexia. Bij de belangenverenigingen van gedupeerden komen met enige regelmaat berichten binnen, dat mensen als gevolg van hoge schulden levensmoe zijn, dat zij nog slechts een somber toekomstperspectief hebben en zelfs van mensen die uit het leven willen stappen. Je zou maar een schuld hebben van € 200.000 of meer. Dergelijke geluiden gaan bij mij door merg en been. Of dat bij Ton Damen en Tom Loonen ook het geval is, waag ik te betwijfelen.
drs. Henk Westerveld
Uden