Aandelenlease-update
Geplaatst: 17 mei 2006 15:40
Aandelenlease-update
Jurofoon 17 mei 2006
Terwijl vrijwel alle rechtszaken tegen Dexia stilliggen, hebben rechters wel vonnis gewezen tegen andere aandelenlease-aanbieders, zoals Fortis Groeivermogen, Aegon en Defam. Een overzicht van enkele recente gebeurtenissen.
Het is al enkele maanden vrij rustig rond de aandelenlease-affaire nu vrijwel alle rechtszaken tegen Dexia zijn stilgelegd in afwachting van een oordeel van het Amsterdamse gerechtshof over de Duisenberg-regeling. Dit is de spreekwoordelijke "stilte voor de storm", want juristen van JuroFoon en andere juridische dienstverleners werken hard door om dagvaardingen op te stellen om direct namens gedupeerden door te procederen tegen Dexia zodra dat weer mogelijk is.
Hof Amsterdam behandelt verzoek Duisenberg-regeling
Deze week is het gerechtshof Amsterdam begonnen met de behandeling van het verzoek van Dexia om de Duisenberg-regeling verbindend te verklaren voor alle Dexia-gedupeerden die voor de regeling in aanmerking komen. Waarschijnlijk zal het hof nog deze zomer een beslissing nemen. Tot die tijd liggen vrijwel alle rechtszaken tegen Dexia stil.
Mocht de Duisenberg-regeling voor alle gedupeerden gaan gelden, dan kunnen zij alsnog aangeven niet gebonden te willen zijn om zo te kunnen doorprocederen voor een beter resultaat.
Zie ook:
Dossier over Dexia op Rechtspraak.nl
Hervatting Dexia-procedures op verzoek van gedupeerden
Duisenberg-regeling voor alle gedupeerden?
Verruiming Duisenberg-regeling
Enkele dagen voordat Amsterdamse hof begon aan de beoordeling van het verzoek van Dexia om de Duisenberg-regeling algemeen verbindend te verklaren, heeft Dexia de regeling verruimd. Het gaat om ongeveer 70.000 gedupeerden met een contract waarbij op het einde van de looptijd een restschuld kan ontstaan en waarbij de overeenkomst ná 1 mei 2005 maar vóór de minimum-looptijd is of wordt beëindigd. De restschuld wordt dan gedeeltelijk kwijtgescholden. Mogelijk moet nog wel een gedeelte van de te betalen maandtermijnen aan Dexia worden voldaan.
Schema Duisenberg-regeling (pdf)
Defam moet 60% schade effectenleasecontract vergoeden
Defam is door de Utrechtse rechtbank veroordeeld om 60% van de schade (inleg en restschuld) te vergoeden aan twee gedupeerden. De aandelenlease-overeenkomst is gesloten samen met een lening om verbouwing te financieren. Volgens de rechter heeft Defam bij het aangaan van het contract de zorgplicht geschonden. Defam is tevens aansprakelijk voor de schade die is ontstaan na verlenging van het contract in 2001. Rechtbank noemt het begrijpelijk dat gedupeerden, hoewel ze inmiddels meer wisten hoe het product in elkaar zat, toch hebben verlengd.
Rechtbank Utrecht, 26 april 2006, LJN: AW7005
Groeivermogen had geen WCK-vergunning
De Wet op het Consumentenkrediet is van toepassing op de gesloten Beursversneller-overeenkomst, terwijl Groeivermogen niet over de verplichte vergunning beschikte. De gesloten overeenkomst is daardoor nietig. Onder de gegeven omstandigheden is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid echter onaanvaardbaar dat de overeenkomst met terugwerkende kracht geheel ten nadele van Groeivermogen teniet wordt gedaan. Waardedaling blijft voor rekening van de gedupeerde.
Kantonrechter Utrecht, 29 maart 2006
Fortis Groeivermogen schond zorgplicht
Groeivermogen heeft niet onderzocht wat de beleggingsdoelstellingen en wensen van de belegger waren en of de belegger die risico’s kon en wilde dragen. Maar kennelijk was de belegger bereid en in staat was de inleg in één keer te voldoen niet kon en er waren geen aanwijzingen dat betaling van een eventuele restschuld op tot problemen zou leiden. In verband met de eigen schuld van de gedupeerde wordt de restschuld slechts voor 25% kwijtgescholden.
Rechtbank Utrecht, 5 april 2006, LJN: AW0817
Aegon Vliegwiel is huurkoop
De kantonrechter te Alkmaar heeft geoordeeld dat de aandelenlease-producten Rendements Vliegwiel, Koopsom Vliegwiel en Junior Vliegwiel als huurkoop gekwalificeerd moeten worden. Het gevolg is dat de kantonrechter bevoegd is (in plaats van de rechtbank) en dat de echtgenoot van de contractant de aandelenlease-overeenkomst had moeten ondertekenen.
Kantonrechter Alkmaar, 22 februari 2006 (via Platform Aandelenlease)
'Onaanvaardbaar lang'
De kantonrechter Amsterdam laat gedupeerden doorprocederen ondanks het schorsingsverzoek van Dexia in verband met haar verzoek bij het Gerechtshof Amsterdam om de Duisenberg-regeling algemeen verbindend te verklaren. Deze betreffende zaak liep al ruim een jaar, maar er was in feite nog helemaal niets in gebeurd. De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval de verzoekschriftprocedure bij het Hof naar verwachting onaanvaardbaar lang zal duren.
Kantonrechter Amsterdam, 30 maart 2006 (via Platform Aandelenlease)
'Extreem geval'
De kantonrechter Leiden heeft een beroep op dwaling gehonoreerd, hetgeen tot nu toe zelden is gebeurd in aandelenlease-zaken. Dexia moet de volledige inleg terugbetalen. De rechter vindt dat het hier om een 'extreem geval' gaat, zodat de uitspraak geen algemene gelding heeft voor andere aandelenlease-zaken. In deze zaak had een echtpaar geld gestoken in meerdere depot-constructies die een zeer groot risico voor de beleggers inhielden. Volgens de rechter is er sprake geweest van een 'schaamteloze manier van provisiejagen' en de financiële constructie noemt hij 'volstrekt onverantwoord', 'extreem risicovol' en 'bizar'.
Kantonrechter Leiden, 25 januari 2006, LJN: AV7334
Niet elke rechtzaak loopt automatisch goed af voor de belegger
Helaas lopen niet alle rechtszaken tegen Dexia goed af voor de belegger. Dit is in hoge mate afhankelijk van de omstandigheden van het geval, de wijze van procederen en ook de opvattingen van de rechter die de zaak behandelt. De kantonrechter in Amsterdam deed op 22 februari 2006 een uitspraak waarin de gedupeerde op alle punten in het ongelijk werd gesteld. Het ging hierbij om een depotlease-constructie, afgesloten na bemiddeling door Spaar Select. De koersen daalden en de belegger leed schade. Hij vernietigde de effectenlease-overeenkomst wegens dwaling en eiste schadevergoeding. Mr. Rompelberg van advocatenkantoor Rompelberg en Ruiter heeft bij deze zaak een commentaar geschreven waarin hij toelicht waarom de feiten en omstandigheden van het geval aanleiding gaven tot het teleurstellende oordeel.
Kantonrechter Amsterdam, 22 februari 2006 (via Platform Aandelenlease)
Commentaar Rompelberg:
Aandelenlease: niet elke rechtzaak loopt automatisch goed af voor de belegger
Zou de Rechtbank te Amsterdam de stortvloed aandelenleasezaken een beetje beu zijn en nieuwe aanwas ontmoedigen, o.a. door het wijzen van magere vonnissen? Die indruk wordt gewekt na lezing van het vonnis d.d. 22 februari jl. (klik hier voor de uitspraak). Het ging hierbij om een depotlease-constructie tussen en belegger en Labouchere (thans Dexia), afgesloten na bemiddeling door Spaar Select. De koersen daalden en de belegger leed schade. Hij vernietigde de effectenlease-overeenkomst wegens dwaling en dagvaardde Dexia en Spaar Select in welk kader hij schadevergoeding vorderde. Dexia verweerde zich en vorderde in reconventie doorbetaling van termijnen krachtens de aandelenlease-overeenkomst.
De rechtbank wees de vorderingen van de belegger af en de vorderingen van Dexia toe. De belegger werd bovendien veroordeeld in de proceskosten.
Is dit een slecht vonnis? Nou nee. Bij elk vonnis zijn kanttekeningen te maken, ook hier. Waarom ging het in deze zaak dan mis voor de belegger? Omdat de feiten en omstandigheden van het geval daartoe aanleiding gaven. In het onderstaande zal ik dit uitgebreid toelichten.
De feiten:
Spaar Select belde de belegger ongevraagd en vroeg of het geoorloofd was hem een tijdschrift “het Effect van Spaar Select” toe te zenden. Na lezing ervan belde de belegger zélf met Spaar Select om nadere informatie over de daarin genoemde financiële producten. De belegger werd vervolgens door Spaar Select thuis bezocht waarna Spaar Select hem schriftelijk adviseerde:
“U heeft momenteel in inkomen van NLG 43.875,= netto en u heeft aangegeven dat u op 60-jarige leeftijd wilt stoppen met werken met behoud van uw huidige salaris. Berekend is dat u een doelvermogen nodig heeft van circa NLG 750.000,= om vanaf uw 60e levenslang een gelijkwaardig inkomen te kunnen hebben”.
“Wij adviseren u om uw eigen vermogen (NLG 45.000,=) in een depot te storten bij Bank Labouchere. Dit depot wordt belegd in het Global Aandelenfonds, wat de afgelopen 20 jaar een gemiddeld rendement realiseerde van 16,8%. Voorzichtigheidshalve gaan wij uit van 12%”.
“vanuit dit depot wordt maandelijks NLG 900,= ingelegd in een Pensioen Effect, wat belegd wordt in de AEX. Bij een gemiddeld rendement van 12,5% (afgelopen 18 jaar 17,2%) en 2% dividend levert het PE een belastingvrijesom op van circa NLG 96.100,= welke u laat staan in uw depot”.
“Vanaf uw 46e tot aan uw 60e wordt er wederom maandelijks NLG 900,= ingelegd in het Pensioen Effect waarna u op 60-jarige leeftijd circa NLG 740.000,= belastingvrij uitgekeerd zult krijgen. Dat bedrag zet u in depot en van het rendement kunt u ruim leven”.
De totaal overeengekomen lease-som van de Pensioen Effect aandelenlease-overeenkomst bedroeg € 98.016,00, te betalen in 240 maandelijkse termijnen van € 408,40. Daarna ging de eigendom van het geleasde Labouchere AEX Plus Certificaat in eigendom over op de belegger.
De belegger vorderde:
a. vernietiging van de aandelenlease-overeenkomst wegens dwaling:
b. schadevergoeding wegens wanprestatie / onrechtmatige daad;
Dit betekent dat de belegger dus géén beroep deed op:
- nietigheid wegens strijd met art. 9 WCK;
- vernietiging op de voet van art. 1:88 jo 89 BW;
Ik ga er van uit dat hierop geen beroep is gedaan na onderzoek van de feiten. Bij gebrek aan een echtgenote is een eega-leaseverweer immers kansloos. Ik wil er op wijzen dat een tijdig en rechtsgeldig beroep op art. 9 WCK en/of art. 1:88 BW vrijwel steeds tot 100% resultaat leidt voor de belegger. Hij ontvangt zijn inleg terug waarover wettelijke rente bovendien. Dat zou in dit geval ook zo zijn geweest.
Er is voorts géén beroep gedaan op de bescherming krachtens colportage-regelgeving. Waarschijnlijk is de Nederlandse Colportagewet niet onverkort van toepassing. Daarom onderzoeken wij of de Europese regelgeving op het gebied van colportage een belegger in vergelijkbare omstandigheden wellicht méér bescherming biedt. Immers ook bij krediet-regelgeving boden de Europese regels de aandelenlease-kredietnemer méér bescherming dan de Nederlandse WCK. De nationale rechter is verplicht de bescherming uit Europese Richtlijnen ambtshalve toe te passen, ook al hebben Richtlijnen geen rechtstreekse werking. Vandaar het voor beleggers gunstige WCK vonnis van de rechtbank Arnhem (klik hier voor de uitspraak).
Waarom ging het in dit geval mis voor de belegger:
Dwaling:
De belegger kon hier geen beroep op dwaling doen, omdat hij daarvoor aantoonbaar over te veel informatie beschikte. Zo had hij de beschikking over informatie uit:
het tijdschrift “het Effect van Spaar Select (met daarin een uitgebreid artikel over de werking van aandelenlease)
het aanvraagformulier depot aandelenlease
de brochure effectenlease-overeenkomst
het schriftelijk advies van Spaar Select
Uit al deze informatie kon de belegger zich een goed beeld vormen van het samenstel van overeenkomsten en welke consequenties dit voor hem zou kunnen hebben. Vernietiging wegens dwaling is kansloos indien uit de verstrekte informatie de gevolgen zijn af te leiden, zelfs als daarvoor een beetje nadenken is vereist.
In de depotleasezaken waarin voor beleggers wél gunstige jurisprudentie is gewezen, was de informatievoorziening beduidend slechter. In zulke gevallen is er meestal:
géén schriftelijk advies van Spaar Select (of een onjuist advies: sommige adviezen van Spaar Select zijn werkelijk schrijnend)
géén brochure over de werking van het depot (zulke brochures zijn overigens nooit gemaakt)
géén brochure verstrekt over de aandelenlease-overeenkomst (vaak opzettelijk achter gehouden door Spaar Select)
géén brochure van het samenstel van de overeenkomsten aandelenlease én BLGA (zulke brochures zijn ook nooit gemaakt);
Doorgaans beperkte in dit soort gevallen de verstrekte informatie zich tot de tekst van de aandelenlease-overeenkomst en de tekst van het aanvraagformulier depot aandelenlease. Volgens de jurisprudentie biedt dit de belegger te weinig informatie om zich een goed beeld te kunnen vormen en is dwaling toewijsbaar. Daarbij komen de snelle verkooppraatjes van de doorgaans ernstig courtagebeluste Spaar Select colporteurs. Vaak namen die het niet zo nauw met de waarheid waardoor al snel een totaal verkeerd beeld bij de belegger ontstond. Een veel voorkomende, maar onjuiste, gedachte bij beleggers was dat de depotlease slechts vijf jaar duurde en dat het depot gedurende die tijd toereikend zou zijn om de maandbetalingen te betalen. Beleggers dachten dit, omdat de medewerker van Spaar Select hen dit zo had gezegd.
Wanprestatie:
Wanprestatie betekent dat de bank in strijd met de zorgplicht heeft gehandeld, bijvoorbeeld omdat zij onvoldoende heeft onderzocht of de belegger de aangegane verplichtingen kan nakomen. De verplichtingen die de belegger aangaat moeten door hem te dragen zijn: ook als kwade kansen zich realiseren. Dit klemt te meer bij depot-lease omdat daarbij doorgaans:
een tweede hypotheek wordt opgenomen op de woning;
welk bedrag in een depot wordt gestort, dat op zichzelf bestaat aandelen waarvan de waarde met de beurskoers fluctueert;
uit welk depot de hoge maandelijkse betalingen moeten worden betaald;
aan een aandelenlease-overeenkomst met een vaak zeer groot belang.
Dit levert een cumulatie van risico’s op die wordt aangeduid met de termen “hefboomwerking” en “stapelproduct”. De waarde van de woning is onzeker, de waarde van het depot is onzeker, de waarde van de aandelenlease is onzeker. De waarde van het stapelproduct kan versneld stijgen, maar ook versneld dalen. Het enige wat zeker is, is dat de beleggers maandelijks moet betalen: zowel aan de aandelenlease-bank als aan de hypotheekbank. Vaak zijn de aangegane verplichtingen evident te hoog. Zie het recente vonnis van de kantonrechter te Leiden, die de aangegane verplichtingen, gelet op de omstandigheden van het geval, kwalificeerde als “absurd” (klik hier voor de uitspraak).
In het berechte geval was het echter enigszins anders:
de belegger betaalde het depot van NLG 45.000,00 uit zijn eigen vermogen, en níet, zoals gebruikelijk, uit een tweede hypotheek;
de belegger genoot een inkomen van NLG 43.875,00 netto per jaar (€ 1.800,= netto per maand). De leaserente à € 408,40 per maand is uiteraard behoorlijk, maar daarom niet per definitie onbetaalbaar.
Dit oordeel zou anders kunnen zijn indien uit bijkomende omstandigheden volgt dat deze extra-maandlasten voor de belegger onbetaalbaar waren. Dit is afhankelijk van het overige financiële plaatje van de belegger, bijvoorbeeld:
hoge vaste maandlasten uit eerder aangegane verplichtingen;
ziekte / handicap / dreigend ontslag of dreigende arbeidsongeschiktheid;
inwonende minderjarige en/of studerende kinderen;
en zo voort.
In het berechte geval lijkt hierover niets te zijn gesteld (althans: de rechtbank behandelt dit niet).
Kritiek op het vonnis:
Overal zijn kanttekeningen bij te maken: ook bij dit vonnis.
Het vonnis gaat niet in op de stelling van de belegger dat, na het verdampen van het depot, de leaserente van € 408,40 per maand niet op te brengen is bij een salaris van € 1.800,= netto per maand. Ongeacht de uiteindelijke beoordeling door de rechter, is het niet goed dat hij hier geen enkele aandacht aan schenkt. Immers, de belegger vorderde schadevergoeding wegens wanprestatie. Dit wordt door de rechter afgewezen zonder dat hij duidelijk maakt waarom er volgens hem op dit punt van wanprestatie geen sprake is. De rechter oordeelt “de voor de beleggingen relevante persoonlijke omstandigheden staan vermeld in het advies van Spaar Select”. Dat mag zo wezen, maar daarmee is nog niet gezegd of met het daarin genoemde salaris de maandelijkse leaserente -naar in Nederland levende opvattingen- betaalbaar is. Het vonnis gaat hier niet op in.
De rechtbank wijst er op dat uit de desbetreffende aandelenlease-overeenkomst geen restschuld voort kan vloeien, omdat de totaal overeengekomen leasesom in 240 termijnen geheel afbetaald wordt. Geen restschuld? Ja, mijn fiets! Het vonnis miskent dat 240 maanden à € 408,40 onder omstandigheden niet op te brengen kan zijn. Bijvoorbeeld bij een gering inkomen of als de belegger bij het aangaan van de verplichtingen een zodanige leeftijd heeft dat te voorzien is dat het inkomen binnen de looptijd van de overeenkomst daalt. De rechtbank toetst dit allemaal niet en laat zich hier niet over uit.
Daarbij gaat de rechtbank er naar mijn smaak te licht aan voorbij, dat de informatieverstrekking jegens de belegger sterk misleidende elementen bevat. De belegger wordt voorgehouden dat hij, conform zijn wens, op zijn 60e kan ophouden met werken omdat hij toewerkt naar een doelvermogen van NLG 740.000,00. Hiervoor zijn cumulerende rendementen nodig van 12% op zijn inleg in het depot (“gemiddeld rendement over de afgelopen 20 jaar van 16,8%”) en 12,5% op de AEX (“gemiddeld rendement afgelopen 18 jaar 17,2%”). In kringen van deskundigen was bij het aangaan van de overeenkomst (1999) bekend dat rekening gehouden moest worden met toekomstige perioden van veel lagere stijging en zelfs koersdaling. Om onder zulke omstandigheden producten te verkopen die 20 jaar lang elk jaar een rendement op de aandelen vereisen van 21% om überhaupt quitte te draaien, is op de keper beschouwd onverantwoord.
De term “depot” is misleidend omdat het lijkt te gaan om een plaats waarin alles bewaard blijft, tenzij je er iets uithaalt. Maar i.c. is het depot deels verdampt vanwege de enorme waardedaling BLGA. Nergens heeft de bank de belegger er over geïnformeerd dat BLGA voornamelijk was belegd in hoog risicovolle ict- en internetaandelen. Vandaag dat koers BLGA zo hard onderuit ging toen de internet- en technologie zeepbel uiteenspatte. Een hoog-risicovolle belegging verdraagt zich niet met de door de belegger aangegeven doelstelling: eerder stoppen met werken.
De naam Pensioen-Effect is misleidend, omdat het hier lijkt te gaan om een weinig risicovolle belegging waarin pensioenvermogen bij uitstek kan worden belegd.
Bij de beoordeling van dit alles is bovendien de opleiding en de ervaring van de belegger relevant, maar daarover lees ik niets in het vonnis.
Conclusie:
Elke aandelenlease-zaak is anders. Een depotlease zaak hoeft niet altijd tot succes te leiden voor de belegger. Het resultaat is afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval.
Het komt er op aan de relevante feiten en omstandigheden van het individuele geval zodanig ter kennis van de rechter te brengen, dat deze er rekening mee houdt bij de beoordeling van de casus. Uit het onderhavige vonnis volgt dat de rechter niet alle relevante feiten en omstandigheden heeft beoordeeld. Dit kan liggen aan de rechter, of aan de belegger.
Procederen in depot-lease zaken is maatwerk. Het vergt een precieze uiteenzetting van alle feiten en de juridische consequenties. Dit leidt onmiskenbaar tot omvangrijke processtukken van vaak meer dan 100 pagina’s per stuk.
Volgens ons kantoor is een individuele procedure, niet collectief, daarvoor de aangewezen weg. Individueel procederen is weliswaar duurder, maar gelet op de belangen in depotlease zaken is het nóg duurder om in het ongelijk gesteld te worden met alle kosten van dien. Overigens werd in het onderhavige geval óók individueel geprocedeerd, maar daarbij gaf de casus, voor zover de rechter deze volledig heeft beoordeeld, geen aanleiding om het door de belegger gevorderde toe te wijzen.
Het is niet uitgesloten dat nadere beoordeling van de (volledige) casus in hoger beroep tot een voor de belegger gunstiger resultaat leidt.
Jurofoon 17 mei 2006
Terwijl vrijwel alle rechtszaken tegen Dexia stilliggen, hebben rechters wel vonnis gewezen tegen andere aandelenlease-aanbieders, zoals Fortis Groeivermogen, Aegon en Defam. Een overzicht van enkele recente gebeurtenissen.
Het is al enkele maanden vrij rustig rond de aandelenlease-affaire nu vrijwel alle rechtszaken tegen Dexia zijn stilgelegd in afwachting van een oordeel van het Amsterdamse gerechtshof over de Duisenberg-regeling. Dit is de spreekwoordelijke "stilte voor de storm", want juristen van JuroFoon en andere juridische dienstverleners werken hard door om dagvaardingen op te stellen om direct namens gedupeerden door te procederen tegen Dexia zodra dat weer mogelijk is.
Hof Amsterdam behandelt verzoek Duisenberg-regeling
Deze week is het gerechtshof Amsterdam begonnen met de behandeling van het verzoek van Dexia om de Duisenberg-regeling verbindend te verklaren voor alle Dexia-gedupeerden die voor de regeling in aanmerking komen. Waarschijnlijk zal het hof nog deze zomer een beslissing nemen. Tot die tijd liggen vrijwel alle rechtszaken tegen Dexia stil.
Mocht de Duisenberg-regeling voor alle gedupeerden gaan gelden, dan kunnen zij alsnog aangeven niet gebonden te willen zijn om zo te kunnen doorprocederen voor een beter resultaat.
Zie ook:
Dossier over Dexia op Rechtspraak.nl
Hervatting Dexia-procedures op verzoek van gedupeerden
Duisenberg-regeling voor alle gedupeerden?
Verruiming Duisenberg-regeling
Enkele dagen voordat Amsterdamse hof begon aan de beoordeling van het verzoek van Dexia om de Duisenberg-regeling algemeen verbindend te verklaren, heeft Dexia de regeling verruimd. Het gaat om ongeveer 70.000 gedupeerden met een contract waarbij op het einde van de looptijd een restschuld kan ontstaan en waarbij de overeenkomst ná 1 mei 2005 maar vóór de minimum-looptijd is of wordt beëindigd. De restschuld wordt dan gedeeltelijk kwijtgescholden. Mogelijk moet nog wel een gedeelte van de te betalen maandtermijnen aan Dexia worden voldaan.
Schema Duisenberg-regeling (pdf)
Defam moet 60% schade effectenleasecontract vergoeden
Defam is door de Utrechtse rechtbank veroordeeld om 60% van de schade (inleg en restschuld) te vergoeden aan twee gedupeerden. De aandelenlease-overeenkomst is gesloten samen met een lening om verbouwing te financieren. Volgens de rechter heeft Defam bij het aangaan van het contract de zorgplicht geschonden. Defam is tevens aansprakelijk voor de schade die is ontstaan na verlenging van het contract in 2001. Rechtbank noemt het begrijpelijk dat gedupeerden, hoewel ze inmiddels meer wisten hoe het product in elkaar zat, toch hebben verlengd.
Rechtbank Utrecht, 26 april 2006, LJN: AW7005
Groeivermogen had geen WCK-vergunning
De Wet op het Consumentenkrediet is van toepassing op de gesloten Beursversneller-overeenkomst, terwijl Groeivermogen niet over de verplichte vergunning beschikte. De gesloten overeenkomst is daardoor nietig. Onder de gegeven omstandigheden is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid echter onaanvaardbaar dat de overeenkomst met terugwerkende kracht geheel ten nadele van Groeivermogen teniet wordt gedaan. Waardedaling blijft voor rekening van de gedupeerde.
Kantonrechter Utrecht, 29 maart 2006
Fortis Groeivermogen schond zorgplicht
Groeivermogen heeft niet onderzocht wat de beleggingsdoelstellingen en wensen van de belegger waren en of de belegger die risico’s kon en wilde dragen. Maar kennelijk was de belegger bereid en in staat was de inleg in één keer te voldoen niet kon en er waren geen aanwijzingen dat betaling van een eventuele restschuld op tot problemen zou leiden. In verband met de eigen schuld van de gedupeerde wordt de restschuld slechts voor 25% kwijtgescholden.
Rechtbank Utrecht, 5 april 2006, LJN: AW0817
Aegon Vliegwiel is huurkoop
De kantonrechter te Alkmaar heeft geoordeeld dat de aandelenlease-producten Rendements Vliegwiel, Koopsom Vliegwiel en Junior Vliegwiel als huurkoop gekwalificeerd moeten worden. Het gevolg is dat de kantonrechter bevoegd is (in plaats van de rechtbank) en dat de echtgenoot van de contractant de aandelenlease-overeenkomst had moeten ondertekenen.
Kantonrechter Alkmaar, 22 februari 2006 (via Platform Aandelenlease)
'Onaanvaardbaar lang'
De kantonrechter Amsterdam laat gedupeerden doorprocederen ondanks het schorsingsverzoek van Dexia in verband met haar verzoek bij het Gerechtshof Amsterdam om de Duisenberg-regeling algemeen verbindend te verklaren. Deze betreffende zaak liep al ruim een jaar, maar er was in feite nog helemaal niets in gebeurd. De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval de verzoekschriftprocedure bij het Hof naar verwachting onaanvaardbaar lang zal duren.
Kantonrechter Amsterdam, 30 maart 2006 (via Platform Aandelenlease)
'Extreem geval'
De kantonrechter Leiden heeft een beroep op dwaling gehonoreerd, hetgeen tot nu toe zelden is gebeurd in aandelenlease-zaken. Dexia moet de volledige inleg terugbetalen. De rechter vindt dat het hier om een 'extreem geval' gaat, zodat de uitspraak geen algemene gelding heeft voor andere aandelenlease-zaken. In deze zaak had een echtpaar geld gestoken in meerdere depot-constructies die een zeer groot risico voor de beleggers inhielden. Volgens de rechter is er sprake geweest van een 'schaamteloze manier van provisiejagen' en de financiële constructie noemt hij 'volstrekt onverantwoord', 'extreem risicovol' en 'bizar'.
Kantonrechter Leiden, 25 januari 2006, LJN: AV7334
Niet elke rechtzaak loopt automatisch goed af voor de belegger
Helaas lopen niet alle rechtszaken tegen Dexia goed af voor de belegger. Dit is in hoge mate afhankelijk van de omstandigheden van het geval, de wijze van procederen en ook de opvattingen van de rechter die de zaak behandelt. De kantonrechter in Amsterdam deed op 22 februari 2006 een uitspraak waarin de gedupeerde op alle punten in het ongelijk werd gesteld. Het ging hierbij om een depotlease-constructie, afgesloten na bemiddeling door Spaar Select. De koersen daalden en de belegger leed schade. Hij vernietigde de effectenlease-overeenkomst wegens dwaling en eiste schadevergoeding. Mr. Rompelberg van advocatenkantoor Rompelberg en Ruiter heeft bij deze zaak een commentaar geschreven waarin hij toelicht waarom de feiten en omstandigheden van het geval aanleiding gaven tot het teleurstellende oordeel.
Kantonrechter Amsterdam, 22 februari 2006 (via Platform Aandelenlease)
Commentaar Rompelberg:
Aandelenlease: niet elke rechtzaak loopt automatisch goed af voor de belegger
Zou de Rechtbank te Amsterdam de stortvloed aandelenleasezaken een beetje beu zijn en nieuwe aanwas ontmoedigen, o.a. door het wijzen van magere vonnissen? Die indruk wordt gewekt na lezing van het vonnis d.d. 22 februari jl. (klik hier voor de uitspraak). Het ging hierbij om een depotlease-constructie tussen en belegger en Labouchere (thans Dexia), afgesloten na bemiddeling door Spaar Select. De koersen daalden en de belegger leed schade. Hij vernietigde de effectenlease-overeenkomst wegens dwaling en dagvaardde Dexia en Spaar Select in welk kader hij schadevergoeding vorderde. Dexia verweerde zich en vorderde in reconventie doorbetaling van termijnen krachtens de aandelenlease-overeenkomst.
De rechtbank wees de vorderingen van de belegger af en de vorderingen van Dexia toe. De belegger werd bovendien veroordeeld in de proceskosten.
Is dit een slecht vonnis? Nou nee. Bij elk vonnis zijn kanttekeningen te maken, ook hier. Waarom ging het in deze zaak dan mis voor de belegger? Omdat de feiten en omstandigheden van het geval daartoe aanleiding gaven. In het onderstaande zal ik dit uitgebreid toelichten.
De feiten:
Spaar Select belde de belegger ongevraagd en vroeg of het geoorloofd was hem een tijdschrift “het Effect van Spaar Select” toe te zenden. Na lezing ervan belde de belegger zélf met Spaar Select om nadere informatie over de daarin genoemde financiële producten. De belegger werd vervolgens door Spaar Select thuis bezocht waarna Spaar Select hem schriftelijk adviseerde:
“U heeft momenteel in inkomen van NLG 43.875,= netto en u heeft aangegeven dat u op 60-jarige leeftijd wilt stoppen met werken met behoud van uw huidige salaris. Berekend is dat u een doelvermogen nodig heeft van circa NLG 750.000,= om vanaf uw 60e levenslang een gelijkwaardig inkomen te kunnen hebben”.
“Wij adviseren u om uw eigen vermogen (NLG 45.000,=) in een depot te storten bij Bank Labouchere. Dit depot wordt belegd in het Global Aandelenfonds, wat de afgelopen 20 jaar een gemiddeld rendement realiseerde van 16,8%. Voorzichtigheidshalve gaan wij uit van 12%”.
“vanuit dit depot wordt maandelijks NLG 900,= ingelegd in een Pensioen Effect, wat belegd wordt in de AEX. Bij een gemiddeld rendement van 12,5% (afgelopen 18 jaar 17,2%) en 2% dividend levert het PE een belastingvrijesom op van circa NLG 96.100,= welke u laat staan in uw depot”.
“Vanaf uw 46e tot aan uw 60e wordt er wederom maandelijks NLG 900,= ingelegd in het Pensioen Effect waarna u op 60-jarige leeftijd circa NLG 740.000,= belastingvrij uitgekeerd zult krijgen. Dat bedrag zet u in depot en van het rendement kunt u ruim leven”.
De totaal overeengekomen lease-som van de Pensioen Effect aandelenlease-overeenkomst bedroeg € 98.016,00, te betalen in 240 maandelijkse termijnen van € 408,40. Daarna ging de eigendom van het geleasde Labouchere AEX Plus Certificaat in eigendom over op de belegger.
De belegger vorderde:
a. vernietiging van de aandelenlease-overeenkomst wegens dwaling:
b. schadevergoeding wegens wanprestatie / onrechtmatige daad;
Dit betekent dat de belegger dus géén beroep deed op:
- nietigheid wegens strijd met art. 9 WCK;
- vernietiging op de voet van art. 1:88 jo 89 BW;
Ik ga er van uit dat hierop geen beroep is gedaan na onderzoek van de feiten. Bij gebrek aan een echtgenote is een eega-leaseverweer immers kansloos. Ik wil er op wijzen dat een tijdig en rechtsgeldig beroep op art. 9 WCK en/of art. 1:88 BW vrijwel steeds tot 100% resultaat leidt voor de belegger. Hij ontvangt zijn inleg terug waarover wettelijke rente bovendien. Dat zou in dit geval ook zo zijn geweest.
Er is voorts géén beroep gedaan op de bescherming krachtens colportage-regelgeving. Waarschijnlijk is de Nederlandse Colportagewet niet onverkort van toepassing. Daarom onderzoeken wij of de Europese regelgeving op het gebied van colportage een belegger in vergelijkbare omstandigheden wellicht méér bescherming biedt. Immers ook bij krediet-regelgeving boden de Europese regels de aandelenlease-kredietnemer méér bescherming dan de Nederlandse WCK. De nationale rechter is verplicht de bescherming uit Europese Richtlijnen ambtshalve toe te passen, ook al hebben Richtlijnen geen rechtstreekse werking. Vandaar het voor beleggers gunstige WCK vonnis van de rechtbank Arnhem (klik hier voor de uitspraak).
Waarom ging het in dit geval mis voor de belegger:
Dwaling:
De belegger kon hier geen beroep op dwaling doen, omdat hij daarvoor aantoonbaar over te veel informatie beschikte. Zo had hij de beschikking over informatie uit:
het tijdschrift “het Effect van Spaar Select (met daarin een uitgebreid artikel over de werking van aandelenlease)
het aanvraagformulier depot aandelenlease
de brochure effectenlease-overeenkomst
het schriftelijk advies van Spaar Select
Uit al deze informatie kon de belegger zich een goed beeld vormen van het samenstel van overeenkomsten en welke consequenties dit voor hem zou kunnen hebben. Vernietiging wegens dwaling is kansloos indien uit de verstrekte informatie de gevolgen zijn af te leiden, zelfs als daarvoor een beetje nadenken is vereist.
In de depotleasezaken waarin voor beleggers wél gunstige jurisprudentie is gewezen, was de informatievoorziening beduidend slechter. In zulke gevallen is er meestal:
géén schriftelijk advies van Spaar Select (of een onjuist advies: sommige adviezen van Spaar Select zijn werkelijk schrijnend)
géén brochure over de werking van het depot (zulke brochures zijn overigens nooit gemaakt)
géén brochure verstrekt over de aandelenlease-overeenkomst (vaak opzettelijk achter gehouden door Spaar Select)
géén brochure van het samenstel van de overeenkomsten aandelenlease én BLGA (zulke brochures zijn ook nooit gemaakt);
Doorgaans beperkte in dit soort gevallen de verstrekte informatie zich tot de tekst van de aandelenlease-overeenkomst en de tekst van het aanvraagformulier depot aandelenlease. Volgens de jurisprudentie biedt dit de belegger te weinig informatie om zich een goed beeld te kunnen vormen en is dwaling toewijsbaar. Daarbij komen de snelle verkooppraatjes van de doorgaans ernstig courtagebeluste Spaar Select colporteurs. Vaak namen die het niet zo nauw met de waarheid waardoor al snel een totaal verkeerd beeld bij de belegger ontstond. Een veel voorkomende, maar onjuiste, gedachte bij beleggers was dat de depotlease slechts vijf jaar duurde en dat het depot gedurende die tijd toereikend zou zijn om de maandbetalingen te betalen. Beleggers dachten dit, omdat de medewerker van Spaar Select hen dit zo had gezegd.
Wanprestatie:
Wanprestatie betekent dat de bank in strijd met de zorgplicht heeft gehandeld, bijvoorbeeld omdat zij onvoldoende heeft onderzocht of de belegger de aangegane verplichtingen kan nakomen. De verplichtingen die de belegger aangaat moeten door hem te dragen zijn: ook als kwade kansen zich realiseren. Dit klemt te meer bij depot-lease omdat daarbij doorgaans:
een tweede hypotheek wordt opgenomen op de woning;
welk bedrag in een depot wordt gestort, dat op zichzelf bestaat aandelen waarvan de waarde met de beurskoers fluctueert;
uit welk depot de hoge maandelijkse betalingen moeten worden betaald;
aan een aandelenlease-overeenkomst met een vaak zeer groot belang.
Dit levert een cumulatie van risico’s op die wordt aangeduid met de termen “hefboomwerking” en “stapelproduct”. De waarde van de woning is onzeker, de waarde van het depot is onzeker, de waarde van de aandelenlease is onzeker. De waarde van het stapelproduct kan versneld stijgen, maar ook versneld dalen. Het enige wat zeker is, is dat de beleggers maandelijks moet betalen: zowel aan de aandelenlease-bank als aan de hypotheekbank. Vaak zijn de aangegane verplichtingen evident te hoog. Zie het recente vonnis van de kantonrechter te Leiden, die de aangegane verplichtingen, gelet op de omstandigheden van het geval, kwalificeerde als “absurd” (klik hier voor de uitspraak).
In het berechte geval was het echter enigszins anders:
de belegger betaalde het depot van NLG 45.000,00 uit zijn eigen vermogen, en níet, zoals gebruikelijk, uit een tweede hypotheek;
de belegger genoot een inkomen van NLG 43.875,00 netto per jaar (€ 1.800,= netto per maand). De leaserente à € 408,40 per maand is uiteraard behoorlijk, maar daarom niet per definitie onbetaalbaar.
Dit oordeel zou anders kunnen zijn indien uit bijkomende omstandigheden volgt dat deze extra-maandlasten voor de belegger onbetaalbaar waren. Dit is afhankelijk van het overige financiële plaatje van de belegger, bijvoorbeeld:
hoge vaste maandlasten uit eerder aangegane verplichtingen;
ziekte / handicap / dreigend ontslag of dreigende arbeidsongeschiktheid;
inwonende minderjarige en/of studerende kinderen;
en zo voort.
In het berechte geval lijkt hierover niets te zijn gesteld (althans: de rechtbank behandelt dit niet).
Kritiek op het vonnis:
Overal zijn kanttekeningen bij te maken: ook bij dit vonnis.
Het vonnis gaat niet in op de stelling van de belegger dat, na het verdampen van het depot, de leaserente van € 408,40 per maand niet op te brengen is bij een salaris van € 1.800,= netto per maand. Ongeacht de uiteindelijke beoordeling door de rechter, is het niet goed dat hij hier geen enkele aandacht aan schenkt. Immers, de belegger vorderde schadevergoeding wegens wanprestatie. Dit wordt door de rechter afgewezen zonder dat hij duidelijk maakt waarom er volgens hem op dit punt van wanprestatie geen sprake is. De rechter oordeelt “de voor de beleggingen relevante persoonlijke omstandigheden staan vermeld in het advies van Spaar Select”. Dat mag zo wezen, maar daarmee is nog niet gezegd of met het daarin genoemde salaris de maandelijkse leaserente -naar in Nederland levende opvattingen- betaalbaar is. Het vonnis gaat hier niet op in.
De rechtbank wijst er op dat uit de desbetreffende aandelenlease-overeenkomst geen restschuld voort kan vloeien, omdat de totaal overeengekomen leasesom in 240 termijnen geheel afbetaald wordt. Geen restschuld? Ja, mijn fiets! Het vonnis miskent dat 240 maanden à € 408,40 onder omstandigheden niet op te brengen kan zijn. Bijvoorbeeld bij een gering inkomen of als de belegger bij het aangaan van de verplichtingen een zodanige leeftijd heeft dat te voorzien is dat het inkomen binnen de looptijd van de overeenkomst daalt. De rechtbank toetst dit allemaal niet en laat zich hier niet over uit.
Daarbij gaat de rechtbank er naar mijn smaak te licht aan voorbij, dat de informatieverstrekking jegens de belegger sterk misleidende elementen bevat. De belegger wordt voorgehouden dat hij, conform zijn wens, op zijn 60e kan ophouden met werken omdat hij toewerkt naar een doelvermogen van NLG 740.000,00. Hiervoor zijn cumulerende rendementen nodig van 12% op zijn inleg in het depot (“gemiddeld rendement over de afgelopen 20 jaar van 16,8%”) en 12,5% op de AEX (“gemiddeld rendement afgelopen 18 jaar 17,2%”). In kringen van deskundigen was bij het aangaan van de overeenkomst (1999) bekend dat rekening gehouden moest worden met toekomstige perioden van veel lagere stijging en zelfs koersdaling. Om onder zulke omstandigheden producten te verkopen die 20 jaar lang elk jaar een rendement op de aandelen vereisen van 21% om überhaupt quitte te draaien, is op de keper beschouwd onverantwoord.
De term “depot” is misleidend omdat het lijkt te gaan om een plaats waarin alles bewaard blijft, tenzij je er iets uithaalt. Maar i.c. is het depot deels verdampt vanwege de enorme waardedaling BLGA. Nergens heeft de bank de belegger er over geïnformeerd dat BLGA voornamelijk was belegd in hoog risicovolle ict- en internetaandelen. Vandaag dat koers BLGA zo hard onderuit ging toen de internet- en technologie zeepbel uiteenspatte. Een hoog-risicovolle belegging verdraagt zich niet met de door de belegger aangegeven doelstelling: eerder stoppen met werken.
De naam Pensioen-Effect is misleidend, omdat het hier lijkt te gaan om een weinig risicovolle belegging waarin pensioenvermogen bij uitstek kan worden belegd.
Bij de beoordeling van dit alles is bovendien de opleiding en de ervaring van de belegger relevant, maar daarover lees ik niets in het vonnis.
Conclusie:
Elke aandelenlease-zaak is anders. Een depotlease zaak hoeft niet altijd tot succes te leiden voor de belegger. Het resultaat is afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval.
Het komt er op aan de relevante feiten en omstandigheden van het individuele geval zodanig ter kennis van de rechter te brengen, dat deze er rekening mee houdt bij de beoordeling van de casus. Uit het onderhavige vonnis volgt dat de rechter niet alle relevante feiten en omstandigheden heeft beoordeeld. Dit kan liggen aan de rechter, of aan de belegger.
Procederen in depot-lease zaken is maatwerk. Het vergt een precieze uiteenzetting van alle feiten en de juridische consequenties. Dit leidt onmiskenbaar tot omvangrijke processtukken van vaak meer dan 100 pagina’s per stuk.
Volgens ons kantoor is een individuele procedure, niet collectief, daarvoor de aangewezen weg. Individueel procederen is weliswaar duurder, maar gelet op de belangen in depotlease zaken is het nóg duurder om in het ongelijk gesteld te worden met alle kosten van dien. Overigens werd in het onderhavige geval óók individueel geprocedeerd, maar daarbij gaf de casus, voor zover de rechter deze volledig heeft beoordeeld, geen aanleiding om het door de belegger gevorderde toe te wijzen.
Het is niet uitgesloten dat nadere beoordeling van de (volledige) casus in hoger beroep tot een voor de belegger gunstiger resultaat leidt.