Re: Investering/belegging tropisch hardhout cq teakhout
Geplaatst: 04 mei 2003 08:14
door dhr.a de croos
GEEN HOUTKEURMERK GROENFONDS ECOBEL ( DOOR MAURICE VAN UDEN)
VAN-EEN-ONZER-VERSLAGGEVERS
ZWOLLE NEDERLAND - Geen houtkeurmerk groenfonds Ecobel.
Van een onzer verslaggevers AMSTERDAM, donderdag.
Het in opspraak geraakte ’groenfonds’ Ecobel uit Zwolle heeft niet het zogenaamde FSC-houtkeurmerk, waarmee het fonds wel adverteerde. Volgens Milieudefensie, de officiele vertegenwoordiger van FSC in Nederland, heeft Ecobel slechts informatie opgevraagd. Daarna is nooit meer iets van het fonds vernomen.
Milieudefensie heeft gisteren per brief officieel om opheldering gevraagd bij de directie van Ecobel. Het groenfonds kwam twee weken geleden in het nieuws nadat justitie en de Economische Controledienst bij een inval de complete boekhouding in beslag hebben genomen. Justitie meldde toen dat Ecobel en de bestuurders, de 35-jarige Jan M. en de 34-jarige Amsterdamse Eugenie van der S., worden verdacht van onder meer valsheid in geschrifte en ontduiking van de Wet Toezicht Beleggingsinstellingen en van de Wet Toezicht Kredietwezen 1992.
Ecobel bood via advertenties in diverse media beleggingen aan in Surinaams tropisch hardhout. Onder meer werd in die annonces gesteld dat de Reclame Code Commissie het beloofde gegarandeerde rendement van 11,6 procent had getoetst en correct bevonden. De commissie sprak dit echter onmiddellijk tegen in een officiele reactie: Wij kijken slechts naar de advertentie-uitingen en spreken helemaal geen oordeel uit over de financiele kant van de zaak, aldus een woordvoerster. Ecobel suggereerde in brochures ook de betrokkenheid van de Landbouwuniversiteit in Wageningen bij het Surinaamse project. Navraag bij de onderwijsinstelling maakte duidelijk dat die er niets mee te maken heeft. Slechts een van de medewerkers van de universiteit blijkt via een eigen vennootschap bij Ecobel betrokken te zijn.
Nu blijkt dat Ecobel ook ten onrechte adverteerde met het wereldwijde FSC-keurmerk. Het fonds doet het daarbij voorkomen alsof de keuringscommissie ook een oordeel uitspreekt over de financiele gang van zaken binnen Ecobel. Woordvoerder Jan Willem Dol van Milieudefensie: Ecobel heeft helemaal geen aanvraag ingediend voor zo’n certificaat. Maar ook al hadden ze dat wel gedaan, dan nog wordt niet de financiele kant van de zaken doorgelicht. Er wordt slechts gekeken of het bosbeheer op verantwoorde wijze plaatsvindt en wat er daarna met het hout gebeurt. Op grond daarvan kan een certificaat worden afgegeven..
ADVERTENTIES ECOBEL ALS MISLEIDEND BEOORDEELD
UDEN-MAURICE-VAN
ZWOLLE - Advertenties Ecobel als misleidend beoordeeld door MAURICE VAN UDEN AMSTERDAM, donderdag.
Het in opspraak geraakte beleggingsfonds Ecobel uit Zwolle is recentelijk op de vingers getikt door de Reclame Code Commissie (RCC). Die was van mening dat de advertentie-uitingen van het ’groenfonds’ op een groot aantal punten misleidend waren.
Justitie heeft eind vorige week in een grootscheepse actie de boekhouding van Ecobel in beslag genomen. In samenwerking met de Economische Controledienst (ECD) werden invallen gedaan op het kantoor van het fonds en in de woonhuizen van de bestuurders.
Ecobel en zijn bestuurders worden verdacht van onder meer valsheid in geschrifte, deelname aan een criminele organisatie en ontduiking van de Wet Toezicht Beleggingsinstellingen (WTB). Arrestaties werden niet verricht tijdens deze actie. Het onderzoek naar de vermeende malversaties zal volgens het Zwolse openbaar ministerie nog enkele maanden in beslag nemen.
Vorige week adverteerde Ecobel met de opmerking dat voor de Reclame Code Commissie was aangetoond dat een minimum beleggingsrendement van 11,6 procent kon worden gegarandeerd. In reactie hierop liet de commissie het bericht uitgaan dat deze conclusie van het fonds niet gerechtvaardigd was. Onze uitspraak biedt geen enkele garantie dat het genoemde rendement ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. De commissie beoordeelt het financiele product van Ecobel namelijk niet inhoudelijk, maar heeft slechts de reclame-uitingen getoetst.
De klacht tegen Ecobel bestond uit tien punten. In alle gevallen zou er sprake zijn van misleidende informatie, aldus de klager, de Amsterdammer J. Dekker. Na behandeling van de zaak was de commissie het grotendeels met Dekker eens; zes punten van de klacht werden gegrond geacht. Ecobel werd geadviseerd zich in het vervolg te onthouden van dergelijke uitingen.
Ecobel presenteerde zich in de gewraakte uitingen onder meer als een beleggingsinstelling. Volgens de commissie wekte dit de indruk dat Ecobel onder toezicht stond van De Nederlandsche Bank en de Stichting Toezicht Effectenverkeer. Daar dit niet het geval was, kon dit op valse gronden vertrouwen wekken bij de lezer, aldus de uitspraak van de commissie.
Ook schermde hoofdbestuurder Jan M. van Ecobel veelvuldig met een voorgenomen beursgang, waardoor het rendement op de beleggingen nog hoger zou kunnen uitkomen. Dat was niet conform de waarheid, stelde de commissie, omdat de beursgang niet Ecobel zelf betrof, maar het Surinaamse bedrijf HION. Ecobel verkocht slechts het tropische hardhout voor het Surinaamse HION aan Nederlandse beleggers en had geen invloed op het beleid van HION. Nog zo’n manier om vertrouwen te wekken bij de kleine belegger was de zogenaamde samenwerking met de Landbouwuniversiteit van Wageningen (LUW). Die bestond niet, zo luidde het oordeel van de commissie. Er was slechts sprake van samenwerking met het in Arnhem gevestigde bedrijf Forest Support Services (FSS). Oprichter en mede-directeur dr. ir. J. Hendrison is weliswaar verbonden aan de LUW, maar van het bedrijf zelf zegt de universiteit bij monde van een woordvoerster nog nooit te hebben gehoord. Bij FSS wordt, ook na herhaalde pogingen, de telefoon niet beantwoord.
ONDERZOEK JUSTITIE NAAR ZWOLS GROENFONDS ECOBEL BESTUURDERS VERDACHT VAN ONDER MEER VALSHEID IN GESCHRIFTE
UDEN-MAURICE-VAN
NEDERLAND ZWOLLE - BESTUURDERS VERDACHT VAN ONDER MEER VALSHEID IN GESCHRIFTE Onderzoek justitie naar Zwols groenfonds Ecobel door MAURICE VAN UDEN ZWOLLE, dinsdag.
Justitie heeft in samenwerking met de Economische Controledienst (ECD) invallen gedaan bij het ’groene’ beleggingsfonds Ecobel en op de woonadressen van de bestuurders. De complete boekhouding is daarbij in beslag genomen. Dit heeft mr. H.J. Moraal, officier van justitie in Zwolle, desgevraagd bevestigd. Bij de actie zijn geen arrestaties verricht.
Tegen de 35-jarige hoofdbestuurder Jan M. van Ecobel liep al twee maanden een gerechtelijk vooronderzoek onder parketnummer 07004523/98. Justitie verdenkt Ecobel en diens bestuurders van valsheid in geschrifte, deelname aan een criminele organisatie, overtreding van de Wet Toezicht Kredietwezen 1992 en van de Wet Toezicht Beleggingsinstellingen (WTB).
Ecobel uit Zwolle is in het handelsregister ingeschreven als een vereniging. Daarnaast bestaat er de stichting Ecobel. Beide organisaties worden verdacht van de genoemde delicten, aldus justitie.
Het speurwerk van justitie naar de gangen van M. en zijn geesteskind Ecobel vindt plaats op aandringen van de ECD. De opsporingsdienst van economische delicten stelde eerder een onderzoek in naar Ecobel op grond van informatie die werd verkregen van De Nederlandsche Bank (DNB). Justitie verwacht dat het onderzoek nog enkele maanden in beslag zal nemen. Mensen die hun geld hebben toevertrouwd aan Ecobel kunnen contact opnemen met het openbaar ministerie in Zwolle. Ecobel biedt beleggingen aan in Surinaams tropisch hardhout, maar heeft daarvoor geen vergunning van DNB. Die bank houdt toezicht op beleggingsfondsen. Zo’n vergunning is verplicht volgens de WTB. Ondanks het ontbreken van de officiele inschrijving is Ecobel wel bekend bij DNB, aldus een woordvoerder van de toezichthouder.
In eerste instantie had DNB om informatie gevraagd bij Ecobel. Dat verzoek heeft de bij DNB gerezen vragen niet afdoende beantwoord, zodat de ECD werd ingeschakeld. De controledienst heeft na een eigen onderzoek op zijn beurt de hulp van justitie ingeroepen.
Ecobel adverteert in verschillende media met een gegarandeerd rendement van 11,6 procent. Dat is onjuist, aldus De Nederlandsche Bank. Slechts een investering in Nederlandse staatsobligaties met een rendement van rond de 5 procent is te garanderen. Alles wat daar bovenuit komt, is speculatief, aldus de woordvoerder. Het groenfonds zelf is een andere mening toegedaan. Verdachte Jan M. meldt desgevraagd dat deze bewering is getoetst en goedgekeurd door de Reclame Code Commissie.
Uit het handelsregister blijkt dat Ecobel is opgezet als vereniging en dat de beleggingsinstelling zonder vergunning wordt bestuurd door de 35-jarige Jan M., samen met zijn levenspartner, de 34-jarige Amsterdamse Eugenie van der S. Bovendien wordt T.M. de broer van de hoofdbestuurder in de folders van Ecobel opgevoerd als bestuurder.
Hij is als zodanig niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
In een eerste gesprek, voor de inval door justitie, toonde de verdachte Jan M. zich uiterst verbaasd op vragen van De Telegraaf naar het onderzoek. Ons is niets van een onderzoek bekend. Wij zijn noch door de ECD noch door justitie benaderd. De Nederlandsche Bank heeft wel bij ons geinformeerd, maar die heeft haar fiat afgegeven voor onze activiteiten. Wij hebben niets te verbergen, aldus M. De verdachte ging ervan uit dat het onderzoek van de ECD bij justitie wel ergens in een la zal verdwijnen..
In een tweede gesprek, nog steeds voor de invallen in Zwolle, meldt M. dat de ECD wel degelijk vragen heeft gesteld. De dienst wilde volgens hem inzage krijgen in een bepaald document. Dat had te maken met de registratie van de eigendomsrechten op de Surinaamse percelen. We hadden toen al het fiat van DNB en wilden eerst wel eens weten van onze advocaat of de ECD het recht had deze papieren in te zien. Inmiddels liggen die papieren hier ter inzage, en zijn ze ook bij de controledienst bekend. Ik heb daar getuigen van, aldus M. De informatieverstrekking van de ECD aan justitie doet hij af als een tactiek van de ECD om inzage af te dwingen..
De raadsman van Ecobel, mr. M. Ch. Kaaks, stelde in een reactie op vragen van deze krant dat het Openbaar Ministerie van Zwolle bij monde van persofficier Moraal tegenover hem heeft ontkend een verdenking te koesteren tegen Ecobel. Moraal deed dit vervolgens af als een eigen interpretatie van mr. Kaaks.
Na de inval meldt bestuurder M. desgevraagd dat hij verschillende reacties van zijn clienten ontvangt. Sommige beleggers steken hem volgens eigen zeggen een hart onder de riem, anderen willen hun geld terug. Maar ik heb nog geen inventarisatie gemaakt, aldus M., die vasthoudt aan zijn standpunt dat justitie niets zal vinden. Er is niets aan de hand. Ze willen gewoon de boeken inzien om te verifieren dat we aan alle wettelijke eisen voldoen. Volgens M. loopt het voortbestaan van Ecobel geen gevaar. Groenfonds Ecobel is gevestigd in een statig pand aan de Stationsweg in Zwolle. FOTO: ECOBEL JAN M. . verdacht.
KNIEVAL OHRA DOOR AFSCHAF TEAKPOLIS
GRAMBERG-RAHANY
ARNHEM NEDERLAND - Knieval Ohra door afschaf teakpolis door RAHANY GRAMBERG AMSTERDAM, donderdag.
Met het van de markt halen van haar omstreden Teakwood Rendementspolis heeft Ohra een heel grote knieval gemaakt. Sinds de introductie in 1993 deed de Arnhemse verzekeraar de voortdurend oplaaiende kritiek consequent als leugens van de hand. Dit terwijl de eigen informatie aan beleggers op zijn minst tegenstrijdig genoemd kan worden, constateert de Wageningse bosbouwdeskundige dr. ir. Paul Romeijn in zijn proefschrift.
Opgeluisterd met een gigantische advertentiecampagne werd de teakwood polis zes jaar geleden op de markt gebracht. Het leek en bleek te mooi om waar te zijn: de belegger met een ’groen gevoel’ investeerde in teakhoutplantage Flor y Fauna in Costa Rica, kocht daar een Ohra-levensverzekering bij en zou na twintig jaar zijn geld terugkrijgen. Bovendien kon hij zich verheugen op voorspelde rendementen van 14 tot 18% per jaar. Ook het Wereld Natuur Fonds (WNF) was razend enthousiast en besloot haar naam aan de polis te verbinden, waarop zij in de opbrengsten kon delen. De kunstmatig aangelegde teakbomen zouden tenslotte het kappen van oerwouden verminderen en dat stond het WNF wel aan.
Meteen barstte veel kritiek los. Centraal Beheer in 1994: Er zijn teveel onzekere factoren en om die reden achten wij dit geen solide belegging voor een verzekeringsmaatschappij. Het moet met de groei van die bomen minstens 20 jaar goed gaan, zonder natuurrampen of iets dergelijks, om in de buurt te komen van de beloofde rendementen. Nog afgezien van de vraag of het hout op termijn die prijzen zal opbrengen die men nu verwacht te kunnen krijgen..
Ook de vooraanstaande Venezolaanse bosbouwdeskundige prof. dr. Julio Centeno constateerde vlak na de lancering al dat de Teakwood Rendementspolis beleggers buitensporig nadeel berokkende. De voorgespiegelde rendementen waren bovendien veel te hoog, aldus de koninklijk onderscheiden hoogleraar. Al deze kritiek liet Ohra, volgens Romeijn wegens onkunde en arrogantie, niet tot zich doordringen.
Zelfs toen de verzekeraar door de Reclame Code Commissie in 1996 op de vingers werd getikt vanwege misleidende advertenties, werden de rendementen niet bijgesteld. Zij bleef ook voet bij stuk houden in verschillende rechtszaken.
Romeijn aanschouwde met steeds grotere verbazing alle tegenstrijdige uitlatingen van Ohra en consorten over de teakhout-belegging en besloot hierover een proefschrift te schrijven. Ohra zei bijvoorbeeld in haar folder dat de rendementsprognoses wetenschappelijk verantwoord zijn, terwijl nooit wetenschappelijk onderzoek was gedaan. Ze hebben bovendien geadverteerd met een keurmerk, wat ze toen niet hadden, zegt hij vol verontwaardiging. Dit zogeheten Skal EKO-keurmerk garandeert dat er geen chemische bestrijdingsmiddelen op de plantage worden gebruikt, hoewel dit volgens Romeijns onderzoek in de praktijk wel gebeurt. Terwijl Ohra en WNF van deze tegenstrijdigheid op de hoogte waren, heeft de plantagehouder later toch het keurmerk gekregen. WNF heeft dat keurmerk namelijk zelf opgericht en zit in het bestuur, aldus Romeijn.
Dat Ohra zo plotseling een brief naar de ongeveer tienduizend polishouders heeft gestuurd met daarin het dringende advies de teakhout-belegging om te wisselen, kan ronduit verrassend worden genoemd. Recent bosbouwdeskundig onderzoek geeft aan dat de rendements-verwachting bijgesteld moet worden, verklaart Henk Janssen, financieel directeur van Ohra, de plotselinge zet. Jarenlang weigerde Ohra dit echter te geloven.
Niet alleen het rendement valt tegen. Romeijn constateert nog andere dieptepunten: De verkoopprijzen vallen tegen. Bovendien is het moeilijk om met dat jonge hout iets nuttigs te doen. Als je met verzagen fouten maakt, verlies je direct geld. Een van de afnemers van Flor y Fauna klaagde steen en been over de kwaliteit van het teakhout en de levering..
Hoewel beleggers kunnen ontsnappen, zit Ohra zelf nog aan de geruineerde plantage vast.
Hollands hardhout alternatief voor kap tropisch regenwoud door JOAN VAN DEN DUNGEN ROGGEL EN NEER, maandag.
In de Noord-Limburgse gemeente Roggel en Neer werd afgelopen weekeinde het eerste bos voor de productie van Nederlands hardhout officieel geopend. Een uniek project, geheel gefinancierd door particuliere beleggers.
Projectontwikkelaar More Trees Consultancy uit Den Bosch vond vijftien investeerders bereid om gezamenlijk zo’n 8 ton te steken in de teelt van hardhout op het elf hectare grote landgoed De Graven. De beleggers zien hun inleg letterlijk groeien. Over 25 jaar, als de bomen hoger dan 20 meter zijn en elke hectare zo’n 350 kubieke meter ’superhout’ oplevert, kunnen zij, als alles goed gaat, gaan oogsten.
De deelnemers rekenen op een door accountant Deloitte & Touche geprognostiseerd rendement van 10 procent netto. Zij mogen zich behalve mede-eigenaar van de grond ook aandeelhouder noemen van de vennootschap Hollandse Hardhout-I.
De eerste houtopbrengst zal volgens directeur drs. M. Mortier van More Trees Consultancy al over tien jaar plaatsvinden. Tot die tijd kan men genieten van de fiscale voordelen: vrijstelling van onder meer vennootschapsbelasting, successie-erfrechtbelasting en vermogensbelasting, aldus de directeur.
Hollandse Hardhout heeft een beroep gedaan op de zogeheten bosbouwvrijstelling, dat de winst uit het bosbouwbedrijf onbelast maakt. De Belastingdienst heeft het bedrijf schriftelijk laten weten geen problemen te hebben met de constructie, mits de zogeheten ’pro-silva’-methode voor bosbeheer wordt gehanteerd. Dit betekent dat het bos ’met beleid’ gekapt moet worden, zonder alles in een keer plat te slaan.
Het landgoed is vooral beplant met de snelgroeiende boomsoort robinia pseudoacacia, volgens deskundigen een uitstekend alternatief voor de tropische hardhoutsoorten, zoals meranti en teak. De robinia blijkt geschikt voor de productie van hardhouten kozijnen, tuinmeubelen en ook parketvloeren.
Mortier: Twee jaar lang hebben we grondig onderzoek laten doen naar genetisch materiaal. Welke robinia-boomsoort doet het goed in ons land? Een geschikte landbouwgrond bleek een must. Maar ook het klimaat en de wijze waarop je zo’n bos beheert zijn van belang. Verder is het een geheel nieuwe vorm van beleggen. Niet alleen goed voor het milieu maar ook voor minder stress. In plaats van drie keer per dag zenuwachtig op teletekst te zappen, kun je nu fluitend door je eigen bos wandelen..
NEDERLAND - Teakfonds en DNB voor de rechter.
DEN HAAG, dinsdag.
Het teakfonds Bosque Teca Verde strijdt met De Nederlandsche Bank (DNB) over de vraag of het fonds onder de Wet toezicht beleggingsinstellingen valt. Vandaag dient voor het College voor Beroep van het Bedrijfsleven een zaak die duidelijkheid in deze kwestie moet verschaffen.
Het draait om de vraag of het teakfonds een collectief product aanbiedt of dat elke belegger zijn persoonlijke tropische bomen als beleggingsproduct heeft. De Nederlandse Bank mag alleen fondsen die collectief beleggen controleren. De Bank die al sinds 1995 probeert fondsen die in natura beleggen onder toezicht te krijgen, vindt dat ze van een handigheid gebruik maken om het toezicht te omzeilen.
Fondsen als deze kwamen enkele jaren terug in opspraak. Het diamantenfonds Albeco ging failliet en beleggers konden naar hun geld fluiten.
GROEN BELEGGEN TIJDELIJK FISCAAL ZOETHOUDERTJE
P-G-KROON
NEDERLAND - Groenbeleggen tijdelijk fiscaal zoethoudertje.
De Universiteit van Amsterdam heeft een milieumanager aangesteld. Professor Molenkamp. Hij stelt dat Nederland zijn kansen slecht waarneemt. Onze milieukennis, terdege aanwezig, wordt nauwelijks geexporteerd. Dat kan het bedrijfsleven zich aantrekken. Exportmogelijkheden zijn er om te benutten. Onbaatzuchtig, dat de hoogleraar daar anderen op wijst en niet stiekem zelf dit gat in de markt vult.
Enfin. De ene gedachte lokt de andere uit. Waarom exporteert onze regering haar specifieke belastingkennis niet? Nederland heeft op dit terrein van oudsher een eigen kijk. De jongste ontwikkeling alhier de inzet van het belastinginstrument voor politieke nevendoelen kent zijn weerga niet.
Zo zijn wij in afwachting van een ecotax. Men wil onwenselijke uitstoot van koolzuurgas tegengaan. Teveel ervan zou in onze atmosfeer belanden. Op deze plaats ontviel mij, enige weken geleden, dat kooldioxyde een schadelijk spulletje is. Dat had ik beter kunnen nalaten. Een lezer uit bosrijke streken wijst mij er fijntjes op dat bedoeld gas levenselixer is voor bomen, planten en. mensen. Een part van ’t ecologisch evenwicht. Hij maakt terloops enige berekeningen. Een en ander lijkt aan te tonen dat de wenselijkheid van terugdringen, daargelaten de mogelijkheid ervan, weinig meer is dan een farce. Argumentatie voor de galerij. Groenspraak: mooie woorden over milieu, maar gering van betekenis. Het gaat erom geld richting schatkist te harken. Zo eenvoudig is dat.
Ecotax-achtige opbrengsten zijn nodig voor douceurs. Staatssecretaris Vermeend is doende ons belastingstelsel te vergroenen. Er zijn mutaties in de bosbouwvrijstelling. Er is een bosbezitvrijstelling en er is een groenvrijstelling. Waarop ziet de groenvrijstelling? Op het bevorderen van beleggingen in milieu, waaronder natuur en bos. Beleggers willen baten zien. Het milieu is voorshands weinig rendabel. De fiscale stimulans is deze: opbrengsten uit groene beleggingen zijn belastingvrij. De ecotax en de groenvrijstelling zijn als het ware tegengesteld. U stoot kooldioxyde uit, en om dat, beweerdelijk, tegen te gaan wordt u zwaarder belast. U belegt in een groenproject, en om dat te bevorderen is de opbrengst vrijgesteld. Wederom zo’n woord: groenproject. Een groenproject is een project dat is voorzien van een groenstempel. Hoe komt men aan een groenstempel?.
Ik moet u verwijzen naar de Regeling groenprojecten. Een woordenbrei, waaruit zich een angstaanjagend traject laat destilleren. Er zijn maar liefst drie ministeries bij het groenstempelen betrokken: VROM, Financien en Landbouw. In theorie is het haalbaar, zo’n stempel, maar een doctoraat bureaucratologie is nodig om dit streven succesvol af te ronden. De belegger kan, daarenboven, niet rechtstreeks op zoek naar groenprojecten. Er moet een groene instelling, zeg maar groenfonds, tussen zitten. Het groenfonds zelf moet evenzeer aan legio eisen voldoen. Zo dient het fonds voor ten minste 70% in groenprojecten te beleggen en zich te voegen onder het toezicht van De Nederlandsche Bank.
Al deze drempels bijeen zijn inderdaad een moeilijk te nemen obstakel. De groenvrijstelling is, tot dusver, nog nauwelijks gebruikt. Dit is niet naar de zin van staatssecretaris Vermeend. Hij stond aan de wieg van het voorstel. Hij wil dat er wat van komt. Derhalve heeft hij een gebaar gemaakt. Een geste, die vooral de grootbanken te stade komt. Zij kunnen nu groenfondsen lanceren, onder hun clientele, en vervolgens twee jaar de tijd nemen om de juiste projecten te vinden. Deze ruimte is nodig om de grootbanken ertoe te brengen een rendement te garanderen. Zo komt er een beleggingsgroenmarkt in het zicht.
Het Rabo-groenfonds, bijvoorbeeld, geeft zijn beleggers de zekerheid van 4,5% rendement, mits zij hun geld voor 7 jaren vastzetten. Het laat zich denken dat andere banken volgen. Viereneenhalf procent, belastingvrij, dat is niet kwaad. Dat willen de beleggers wel, vooral als zij hun belegging met vreemd geld en dus aftrekbare rente financieren. Voor de banken is het handel, doch tevens zadelen zij zichzelf op met de taak groenprojecten te vinden die aan de voorwaarden voldoen. Of dit in voldoende mate lukt, zal in twee jaar duidelijk worden.
Intussen zweeft er een vraag in de verontreinigde lucht. Is het milieu hiermee gediend? Aan de ene kant is er, nu de banken zich inzetten, een versnelde uitvoering van milieuprojecten te verwachten. Er is vermoedelijk sprake van een leuke stimulans voor de werkgelegenheid. Aan de andere kant loopt de faciliteit, op deze wijze, binnen de kortste keren budgettair uit de hand. Dan komt er subiet een stop. Dat is de doem van fiscale faciliteiten als deze. Ze zijn of onwerkbaar, er komt niets van en de bomen gekapt om de regeltjes te drukken hadden beter kunnen blijven staan, of al te succesvol: er gaat zoveel belastinggeld in zitten dat schorsing onvermijdelijk is. Men vraagt zich af of eenvoudig een tariefmatiging niet beter is.
GEEN HOUTKEURMERK GROENFONDS ECOBEL ( DOOR MAURICE VAN UDEN)
VAN-EEN-ONZER-VERSLAGGEVERS
ZWOLLE NEDERLAND - Geen houtkeurmerk groenfonds Ecobel.
Van een onzer verslaggevers AMSTERDAM, donderdag.
Het in opspraak geraakte ’groenfonds’ Ecobel uit Zwolle heeft niet het zogenaamde FSC-houtkeurmerk, waarmee het fonds wel adverteerde. Volgens Milieudefensie, de officiele vertegenwoordiger van FSC in Nederland, heeft Ecobel slechts informatie opgevraagd. Daarna is nooit meer iets van het fonds vernomen.
Milieudefensie heeft gisteren per brief officieel om opheldering gevraagd bij de directie van Ecobel. Het groenfonds kwam twee weken geleden in het nieuws nadat justitie en de Economische Controledienst bij een inval de complete boekhouding in beslag hebben genomen. Justitie meldde toen dat Ecobel en de bestuurders, de 35-jarige Jan M. en de 34-jarige Amsterdamse Eugenie van der S., worden verdacht van onder meer valsheid in geschrifte en ontduiking van de Wet Toezicht Beleggingsinstellingen en van de Wet Toezicht Kredietwezen 1992.
Ecobel bood via advertenties in diverse media beleggingen aan in Surinaams tropisch hardhout. Onder meer werd in die annonces gesteld dat de Reclame Code Commissie het beloofde gegarandeerde rendement van 11,6 procent had getoetst en correct bevonden. De commissie sprak dit echter onmiddellijk tegen in een officiele reactie: Wij kijken slechts naar de advertentie-uitingen en spreken helemaal geen oordeel uit over de financiele kant van de zaak, aldus een woordvoerster. Ecobel suggereerde in brochures ook de betrokkenheid van de Landbouwuniversiteit in Wageningen bij het Surinaamse project. Navraag bij de onderwijsinstelling maakte duidelijk dat die er niets mee te maken heeft. Slechts een van de medewerkers van de universiteit blijkt via een eigen vennootschap bij Ecobel betrokken te zijn.
Nu blijkt dat Ecobel ook ten onrechte adverteerde met het wereldwijde FSC-keurmerk. Het fonds doet het daarbij voorkomen alsof de keuringscommissie ook een oordeel uitspreekt over de financiele gang van zaken binnen Ecobel. Woordvoerder Jan Willem Dol van Milieudefensie: Ecobel heeft helemaal geen aanvraag ingediend voor zo’n certificaat. Maar ook al hadden ze dat wel gedaan, dan nog wordt niet de financiele kant van de zaken doorgelicht. Er wordt slechts gekeken of het bosbeheer op verantwoorde wijze plaatsvindt en wat er daarna met het hout gebeurt. Op grond daarvan kan een certificaat worden afgegeven..
ADVERTENTIES ECOBEL ALS MISLEIDEND BEOORDEELD
UDEN-MAURICE-VAN
ZWOLLE - Advertenties Ecobel als misleidend beoordeeld door MAURICE VAN UDEN AMSTERDAM, donderdag.
Het in opspraak geraakte beleggingsfonds Ecobel uit Zwolle is recentelijk op de vingers getikt door de Reclame Code Commissie (RCC). Die was van mening dat de advertentie-uitingen van het ’groenfonds’ op een groot aantal punten misleidend waren.
Justitie heeft eind vorige week in een grootscheepse actie de boekhouding van Ecobel in beslag genomen. In samenwerking met de Economische Controledienst (ECD) werden invallen gedaan op het kantoor van het fonds en in de woonhuizen van de bestuurders.
Ecobel en zijn bestuurders worden verdacht van onder meer valsheid in geschrifte, deelname aan een criminele organisatie en ontduiking van de Wet Toezicht Beleggingsinstellingen (WTB). Arrestaties werden niet verricht tijdens deze actie. Het onderzoek naar de vermeende malversaties zal volgens het Zwolse openbaar ministerie nog enkele maanden in beslag nemen.
Vorige week adverteerde Ecobel met de opmerking dat voor de Reclame Code Commissie was aangetoond dat een minimum beleggingsrendement van 11,6 procent kon worden gegarandeerd. In reactie hierop liet de commissie het bericht uitgaan dat deze conclusie van het fonds niet gerechtvaardigd was. Onze uitspraak biedt geen enkele garantie dat het genoemde rendement ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. De commissie beoordeelt het financiele product van Ecobel namelijk niet inhoudelijk, maar heeft slechts de reclame-uitingen getoetst.
De klacht tegen Ecobel bestond uit tien punten. In alle gevallen zou er sprake zijn van misleidende informatie, aldus de klager, de Amsterdammer J. Dekker. Na behandeling van de zaak was de commissie het grotendeels met Dekker eens; zes punten van de klacht werden gegrond geacht. Ecobel werd geadviseerd zich in het vervolg te onthouden van dergelijke uitingen.
Ecobel presenteerde zich in de gewraakte uitingen onder meer als een beleggingsinstelling. Volgens de commissie wekte dit de indruk dat Ecobel onder toezicht stond van De Nederlandsche Bank en de Stichting Toezicht Effectenverkeer. Daar dit niet het geval was, kon dit op valse gronden vertrouwen wekken bij de lezer, aldus de uitspraak van de commissie.
Ook schermde hoofdbestuurder Jan M. van Ecobel veelvuldig met een voorgenomen beursgang, waardoor het rendement op de beleggingen nog hoger zou kunnen uitkomen. Dat was niet conform de waarheid, stelde de commissie, omdat de beursgang niet Ecobel zelf betrof, maar het Surinaamse bedrijf HION. Ecobel verkocht slechts het tropische hardhout voor het Surinaamse HION aan Nederlandse beleggers en had geen invloed op het beleid van HION. Nog zo’n manier om vertrouwen te wekken bij de kleine belegger was de zogenaamde samenwerking met de Landbouwuniversiteit van Wageningen (LUW). Die bestond niet, zo luidde het oordeel van de commissie. Er was slechts sprake van samenwerking met het in Arnhem gevestigde bedrijf Forest Support Services (FSS). Oprichter en mede-directeur dr. ir. J. Hendrison is weliswaar verbonden aan de LUW, maar van het bedrijf zelf zegt de universiteit bij monde van een woordvoerster nog nooit te hebben gehoord. Bij FSS wordt, ook na herhaalde pogingen, de telefoon niet beantwoord.
ONDERZOEK JUSTITIE NAAR ZWOLS GROENFONDS ECOBEL BESTUURDERS VERDACHT VAN ONDER MEER VALSHEID IN GESCHRIFTE
UDEN-MAURICE-VAN
NEDERLAND ZWOLLE - BESTUURDERS VERDACHT VAN ONDER MEER VALSHEID IN GESCHRIFTE Onderzoek justitie naar Zwols groenfonds Ecobel door MAURICE VAN UDEN ZWOLLE, dinsdag.
Justitie heeft in samenwerking met de Economische Controledienst (ECD) invallen gedaan bij het ’groene’ beleggingsfonds Ecobel en op de woonadressen van de bestuurders. De complete boekhouding is daarbij in beslag genomen. Dit heeft mr. H.J. Moraal, officier van justitie in Zwolle, desgevraagd bevestigd. Bij de actie zijn geen arrestaties verricht.
Tegen de 35-jarige hoofdbestuurder Jan M. van Ecobel liep al twee maanden een gerechtelijk vooronderzoek onder parketnummer 07004523/98. Justitie verdenkt Ecobel en diens bestuurders van valsheid in geschrifte, deelname aan een criminele organisatie, overtreding van de Wet Toezicht Kredietwezen 1992 en van de Wet Toezicht Beleggingsinstellingen (WTB).
Ecobel uit Zwolle is in het handelsregister ingeschreven als een vereniging. Daarnaast bestaat er de stichting Ecobel. Beide organisaties worden verdacht van de genoemde delicten, aldus justitie.
Het speurwerk van justitie naar de gangen van M. en zijn geesteskind Ecobel vindt plaats op aandringen van de ECD. De opsporingsdienst van economische delicten stelde eerder een onderzoek in naar Ecobel op grond van informatie die werd verkregen van De Nederlandsche Bank (DNB). Justitie verwacht dat het onderzoek nog enkele maanden in beslag zal nemen. Mensen die hun geld hebben toevertrouwd aan Ecobel kunnen contact opnemen met het openbaar ministerie in Zwolle. Ecobel biedt beleggingen aan in Surinaams tropisch hardhout, maar heeft daarvoor geen vergunning van DNB. Die bank houdt toezicht op beleggingsfondsen. Zo’n vergunning is verplicht volgens de WTB. Ondanks het ontbreken van de officiele inschrijving is Ecobel wel bekend bij DNB, aldus een woordvoerder van de toezichthouder.
In eerste instantie had DNB om informatie gevraagd bij Ecobel. Dat verzoek heeft de bij DNB gerezen vragen niet afdoende beantwoord, zodat de ECD werd ingeschakeld. De controledienst heeft na een eigen onderzoek op zijn beurt de hulp van justitie ingeroepen.
Ecobel adverteert in verschillende media met een gegarandeerd rendement van 11,6 procent. Dat is onjuist, aldus De Nederlandsche Bank. Slechts een investering in Nederlandse staatsobligaties met een rendement van rond de 5 procent is te garanderen. Alles wat daar bovenuit komt, is speculatief, aldus de woordvoerder. Het groenfonds zelf is een andere mening toegedaan. Verdachte Jan M. meldt desgevraagd dat deze bewering is getoetst en goedgekeurd door de Reclame Code Commissie.
Uit het handelsregister blijkt dat Ecobel is opgezet als vereniging en dat de beleggingsinstelling zonder vergunning wordt bestuurd door de 35-jarige Jan M., samen met zijn levenspartner, de 34-jarige Amsterdamse Eugenie van der S. Bovendien wordt T.M. de broer van de hoofdbestuurder in de folders van Ecobel opgevoerd als bestuurder.
Hij is als zodanig niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
In een eerste gesprek, voor de inval door justitie, toonde de verdachte Jan M. zich uiterst verbaasd op vragen van De Telegraaf naar het onderzoek. Ons is niets van een onderzoek bekend. Wij zijn noch door de ECD noch door justitie benaderd. De Nederlandsche Bank heeft wel bij ons geinformeerd, maar die heeft haar fiat afgegeven voor onze activiteiten. Wij hebben niets te verbergen, aldus M. De verdachte ging ervan uit dat het onderzoek van de ECD bij justitie wel ergens in een la zal verdwijnen..
In een tweede gesprek, nog steeds voor de invallen in Zwolle, meldt M. dat de ECD wel degelijk vragen heeft gesteld. De dienst wilde volgens hem inzage krijgen in een bepaald document. Dat had te maken met de registratie van de eigendomsrechten op de Surinaamse percelen. We hadden toen al het fiat van DNB en wilden eerst wel eens weten van onze advocaat of de ECD het recht had deze papieren in te zien. Inmiddels liggen die papieren hier ter inzage, en zijn ze ook bij de controledienst bekend. Ik heb daar getuigen van, aldus M. De informatieverstrekking van de ECD aan justitie doet hij af als een tactiek van de ECD om inzage af te dwingen..
De raadsman van Ecobel, mr. M. Ch. Kaaks, stelde in een reactie op vragen van deze krant dat het Openbaar Ministerie van Zwolle bij monde van persofficier Moraal tegenover hem heeft ontkend een verdenking te koesteren tegen Ecobel. Moraal deed dit vervolgens af als een eigen interpretatie van mr. Kaaks.
Na de inval meldt bestuurder M. desgevraagd dat hij verschillende reacties van zijn clienten ontvangt. Sommige beleggers steken hem volgens eigen zeggen een hart onder de riem, anderen willen hun geld terug. Maar ik heb nog geen inventarisatie gemaakt, aldus M., die vasthoudt aan zijn standpunt dat justitie niets zal vinden. Er is niets aan de hand. Ze willen gewoon de boeken inzien om te verifieren dat we aan alle wettelijke eisen voldoen. Volgens M. loopt het voortbestaan van Ecobel geen gevaar. Groenfonds Ecobel is gevestigd in een statig pand aan de Stationsweg in Zwolle. FOTO: ECOBEL JAN M. . verdacht.
KNIEVAL OHRA DOOR AFSCHAF TEAKPOLIS
GRAMBERG-RAHANY
ARNHEM NEDERLAND - Knieval Ohra door afschaf teakpolis door RAHANY GRAMBERG AMSTERDAM, donderdag.
Met het van de markt halen van haar omstreden Teakwood Rendementspolis heeft Ohra een heel grote knieval gemaakt. Sinds de introductie in 1993 deed de Arnhemse verzekeraar de voortdurend oplaaiende kritiek consequent als leugens van de hand. Dit terwijl de eigen informatie aan beleggers op zijn minst tegenstrijdig genoemd kan worden, constateert de Wageningse bosbouwdeskundige dr. ir. Paul Romeijn in zijn proefschrift.
Opgeluisterd met een gigantische advertentiecampagne werd de teakwood polis zes jaar geleden op de markt gebracht. Het leek en bleek te mooi om waar te zijn: de belegger met een ’groen gevoel’ investeerde in teakhoutplantage Flor y Fauna in Costa Rica, kocht daar een Ohra-levensverzekering bij en zou na twintig jaar zijn geld terugkrijgen. Bovendien kon hij zich verheugen op voorspelde rendementen van 14 tot 18% per jaar. Ook het Wereld Natuur Fonds (WNF) was razend enthousiast en besloot haar naam aan de polis te verbinden, waarop zij in de opbrengsten kon delen. De kunstmatig aangelegde teakbomen zouden tenslotte het kappen van oerwouden verminderen en dat stond het WNF wel aan.
Meteen barstte veel kritiek los. Centraal Beheer in 1994: Er zijn teveel onzekere factoren en om die reden achten wij dit geen solide belegging voor een verzekeringsmaatschappij. Het moet met de groei van die bomen minstens 20 jaar goed gaan, zonder natuurrampen of iets dergelijks, om in de buurt te komen van de beloofde rendementen. Nog afgezien van de vraag of het hout op termijn die prijzen zal opbrengen die men nu verwacht te kunnen krijgen..
Ook de vooraanstaande Venezolaanse bosbouwdeskundige prof. dr. Julio Centeno constateerde vlak na de lancering al dat de Teakwood Rendementspolis beleggers buitensporig nadeel berokkende. De voorgespiegelde rendementen waren bovendien veel te hoog, aldus de koninklijk onderscheiden hoogleraar. Al deze kritiek liet Ohra, volgens Romeijn wegens onkunde en arrogantie, niet tot zich doordringen.
Zelfs toen de verzekeraar door de Reclame Code Commissie in 1996 op de vingers werd getikt vanwege misleidende advertenties, werden de rendementen niet bijgesteld. Zij bleef ook voet bij stuk houden in verschillende rechtszaken.
Romeijn aanschouwde met steeds grotere verbazing alle tegenstrijdige uitlatingen van Ohra en consorten over de teakhout-belegging en besloot hierover een proefschrift te schrijven. Ohra zei bijvoorbeeld in haar folder dat de rendementsprognoses wetenschappelijk verantwoord zijn, terwijl nooit wetenschappelijk onderzoek was gedaan. Ze hebben bovendien geadverteerd met een keurmerk, wat ze toen niet hadden, zegt hij vol verontwaardiging. Dit zogeheten Skal EKO-keurmerk garandeert dat er geen chemische bestrijdingsmiddelen op de plantage worden gebruikt, hoewel dit volgens Romeijns onderzoek in de praktijk wel gebeurt. Terwijl Ohra en WNF van deze tegenstrijdigheid op de hoogte waren, heeft de plantagehouder later toch het keurmerk gekregen. WNF heeft dat keurmerk namelijk zelf opgericht en zit in het bestuur, aldus Romeijn.
Dat Ohra zo plotseling een brief naar de ongeveer tienduizend polishouders heeft gestuurd met daarin het dringende advies de teakhout-belegging om te wisselen, kan ronduit verrassend worden genoemd. Recent bosbouwdeskundig onderzoek geeft aan dat de rendements-verwachting bijgesteld moet worden, verklaart Henk Janssen, financieel directeur van Ohra, de plotselinge zet. Jarenlang weigerde Ohra dit echter te geloven.
Niet alleen het rendement valt tegen. Romeijn constateert nog andere dieptepunten: De verkoopprijzen vallen tegen. Bovendien is het moeilijk om met dat jonge hout iets nuttigs te doen. Als je met verzagen fouten maakt, verlies je direct geld. Een van de afnemers van Flor y Fauna klaagde steen en been over de kwaliteit van het teakhout en de levering..
Hoewel beleggers kunnen ontsnappen, zit Ohra zelf nog aan de geruineerde plantage vast.
Hollands hardhout alternatief voor kap tropisch regenwoud door JOAN VAN DEN DUNGEN ROGGEL EN NEER, maandag.
In de Noord-Limburgse gemeente Roggel en Neer werd afgelopen weekeinde het eerste bos voor de productie van Nederlands hardhout officieel geopend. Een uniek project, geheel gefinancierd door particuliere beleggers.
Projectontwikkelaar More Trees Consultancy uit Den Bosch vond vijftien investeerders bereid om gezamenlijk zo’n 8 ton te steken in de teelt van hardhout op het elf hectare grote landgoed De Graven. De beleggers zien hun inleg letterlijk groeien. Over 25 jaar, als de bomen hoger dan 20 meter zijn en elke hectare zo’n 350 kubieke meter ’superhout’ oplevert, kunnen zij, als alles goed gaat, gaan oogsten.
De deelnemers rekenen op een door accountant Deloitte & Touche geprognostiseerd rendement van 10 procent netto. Zij mogen zich behalve mede-eigenaar van de grond ook aandeelhouder noemen van de vennootschap Hollandse Hardhout-I.
De eerste houtopbrengst zal volgens directeur drs. M. Mortier van More Trees Consultancy al over tien jaar plaatsvinden. Tot die tijd kan men genieten van de fiscale voordelen: vrijstelling van onder meer vennootschapsbelasting, successie-erfrechtbelasting en vermogensbelasting, aldus de directeur.
Hollandse Hardhout heeft een beroep gedaan op de zogeheten bosbouwvrijstelling, dat de winst uit het bosbouwbedrijf onbelast maakt. De Belastingdienst heeft het bedrijf schriftelijk laten weten geen problemen te hebben met de constructie, mits de zogeheten ’pro-silva’-methode voor bosbeheer wordt gehanteerd. Dit betekent dat het bos ’met beleid’ gekapt moet worden, zonder alles in een keer plat te slaan.
Het landgoed is vooral beplant met de snelgroeiende boomsoort robinia pseudoacacia, volgens deskundigen een uitstekend alternatief voor de tropische hardhoutsoorten, zoals meranti en teak. De robinia blijkt geschikt voor de productie van hardhouten kozijnen, tuinmeubelen en ook parketvloeren.
Mortier: Twee jaar lang hebben we grondig onderzoek laten doen naar genetisch materiaal. Welke robinia-boomsoort doet het goed in ons land? Een geschikte landbouwgrond bleek een must. Maar ook het klimaat en de wijze waarop je zo’n bos beheert zijn van belang. Verder is het een geheel nieuwe vorm van beleggen. Niet alleen goed voor het milieu maar ook voor minder stress. In plaats van drie keer per dag zenuwachtig op teletekst te zappen, kun je nu fluitend door je eigen bos wandelen..
NEDERLAND - Teakfonds en DNB voor de rechter.
DEN HAAG, dinsdag.
Het teakfonds Bosque Teca Verde strijdt met De Nederlandsche Bank (DNB) over de vraag of het fonds onder de Wet toezicht beleggingsinstellingen valt. Vandaag dient voor het College voor Beroep van het Bedrijfsleven een zaak die duidelijkheid in deze kwestie moet verschaffen.
Het draait om de vraag of het teakfonds een collectief product aanbiedt of dat elke belegger zijn persoonlijke tropische bomen als beleggingsproduct heeft. De Nederlandse Bank mag alleen fondsen die collectief beleggen controleren. De Bank die al sinds 1995 probeert fondsen die in natura beleggen onder toezicht te krijgen, vindt dat ze van een handigheid gebruik maken om het toezicht te omzeilen.
Fondsen als deze kwamen enkele jaren terug in opspraak. Het diamantenfonds Albeco ging failliet en beleggers konden naar hun geld fluiten.
GROEN BELEGGEN TIJDELIJK FISCAAL ZOETHOUDERTJE
P-G-KROON
NEDERLAND - Groenbeleggen tijdelijk fiscaal zoethoudertje.
De Universiteit van Amsterdam heeft een milieumanager aangesteld. Professor Molenkamp. Hij stelt dat Nederland zijn kansen slecht waarneemt. Onze milieukennis, terdege aanwezig, wordt nauwelijks geexporteerd. Dat kan het bedrijfsleven zich aantrekken. Exportmogelijkheden zijn er om te benutten. Onbaatzuchtig, dat de hoogleraar daar anderen op wijst en niet stiekem zelf dit gat in de markt vult.
Enfin. De ene gedachte lokt de andere uit. Waarom exporteert onze regering haar specifieke belastingkennis niet? Nederland heeft op dit terrein van oudsher een eigen kijk. De jongste ontwikkeling alhier de inzet van het belastinginstrument voor politieke nevendoelen kent zijn weerga niet.
Zo zijn wij in afwachting van een ecotax. Men wil onwenselijke uitstoot van koolzuurgas tegengaan. Teveel ervan zou in onze atmosfeer belanden. Op deze plaats ontviel mij, enige weken geleden, dat kooldioxyde een schadelijk spulletje is. Dat had ik beter kunnen nalaten. Een lezer uit bosrijke streken wijst mij er fijntjes op dat bedoeld gas levenselixer is voor bomen, planten en. mensen. Een part van ’t ecologisch evenwicht. Hij maakt terloops enige berekeningen. Een en ander lijkt aan te tonen dat de wenselijkheid van terugdringen, daargelaten de mogelijkheid ervan, weinig meer is dan een farce. Argumentatie voor de galerij. Groenspraak: mooie woorden over milieu, maar gering van betekenis. Het gaat erom geld richting schatkist te harken. Zo eenvoudig is dat.
Ecotax-achtige opbrengsten zijn nodig voor douceurs. Staatssecretaris Vermeend is doende ons belastingstelsel te vergroenen. Er zijn mutaties in de bosbouwvrijstelling. Er is een bosbezitvrijstelling en er is een groenvrijstelling. Waarop ziet de groenvrijstelling? Op het bevorderen van beleggingen in milieu, waaronder natuur en bos. Beleggers willen baten zien. Het milieu is voorshands weinig rendabel. De fiscale stimulans is deze: opbrengsten uit groene beleggingen zijn belastingvrij. De ecotax en de groenvrijstelling zijn als het ware tegengesteld. U stoot kooldioxyde uit, en om dat, beweerdelijk, tegen te gaan wordt u zwaarder belast. U belegt in een groenproject, en om dat te bevorderen is de opbrengst vrijgesteld. Wederom zo’n woord: groenproject. Een groenproject is een project dat is voorzien van een groenstempel. Hoe komt men aan een groenstempel?.
Ik moet u verwijzen naar de Regeling groenprojecten. Een woordenbrei, waaruit zich een angstaanjagend traject laat destilleren. Er zijn maar liefst drie ministeries bij het groenstempelen betrokken: VROM, Financien en Landbouw. In theorie is het haalbaar, zo’n stempel, maar een doctoraat bureaucratologie is nodig om dit streven succesvol af te ronden. De belegger kan, daarenboven, niet rechtstreeks op zoek naar groenprojecten. Er moet een groene instelling, zeg maar groenfonds, tussen zitten. Het groenfonds zelf moet evenzeer aan legio eisen voldoen. Zo dient het fonds voor ten minste 70% in groenprojecten te beleggen en zich te voegen onder het toezicht van De Nederlandsche Bank.
Al deze drempels bijeen zijn inderdaad een moeilijk te nemen obstakel. De groenvrijstelling is, tot dusver, nog nauwelijks gebruikt. Dit is niet naar de zin van staatssecretaris Vermeend. Hij stond aan de wieg van het voorstel. Hij wil dat er wat van komt. Derhalve heeft hij een gebaar gemaakt. Een geste, die vooral de grootbanken te stade komt. Zij kunnen nu groenfondsen lanceren, onder hun clientele, en vervolgens twee jaar de tijd nemen om de juiste projecten te vinden. Deze ruimte is nodig om de grootbanken ertoe te brengen een rendement te garanderen. Zo komt er een beleggingsgroenmarkt in het zicht.
Het Rabo-groenfonds, bijvoorbeeld, geeft zijn beleggers de zekerheid van 4,5% rendement, mits zij hun geld voor 7 jaren vastzetten. Het laat zich denken dat andere banken volgen. Viereneenhalf procent, belastingvrij, dat is niet kwaad. Dat willen de beleggers wel, vooral als zij hun belegging met vreemd geld en dus aftrekbare rente financieren. Voor de banken is het handel, doch tevens zadelen zij zichzelf op met de taak groenprojecten te vinden die aan de voorwaarden voldoen. Of dit in voldoende mate lukt, zal in twee jaar duidelijk worden.
Intussen zweeft er een vraag in de verontreinigde lucht. Is het milieu hiermee gediend? Aan de ene kant is er, nu de banken zich inzetten, een versnelde uitvoering van milieuprojecten te verwachten. Er is vermoedelijk sprake van een leuke stimulans voor de werkgelegenheid. Aan de andere kant loopt de faciliteit, op deze wijze, binnen de kortste keren budgettair uit de hand. Dan komt er subiet een stop. Dat is de doem van fiscale faciliteiten als deze. Ze zijn of onwerkbaar, er komt niets van en de bomen gekapt om de regeltjes te drukken hadden beter kunnen blijven staan, of al te succesvol: er gaat zoveel belastinggeld in zitten dat schorsing onvermijdelijk is. Men vraagt zich af of eenvoudig een tariefmatiging niet beter is.