Een merkwaardig verweer van Dexia
Geplaatst: 05 jan 2003 15:11
Op de site van Dexia-aanbod onder het hoofd "Aanleiding" en
dan "Juridische positie" wordt door Dexia een poging ondernomen om hun verweer duidelijk te maken. Daarbij wordt
er stelselmatig woorden aangehaald zoals "waren onze voorgangers Legio, Legio Lease B.V. en Bank Labouchere N.V. naar onze mening, niet verplicht om" en dan vaak voorbij wordt gegaan aan bepaalde wetsartikelen of eerder gedane uitspraken betrekking hebbende op hun verweer. Zo ook onder verwijt 2.
Alvorens hier verder op in te gaan plaats ik dit gedeelte wat daar over gemeld wordt op hun site:
"Verwijt 2: "Het door mij afgesloten effectenleasecontract past niet in mijn persoonlijke situatie."
Verwijt:
"Voordat ik het genoemde effectenleasecontract ondertekende, heeft er geen enkel contact plaatsgevonden tussen Legio en mijzelf over mijn financiële positie, mijn ervaring met beleggen en mijn beleggingsdoelstellingen. Had Legio dit wel gedaan, dan zou zij hebben moeten vaststellen dat het effectenleasecontract, mede gezien de risico's van het beleggen met geleend geld, in mijn geval niet tot stand had mogen komen."
Positie Dexia:
"Bij het afsluiten van het effectenleasecontract waren onze voorgangers Legio, Legio Lease B.V. en Bank Labouchere N.V. naar onze mening, niet verplicht om naar de beleggingservaring en beleggingsdoelstellingen van de klant te informeren. De toepasselijke regelgeving schrijft voor dat de verplichting tot het inwinnen van informatie over de persoonlijke situatie van de klant per dienst verschilt. Een effectenleasecontract wordt als kant-en-klaar-product aangeboden. Behalve voor het maandbedrag, soort product en daarmee de effecten waarin de klant belegt, hoeft de klant verder geen beleggingskeuzes te maken. Overigens hebben onze voorgangers wel gekeken naar de financiële positie van de klant. Vóór de totstandkoming van een effectenleasecontract hebben zij iedere klant bij het Bureau Krediet Registratie ("BKR") getoetst. In de brochures wordt hier ook melding van gemaakt. Daarnaast vindt in bepaalde gevallen een extra toetsing plaats van de inkomenspositie en van de waarde van eventuele al lopende contracten."
Wat vermeld de Klachtencommissie DSI hierover in de uitspraak KCD 2002-76 - dat is de uitspraak waarbij een klager in het gelijk is gesteld, waarover Dexia in beroep is gegaan en waarvan enkele weken geleden beslist is dat dit beroep NIET ontvankelijk is - een klein stukje over dit punt
van verweer van Dexia, heb ik eruit gelicht, waarover de Klachtencommissie een DUIDELIJKE mening had. De Klachtencommissie vermeld hier over bij hun oordeel, het volgende:
"Niet gebleken is dat verweerder bij het totstandkomen van het tweede huurkoopcontract in voldoende mate inlichtingen heeft ingewonnen over de financiële positie van klager of over diens ervaring met beleggen en diens beleggingsdoelstellingen, terwijl hij daartoe, zowel volgens art. 28 Nadere Regeling toezicht effectenverkeer, als volgens zijn eigen richtlijnen in verband met de bedragen die met de beide overeenkomsten waren gemoeid, wel verplicht was."
Hier staan de meningen van Dexia en de Klachtencommissie lijnrecht tegenover elkaar. Het oordeel wat de Klachtencommissie DSI hierover geeft is BEPALEND en het bevreemd mij dat Dexia dit verweer nu toch aanhaald om de
gedupeerden wederom op het verkeerde been te zetten! !
m.v.g.
L. Blok
dan "Juridische positie" wordt door Dexia een poging ondernomen om hun verweer duidelijk te maken. Daarbij wordt
er stelselmatig woorden aangehaald zoals "waren onze voorgangers Legio, Legio Lease B.V. en Bank Labouchere N.V. naar onze mening, niet verplicht om" en dan vaak voorbij wordt gegaan aan bepaalde wetsartikelen of eerder gedane uitspraken betrekking hebbende op hun verweer. Zo ook onder verwijt 2.
Alvorens hier verder op in te gaan plaats ik dit gedeelte wat daar over gemeld wordt op hun site:
"Verwijt 2: "Het door mij afgesloten effectenleasecontract past niet in mijn persoonlijke situatie."
Verwijt:
"Voordat ik het genoemde effectenleasecontract ondertekende, heeft er geen enkel contact plaatsgevonden tussen Legio en mijzelf over mijn financiële positie, mijn ervaring met beleggen en mijn beleggingsdoelstellingen. Had Legio dit wel gedaan, dan zou zij hebben moeten vaststellen dat het effectenleasecontract, mede gezien de risico's van het beleggen met geleend geld, in mijn geval niet tot stand had mogen komen."
Positie Dexia:
"Bij het afsluiten van het effectenleasecontract waren onze voorgangers Legio, Legio Lease B.V. en Bank Labouchere N.V. naar onze mening, niet verplicht om naar de beleggingservaring en beleggingsdoelstellingen van de klant te informeren. De toepasselijke regelgeving schrijft voor dat de verplichting tot het inwinnen van informatie over de persoonlijke situatie van de klant per dienst verschilt. Een effectenleasecontract wordt als kant-en-klaar-product aangeboden. Behalve voor het maandbedrag, soort product en daarmee de effecten waarin de klant belegt, hoeft de klant verder geen beleggingskeuzes te maken. Overigens hebben onze voorgangers wel gekeken naar de financiële positie van de klant. Vóór de totstandkoming van een effectenleasecontract hebben zij iedere klant bij het Bureau Krediet Registratie ("BKR") getoetst. In de brochures wordt hier ook melding van gemaakt. Daarnaast vindt in bepaalde gevallen een extra toetsing plaats van de inkomenspositie en van de waarde van eventuele al lopende contracten."
Wat vermeld de Klachtencommissie DSI hierover in de uitspraak KCD 2002-76 - dat is de uitspraak waarbij een klager in het gelijk is gesteld, waarover Dexia in beroep is gegaan en waarvan enkele weken geleden beslist is dat dit beroep NIET ontvankelijk is - een klein stukje over dit punt
van verweer van Dexia, heb ik eruit gelicht, waarover de Klachtencommissie een DUIDELIJKE mening had. De Klachtencommissie vermeld hier over bij hun oordeel, het volgende:
"Niet gebleken is dat verweerder bij het totstandkomen van het tweede huurkoopcontract in voldoende mate inlichtingen heeft ingewonnen over de financiële positie van klager of over diens ervaring met beleggen en diens beleggingsdoelstellingen, terwijl hij daartoe, zowel volgens art. 28 Nadere Regeling toezicht effectenverkeer, als volgens zijn eigen richtlijnen in verband met de bedragen die met de beide overeenkomsten waren gemoeid, wel verplicht was."
Hier staan de meningen van Dexia en de Klachtencommissie lijnrecht tegenover elkaar. Het oordeel wat de Klachtencommissie DSI hierover geeft is BEPALEND en het bevreemd mij dat Dexia dit verweer nu toch aanhaald om de
gedupeerden wederom op het verkeerde been te zetten! !
m.v.g.
L. Blok