REACTIE dexia op brief EEGALEASE
Geplaatst: 23 feb 2003 13:50
Dit is de letterlijke reactie van Dexia op de brief van Eegalease:
Op 4 februari 2003 hebben wij van u een brief ontvangen. Deze brief bevat een tot ons gerichte verklaring tot vernietiging van de door uw echtgeno(o)t(e)/geregistreerd partner met ons gesloten effectenlease-overeenkomst(en) op de grond dat voor het aangaan van deze overeenkomsten) uw (schriftelijke) toestemming was vereist en dat u deze toestemming niet heeft verleend.
Wij aanvaarden deze vernietiging niet en berusten daarin op geen enkele wijze. De wet (artikel 1:88 Burgerlijk Wetboek) verlangt voor bepaalde rechtshandelingen de toestemming van de echtgeno(o)t(e)/geregistreerd partner van de persoon die de handeling verricht. Tot die rechtshandelingen behoort niet het aangaan van een effectenlease-overeenkomst. Artikel 1:88 Burgerlijk Wetboek vereist in bepaalde gevallen de toestemming van de echtgeno(o)t(e)/geregistreerd partner voor het aangaan van een overeenkomst van koop op afbetaling. Effectenlease-overeenkomsten zijn echter geen overeenkomsten van koop op afbetaling in de zin van de wet. Reeds daarom is artikel 1:88 Burgerlijk Wetboek niet van toepassing. Bovendien heeft het artikel naar onze mening alleen betrekking op overeenkomsten van koop op afbetaling van zaken. Een "zaak" is juridisch een stoffelijk, materieel object. Effecten zijn geen stoffelijke objecten, maar rechten. Ook om die reden is artikel 1:88 Burgerlijk Wetboek dus niet van toepassing. Deze uitleg is door drie gezaghebbende hoogleraren op het gebied van het personen- en familierecht bevestigd.
Ze geven dus twee redenen aan:
Huurkoop (daar spreken we over) is geen koop op afbetaling.
Effecten zijn geen stoffelijke objecten maar rechten en dus geen “zaak”.
Wat is nu het verschil tussen huurkoop en koop op afbetaling als die er al is?
Waarom spreken ze wederom over “zaak” als volgens artikel BW 7a, 1576 lid 5 er een letterlijk omschreven uitzondering vermeldt staat daar waar het gaat om vermogensrechten?
De vorige reactie van Dexia, waar we het al eerder over hebben gehad was:
Ten aanzien van het vereiste van het meetekenen door uw echtgenote delen wij u mee dat wij van mening zijn dat het vereiste voor het meetekenen door uw echtgenote alleen geldt voor de huurkoop van roerende zaken en niet voor de huurkoop van aandelen. Blijkens de wetsgeschiedenis dient art. 1:88 van het Burgerlijk Wetboek naar de letterlijke tekst te worden uitgelegd.
Wat bedoelen ze hier met blijkens de wetsgeschiedenis dient art 88 naar de letterlijke tekst te worden uitgelegd?
Bedoelen ze hiermee dat je dan niet meer mag verwijzen naar artikel 1576 lid 5 als zijnde de uitzondering van vermogensrechten op het begrip “zaak”? Letterlijk is immers letterlijk daar vallen nooit en te nimmer uitzonderingen onder, want dan is het niet meer letterlijk?
Dient niet ieder artikel in het burgerlijk wetboek naar de letterlijke tekst te worden uitgelegd? En dus, waarom schrijven ze dat?
Moet iets achter zitten…
Verder valt me op dat ze eerst zeggen dat artikel 88 alleen geldt voor HUURKOOP van roerende goederen om vervolgens te stellen dat huurkoop van aandelen niet valt onder koop op afbetaling in de zin van de wet. Waarom zou HUURKOOP van roerende goederen dan wel vallen onder koop op afbetaling in de zin van de wet? Met andere woorden huurkoop is hetzelfde als koop op afbetaling. Althans die conclusie trek ik uit hun eigen tekst.
Simone en Maarten, werk aan de winkel… Nee zo bedoel ik het niet, maar door jullie zijn we zo ver gekomen en persoonlijk wil ik erg graag reageren op de tekst van Dexia als hierboven geciteerd.
Iedereen is overigens welkom om letterlijk in te gaan op de reactie van Dexia.
M.vr.gr. jeroen
Op 4 februari 2003 hebben wij van u een brief ontvangen. Deze brief bevat een tot ons gerichte verklaring tot vernietiging van de door uw echtgeno(o)t(e)/geregistreerd partner met ons gesloten effectenlease-overeenkomst(en) op de grond dat voor het aangaan van deze overeenkomsten) uw (schriftelijke) toestemming was vereist en dat u deze toestemming niet heeft verleend.
Wij aanvaarden deze vernietiging niet en berusten daarin op geen enkele wijze. De wet (artikel 1:88 Burgerlijk Wetboek) verlangt voor bepaalde rechtshandelingen de toestemming van de echtgeno(o)t(e)/geregistreerd partner van de persoon die de handeling verricht. Tot die rechtshandelingen behoort niet het aangaan van een effectenlease-overeenkomst. Artikel 1:88 Burgerlijk Wetboek vereist in bepaalde gevallen de toestemming van de echtgeno(o)t(e)/geregistreerd partner voor het aangaan van een overeenkomst van koop op afbetaling. Effectenlease-overeenkomsten zijn echter geen overeenkomsten van koop op afbetaling in de zin van de wet. Reeds daarom is artikel 1:88 Burgerlijk Wetboek niet van toepassing. Bovendien heeft het artikel naar onze mening alleen betrekking op overeenkomsten van koop op afbetaling van zaken. Een "zaak" is juridisch een stoffelijk, materieel object. Effecten zijn geen stoffelijke objecten, maar rechten. Ook om die reden is artikel 1:88 Burgerlijk Wetboek dus niet van toepassing. Deze uitleg is door drie gezaghebbende hoogleraren op het gebied van het personen- en familierecht bevestigd.
Ze geven dus twee redenen aan:
Huurkoop (daar spreken we over) is geen koop op afbetaling.
Effecten zijn geen stoffelijke objecten maar rechten en dus geen “zaak”.
Wat is nu het verschil tussen huurkoop en koop op afbetaling als die er al is?
Waarom spreken ze wederom over “zaak” als volgens artikel BW 7a, 1576 lid 5 er een letterlijk omschreven uitzondering vermeldt staat daar waar het gaat om vermogensrechten?
De vorige reactie van Dexia, waar we het al eerder over hebben gehad was:
Ten aanzien van het vereiste van het meetekenen door uw echtgenote delen wij u mee dat wij van mening zijn dat het vereiste voor het meetekenen door uw echtgenote alleen geldt voor de huurkoop van roerende zaken en niet voor de huurkoop van aandelen. Blijkens de wetsgeschiedenis dient art. 1:88 van het Burgerlijk Wetboek naar de letterlijke tekst te worden uitgelegd.
Wat bedoelen ze hier met blijkens de wetsgeschiedenis dient art 88 naar de letterlijke tekst te worden uitgelegd?
Bedoelen ze hiermee dat je dan niet meer mag verwijzen naar artikel 1576 lid 5 als zijnde de uitzondering van vermogensrechten op het begrip “zaak”? Letterlijk is immers letterlijk daar vallen nooit en te nimmer uitzonderingen onder, want dan is het niet meer letterlijk?
Dient niet ieder artikel in het burgerlijk wetboek naar de letterlijke tekst te worden uitgelegd? En dus, waarom schrijven ze dat?
Moet iets achter zitten…
Verder valt me op dat ze eerst zeggen dat artikel 88 alleen geldt voor HUURKOOP van roerende goederen om vervolgens te stellen dat huurkoop van aandelen niet valt onder koop op afbetaling in de zin van de wet. Waarom zou HUURKOOP van roerende goederen dan wel vallen onder koop op afbetaling in de zin van de wet? Met andere woorden huurkoop is hetzelfde als koop op afbetaling. Althans die conclusie trek ik uit hun eigen tekst.
Simone en Maarten, werk aan de winkel… Nee zo bedoel ik het niet, maar door jullie zijn we zo ver gekomen en persoonlijk wil ik erg graag reageren op de tekst van Dexia als hierboven geciteerd.
Iedereen is overigens welkom om letterlijk in te gaan op de reactie van Dexia.
M.vr.gr. jeroen