LET OP: Dit topic is meer dan drie jaar geleden geplaatst. De informatie is mogelijk verouderd.

[ archief ] Forum loopt leeg

Hier kan je jouw opmerkingen en klachten kwijt over LegioLease.
Belegger+
Berichten: 699
Lid geworden op: 24 jun 2005 15:54

Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door Belegger+ »

Per dag een posting of 4.
Als een afgehangen biefstuk, loopt het forum helemaal leeg. Nog af en toe een drup.
Haast onbegrijpelijk dat het nog gehandhaafd wordt. Een paar nachtelijke chat sessies, berouwvolle teksten om de tranen in de ogen te krijgen, dat is alles.Nog wat levensbeschouwelijke bla bla, als "we zijn een gesloten groep, maar intern nog wat verdeeld", en ga maar door.

In 2003 bruiste dit forum van leven, van raadgevingen, informatie. De massa is weg, die hebben waarschijnlijk afgerekend en leven verder.

Als ik Tros was, zou ik 't hele gebeuren sluiten.

B+

*
Berichten: 287
Lid geworden op: 29 jan 2005 10:02

Re: Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door * »

Let maar eens op als zo meteen de rechtzaken hervat worden.
Dan stroomt het forum vol met berichten over door gedupeerden gewonnen zaken!

CB
Berichten: 2427
Lid geworden op: 03 jul 2003 20:07

Re: Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door CB »

Geplaatst op 04 Jan 2007 18:46 door Belegger+


--------------------------------------------------------------------------------
Per dag een posting of 4.
Als een afgehangen biefstuk, loopt het forum helemaal leeg. Nog af en toe een drup.
Haast onbegrijpelijk dat het nog gehandhaafd wordt. Een paar nachtelijke chat sessies, berouwvolle teksten om de tranen in de ogen te krijgen, dat is alles.Nog wat levensbeschouwelijke bla bla, als "we zijn een gesloten groep, maar intern nog wat verdeeld", en ga maar door.

In 2003 bruiste dit forum van leven, van raadgevingen, informatie. De massa is weg, die hebben waarschijnlijk afgerekend en leven verder.

Als ik Tros was, zou ik 't hele gebeuren sluiten.

B+
Ik geef je volkomen gelijk. Het stelt niets meer voor. En toch ben je er nog. Waarom? Kun je niet zonder, wil je niet zonder, of word je gedwongen om het te volgen?

pluutje
Berichten: 2669
Lid geworden op: 04 aug 2004 00:01

Re: Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door pluutje »

Als ik Tros was, zou ik 't hele gebeuren sluiten.

B+
Als er iemand is die dat niet wil ben jij het wel. :!: :idea: :lol:

Belegger+
Berichten: 699
Lid geworden op: 24 jun 2005 15:54

Re: Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door Belegger+ »

Als ik erover nadenk: de meesten zijn natuurlijk op vakantie ! Oostenrijk, Canarische eilanden.

B+

pluutje
Berichten: 2669
Lid geworden op: 04 aug 2004 00:01

Re: Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door pluutje »

Waarom ook niet. :?:

CB
Berichten: 2427
Lid geworden op: 03 jul 2003 20:07

Re: Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door CB »

Jij denken? :lol: Je weet niet eens wat dat betekend.

pluutje
Berichten: 2669
Lid geworden op: 04 aug 2004 00:01

Re: Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door pluutje »

Hij denkt dat hij dat weet. :!:

*
Berichten: 287
Lid geworden op: 29 jan 2005 10:02

Re: Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door * »

In 2003 bruiste dit forum van leven, van raadgevingen, informatie. De massa is weg, die hebben waarschijnlijk afgerekend en leven verder.
Raadgeving is niet meer zo hard nodig. We weten inmiddels wel hoe we er voor staan.
Er zit een enorme berg (voor Dexia reeds verloren) rechtzaken aan te komen.
De gene die doorprocederen weten dat ze een sterke zaak hebben.
Van de gene die niet zo zeker zijn zullen er een aantal geschikt hebben.
Verder zijn vele in afwachting van de WCAM.
Mocht deze aangenomen worden dan zullen velen als nog een rechtzaak aanspannen.

DE MASSA IS NIET WEG, DE MASSA IS GEDWONGEN GEDULD TE HEBBEN.

En ondertussen mag Dexia zijn slachtoffers met BKR het leven verzuren.

CB
Berichten: 2427
Lid geworden op: 03 jul 2003 20:07

Re: Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door CB »

Misschien wel handig om onderstaande link eens te raadplegen.

http://www.bkr.nl/pdf_2309/advies%20Ges ... %20BKR.pdf

Worden de terkortkomingen van de verstrekkers nu duidelijk?

Martinvdm

Re: Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door Martinvdm »

Voor B+:

Negatieve stemmingmakerij...Niks meer en niks minder...

Erg zielig om dit te posten.
En dat terwijl er nog steeds geen uitspraak is mbt de WCAM...

O ja, was het niet de rechtbank van Amsterdam die een tsunami van leasezaken aan ziet komen ??

Denk dat je een beetje voorbarig bent of je weet gewoon niet beter :wink:

LindaLovelace
Berichten: 372
Lid geworden op: 18 dec 2004 18:12

Re: Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door LindaLovelace »

ADVIES VAN DE GESCHILLENCOMMISSIE BUREAU KREDIETREGISTRATIE INZAKE DE REGISTRATIEAFWIKKELING
VAN DE DEXIA COULANCEREGELING, DE REGELING VOOR PRODUCTCOMBINATIES
EN DE DUISENBERG-REGELING, UITGEBRACHT OP VERZOEK VAN DE STICHTING BUREAU
KREDIETREGISTRATIE
1. Inleiding
Bij brief d.d. 7 juni 2005 ontving de Geschillencommissie Bureau Kredietregistratie1 een verzoek
van de directeur van de Stichting van het Bureau Krediet Registratie (BKR) om een schriftelijk
advies uit te brengen. De adviesaanvraag betrof de registratieafwikkeling in het Centraal Krediet
Informatiesysteem (hierna CKI) van bepaalde effectenlease-overeenkomsten die het onderwerp
zijn van drie schikkingsregelingen tussen Dexia Bank Nederland N.V. (hierna: Dexia) en door
haar geregistreerde personen. Buiten de adviesaanvraag valt, aldus de aanvraag, de
totstandkoming van de registraties, voorafgaand aan de acceptatie van een regeling en de
gevolgen van niet-acceptatie van de regelingen, omdat de reglementaire kaders daarvoor volgens
BKR duidelijk zijn.
BKR heeft verzocht bij de beoordeling rekening te houden met de reglementair-juridische kaders
voor registratie en met de aanzienlijke maatschappelijke belangen die bij de
registratieafwikkeling zijn betrokken. Het gaat er bij dat laatste om, blijkens de bij de aanvraag
behorende brief van Dexia d.d. 24 mei 2005, dat cliënten van Dexia met wie een regeling is
getroffen en waarvan de negatieve positie wordt geherwaardeerd, niet blijvend met een
bijzonderheidscodering zouden moeten worden belast. Dexia wijst daarbij tevens op de grote
maatschappelijke onrust rondom effectenlease en op de (over)belasting van het rechterlijk
apparaat. Bij brief d.d. 1 juli 2005 heeft de Commissie schriftelijk de adviesaanvraag aanvaard.
In dit advies wordt het bestaande registratiesysteem bekend verondersteld. Datzelfde wordt
aangenomen voor de voorgeschiedenis van de diverse regelingen en voor het begrip
effectenlease-overeenkomst zelf.
2. Reglementair-juridische kaders
2.1. Registratieplichten op grond van de Wet op het consumentenkrediet (Wck)
De juridische basis voor de (centrale) kredietregistratie door BKR is art. 9 jo. 14 Wet op het
consumentenkrediet (Wck). Onder een krediettransactie in de zin van deze wet wordt voorzover
hier relevant ingevolge artikel 1 sub a. verstaan: “iedere overeenkomst en ieder samenstel van
1 Bestaande uit Prof. Mr. J.J.C. Kabel, voorzitter, Mr. M.P.P.M. van Vonderen, mevrouw Mr. K.D. van Ringen en
A.A.M. Beijersbergen van Henegouwen, leden. De leden zijn door de President van de Rechtbank te Amsterdam
benoemd. Zij hebben geen andere functie bij het BKR, noch zijn zij grootaandeelhouder of werkzaam bij BKR
aangesloten instellingen. De voorzitter is hoogleraar op het gebied van het Informatierecht aan de Universiteit van
Amsterdam. Mr. Van Vonderen en Mr. van Ringen zijn werkzaam bij de rechterlijke macht. Beijersbergen van
Henegouwen is een deskundige op het gebied van financiële instellingen en was voorheen werkzaam in het
bankwezen. Aan de Commissie is een advocaat, Mr. H.J. van den Broek, als secretaris toegevoegd.
2
overeenkomsten met de strekking dat door of vanwege de eerste partij, de kredietgever aan de
tweede partij (de kredietnemer) een geldsom ter beschikking wordt gesteld en de tweede partij
aan de eerste partij een of meer betalingen doet.” In de toelichting bij deze wet is uitdrukkelijk
overwogen of krediet op effecten onder het bereik van de Wck valt. De toelichting ging er van
uit dat in de praktijk de lening nooit groter mag zijn dan 70% van de waarde van de
onderliggende effecten. Daarom werd de wet niet van toepassing verklaard op
effectenbeleningen, mits de kredietsom niet hoger is dan de actuele beurswaarde van de
onderliggende effecten op het moment van het sluiten van de overeenkomst.2 Het zal duidelijk
zijn dat die motivering niet (meer) van toepassing is op de gevallen die hier aan de orde zijn. In
feite gaat het in deze gevallen om effecten op krediet en niet om krediet op effecten.3 Om deze en
andere redenen is in de rechtspraak dan ook aangenomen dat de Wck van toepassing is op de
onderhavige effectenlease-overeenkomsten.4 Het wetsvoorstel financiële diensten (waarin de
huidige Wck wordt geïncorporeerd) gaat er zonder meer van uit dat effectenleaseovereenkomsten
onder de komende Wfd vallen.5
Op grond van het eerste artikel is het verboden zonder vergunning krediet in de zin van de Wck
te verlenen. Aan de vergunning wordt ingevolge artikel 14 lid 2 het voorschrift verbonden dat de
houder van de vergunning dient deel te nemen aan een stelsel van kredietregistratie. Dat stelsel is
het CKI. Het CKI wordt beschikbaar gemaakt en onderhouden door BKR. Het is aannemelijk dat
indertijd de rechtsvoorgangers van Dexia zonder vergunning hebben geopereerd, deels vanwege
de onzekerheid over de toepasselijkheid van de Wck, deels vanwege gebrek aan gecoördineerd
overheidstoezicht van de Ministeries van Financiën en van EZ. Onder de huidige
omstandigheden staat echter in ieder geval vast dat Dexia gebonden is aan de aansluitingsplicht
bij het BKR. Die aansluitingsplicht leidt ertoe dat effectenlease-overeenkomsten tot een bedrag
van € 40.000,- dienen te worden geregistreerd.Tevens is Dexia verplicht, alvorens een krediet
van meer dan € 1000,- te verlenen, een toetsing bij BKR te laten verrichten (art. 28 lid 2 Wck).
2.2. Registratieplichten op grond van het Algemeen Reglement en bijbehorende handleiding van
BKR
De verhouding tussen BKR en de deelnemers wordt nader bepaald door contractuele bepalingen,
waaronder het Algemeen Reglement (hierna “AR”) van BKR. Aan de stichting dient ter
verwerking te worden aangemeld alle overeenkomsten van de in artikel 15 AR genoemde
kredietsoorten tussen bij BKR aangesloten instellingen en natuurlijke personen. Een van de in
2 TK 1986-1987, 19 785 nr. 3, p. 41.
3 Zie voor deze terminologie S.B. van Baalen, ‘Het leasen van effecten: over de hoogmoed en de val’, WPNR
(2005) 6604, pp. 7.
4 Zie bijvoorbeeld Pres. Rb. Arnhem 14 juli 2004, Feitenrechtspraak 2004 Nr. 418 [Effectenlease-special]. Zie
voor rechtstreekse toepasselijkheid: N.J.H. Huls, ‘Is de Duisenberg-regeling royaal genoeg voor alle legitieme
Dexia-claims?’, NJB 2005-27, p. 1386-1390.
5 TK 2003-2004, nr. 29 507, nr. 3, p. 71.
3
artikel 15 AR genoemde kredietsoorten is het Aflopend Krediet. Op grond van artikel 16 AR
worden onder aflopende kredietovereenkomsten voor de toepassing van dit reglement verstaan
kredietovereenkomsten waarbij de betrokkene een kredietsom ineens volledig ter beschikking
krijgt in de vorm van geld, zaken of diensten. De grenzen voor kredietregistratie zijn dat
uitsluitend overeenkomsten met een looptijd van tenminste 3 maanden met een waarde van €
500,- tot en met € 125.000,- (bruto contractbedrag) worden geregistreerd. Het kredietbegrip in
het AR is dus ruimer dan in de Wck.
Ingevolge artikel 7 lid 3 van het Algemeen Reglement worden geen persoonsgegevens verwerkt
in CKI ten aanzien van een natuurlijke persoon, van wie aan de deelnemer bekend is of is
geworden dat desbetreffende natuurlijke persoon ten tijde van de inwerkingtreding van de
overeenkomst op grond van die overeenkomst en/of de wet niet verantwoordelijk en
aansprakelijk kan worden gehouden voor het nakomen van de betalingsverplichtingen uit hoofde
van die overeenkomst.
Bij de aanvang van de verkoop van deze producten, hebben de rechtsvoorgangers van Dexia de
kredieten niet altijd geregistreerd. De gedachte was dat er geen sprake kon zijn van
kredietverplichtingen, omdat de waarde van de effecten de waarde van het krediet ruimschoots
overtrof. Begin 2000 heeft Dexia een aanvang gemaakt met het registreren van nieuw afgesloten
overeenkomsten. Met BKR is om afgesproken deze nieuwe kredieten in het systeem te
registreren onder de destijds bestaande categorie ‘huurkoopovereenkomsten’. Eind 2002 zijn in
overleg met BKR alle effectenleasekredieten van Dexia in het CKI opgenomen. In 2003 is het
registratiesysteem gereorganiseerd en vereenvoudigd. De categorie huurkoopovereenkomsten is
- met andere categorieën - gebracht onder de gemeenschappelijke noemer Aflopende Kredieten.
Onder deze noemer staan nu ook de effectenleasekredieten geregistreerd.
Ingevolge de artikelen 12 tot en met 24 AR dienen positieve en negatieve kredietgegevens door
de deelnemer te worden aangemeld. Dat betekent, voor zover hier relevant, dat wanneer
achterstand in betalingstermijnen van meer dan twee maanden is ontstaan dat moet worden
aangemeld, alsook het moment dat de achterstand is ingelopen. Indien een betalingsregeling is
getroffen moet de bijzonderheidscode 1 verplicht worden aangemeld. Wanneer een bedrag van
minimaal EUR 250,- is afgeboekt, geldt hetzelfde voor bijzonderheidscode 3 en voor de
aanmelding van een einddatum indien de afboeking tegen finale kwijting is geschied.
2.3. Positie van het BKR
Bovenstaande gegevens worden verplicht aangeleverd door de deelnemers aan het systeem.
Verzameling van gegevens uit openbare bronnen of anderszins vindt niet plaats. Het BKR kan
dus niet controleren of de verstrekte gegevens juist zijn. De onmogelijkheid van daadwerkelijke
controle op de juistheid van de gegevens, houdt niet in dat er geen juridische zorgplicht bestaat
om in te staan voor de juistheid van de geregistreerde gegevens. De Wet bescherming
persoonsgegevens bepaalt in art. 11 lid 2 dat de verantwoordelijke de nodige maatregelen treft,
opdat de persoonsgegevens, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, juist en
nauwkeurig zijn. Het gaat hier, de toelichting meldt het uitdrukkelijk, alweer om een
4
inspanningsverplichting. Er is geen verplichting om gegevens die door derden zijn verschaft zelf
te verifiëren op hun juistheid, en zeker niet voor die gevallen waarin de verantwoordelijke
verplicht is om dergelijke gegevens op te nemen.6 Gelet op de juridische basis voor het
kredietregistratiesysteem, kan inderdaad van een verplichting worden gesproken. BKR moet dus
zijn aansprakelijkheid contractueel afwentelen op de deelnemers. Dat is dan ook wat het BKR in
artikel 33 van zijn Algemeen Reglement heeft gedaan.7 Artikel 36 van het Reglement bepaalt
daarnaast echter dat deelnemers gehouden zijn de verplichtingen neergelegd in de Statuten en het
Algemeen Reglement na te komen en alles te doen om ervoor te zorgen dat de Stichting aan het
Nederlands recht voldoet, in het bijzonder aan de Wet bescherming persoonsgegevens. Er geldt
dus geen bijzondere onderzoeksplicht naar de juistheid van de op te nemen gegevens voor het
BKR. De verantwoordelijkheid voor de juistheid van de gegevens die berusten bij het BKR, ligt
contractueel bij de deelnemer en dat is wettelijk toegestaan.
Wanneer de gegevens juist zijn, is het BKR, noch de deelnemer bevoegd die gegevens te
schrappen. Voor het antwoord op de vraag of de gegevens juist zijn, is het BKR echter
afhankelijk van de deelnemer.
2.4. De verhouding deelnemer-BKR in de rechtspraak
In recente uitspraken8 van de kantonrechter is Dexia, op vordering van de betrokkene
veroordeeld aan BKR te melden dat geen betalingsachterstanden bestaan, dan wel te
bewerkstelligen dat registratie bij BKR ongedaan wordt gemaakt. Soms is daaraan een
dwangsom verbonden. De vordering is doorgaans toegewezen, mede omdat daartegen door
Dexia geen verweer is gevoerd.
Een rechtstreekse veroordeling tot doorhaling van de registratie is niet mogelijk. Daartoe bestaat
geen rechtsgrond. BKR is geen partij bij de procedures tussen Dexia en haar cliënten. Voor BKR
is het in de praktijk niet na te gaan of een verzoek van Dexia tot verwijdering van de registratie is
ingegeven door een rechterlijke uitspraak of anderszins. Binnen het geldende systeem mag BKR
ervan uit gaan dat de verzoeken van de deelnemer op de juiste gegevens berusten. BKR mag
verwachten dat Dexia haar juiste opdrachten geeft. Indien in een procedure doorhaling wordt
verzocht terwijl doorhaling in strijd komt met het Algemeen Reglement en de uitleg die daaraan
door BKR wordt gegeven, zou van Dexia mogen worden verwacht dat zij in de procedure
daartegen verweer voert. Immers, Dexia is contractueel verplicht te handelen conform de
reglementen van het BKR.
6 Kamerstukken II 1997/98, 25 892, nr. 3, p. 97.
7 Vgl. ook Registratiekamer, Jaarverslag 1989-1991, Rijswijk, p. 31: “Het BKR heeft zich kunnen vinden in de
opvatting van de Registratiekamer dat de centrale kredietregistratie wordt gehouden door haarzelf en niet door de
groep van aangesloten instellingen.” Een andere opvatting zou de zorgplicht wettelijk leggen op de aangesloten
instellingen.
8 Zie onder meer Rb Breda, sector kanton, 17 november 2004, LJN AR5969; Rb Leeuwarden, sector Kanton, 27
januari 2005, LJN AS4113; Rb. Zwolle, sector kanton, 2 februari 2005, LJN AS7267; en Rb. Amsterdam, sector
kanton, 22 december 2004, rolnr. CV04-735
5
2.5. Bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van persoonsgegevens
Op grond van artikel 10 lid 1 Wet bescherming persoonsgegevens worden persoonsgegevens
niet langer bewaard, dan noodzakelijk is voor de verwerkelijking van de doeleinden waarvoor zij
worden verzameld en vervolgens worden verwerkt. Op grond van artikel 11 van de Wet
bescherming persoonsgegevens mogen persoonsgegevens slechts verwerkt worden voor zover
zij, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verzameld, toereikend, ter zake dienend en niet
bovenmatig zijn.
Het bestaande systeem van het BKR is door Registratiekamer en door de rechtspraak getoetst
aan de regels ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van persoonsgegeven. Artikel
23 lid 3 van de Wck bepaalt dat een kredietverlener verplicht is alle bescheiden die gegevens
inhouden betreffende een door hem verleend krediet onder zich te houden gedurende vijf jaren
na de dag waarop die krediettransactie is afgewikkeld. Dezelfde termijn wordt in de meeste
gevallen gehanteerd in artikel 27 van het AR van het BKR. De (voormalige) Registratiekamer
heeft met betrekking tot deze bewaartermijnen gepleit voor een gedifferentieerde regeling, maar
die voorstellen zijn niet doorgezet.9
In Cats en Boekel/Rabobank Woerden en Stichting BKR oordeelde Hof Amsterdam dat de
termijn van vijf jaar op zichzelf niet onredelijk lang is, maar dat zulks anders kan zijn in gevallen
waarin het mede aan de deelnemer te wijten valt dat de debetstand is ontstaan.10 In dezelfde zaak
oordeelde het Hof de stelling van geïntimeerden dat de op zichzelf juiste registratie niet meer ter
zake dienend zou zijn, onjuist onder de aanname dat de deelnemers niet verplicht zijn een krediet
te weigeren en registratie slechts één van de hulpmiddelen is bij de beoordeling van een
financieringsaanvrage.
Het standaardarrest is Van der Velde/Groninger Financieringsbank11 inzake een
waarschuwingssysteem tussen kredietinstellingen. De Hoge Raad beoordeelde daarin de
plaatsing op een zwarte lijst van de huurkoper van een auto ook nadat tussen hem en de
financieringsinstelling een schikking was getroffen. De vraag of de financieringsinstelling
verplicht is om maatregelen te treffen die ertoe kunnen leiden dat de naam van de huurkoper van
de zwarte lijst verdwijnt, moet beoordeeld worden naar de omstandigheden van het geval. Als de
doorgegeven waarschuwing betrekking heeft op een vordering waarvan achteraf blijkt dat deze
de financieringsinstelling niet toekwam, kan de instelling verplicht zijn die maatregelen te
nemen. In dit geval had de huurkoper nog niet geheel aan zijn verplichtingen uit de schikking
voldaan en mocht zijn naam op de lijst geplaatst blijven. De onrechtmatigheid van de registratie
wordt dus bepaald door de mogelijke onjuistheid van de gegevens.
9 Kredietregistratie BKR. Rapport van de Registratiekamer, juni 1996, p. 21-22.
10 Hof Amsterdam 16 mei 1991, KG 1991, 226.
11 HR 1 maart 1968, NJ 1968, 221
6
Bij de vraag naar de juistheid van de geregistreerde gegevens, kunnen alle relevante gegevens in
aanmerking worden genomen, zoals ook blijkt uit de lagere rechtspraak. Wie in het kader van
een faillissementsakkoord finale kwijting voor een geldlening is verleend, kan geen aanspraak
maken op verwijdering van een (A)5 Code12 bij BKR, indien vaststaat dat hij nimmer stipt en
steeds uiterst moeizaam heeft betaald, er rechtsmaatregelen nodig waren om hem tot betaling te
dwingen en de kwijting is geschied in het kader van een dwangakkoord.13 Wie aan de andere
kant als gevolg van gewijzigde levensomstandigheden niet in staat is een plankrediet naar
behoren af te lossen, maar zich, na tien jaar stipt betaald te hebben, tijdig tot de bank wendt, en
met deze tegen finale kwijting betaling van een lager bedrag overeenkomt, kan wél aanspraak
maken op verwijdering van de belastende (A)5 codering.14 In deze laatste zaak onderkent het
Arnhemse Hof dat het uiterst moeilijk, zo niet ondoenlijk is de barrière van de achterstandcodering
(A)5 te doorbreken. Van de bank mocht - ondanks haar verplichting de achterstand te
melden bij BKR - worden verwacht, dat zij, gelet op de bijzondere omstandigheden van het
geval, ervoor zorg had gedragen dat de belastende (A)5 codering voor geïntimeerde werd
voorkomen. In het algemeen, aldus het Hof, zal er voor moeten worden gewaakt, dat onjuiste, cq.
minder juiste coderingen worden gebruikt, waardoor ten detrimente van cliënten van de deelnemers
van het BKR een foutief beeld wordt geschapen.
2.6. Uitspraken van de Geschillen Commissie van het BKR over effectenlease-overeenkomsten
De Commissie hanteert als bestendige lijn dat het AR zo moet worden uitgelegd dat alle
effectenlease-overeenkomsten moeten worden geregistreerd in het CKI.15 Voorts gaat de
Commissie ervan uit dat steeds het totale kredietbedrag moet worden vermeld.16 Doordat het AR
op effectenlease-overeenkomsten van toepassing is, moeten eveneens betalingsachterstanden en
andere bijzonderheden als bedoeld in het AR worden gemeld. De geschilzaken daarover
handelen voornamelijk over de vraag of bepaalde formaliteiten in acht zijn genomen.
3. De Dexia-regelingen
De Commissie heeft bij de beschrijving en de beoordeling van de regelingen de tekst in de
brieven van Dexia aan BKR d.d. 22 april 2005 en 24 mei 2005 als uitgangspunt genomen.
3.1. De Dexia Coulance regeling
12 Betekenis ten tijde van de uitspraak : 'Al dan niet na achterstand wordt een bedrag van f 250,- of meer al dan niet
tegen finale kwijting, afgeboekt, of de schuldbemiddeling is mislukt.'
13 Pres. Rb. Amsterdam 1 december 1988, KG 1989, nr. 14 (K/ IDM Bank N.V. en het Bureau Krediet Registratie).
14 Hof Arnhem 11 november 1985, NJ 1987, nr. 994.
15 Zie bijvoorbeeld Bindend Advies 04/06.
16 Bindend Advies 03/09.
7
Deze regeling is in het leven is geroepen voor de contractanten die – op basis van criteria die
mede zijn ontleend aan het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) - zonder een
beroep op deze regeling in grote financiële en sociale problemen zouden komen. De regeling
houdt in dat Dexia onder bepaalde voorwaarden met contractanten overeenkomt, dat deze hun
verplichtingen jegens Dexia slechts voor een deel of in het geheel niet hoeven na te komen. De
regeling werkt in de praktijk als volgt. Alle bestaande contracten worden beëindigd, zodat één
restvordering ontstaat. Van reeds beëindigde contracten is de restvordering bekend. Aan de hand
van de maandelijkse bestedingsruimte wordt bezien welk gedeelte van de financiële
verplichtingen de cliënt dient na te komen over een periode van maximaal 36 maanden. Indien
de berekening oplevert dat de vrije bestedingsruimte nul is, zal de cliënt zijn verplichtingen in het
geheel niet na hoeven te komen.
3.2. Regeling voor productcombinatie van een effectenleaseproduct en effectendepot
Voor de depotleaseconstructies is de volgende regeling voorgesteld. Ten aanzien van diegenen
die de regeling accepteren, wordt het contract vervroegd afgelost en beëindigd en wordt een
vergoeding aangeboden voor de verliezen in het depot, die wordt verrekend met de restschuld die
overblijft na beëindiging van de effectenlease-overeenkomsten. In het geval dat het saldo van de
verrekening negatief is, scheldt Dexia dat negatieve saldo kwijt. Tevens omvat de regeling een
vergoeding voor gemaakte kosten. Na de aanvaarding van deze regeling zijn de overeenkomsten
beëindigd zonder dat aanvullende betalingen zijn verricht. Ten aanzien van de reeds geëindigde
overeenkomsten geldt een vergelijkbare regeling met dien verstande dat er geen verrekening
plaatsvindt met de restschuld, indien deze reeds is voldaan. De regeling regelt niets ten aanzien
van een eventuele lening die voor de storting in het depot is afgesloten.
3.3. De Duisenberg-regeling
Deze regeling houdt in een gedeeltelijke of volledige tegemoetkoming in voor de
restschuldverplichtingen aan het einde van de looptijd van een contract. Onder
restschuldverplichtingen wordt uitsluitend verstaan de waardedaling van de effecten en niet
eventuele achterstanden op termijnbetalingen. Eventuele achterstanden op vervallen
(termijn)bedragen dienen eerst te worden voldaan, voordat men in aanmerking komt voor deze
regeling. Omdat de korting uitsluitend wordt gegeven op de eventuele restschuld, is de regeling
uitsluitend gericht tot overeenkomsten waarbij niet tevens tijdens de contractduur de
aankoopwaarde van de effecten werd afgelost. Het gaat voorts om effectenlease-overeenkomsten
die zijn beëindigd vanaf 1997 of nog steeds lopen. De regeling wordt pas effectief op het
moment dat de reguliere contractsduur is geëindigd. De regeling is dus meteen effectief voor
reeds geëindigde overeenkomsten. Deze regeling onderscheidt vier verschillende oplossingen
voor vier categorieën:
1. Voor cliënten die het Dexia-aanbod uit de brief van Dexia d.d. 17 maart 2003 hebben
aanvaard, geldt dat bij aflossing van hun restschuld deze wordt geherwaardeerd op
tweederde van de oorspronkelijke restschuld bij beëindiging. Zij krijgen dus eenderde
‘korting’ bij aan het einde van de looptijd bij betaling van hun restschuld.
2. De restschuld van cliënten die op grond van artikel 1:88 BW binnen drieëneenhalf jaar na
het afsluiten van de overeenkomst op correcte wijze de vernietiging van de
overeenkomsten hebben ingeroepen, wordt bij beëindiging aan het eind van de looptijd
geherwaardeerd op nihil.
8
3. Voor cliënten met producten die kunnen eindigen met een restschuld en die niet op de
regeling als vermeld onder 1. of 2. zijn ingegaan, geldt dat indien bij beëindiging aan het
einde van de overeenkomst van het contract een negatief resultaat (exclusief reeds
voldane rentetermijnen) overblijft, de schuld dan wordt geherwaardeerd op eenderde van
deze schuld.
4. Voor cliënten met producten die niet kunnen eindigen met een restschuld – dat wil
zeggen voor alle aflossingsproducten en voor garantieproducten - geldt dat de negatieve
positie wordt geherwaardeerd op 90% van de negatieve positie die bij vroegtijdige
beëindiging zou kunnen ontstaan.
Cliënten zijn niet verplicht om van één van de bovengenoemde regelingen gebruik te maken.
4. Reglementaire gevolgen van de regelingen voor de registratie
4.1. De Dexia Coulanceregeling
Volgens het Algemeen Reglement leidt acceptatie van de Dexia Coulanceregeling ertoe dat de
vordering niet geheel zal worden geïnd en derhalve tot een afboeking door Dexia. Indien een
bedrag van EUR 250,- of meer wordt afgeboekt moet volgens het Algemeen Reglement code 3
(= een bedrag van EUR 250,- of meer is afgeboekt) worden toegevoegd en dient tevens, mits
acceptatie geschiedt tegen finale kwijting, een einddatum bij de registratie te worden vermeld.
Zodra geen termijnbetalingen meer verschuldigd zijn, dient een einddatum te worden
toegevoegd. De registratie blijft na toevoeging van de einddatum in beginsel nog vijf jaar
gehandhaafd. In die gevallen waarin vóórdat de Coulanceregeling is geaccepteerd, een
achterstand is geregistreerd, dient tevens te worden vermeld dat een aflossingsregeling is
getroffen door een code 1 toe te voegen. De eventuele bijzonderheids- en achterstandsmeldingen
die al waren geregistreerd dienen gehandhaafd te blijven totdat ze de volgens de reglementen
moeten worden verwijderd. Dit betekent dat achterstands- en herstelmeldingen vijf jaar blijven
staan en dat de bijzonderheidscodes vijf jaar nadat zij zijn geregistreerd op een signaallijst
komen, waarbij vaste criteria bepalen of de registratie gehandhaafd moet blijven.
4.2. De Regeling voor product-combinaties
De Regeling voor product-combinaties (de Dexia-depotleaseregeling) regelt de beëindiging van
de effectenlease-overeenkomsten. Derhalve dient een einddatum aan de registratie van de
effectenlease-overeenkomst te worden toegevoegd. De registratie blijft na toevoeging van de
einddatum in beginsel nog vijf jaar gehandhaafd. Ook voor deze regeling geldt, dat zij ertoe leidt
dat de vordering niet geheel zal worden geïnd en dat er dus een bedrag zal worden afgeboekt. De
term ‘herwaardering’ of ‘kortingsregeling’ maakt dat niet anders. Ook voor de
depotleaseconstructie geldt derhalve dat onder normale omstandigheden een code 3 moet worden
toegevoegd. Eventuele bijzonderheids- en achterstandsmeldingen blijven gehandhaafd totdat ze
volgens de termijn in de reglementen moeten worden verwijderd.
4.3. De Duisenberg-regeling
Voor zover de cliënten voldoen aan de genoemde eisen voor vernietiging op grond van artikel
1:88 BW en zij op het moment van acceptatie geen achterstand hebben regelt de Duisenberg9
regeling dat de huidige (fictieve) schuld van cliënten wordt kwijtgescholden. Indien bij
acceptatie een achterstand wordt ingelopen en de overeenkomst daarmee is geëindigd, dient een
einddatum te worden toegevoegd. Ook voor deze regeling geldt dat onder normale
omstandigheden een code 3 moet worden toegevoegd. Deze code en eventuele overige
geregistreerde achterstanden en bijzonderheden blijven tot de reglementaire datum gehandhaafd.
Ten aanzien van de overeenkomsten die niet voldoen aan de hierboven genoemde artikel 1:88
BW-criteria geldt dat evenzeer onder normale omstandigheden een code 3 moet worden
toegevoegd. In de gevallen waarin reeds een einddatum was toegevoegd, blijft deze
gehandhaafd. In de gevallen waarin – bijvoorbeeld door een niet voldane achterstand – de
looptijd wel voorbij was, maar de overeenkomst nog niet was geëindigd omdat de cliënt de
restschuld nog niet had voldaan, dient de cliënt eerst de achterstand in te lopen. In dat geval dient
een H-melding aan de registratie te worden toegevoegd en dient bij acceptatie van de regeling
een einddatum te worden toegevoegd per de datum van voldoening van deze restschuld. De
acceptatie van de regeling heeft geen invloed op de registratie van eventuele bestaande
bijzonderheidscoderingen. Deze blijven gehandhaafd.
5. Voorstellen van Dexia ten aanzien van registratie met het oog op de Dexia-regelingen
5.1. De Dexia Coulance Regeling
Ter zake van de Dexia Coulance Regeling stelt Dexia voor herwaardering van de negatieve
positie niet te laten leiden tot enige bijzonderheidscodering. Haar voorstel houdt in, dat als
gevolg van acceptatie van de regeling en in afwijking van het Algemeen Reglement, geen code 1
of 3 wordt toegevoegd.
5.2. De Duisenberg-regeling
Ter zake van de Duisenberg-regeling stelt Dexia voor dat, na instemming door betrokkenen en
na voldoening binnen een termijn van 60 dagen, de bijzonderheidscoderingen te schrappen, die
zijn ontstaan naar aanleiding van het tot dan toe onbetaald laten van de negatieve positie. Onder
de negatieve positie verstaat Dexia uitsluitend de restschuld die overblijft nadat alle termijnen
zijn voldaan. Dat is immers een voorwaarde om voor de regeling in aanmerking te komen.
Tevens stelt zij voor de acceptatie van de regeling niet te laten volgen door enige
bijzonderheidscodering. Zij heeft er voorts een voorkeur voor dat ook alle
bijzonderheidscoderingen worden geschrapt die het gevolg zijn van het niet voldoen van
termijnbetalingen, maar dat is niet waar het primair om gaat.
5.3. De Regeling voor productcombinaties
Ter zake van de Regeling voor productcombinaties stelt Dexia voor dat, na instemming door de
contractant en na voldoening binnen 60 dagen van de eventueel resterende reeds vervallen
maandtermijnen, de eventueel geregistreerde bijzonderheidscoderingen naar aanleiding van het
tot dan toe onbetaald laten van de negatieve positie worden geschrapt. Het betreft dus niet
primair de bijzonderheidscoderingen die het gevolg zijn van niet betaalde termijnbetalingen.
Tevens stelt zij voor om de acceptatie van deze regeling niet te laten leiden tot enige
bijzonderheidscodering
10
6. Beoordeling van de registratiegevolgen van de voorgestelde regelingen, gelet op de
reglementaire-juridische kaders en de betrokken maatschappelijke belangen
6.1. Primair maatschappelijk belang van een verantwoorde kredietverlening
Tot de belangen die hier dan aan de orde zijn, behoort in de eerste plaats het belang van een
verantwoorde kredietverlening. Het door de wetgever en door de rechtspraak onderschreven doel
van het CKI-systeem is immers: inzicht verschaffen in de draagkracht van betrokkenen alsmede
in hun kredietreputatie teneinde overkreditering van en problematische schuldsituaties bij
betrokkenen te voorkomen en krediet- en betalingsrisico’s voor deelnemers te beperken. Aan
BKR is in dit verband door de wetgever een semi-publieke functie toegekend, tot uiting komend
in de verplichting voor kredietgevers tot een bepaald bedrag zich aan te sluiten bij het CKI. Dit
systeem maakt bij de registratie geen onderscheid naar de reden voor een achterstands- of
bijzonderheidscodering. Een andere opvatting zou ongelijkheid tussen de verschillende
categorieën geregistreerden tot gevolg hebben. De beoordeling van de registratiegevolgen van de
diverse regelingen zal dan ook in beginsel gevonden moeten worden binnen de bestaande
reglementair-juridische kaders. De aanbevelingen die in dit advies worden gegeven kunnen ook
bij vergelijkbare schikkingen over aandelenleaseovereenkomsten worden toegepast. Wij menen
dat een redelijke oplossing voor de tijdelijke gevolgen van de registratie van betrokkenen bij de
Dexia-overeenkomsten niet een blijvende ontregeling van het CKI-systeem tot gevolg behoort te
hebben. In onderstaande overwegingen speelt dan ook de betalingshistorie van betrokkenen een
doorslaggevende rol.
6.2. De Dexia Coulance regeling
Het belang van een verantwoorde kredietverlening zou in ieder geval voorop moeten staan bij de
Dexia Coulance Regeling. Deze regeling is immers bij uitstek een schikking, die is ontworpen
voor die personen, die hun betalingsverplichtingen vanwege gebrek aan bestedingsruimte niet
(meer) kunnen nakomen. Kern van de betrokken regelingen is, hoe men het ook wendt of keert,
dat een bedrag wordt afgeboekt ten laste van de crediteur. In beginsel geldt dus voor deze
categorie dat acceptatie van de regeling leidt tot de toevoeging van een code 3 (een bedrag van
EUR 250,- of meer is afgeboekt) en, nu acceptatie geschiedt tegen finale kwijting, vermelding
van een einddatum bij de registratie. Die einddatum kan in dit geval maximaal na een periode
van 36 maanden worden toegevoegd. De registratie blijft met einddatum nog vijf jaar
gehandhaafd. Eventuele andere bijzonderheidsmeldingen blijven gehandhaafd, totdat ze volgens
de reglementen moeten worden verwijderd. Dit betekent dat achterstands- en herstelmeldingen
vijf jaar blijven staan en dat de bijzonderheidscodes vijf jaar nadat zij zijn geregistreerd, op een
signaallijst komen, waarbij vaste criteria bepalen of de registratie gehandhaafd moet blijven. Een
van die criteria is bijvoorbeeld of de overeenkomst nog lopend is en of nog actief wordt
geïncasseerd. Indien de incasso is gestopt, dient de code te worden verwijderd omdat deze dan
niet meer actueel is. In ieder geval verdwijnen de codes 5 jaar na de einddatum van het contract.
Wanneer de code 3 bij een overeenkomst tien jaar oud is, voegt BKR automatisch een einddatum
toe. Wanneer de BKR-toets negatief uitvalt, behoeft dat nog niet te betekenen, dat betrokkenen
alleen daarom krediet wordt geweigerd. Het argument dat betrokkenen blijvend belast worden
met een negatieve codering, zou ook daarom moeten worden gerelativeerd.
11
Van de andere kant kan er natuurlijk niet worden ontkend dat er iets bijzonders aan de hand is.
Wat de Coulance regeling doet is in feite iets wat indertijd bij het sluiten van de effectenleaseovereenkomst
kennelijk is nagelaten, te weten een onderzoek naar de financiële positie die
wettelijk vereist is voor een verantwoorde effectendienstverlening. In deze gevallen blijkt
achteraf dat wellicht nooit een effectenlease-overeenkomst met betrokkenen gesloten had mogen
worden. De Commissie acht aannemelijk dat dit in feite de achtergrond van de Coulance regeling
is. Die achtergrond heeft echter primair betekenis in de verhouding tussen Dexia en de
contractant. Deze verhouding wordt geregeld door (acceptatie van) de Coulance regeling. De
Commissie rekent het niet tot haar taak de achtergronden van de regeling en acceptatie daarvan
te beoordelen. Indien partijen deze regeling overeenkomen, gelden voor de onderlinge
verhouding de bewoordingen en de strekking van de regeling. De regeling heeft, meer dan de
andere regelingen, het karakter van een afbetalings/afboekingsregeling, uitsluitend op basis van
coulance van Dexia. De Commissie leidt dat onder meer af uit het feit dat bestedingsruimte van
de cliënt een relevant criterium is en voorts uit de toelichting van Dexia, dat de regeling is
opgesteld om sociale problemen te voorkomen. De verhouding tussen partijen als gevolg van het
sluiten van deze overeenkomst behoort tot uitdrukking te komen in de registratie. Op basis van
de voornoemde kenmerken van de Coulance regeling is de Commissie van mening dat de
registratie van de overeenkomst juist is en kan zij, eventueel aangevuld met achterstands- en
bijzonderheidscoderingen, recht doen aan de uitgangspunten voor kredietregistratie en een
waarborg betekenen voor een verantwoorde kredietverlening. Indien in een individueel geval de
regeling niet wordt geaccepteerd en een rechter de onderlinge verhouding vaststelt, kan dat
anders zijn, bijvoorbeeld indien de rechter vaststelt dat een onderzoek naar de financiële positie
had moeten uitwijzen dat de overeenkomst niet had mogen worden gesloten.
Er moeten dus wel zware argumenten bestaan om tot een afwijking te komen van het bestaande
kader. Het is de vraag of het voorkomen van rechtszaken zo’n zwaar argument mag zijn. Dit
argument houdt in, dat de maatschappelijk gewenste acceptatie van de Coulance regeling
ongetwijfeld belemmerd zal worden, wanneer duidelijk wordt, dat na acceptatie van de regeling
de registratie en de bijzonderheidscoderingen zijn blijven staan. Dat zou een reden kunnen zijn
acceptatie te weigeren en door te procederen, iets wat door de regeling nu juist voorkomen
diende te worden.
Daarvoor bestaan echter geen concrete aanwijzingen. Bovendien is de Commissie in eerdere
geschilzaken gebleken, dat er ook geregistreerden zijn die juist wel belang hechten aan
kredietregistratie en registratie van aflosgedrag, met name in de groep die in aanmerking komt
voor de Coulance regeling. Voorts kan men zich afvragen of het maatschappelijk argument dat
kredietregistratie bij een schikking geen ‘sta-in-de-weg’ moet zijn, voor een ‘lijdelijk’
registrerende instantie als het BKR überhaupt een overweging zou moeten zijn. Het laten
prevaleren van dergelijke ondoorzichtige belangen tast immers rechtstreeks het doel en de
transparantie van het kredietregistratiesysteem aan. Zekerheid over het aantal gevallen dat de
regeling vanwege de registratie niet accepteert en bovendien nog eens gaat procederen, bestaat
allerminst. Goede voorlichting aan betrokkenen en deelnemers kan al veel helpen om procedures
te vermijden. Gelet op de uitspraken van de Geschillencommissie BKR tot nu toe, is er in ieder
geval weinig reden om aan te nemen dat vorderingen tot verwijdering van de registratie in dit
soort gevallen veel succes zullen hebben. Procedures bij de gewone rechter, lijken al evenmin
soulaas te bieden omdat de rechter dan de verhouding toch mede in het licht van de Coulance
regeling zal beoordelen. Bovendien kan het ook zo zijn, dat een geprivilegieerde behandeling
van Dexia-contractanten, procedurele reacties kan uitlokken bij andere betrokkenen in
12
gelijksoortige zaken. Het aangevoerde belang van het voorkomen van maatschappelijke onrust,
zou in dat geval juist tegen afwijkingen van de bestaande regelingen werken.
Al met al lijkt in dit geval het belang van het voorkomen van rechtszaken niet een belang dat
voldoende zwaar is om te komen tot een forse afwijking van het bestaande kader. Wanneer
Dexia dat belang zou willen dienen, zou zij dat overigens ook zelf kunnen bewerkstelligen door
het aanbieden van een andere regeling, bijvoorbeeld door de erkenning dat de aangegane
overeenkomst nietig is met alle gevolgen voor de registratie van dien.
Tenslotte: een heel praktische, maar waarschijnlijk niet uitvoerbare, oplossing zou kunnen zijn
om aan publiek en deelnemers duidelijk te maken dat het om een bijzondere, bijzondere
registratie gaat die is vermeld vanwege de Dexia-achtergrond. Het zou niet nodig zijn om een
aparte code (bijvoorbeeld de code D of iets dergelijks) toe te voegen, wanneer het zo is dat bij
een nieuwe kredietaanvraag de kredietverlenende deelnemer kan zien dat het om een registratie
gaat die afkomstig is van Dexia. Dat is – helaas - niet het geval. Wel kan betrokkene zelf
natuurlijk, door inwilliging van een verzoek tot inzage, met zijn BKR-gegevens naar de
deelnemer gaan en hem laten zien dat de registratie inderdaad van Dexia afkomstig is.
Toch moet wel een onderscheid worden gemaakt binnen de groep van betrokkenen die aan de
voorwaarden voor de Coulance regeling voldoet. Een deel van die groep heeft een A-codering,
een ander deel niet. De A-codering blijft uiteraard staan, gelet op wat hiervoor is overwogen en
daaraan wordt een bijzondere codering toegevoegd, volgens de hierboven weergegeven regels.
Het valt nog te overwegen om een onderscheid te maken tussen de A-coderingen, namelijk
tussen niet-recente en recente A’s. In het laatste geval zou men immers kunnen veronderstellen
dat met het uitzicht op een regeling de achterstand er niet een is die uit een dubieuze situatie
voorkomt. Het is echter praktisch ondoenlijk om op basis van die intentie een onderscheid te
maken en er moet dus ook van worden uitgegaan dat een A een A is.
Ten overvloede vermeldt de Commissie nog dat zij er, anders dan bij de twee andere regelingen,
bij de Coulanceregeling niet voor heeft gekozen om een onderscheid te maken tussen Ameldingen
die het gevolg zijn van het niet voldoen aan termijnbetalingen en A-meldingen die
uitsluitend het gevolg zijn van het niet voldoen van een restschuld. Gelet op hetgeen hiervoor is
overwogen over de kenmerken en achtergrond van de Coulanceregeling, is dat onderscheid niet
relevant. Ook beoogt de Coulanceregeling niet specifiek een regeling te treffen ten aanzien van
de restschuld of termijnbetalingen en is er ook op die grond geen reden dit onderscheid te maken.
Eventuele A-meldingen of code 1 meldingen met betrekking tot een restschuld, dienen dan ook
in dit geval te blijven staan. Datzelfde is uiteraard het geval met betrekking tot de restant schuld
die ontstaat na het treffen van de Coulance regeling. Dit advies gaat niet over A-coderingen of
andere coderingen die ontstaan ten gevolge van het niet nakomen van de getroffen regelingen.
Degenen die nooit een achterstand hebben gehad en aan wie nu een regeling wordt geboden,
verkeren echter in een bijzondere situatie. Zij kunnen een bijzonderheidscodering vermijden door
de aangeboden regeling te weigeren en door de overeenkomst gewoon na te komen. Is dat een
redelijke optie? Wij menen van niet. De situatie valt te vergelijken met die waarin betrokkene op
eigen initiatief, zonder een achterstand te hebben gehad, de deelnemer verzoekt om een
betalingsregeling. Uit de hier voor geciteerde uitspraak van het Arnhemse Hof volgt, dat in die
situatie een schikking in de vorm van een betalingsregeling niet altijd met een
bijzonderheidscode behoeft te worden geregistreerd. In die zaak beval het Hof immers de
13
verwijdering van de bijbehorende bijzonderheidscodering ten aanzien van een schikking waartoe
betrokkene zelf het initiatief had genomen.17 Het Hof onderkende het stigmatiserend karakter
van de codering en meende dat niet ten detrimente van betrokkenen een foutief beeld mag
worden geschapen als gevolg van een minder juiste codering. De stelling van Dexia in dit
verband is dat cliënten met wie een regeling is getroffen en waarvan de negatieve positie wordt
geherwaardeerd, niet blijvend met een bijzonderheidscodering zouden moeten worden belast.
Die stelling gaat op, indien de desbetreffende codering onjuist, althans minder juist is en als
gevolg daarvan een foutief beeld wordt opgeroepen voor die betrokkenen, die nog de
gelegenheid krijgen om binnen een gestelde termijn aan hun verplichtingen uit de regeling te
voldoen. Wij adviseren dan ook om ten aanzien van die personen, die binnen de gestelde termijn
aan de Coulance regeling voldoen en die geen geregistreerde achterstand hebben gehad ook geen
code 3 te registreren.
6.3. De Duisenberg-regeling
De Duisenberg-regeling is een kortingsregeling voor de restschuld ten aanzien van
overeenkomsten die reeds op reguliere wijze zijn geëindigd. Onder de restschuld moet worden
verstaan de schuld die is ontstaan door het verschil in aan- en verkoopkoers van de effecten en
kosten. De regeling ziet dus niet op termijnbetalingen. De regeling is alleen toegankelijk voor
diegenen die alle termijnbetalingen hebben voldaan. De regeling houdt – afgezien van de artikel
1:88 BW-overeenkomsten die hierna apart worden behandeld - in dat binnen 60 dagen 1/3, 2/3 of
90% van de resterende restschuld moet zijn voldaan. De toevoeging van een code 1 (er is na een
achterstand een afbetalingsregeling getroffen) na acceptatie van de regeling zou in dit geval niet
accuraat zijn en wordt dan ook niet aanbevolen.
Men zou kunnen verdedigen, dat het hier niet gaat om een afboeking, maar om iets anders. Dexia
spreekt, overigens meer in het algemeen bij alle voorgestelde regelingen, van een herwaardering
van de negatieve positie en lijkt daarmee te willen zeggen, dat er eigenlijk geen sprake is van een
afboeking. Nochtans valt ook hier niet te ontkennen dat feitelijk een eerder overeengekomen
lening niet geheel wordt geïnd en dus wordt afgeboekt. Ook hier geldt immers, dat de kern van
de betrokken regeling, hoe men het ook wendt of keert, er op neerkomt dat een bedrag wordt
afgeboekt ten laste van de crediteur. De stelling van Dexia in dit verband is dat cliënten met wie
een regeling is getroffen en waarvan de negatieve positie (de restschuld) wordt geherwaardeerd,
niet als gevolg daarvan blijvend met een bijzonderheidscodering zouden moeten worden belast.
Die stelling gaat op, indien de desbetreffende codering onjuist, althans minder juist is en als
gevolg daarvan een foutief beeld wordt opgeroepen. Dat is hier echter niet het geval. Acceptatie
van de regeling dient derhalve te leiden tot de toevoeging bij de registratie van een code 3.
Zowel de restschuldverplichtingen als de termijnbetalingsverplichtingen hebben in veel situaties
geleid tot een achterstand en tot de reglementaire registratie van een code A. De regeling heeft
echter alleen betrekking op de restschuldverplichtingen en beoogt geen oplossing in te houden
voor achterstanden die zijn ontstaan door het niet voldoen van termijnbetalingen. Er zijn
derhalve geen termen aanwezig te adviseren de A-coderingen die het gevolg zijn van het niet
17 Hof Arnhem 11 november 1985, NJ 1987, nr. 994.
14
voldoen van termijnbetalingen te schrappen. In de onderlinge verhouding tussen Dexia en de
consument voor wat betreft de termijnverplichtingen, brengt de regeling immers geen
verandering. Bovendien geldt voor die betrokkenen die objectief gezien niet in de positie waren
de maandbetalingen te voldoen, dat zij gebruik hadden kunnen maken van coulance regeling,
dan wel zelf met Dexia tot een vergelijk hadden kunnen komen om registratie te voorkomen.
Was dit niet mogelijk, dan was de geëigende weg geweest om ‘onder protest’ te betalen.
Anders is dat evenwel voor A-codes die uitsluitend het gevolg zijn van het niet voldoen aan de
restschuld. Naast het (deels) onvoorzienbare karakter van de hoogte van de vordering, speelt nog
een andere factor een rol. Indien de A-coderingen die het gevolg zijn van het niet voldoen aan
termijnbetalingen blijven staan, zou een ongelijke situatie ontstaan ten opzichte van de
consumenten die nog lopende contracten hebben. Bij beëindiging van deze contracten staat
immers op voorhand vast dat een korting op de restschuld wordt gegeven. Voor deze groep
bestaat meer zekerheid en is het gemakkelijker de schuld te voldoen en dus loopt zij in dat
opzicht minder risico tegen een A-codering als gevolg van niet betaling van de restschuld aan te
lopen.
Wij zijn dus van mening dat de heroverweging door Dexia van de restschuld gevolgen moet
hebben ten aanzien van de A-coderingen die het gevolg zijn van het niet voldoen van de
restschuld en wij adviseren dan ook dat deze moeten worden geschrapt. Daarmee komt deze
groep in dezelfde categorie als de groep die in het geheel geen A-codering heeft gehad. Ten
aanzien van die groep heeft de Commissie overwogen of in deze gevallen acceptatie van de
regeling zou moeten leiden tot de toevoeging van een code 3. Voorop staat dat deze
consumenten altijd tijdig aan hun termijnverplichtingen hebben voldaan. Over de (qua hoogte)
onvoorziene restschuld is nu een regeling getroffen. Evenals bij de coulanceregeling is
overwogen, acht de Commissie het niet redelijk dat deze groep ter voorkoming van registratie
van deze bijzonderheidscode geen gebruik zou moeten maken van de voorgestelde regeling en
de gehele vordering zou moeten voldoen. De Commissie meent dat in deze gevallen de
toevoeging van de code 3 na acceptatie van de regeling achterwege dient te blijven. Ten
overvloede adviseert de Commissie deze code wel toe te voegen voor personen die een
achterstand hebben opgelopen in de termijnbetalingen. Ten opzichte van deze groep ziet de
Commsisie geen reden om van de gewone regels af te wijken en acht zij het van groter belang
dat betalingshistorie van deze groep volledig geregistreerd blijft. De opvatting dat zowel
regelmatige als onregelmatige betalers over één kam geschoren kunnen worden, omdat beide
groepen alleen maar in aanmerking komen voor de regeling, wanneer er geen achterstallige
termijnen meer zijn, deelt de Commissie niet. Haar uitgangspunt is immers, dat de
betalingshistorie wel degelijk een rol moet spelen. Wel heeft zij nog overwogen of een
onderscheid moet worden gemaakt tussen betrokkenen die reeds voorafgaande aan de schikking
betalingsachterstanden hebben hersteld en betrokkenen die pas een hersteldmelding krijgen in
het kader van de schikkingsregeling. De eerste groep is zich kennelijk bewust geweest van de
tekortkomingen in haar betalingsgedrag en heeft daar verandering in gebracht. Van de andere
kant staat vast dat er een achterstand is geweest en wordt uit de registratie duidelijk, dat er sprake
is geweest van een herstelbetaling. Zij ziet daarom geen reden om aan dat onderscheid gevolgen
te verbinden in die zin dat de eerste groep gelijk moet worden gesteld met de groep die in het
geheel geen achterstand heeft gehad.
6.4. Artikel 1:88 BW-overeenkomsten
15
Dit alles kan anders zijn indien het een nietige of vernietigbare overeenkomst betreft. Van deze
overeenkomsten kan in ieder geval achteraf worden gezegd dat ze in het geheel niet geregistreerd
hadden mogen worden. Vernietiging van vernietigbare overeenkomsten kan geschieden door een
buitengerechtelijke verklaring. Wanneer discussie ontstaat omtrent de vraag of de verklaring
inderdaad de vernietiging van de rechtshandeling ten gevolge heeft gehad (was er aan de eisen
voor vernietigbaarheid voldaan?), dan kan terzake een rechterlijk oordeel worden uitgelokt. De
vernietiging werkt terug tot het tijdstip waarop de (vernietigde) rechtshandeling is verricht.
Een aantal contractanten heeft binnen drieëneenhalf jaar op grond van artikel 1:88 BW op de
juiste wijze de vernietiging ingeroepen van de overeenkomst. Ten aanzien van deze groep
contractanten heeft Dexia een speciale regeling aangeboden Die regeling houdt het volgende
in: zij betreft uitsluitend de groep die op juiste wijze (en dus ook tijdig) de vernietiging heeft
ingeroepen; uitsluitend op die grond, nl. het inroepen van dat recht wordt hen een volledige
vergoeding van de restschuld aangeboden, onder de voorwaarde dat de buitengerechtelijke
verklaring niet aan de rechter wordt voorgelegd. Door het treffen van deze regeling komen
partijen dus overeen dat zij geen rechterlijk oordeel (declaratoir vonnis) zullen uitlokken over
de vraag of de verklaring daadwerkelijk de vernietiging tot gevolg had. Een uitspraak over
deze overeenkomsten door een burgerlijke rechter is dan niet meer mogelijk. Gelet op de
inhoud van de aangeboden schikking, meent de Commissie dat Dexia verondersteld mag
worden geen beroep meer te doen op de geldigheid van de desbetreffende overeenkomsten.
Dat reeds betaalde en nog te betalen of te vervallen rentebetalingen niet door Dexia worden
terugbetaald, alsmede het feit dat van lopende overeenkomsten de periodieke betalingen eerst op
reguliere wijze moeten zijn voldaan, is geen indicatie voor het tegendeel. Immers, ook indien
men uitgaat van nietigheid dan wel geldige vernietiging is daarvan niet het vanzelfsprekende
gevolg, dat de partij die zich op de vernietiging dan wel de nietigheid beroept in alle nadelen
wordt gecompenseerd.
Ingevolge artikel 7 lid 3 van het Algemeen Reglement worden geen persoonsgegevens verwerkt
in CKI ten aanzien van een natuurlijke persoon, van wie aan de deelnemer bekend is of is
geworden dat de desbetreffende natuurlijke persoon ten tijde van de inwerkingtreding van de
overeenkomst op grond van die overeenkomst en/of de wet niet verantwoordelijk en
aansprakelijk kan worden gehouden voor het nakomen van de betalingsverplichtingen uit hoofde
van die overeenkomst. Nu de Commissie deze contracten, na instemming met de voorgestelde
regeling vanuit het oogpunt van kredietregistratie beschouwt als vernietigde dan wel nietige
contracten, behoren de gehele registraties en de daarbij behorende bijzonderheidscoderingen te
worden verwijderd. Ook de toevoeging van een code 3 past niet bij deze regeling en is ook
praktisch onmogelijk nu de registratie in zijn geheel dient te worden verwijderd.
Dat de door de Commissie in het licht van kredietregistratie aangenomen (fictie van)
vernietigbaarheid dan wel de nietigheid voor deze categorie wordt aangenomen, betekent
evenwel niet dat ook de thans nog niet op reguliere wijze beëindigde overeenkomsten moeten
worden verwijderd. Voor deze overeenkomsten geldt dat wanneer niet alle termijnen zijn
voldaan, niet kan worden gezegd dat Dexia ten aanzien van deze partijen de buitengerechtelijke
verklaring fictief heeft geaccepteerd. Mocht Dexia echter ook nog niet op reguliere wijze
beëindigde overeenkomsten toelaten tot deze regeling, dan moeten ten aanzien van deze
overeenkomsten de registraties en de daarbij behorende bijzonderheidscoderingen onmiddellijk
worden verwijderd, indien acceptatie inhoudt dat de overeenkomst onmiddellijk wordt
beëindigd.
16
6.5. De regeling bij product combinaties
Ook bij de depotregeling moeten eerst achterstallige termijnbetalingen worden voldaan. Bij de
depotregeling wordt, anders dan bij de voorgaande regelingen, een vergoeding gegeven voor
resterende maandtermijnen, welke vergoeding wordt verrekend met de restschuld. Het saldo
van deze verrekening komt volgens Dexia – indien eventuele achterstallige termijnbetalingen
zijn voldaan - altijd op of boven nul en anders volgt compensatie.
De lopende contracten worden beëindigd. Deze worden als het ware vervroegd afgelost
zonder dat behoeft te worden bijgestort ten aanzien van de restschuld. Op de lopende
contracten kunnen geen achterstanden bestaan op de restschuld, omdat deze nog slechts fictief
is. Wel kunnen A-coderingen (en H-coderingen) geregistreerd staan die het gevolg zijn van
eerdere niet (tijdige) betaling van de termijnen. Door de constructie met het depot zal in veel
gevallen deze achterstand rechtstreeks verband houden met het eerder dan verwacht leeglopen
van het depot. Op het eerste gezicht lijkt het dat de vergoeding zich nu juist richt op de
vergoeding van de toekomstige termijnbetalingen. Nu de contracten onmiddellijk worden
beëindigd zijn wij van mening dat de vergoeding niet als een vergoeding voor de
maandtermijnen moet worden begrepen, maar als een vergoeding voor de restschuld. Daar de
acceptatie van de regeling een voortijdige beëindiging van de overeenkomst inhoudt, wordt
deze fictieve restschuld omgezet in een werkelijke restschuld die wordt afgeboekt. Het feit
dat, indien men onvoldoende compensatie krijgt uit de te vergoeden maandtermijnen, het
resterende gedeelte wordt kwijtgescholden, ondersteunt – naast de eerder genoemde
argumenten - deze opvatting.
Wij menen dan ook dat de achterstands- en bijzonderheidscoderingen die staan vermeld bij de
effectenlease-overeenkomsten die onderdeel uitmaakten van een depotconstructie geen
foutieve indruk wekken. Het is daarbij van belang dat het depot waaruit de beleggers hun
termijnbetalingen dienden te voldoen, geheel los staat van de registratie van de effectenleaseovereenkomst.
In het algemeen kan niet worden aanvaard dat beleggingsverliezen die elders
zijn geleden en die geen rechtstreeks verband houden met de geregistreerde overeenkomst
doorwerken naar de overeenkomst.
Op grond van het voorgaande maakt de Commissie in het kader van registratie geen
onderscheid tussen de Duisenberg-regeling en de depotregeling. In beide gevallen kwalificeert
de Commissie de regeling als een tegemoetkoming in de restschuld. Ook het feit dat de
depotregeling de gehele restschuld teniet doet gaan, is voor de Commissie niet van
doorslaggevend belang. Anders dan bij de artikel 1:88 BW-regeling heeft de Commissie bij
deze regelingen onvoldoende aanknopingspunten gevonden om met een redelijke mate van
zekerheid een oordeel te geven over de onderliggende verhouding tussen Dexia en de
consument. Dat betekent dat ook hier eerdere A-coderingen die het gevolg zijn van het niet
voldoen van de restschuld moeten worden geschrapt en dat toevoeging van de code 3 na
acceptatie achterwege dient te blijven, indien geen gemelde achterstand is opgelopen op de
termijnbetalingen.
7. Aanbevelingen
De Commissie beveelt op grond van het voorafgaande de volgende afwijkende registratieafwikkeling
aan:
17
1. Ten aanzien van die personen, die binnen de gestelde termijn aan de Coulance regeling,
de Duisenberg-regeling of de depotregeling voldoen en die geen geregistreerde
achterstand met betrekking tot periodieke termijnbetalingen hebben gehad, wordt geen
code 3 geregistreerd. Deze afwijking acht de Commissie gerechtvaardigd, omdat aldus
geen foutief beeld van de betalingshistorie wordt gegeven. Voor het overige is de
Commissie van mening dat de normale regels dienen te worden gehanteerd. Dat geldt
ook voor die groep die vòòr de schikking een geregistreerde achterstand heeft hersteld.
2. Met betrekking tot de Duisenberg-regeling, en de depotregeling worden eerdere Acoderingen
die uitsluitend het gevolg zijn van het niet voldoen van de restschuld
geschrapt, alsmede alle met deze A-coderingen samenhangende hersteldmeldingen en
bijzonderheidscoderingen. Deze afwijkende registratie-afwikkeling geldt niet voor de
Coulance-regeling, omdat daarbij, gelet op de aard van de regeling, geen onderscheid
behoeft te worden gemaakt tussen achterstand in periodieke betalingen en in de
restschuld. Bij deze groep moet worden vermeden, dat achterstanden uit het verleden uit
beeld verdwijnen.
3. Registraties met betrekking tot artikel 1:88 BW-overeenkomsten worden in hun geheel
verwijderd Als gevolg van de schikking zullen partijen verder afzien van een rechterlijk
oordeel. Dat betekent dat de overeenkomsten niet door een rechterlijk vonnis zullen
worden vernietigd. Niettemin ziet de Commissie reden om de desbetreffende
overeenkomsten te behandelen, als waren zij reeds vanaf de aanvang nietig. Die reden is
gelegen in de houding van partijen, en met name in het aanbod door de deelnemer,
Dexia. Gelet op de inhoud van de aangeboden schikking, meent de Commissie dat Dexia
verondersteld mag worden geen beroep meer te doen op de geldigheid van de
desbetreffende overeenkomsten.
Amsterdam, 31 augustus 2005
Prof. Mr. J.J.C. Kabel
Voorzitter
Mr. H.J. van den Broek
Secretaris
18
BIJLAGE
Bij de adviesaanvrage zijn de volgende stukken als bijlage aan de Commissie overgelegd:
1. Een (niet ondertekende) brief van Dexia aan BKR d.d. 22 april 2005, waarin Dexia BKR
informeert over het voorstel inzake de depotconstructie;
2. Een vaststellingsovereenkomst inzake de depotconstructie;
3. Model acceptatieformulier bij de vaststellingsovereenkomst;
4. Schematische uitleg van de coulanceregeling;
5. Persberichten van de heer Duisenberg, Stichting Egalease, Stichting Leaseverlies,
Ministerie van Financiën, De Nederlandse Bank en de Autoriteit Financiële markten;
6. Een brief van Dexia d.d. 24 mei 2005 aan BKR met daarin een voorstel over de gevolgen
voor de BKR-bijzonderheidscoderingen van acceptatie van de Duisenberg-regeling, de
Dexia
7. Coulance Regeling en Product combinaties.
Daarna heeft de Commissie nog mondeling inlichtingen ingewonnen bij de heer E. Singels van
Dexia en de heer S. Machielse van BKR. Voorts heeft zij de volledige tekst van de Duisenbergregeling
waarnaar het persbericht van de heer Duisenberg verwees aan haar dossier toegevoegd
via www.dexialease.nl, bestaande uit
1. De hoofdovereenkomst;
2. Bijlage1; lijst met producten
3. Bijlage 2 (a) beschrijving individuele vaststellingsovereenkomst;
4. Bijlage 2 (b) bepalingen individuele vaststellingsovereenkomst;
5. WCAM-overeenkomst
Ten slotte heeft de Commissie gebruik gemaakt van informatie afkomstig uit haar eigen dossiers,
waaronder klachtzaken en jurisprudentie. Op een concept-advies is gereageerd door het BKR. De
Commissie heeft die reactie betrokken in dit eindadvies.
Dit zegt niet veel natuurlijk. Waar doel je eigenlijk op?

Chanmaster
Berichten: 2893
Lid geworden op: 25 jan 2006 08:05
Locatie: Almelo

Re: Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door Chanmaster »

Ach, hij heeft z'n tijd in iedergeval besteed. Of dat zinvol is geweest daarbij nagelaten.

CB
Berichten: 2427
Lid geworden op: 03 jul 2003 20:07

Re: Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door CB »

De tijd zal het leren.

bromtol
Berichten: 648
Lid geworden op: 22 mei 2005 16:29

Re: Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door bromtol »

Ik denk niet dat het forum leegloopt.

Er is eenvoudig weinig of niets te melden. Ik volg het formum trouw, maar voel de laatste weken zelden een reden nog om te reageren. We moeten wacht op de beschikking van Hof Amsterdam. In de wachtperiode hoef ik niet zo nodig te blijven reageren.

De individuele zaken zijn geschorst en daar gebeurt dus ook niets.

Ik denk dat Dexia de beschikking afwacht. Daarna zal men - als de verbindendverklaring wordt toegewezen - wel proberen om de lopende zaken zo'n maand of drie te rekken, zodat men een beeld heeft van het aantal zaken dat onder de regeling valt. Vervolgens zal men wel besluiten of men de lopende zaken uitprocedeert of niet. Bij een verbindendverklaring weet Dexia in ieder geval dat een negatieve ontwikkeling in de jurisprudentie niet meer van invloed is op de zaken die onder de regeling vallen. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom Dexia zoveel waarde hechtte aan de schorsing.

Wordt de verbindendverklaring afgewezen, dan zal men wel gaan proberen individueel te schikken. Ik geloof er nog niets van dat Dexia duizenden procedures gaat voeren bij de huidige stand van de jurisprudentie. Mogelijkprocedeert men dan wel voort in lopende procedures in een krampachtige poging een betere onderhandelingspositie te krijgen, maar ik denk dat Dexia allang een plan heeft klaar liggen voor dit scenario.

Afwachten dus en dat verklaart volgens mij dan ook de rust op dit forum

peewee
Berichten: 2195
Lid geworden op: 15 mar 2004 12:00

Re: Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door peewee »

Het langzame proces van leeglopen van dit forum is al een jaar of twee, drie gaande. Niet onlogisch, een forum is een plaats waar informatie tussen gelijkgezinden (soms met tussenkomst van narren en anderen pestkoppen) uitgewisseld kan worden. De juridische problematiek rondom aandelenlease is nu wel zo'n beetje uitgekristallisseerd en bekend. Het is nu aan rechters om knopen door te hakken. Allereerst deze of volgende week het Hof Amsterdam in de Wet Cam-zaak. Voor zover er in Nedeland nog Dexia-klanten rondlopen die na ruim 4 jaar aandelenlease-affaire nog steeds knopen zitten te tellen en niet weten wat te ondernemen, heeft de folder van Leaseproces die de afgelopen weken huis-aan-huis in grote delen van Nederland is bezorgd, ze een beetje geholpen bij hun beslisproces wat te doen.

Ik denk dat dit forum nog wel enkele jaren een functie kan behouden, wanneer dit forum eindelijk door de redactie van TROS Radar eens duidelijk wordt benoemd en ingedeeld. Mijn advies zou zijn: maak een forumitem met de benaming ''aandelenlease'' (in plaats van Legio Lease) en plaats daarbij een aantal sub-fora met de namen van de specifieke aanbieders van aandelenlease: dus Dexia; Spaarbeleg(SprintPlan); Fortis/GRoeiVermogen; Levob; DSB; Aegon etc.
Ook een specifiek forum voor de nu losbarstende beleggingspolis-affaire (in plaats van onder het forum 'verzekeringen') lijkt me aanbevelenswaardig. Deze woekerpolisffaire is wederom specifiek en heeft weinig met vragen of informatie-uitwisseling over zoiets als inboedel- of opstalverzekeringen te maken.

Oom Dagobert
Berichten: 1701
Lid geworden op: 07 jul 2003 16:29

Re: Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door Oom Dagobert »

Als ik Tros was, zou ik 't hele gebeuren sluiten.

B+
Waar sommige lieden zich al niet druk om maken
OD

*
Berichten: 287
Lid geworden op: 29 jan 2005 10:02

Re: Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door * »

Bromtol schreef:
Ik denk dat Dexia de beschikking afwacht. Daarna zal men - als de verbindendverklaring wordt toegewezen - wel proberen om de lopende zaken zo'n maand of drie te rekken.
Wordt de verbindendverklaring afgewezen, dan zal men wel gaan proberen individueel te schikken.
Ik kan mij ook voorstellen dat Dexia juist hoopt op afwijzing WACM.
Dexia zou dan met een aangepaste / nieuwe schikking kunnen komen en de WCAM-truc herhalen om zo nogmaals 2 jaar te rekken.
En wij mogen dan natuurlijk nog steeds door het BKR getreiterd worden.

B17
Berichten: 959
Lid geworden op: 23 okt 2006 11:22

Re: Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door B17 »

Dit jaar komt er een enorme tsunami op gang, het heeft iedere gedupeerden nu te lang geduurt, en de eerste successen zullen verdere gedupeerden besluiten om evens voor vol te gaan procederen, gezien
Dexia het zelf over haar heen heeft geroepen.

b17

Brabander
Berichten: 354
Lid geworden op: 05 jul 2004 23:17

Re: Forum loopt leeg

Ongelezen bericht door Brabander »

Belegger + moet volgens mij lek zijn.

Iets van een oude fietsband of fopspeen zal hij wel zijn.

Gesloten