LET OP: Dit topic is meer dan drie jaar geleden geplaatst. De informatie is mogelijk verouderd.

[ archief ] Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Hier kan je discussiëren over de onderwerpen rondom Legio Lease.
pieter

Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door pieter »

Mischien een stome opmerking.

Weet iemand wanneer artikel 36 i van kracht is geworden?

artikel 36 BET 1995
i. een verklaring van de cliënt dat hij heeft kennis genomen van de informatie die de
instelling krachtens dit besluit aan hem dient te verstrekken en dat hij zich bewust
is van de risico's die aan de belegging zijn verbonden;

Ik heb in 2000 geen verklaring afgegeven want als ik het zou weten had ik het niet gedaan.

Mvg Pieter

Ruud

Re: Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door Ruud »

Beste Pieter,

moet je dit artikel dan hebben getekend?

Of is het een aanbeveling?

Ik heb er nog nooit van gehoord, weet iemand hier iets meer van?

m.v.g. Ruud

pieter

Re: Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door pieter »

Beste Ruud,

Ik ben een leek wat dat betreft, en lees deze wet naar mijn eigen voordeel. Deze wet "Besluit toezicht effectenverkeer" is bijgewerkt tot 5 september 2001 door de Autoriteit Financiële Markten. Dus ik ben benieuwd of dit artikel ook gold in 2000. en hoe moet deze regel gezien worden.

Mvg Pieter

pieter

Re: Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door pieter »

Voor een ieder die intresse heeft hier onder de bewuste artikelen van Bte 1995. geldig vanaf 5 september 2001.

Artikel 24
Een effecteninstelling houdt zich bij het verrichten van haar werkzaamheden aan door de
toezichthoudende autoriteit te stellen regels die ertoe strekken dat de effecteninstelling:
a. handelt in het belang van haar cliënten en de adequate functionering van de
effectenmarkten;
b. in het belang van haar cliënten kennis neemt van hun financiële positie, ervaring
en beleggingsdoelstellingen, voor zover dit redelijkerwijs van belang is met het
oog op het verrichten van haar diensten;
c. haar cliënten de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn voor de
beoordeling van de door haar aangeboden diensten en de effecten waarop die
diensten betrekking hebben;
d. belangenconflicten tracht te voorkomen en, wanneer deze onvermijdelijk zijn,
ervoor zorgt dat haar cliënten op billijke wijze worden behandeld;
e. de bevoegdheden die zij heeft gekregen ten behoeve van de door haar te verrichten
diensten, niet gebruikt voor andere doeleinden dan die waarvoor zij aan haar zijn
verleend; en
f. een goede interne organisatie en adequate controlemechanismen heeft ten behoeve
van de naleving van de in de aanhef bedoelde regels en ter bevordering van de
continuïteit van haar bedrijfsvoering.
Artikel 25
1. Een effecteninstelling sluit met iedere cliënt een schriftelijke overeenkomst die de
uitsluitende grondslag vormt voor de diensten die de effecteninstelling in de uitoe-fening
van haar bedrijf voor de cliënt verricht.
2. In de overeenkomst zijn ten minste bepaald:
a. de rechten en verplichtingen van de cliënt en de effecteninstelling uit hoofde van
de overeenkomst;
b. de naar soort onderscheiden diensten die de effecteninstelling in het kader van de
overeenkomst voor de cliënt zal verrichten;
c. een specificatie van de eventuele beperkingen met betrekking tot de markten
waarop effectentransacties ten behoeve van de cliënt zullen worden afgewikkeld;
d. de naar soort onderscheiden kosten, anders dan de kosten ter zake van een
aanbieding van effecten bij uitgifte, die aan de cliënt in rekening worden gebracht
alsmede de aan die kosten ten grondslag liggende berekening;
e. de wijze waarop instructies van de cliënt en berichten van de effecteninstelling
worden verstrekt en geadministreerd;.
f. de wijze waarop gelden of effecten van de cliënt worden verrekend, gedeponeerd
en geadministreerd;
g. de wijze waarop over de rekeningen van de cliënt kan worden beschikt;
h. de regelingen inzake de aansprakelijkheid van de effecteninstelling
onderscheidenlijk de cliënt uit hoofde van de overeenkomst;
i. een verklaring van de cliënt dat hij heeft kennis genomen van de informatie die de
effecteninstelling krachtens dit besluit aan hem dient te verstrekken en dat hij zich
bewust is van de risico's die aan de belegging zijn verbonden;
j. de regeling van toepasselijk recht en de wijze van beslechting van geschillen; en
k. de omstandigheden waaronder de overeenkomst tussen de effecteninstelling en de
cliënt een einde neemt, de omstandigheden waaronder de overeenkomst kan
worden ontbonden en de wijze waarop op of na de datum van beëindiging nog
lopende transacties worden afgewikkeld.
3. Indien de overeenkomst betrekking heeft op vermogensbeheer is daarin tevens bepaald:
a. de samenstelling van het beheerde vermogen naar effectensoort en de waarde van
het te beheren vermogen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst;
b. de doelstellingen van de cliënt ter zake van het vermogensbeheer;
c. een specificatie van de eventuele kwalitatieve en kwantitatieve beperkingen ten
aanzien van de effecten of categorieën van effecten waarin mag worden belegd;
d. de wijze waarop het beheer wordt gevoerd alsmede de betrokkenheid van de cliënt
daarbij, daaronder een regeling van de machtiging aan de effecteninstelling; en
e. de frequentie van rapportage aan de cliënt.
4. De toezichthoudende autoriteit kan nadere regels stellen met betrekking tot de inhoud
en het model van de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 36

1. Een instelling sluit met iedere cliënt een schriftelijke overeenkomst die de uitsluitende grondslag vormt voor de diensten die de instelling in de uitoefening van haar bedrijf voor de cliënt verricht.

2. In de overeenkomst zijn ten minste bepaald:
a. de rechten en verplichtingen van de cliënt en de instelling uit hoofde van de overeenkomst;

b. de naar soort onderscheiden diensten die de instelling in het kader van de overeenkomst voor de cliënt zal verrichten;

c. een specificatie van de eventuele beperkingen met betrekking tot de markten waarop effectentransacties ten behoeve van de cliënt zullen worden afgewikkeld;

d. de naar soort onderscheiden kosten, anders dan de kosten ter zake van een aanbieding van effecten bij uitgifte, die aan de cliënt in rekening worden gebracht alsmede de aan die kosten ten grondslag liggende berekening;

e. de wijze waarop instructies van de cliënt en berichten van de instelling worden verstrekt en geadministreerd;

f. de wijze waarop gelden of effecten van de cliënt worden verrekend, gedeponeerd en geadministreerd;

g. de wijze waarop over de rekeningen van de cliënt kan worden beschikt;

h. de regelingen inzake de aansprakelijkheid van de instelling onderscheidenlijk de cliënt uit hoofde van de overeenkomst;

i. een verklaring van de cliënt dat hij heeft kennis genomen van de informatie die de instelling krachtens dit besluit aan hem dient te verstrekken en dat hij zich bewust is van de risico’s die aan de belegging zijn verbonden;

j. de regeling van toepasselijk recht en de wijze van beslechting van geschillen; en

k. de omstandigheden waaronder de overeenkomst tussen de instelling en de cliënt een einde neemt, de omstandigheden waaronder de overeenkomst kan worden ontbonden en de wijze waarop op of na de datum van beëindiging nog lopende transacties worden afgewikkeld.

Als iemand weet hoe Bte 1995 er voor 5 september 2001 uitzag.
Graag een posting.

Bvd Pieter

L. Blok

Re: Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door L. Blok »

Beste Pieter,

Deze wet vanaf 1995 kun je downloaden in pdf formaat van de site van AFM.
http://www.autoriteit-fm.nl

m.v.g.

L. Blok

Pieter

Re: Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door Pieter »

Beste L.Blok,

Ook de versie van voor 2001?

Andere download optie www.overheid.nl/wetten/

Mvg Pieter

Ruud

Re: Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door Ruud »

Beste Pieter, en andere forumbezoekers,

wat houdt dit artikel precies in voor ons. Met andere woorden welk voordeel hebben we nu we weten wat er in dit artikel staat.
Ik neem aan dat wanneer je naar de rechter stapt je dit kunt aanvoeren, maar heeft het anders nog voordelen?
Kan de Stichting Leaseverlies niks doen met deze wetenschap?

ik hoor jullie reacties wel,
groetjes Ruud

L. Blok

Re: Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door L. Blok »

Beste Pieter,

Ik heb dit artikel even gedownload in Acrobat. Bovenaan staat dat deze wet uit 1995 is. Artikel 24 heb ik gelezen en
volgens mij is hij exakt gelijk met de versie hierboven.
Ik kan in Acrobat niet naar het clippboard copiëeren anders
had ik hem hier even geplaatst.

m.v.g.

L. Blok

Pieter

Re: Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door Pieter »

Dank u heer Blok,

Ik heb ook de pdf file gedownload. Op het eerste blad staat "bijgewerkt tot 5 september 2001".

Als het zo is dat deze regels ook golden voor 2001.
Dan gloort er denk ik hoop.

Er zijn een hele hoop punten waar niet aan voldaan is.

Mvg Pieter

Ps In Acrobat Reader zit een zgn "Text Select Tool" icoon "T#" hiermee kan text uit een pdf file geselecteerd worden.

pieter

Re: Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door pieter »

Beste Ruud,

Even terug komen op jouw vraag.

Hier de reden waarom ik deze topic geplaatst heb.
1. Nu ik me opgelicht voel wil ik gaag weten hoe je zulke bedrijven kan aanpakken en wat mijn rechten zijn of waren. Ja, het is voer voor de rechter en de slv.
2. Wanneer wij in dit forum publikelijk discuseren over wat ze nagelaten hebben te doen dan is dat geen positieve reclame voor deze bedrijven. Deze bedrijven lezen OOK dit forum. Maar willen hier niet mee in de publiciteit komen. Want anders bestaat de kans dat ze de publieke opinie tegen zich krijgen. En als dat gebeurt dan is hun omzet voor korte of lange tijd naar de haaien.
Met andere woorden we kunnen achterover zitten en afwachten wat slv doet en hoe de rechtzaak verloopt of we kunnen als consument druk op de ketel blijven zetten. Door simpelweg dit artikel "Zorgplicht" uit te pluizen en waar wij vinden waar Dexia ea verzuimt hebben om aan dit artikel te voldoen.

Mensen die na 5 september 2001 zijn ingestapt kunnen zeker met dit artikel schermen. Daarom ben ik benieuwd hoe het bte 1995 er voorheen uit zag.

Mvg Pieter

L. Blok

Re: Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door L. Blok »

Beste Pieter,

Ik heb de "bte1995.pdf" file van de site van AFM even op m'n harde schijf gezet en er wat mee gemanipuleerd zodat ik hem op het forum kon zetten. Het blijkt de orginele versie uit 1995 te zijn. Geheel onderaan staat vermeld:
"Uitgegeven de zevenentwintigste december 1995"

m.v.g.

L. Blok


Artikel 24
Een effecteninstelling houdt zich bij het verrichten van haar werkzaamheden aan door de toezichthoudende autoriteit te stellen regels die ertoe strekken dat de effecteninstel-
ling:
a. handelt in het belang van haar cliënten en de adequate functionering van de effectenmarkten;
b. in het belang van haar cliënten kennis neemt van hun financiële positie, ervaringen beleggingsdoelstellingen, voor zover dit redelijkerwijs van belang is met het oog op het verrichten van haar diensten;
c. haar cliënten de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn voor de beoordeling van de door haar aangeboden diensten en de effecten waarop die diensten betrekking hebben;
d. belangenconflicten tracht te voorkomen en, wanneer deze onvermijdelijk zijn, ervoor zorgt dat haar cliënten op billijke wijze worden behandeld;
e. de bevoegdheden die zij heeft gekregen ten behoeve van de door haar te verrichten diensten, niet gebruikt voor andere doeleinden dan die waarvoor zij aan haar zijn verleend; en
f. een goede interne organisatie en adequate controlemecha-
nismen heeft ten behoeve van de naleving van de in de aanhef bedoelde regels en ter bevordering van de continuïteit van haar bedrijfsvoering.
Artikel 25
1. Een effecteninstelling sluit met iedere cliënt een schriftelijke overeenkomst die de uitsluitende grondslag vormt voor de diensten die de effecteninstelling in de uitoefening van haar bedrijf voor de cliënt verricht.
2. In de overeenkomst zijn ten minste bepaald:
a. de rechten en verplichtingen van de cliënt en de effec-
teninstelling uit hoofde van de overeenkomst;
b. de naar soort onderscheiden diensten die de effecten-
instelling in het kader van de overeenkomst voor de cliënt zal verrichten;
c. een specificatie van de eventuele beperkingen met betrek-
king tot de markten waarop effectentransacties ten behoeve van de cliënt zullen worden afgewikkeld;
d. de naar soort onderscheiden kosten, anders dan de kosten ter zake van een aanbieding van effecten bij uitgifte, die aan de cliënt in rekening worden gebracht alsmede de aan die kosten ten grondslag liggende berekening;
e. de wijze waarop instructies van de cliënt en berichten van de effecteninstelling worden verstrekt en geadmini-
streerd;
f. de wijze waarop gelden of effecten van de cliënt worden verrekend, gedeponeerd en geadministreerd;
g. de wijze waarop over de rekeningen van de cliënt kan worden beschikt;
h. de regelingen inzake de aansprakelijkheid van de effecteninstelling onderscheidenlijk de cliënt uit hoofde van de overeenkomst;
i. een verklaring van de cliënt dat hij heeft kennis genomen van de informatie die de effecteninstelling krachtens dit besluit aan hem dient te verstrekken en dat hij zich bewust is van de risico's die aan de belegging zijn verbonden;
j. de regeling van toepasselijk recht en de wijze van beslechting van geschillen; en
k. de omstandigheden waaronder de overeenkomst tussen de effecteninstelling en de cliënt een einde neemt, de omstan-
digheden waaronder de overeenkomst kan worden ontbonden en de wijze waarop op of na de datum van beëindiging nog lopen-
de transacties worden afgewikkeld.
3. Indien de overeenkomst betrekking heeft op vermogensbe-
heer is daarin tevens bepaald:
a. de samenstelling van het beheerde vermogen naar effecten-
soort en de waarde van het te beheren vermogen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst;
b. de doelstellingen van de cliënt ter zake van het vermo-
gensbeheer;
c. een specificatie van de eventuele kwalitatieve en kwantitatieve beperkingen ten aanzien van de effecten of categorieën van effecten waarin mag worden belegd;
d. de wijze waarop het beheer wordt gevoerd alsmede de betrokkenheid van de cliënt daarbij, daaronder een regeling van de machtiging aan de effecteninstelling; en
e. de frequentie van rapportage aan de cliënt.
4. De toezichthoudende autoriteit kan nadere regels stellen met betrekking tot de inhoud en het model van de overeen-
komst, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 26
De artikelen 24, aanhef en onder b en c, en 25 zijn niet van toepassing voor zover een effecteninstelling diensten aanbiedt aan of verricht voor personen die beroeps- of
bedrijfsmatig handelen of beleggen in effecten.
Artikel 27
Een effecteninstelling informeert iedere cliënt over de toepasselijkheid van een garantie-regeling op de door haar aangeboden diensten, alsmede, indien een garantieregeling van toepassing is, over de inhoud van die regeling.
Artikel 28
Een effecteninstelling die in de uitoefening van haar bedrijf effectentransacties en andere daarmee verband hou-
dende handelingen verricht voor rekening van een cliënt, reikt aan die cliënt onverwijld een effectennota uit die voldoet aan door de toezichthoudende autoriteit te stellen regels met betrekking tot de gegevens die op de effectennota worden vermeld.
Artikel 29
1. Een effecteninstelling die in de uitoefening van haar bedrijf vermogensbeheer verricht, stelt regelmatig aan iedere cliënt met wie zij een overeenkomst inzake vermogens-
beheer heeft gesloten een opgave beschikbaar die een getrouw en volledig overzicht geeft van de samenstelling van het door de effecteninstelling voor die cliënt beheerde vermo-
gen. Deze opgave bevat ten minste de volgende gegevens:
a. de samenstelling naar effectensoort en de marktwaarde van het onder beheer zijnde vermogen; en
b. de aan de cliënt in rekening gebrachte onderscheidenlijk te brengen kosten van beheer en overige kosten.
2. De toezichthoudende autoriteit kan nadere regels stellen met betrekking tot de frequentie en het model van de opgave, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 30
1. Een effecteninstelling houdt zich aan door de toezicht-
houdende autoriteit te stellen regels met betrekking tot door de effecteninstelling te rapporteren gegevens over door
haar verrichte transacties in effecten die zijn toegelaten tot de notering aan een effectenbeurs.
2. Een effecteninstelling bewaart alle gegevens die betrek-
king hebben op haar bedrijfs-voering, waaronder de gegevens die betrekking hebben op de transacties, bedoeld in het eerste lid, ten minste vijf jaren op systematische en over-
zichtelijke wijze.
Artikel 31
De regels, bedoeld in de artikelen 23, tweede lid, 24, aanhef, 25, vierde lid, 28 en 30, eerste lid, en het model, bedoeld in artikel 29, tweede lid, kunnen voor onderscheiden groepen effecteninstellingen verschillend zijn..Artikel 32
Een effecteninstelling die niet in Nederland is gevestigd, legt binnen zes maanden na afloop van ieder boekjaar een afschrift van een gecontroleerde jaarrekening over dat jaar
over aan de toezichthoudende autoriteit. Deze jaarrekening is onderzocht door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel door een deskundige die ingevolge het recht van de staat waar de effecteninstelling haar zetel heeft, bevoegd is de jaarrekening te onderzoeken.
Artikel 32a
Een effecteninstelling verleent geen medewerking aan de uitvoering en afwikkeling van een openbaar bod, indien het bod in strijd met Hoofdstuk II A van de wet wordt uitge-
bracht.
§ 2. Regels voor in Nederland gevestigde kredietinstellingen en financiële instellingen
Artikel 33
De artikelen 34 tot en met 42 zijn van toepassing op
kredietinstellingen waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 6 of artikel 38 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 is verleend en op financiële instellingen waaraan een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 45 van die wet is verleend.
Artikel 34
1. Een instelling houdt zich aan door de toezichthoudende autoriteit te stellen regels met betrekking tot de in artikel 15, eerste lid, bedoelde structurering, met betrek-
king tot de in artikel 16, eerste lid, bedoelde regelingen en met betrekking tot de in artikel 17, eerste lid, bedoelde administratieve organisatie, interne controleprocedures en
registratie.
2. De regels, bedoeld in het eerste lid, worden door de toezichthoudende autoriteit na overleg met de Nederlandsche Bank gesteld.
3. Een instelling meldt aan de toezichthoudende autoriteit iedere voorgenomen wijziging in de in het eerste lid bedoel-
de structurering, regelingen, administratieve organisatie,
interne controleprocedures en registratie, onder overlegging van de gegevens, bedoeld in artikel 20, onder f, g onder-
scheidenlijk h, alsmede, indien de toezichthoudende auto-
riteit daarom verzoekt, van andere gegevens en bescheiden die de toezichthoudende autoriteit naar zijn oordeel rede-
lijkerwijs nodig acht in het belang van de beoordeling van de melding.
4. Ten aanzien van een voorgenomen wijziging als bedoeld in het derde lid is het eerste lid van overeenkomstige toepas-
sing.
5. Een wijziging als bedoeld in het derde lid wordt niet doorgevoerd indien de toezichthoudende autoriteit het voor-
nemen daartoe afwijst binnen zes weken na ontvangst van de melding, bedoeld in het derde lid, of, indien de toezicht-
houdende autoriteit overeenkomstig het derde lid om nadere gegevens en bescheiden heeft verzocht, na ontvangst van die informatie.
Artikel 35
Een instelling houdt zich bij het verrichten van haar werk-
zaamheden aan door de toezichthoudende autoriteit te stellen regels die ertoe strekken dat de instelling:
a. handelt in het belang van haar cliënten en de adequate functionering van de effectenmarkten;
b. in het belang van haar cliënten kennis neemt van hun financiële positie, ervaring en beleggingsdoelstellingen, voor zover dit redelijkerwijs van belang is met het oog op het verrichten van haar diensten;
c. haar cliënten de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn voor de beoordeling van de door haar aangeboden diensten en de effecten waarop die diensten betrekking hebben;
d. belangenconflicten tracht te voorkomen en, wanneer deze onvermijdelijk zijn, ervoor zorgt dat haar cliënten op bil-
lijke wijze worden behandeld;
e. de bevoegdheden die zij heeft gekregen ten behoeve van de door haar te verrichten diensten, niet gebruikt voor andere doeleinden dan die waarvoor zij aan haar zijn verleend; en
f. een goede interne organisatie en adequate controlemecha-
nismen heeft ten behoeve van de naleving van de in de aanhef bedoelde regels.
Artikel 36
1. Een instelling sluit met iedere cliënt een schriftelijke overeenkomst die de uitsluitende grondslag vormt voor de diensten die de instelling in de uitoefening van haar be-
drijf voor de cliënt verricht.
2. In de overeenkomst zijn ten minste bepaald:
a. de rechten en verplichtingen van de cliënt en de instelling uit hoofde van de overeenkomst;
b. de naar soort onderscheiden diensten die de instelling in het kader van de overeenkomst voor de cliënt zal verrichten;
c. een specificatie van de eventuele beperkingen met betrek-
king tot de markten waarop effectentransacties ten behoeve van de cliënt zullen worden afgewikkeld;
d. de naar soort onderscheiden kosten, anders dan de kosten ter zake van een aanbieding van effecten bij uitgifte, die aan de cliënt in rekening worden gebracht alsmede de aan die kosten ten grondslag liggende berekening;
e. de wijze waarop instructies van de cliënt en berichten van de instelling worden verstrekt en geadministreerd;
f. de wijze waarop gelden of effecten van de cliënt worden verrekend, gedeponeerd en geadministreerd;
g. de wijze waarop over de rekeningen van de cliënt kan worden beschikt;
h. de regelingen inzake de aansprakelijkheid van de instelling onderscheidenlijk de cliënt uit hoofde van de overeenkomst;
i. een verklaring van de cliënt dat hij heeft kennis genomen van de informatie die de instelling krachtens dit besluit aan hem dient te verstrekken en dat hij zich bewust is van de risico's die aan de belegging zijn verbonden;
j. de regeling van toepasselijk recht en de wijze van beslechting van geschillen; en k. de omstandigheden waaronder de overeenkomst tussen de instelling en de cliënt
een einde neemt, de omstandigheden waaronder de overeenkomst kan worden ontbonden en de wijze waarop op of na de datum van beëindiging nog lopende transacties worden afgewikkeld.
3. Indien de overeenkomst betrekking heeft op vermogens-
beheer is daarin tevens bepaald:
a. de samenstelling van het beheerde vermogen naar effecten-
soort en de waarde van het te beheren vermogen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst;
b. de doelstellingen van de cliënt ter zake van het vermo-
gensbeheer;
c. een specificatie van de eventuele kwalitatieve en kwanti-
tatieve beperkingen ten aanzien van de effecten of catego-
rieën van effecten waarin mag worden belegd;
d. de wijze waarop het beheer wordt gevoerd alsmede de betrokkenheid van de cliënt daarbij, daaronder een regeling van de machtiging aan de instelling; en
e. de frequentie van rapportage aan de cliënt.
4. De toezichthoudende autoriteit kan nadere regels stellen met betrekking tot de inhoud en het model van de overeen-
komst, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 37
De artikelen 35, aanhef en onder b en c, en 36 zijn niet van toepassing ingeval een instelling diensten aanbiedt aan of verricht voor personen die beroeps- of bedrijfsmatig han-
delen of beleggen in effecten.
Artikel 38
Een instelling die in de uitoefening van haar bedrijf effectentransacties en andere daarmee verband houdende handelingen verricht voor rekening van een cliënt, reikt aan die cliënt onverwijld een effectennota uit die voldoet aan door de toezichthoudende autoriteit te stellen regels met betrekking tot de gegevens die op de effectennota worden vermeld.
Artikel 39
1. Een instelling die in de uitoefening van haar bedrijf vermogensbeheer verricht, stelt regelmatig aan iedere cliënt met wie zij een overeenkomst inzake vermogensbeheer heeft gesloten een opgave beschikbaar die een getrouw en volledig overzicht geeft van de samenstelling van het door de instel-
ling voor die cliënt beheerde vermogen. Deze opgave bevat ten minste de volgende gegevens:
a. de samenstelling naar effectensoort en de marktwaarde van het onder beheer zijnde vermogen; en
b. de aan de cliënt in rekening gebrachte onderscheidenlijk te brengen kosten van beheer en overige kosten.
2. De toezichthoudende autoriteit kan nadere regels stellen met betrekking tot de frequentie en het model van de opgave, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 40
1. Een instelling houdt zich aan door de toezichthoudende autoriteit te stellen regels met betrekking tot door de instelling te rapporteren gegevens over door haar verrichte trans-acties in effecten die zijn toegelaten tot de notering aan een effectenbeurs.
2. Een instelling bewaart alle gegevens die betrekking hebben op haar bedrijfsvoering, waaronder de gegevens die betrekking hebben op de transacties, bedoeld in het eerste
lid, ten minste vijf jaren op systematische en overzichte-
lijke wijze.
Artikel 41
De regels, bedoeld in de artikelen 34, eerste lid, 35, aanhef, 36, vierde lid, 38 en 40, eerste
lid, en het model, bedoeld in artikel 39, tweede lid, kunnen voor onderscheiden groepen instellingen verschillend zijn.
Artikel 42
De artikelen 27, 32 en 32a zijn van overeenkomstige toepas-
sing op een instelling.

§ 3. Regels voor in een andere lidstaat gevestigde effecteninstellingen.
Artikel 43
De artikelen 35 tot en met 39 zijn van overeenkomstige toepassing op kredietinstellingen die ingevolge artikel 31 of artikel 32 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefe-
nen, op financiële instellingen die ingevolge artikel 50 of artikel 51 van die wet werkzaamheden in Nederland mogen uit-
oefenen en op effecteninstellingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder i of j, van de wet.
Artikel 44
De regels, bedoeld in de artikelen 35, aanhef, 36, vierde lid, en 38, en het model, bedoeld in artikel 39, tweede lid, kunnen voor onderscheiden groepen effecteninstellingen als bedoeld in artikel 43 verschillend zijn.

HOOFDSTUK VI
Bepalingen ter uitvoering van artikel 17, eerste lid, van de wet Artikel 45 De toezichthoudende autoriteit kan regels stellen om te voorkomen dat een handeling als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet van een houder van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de wet zou leiden of zou kunnen leiden tot
een invloed op de betrokken effecteninstelling die in strijd is met een gezonde en prudente bedrijfsvoering van die effecteninstelling.

HOOFDSTUK VII
Slotbepalingen
Artikel 46
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 47
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit toezicht effectenverkeer 1995. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 8 december 1995
Beatrix
De Minister van Financiën,
G. Zalm
Uitgegeven de zevenentwintigste december 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

Meisje

Re: Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door Meisje »

Waar het op neer komt is dat Dexia een verklaring moet kunnen overleggen waarin staat dat jij weet waar je aan begint met dit contract.
En dat kunnen ze, want je hebt het contract immers ondertekent waarmee je gelijk aangaf dat je kennis hebt genomen van de Algemene Voorwaarden en de risico's die dit mee zich meebrengt.

Jaap

Re: Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door Jaap »

Het antwoord van Meisje neem ik met een korreltje zout. Anders zou SLV toch niet naar de rechter stappen.

L. Blok

Re: Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door L. Blok »

De Klachtencommissie DSI dacht daar in ieder geval absoluut
anders over in hun uitspraak waarover Dexia in beroep was
gegaan en wat niet ontvankelijk is verklaard! !

pieter

Re: Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door pieter »

Dus 1.0 voor SLV.

Hoe zit het art.24 a?
De aandelenfondsen werden niet verhuist naar de obligatiefondsen toen de beurzen begonnen te dalen.

Mvg Pieter

Wim

Re: Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door Wim »

Meisje,

In dit geval verwijs ik naar de sinds enige tijd verplichte financiële bijsluiting bij contracten.
Dat heeft toch ook zijn reden.

Wim

Meisje

Re: Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door Meisje »

Het is ook allemaal erg lastig.

Maar als je het er simpelweg op gooit dat jij nooit die verklaring hebt getekend, en er in de kleine lettertjes van dit contract wel staat dat je dan voor gezien of akkoord tekent...

Tja, wie trekt er dan aan het langste eind denk je?

Jan

Re: Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door Jan »

Meisje weet toch alles beter!

Maarten wacht trouwens nog op een reactie van jouw!

Meisje

Re: Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door Meisje »

Nou Jan,

Ik ben blij dat je ook erkent wat anderen allang wisten.

pieter

Re: Artikel 36,i BTE 1995 Labouchere/dexia

Ongelezen bericht door pieter »

even naar boven halen.

Dag Rene.

Mvg Pieter

Gesloten