Postbank - MAKKELIJK
Geplaatst: 10 dec 2002 22:38
POSTBANK (MISBRUIK PINPAS – SCHADEVERGOEDING – NIET THUIS) - MAKKELIJK .
Hier een gedeeltelijke weergave van de brief aan de directie van de Postbank:
Op 5 april 2002 raakt mijn moeder haar pinpas kwijt, nadat zij er eerst nog mee betaald had.
Later op de dag komt zij tot de ontdekking dat haar pas niet in haar bezit is: kunt u zich voorstellen hoe iemand van 81 jaar zich dan voelt? Paniek.
Op 13 april 2002, nadat zij haar afschrift had ontvangen, schadebedrag € 2819,80, heeft zij aangifte gedaan en de zaak ingediend bij de Postbank.
Op 15 mei 2002 volgt een afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding, omdat de daders in het bezit waren van de pinpas en de geheime pincode ( Wat voor mij erg logisch is, want anders hadden zij ook niet tot opnamen/betalingen over kunnen gaan). Hoe de daders in het bezit van de pincode zijn gekomen daar wordt niet op ingegaan. In het proces-verbaal staat expliciet dat de pincode alleen bij de rechtmatige pashouder bekend is: kent mijn moeder uit haar hoofd ( Is dat een grove nalatigheid?).
Op 21 mei 2002 teken ik bezwaar aan tegen de beslissing, neergelegd in het schrijven van
15 mei 2002.
Op 18 juni 2002 schrijf ik een brief, waarin ik de Postbank mededeel dat ik tot eind juli met vakantie ben en dus niet kan reageren op een eventueel genomen besluit. ( Kennelijk was ik toen nog in de veronderstelling dat de Postbank – het gaf altijd zo’n veilig en vertrouwd gevoel – de cliënt als mens behandelde).
Op 19 september ben ik maar weer eens in de pen geklommen, want tot nu was er geen reactie op mijn schrijven ( De Postbank wel erg makkelijk).
Op 2 november 2002, het wordt eentonig en vervelend, vooral voor mijn moeder, nog steeds geen reactie, dus maar weer een brief ( Hoezo de Postbank klantvriendelijk?).
En dan ……..het is niet te geloven, volgt er een brief en wel op 6 november 2002. Hierin wordt medegedeeld dat de zaak overgedragen is aan de directie Postbank Particulieren.
En ……….3 december 2002 komt dan eindelijk het besluit: geen schadevergoeding, want uw moeder heeft t.a.v. de giropas onzorgvuldig gehandeld. Toen ben ik maar meteen in de computer geklommen en heb met klem geprotesteerd tegen deze wijze van benaderen. Eerst wordt haar verweten onzorgvuldig geweest te zijn met haar pincode en als blijkt dat deze stelling niet verdedigbaar is, wordt het over deze boeg gegooid. Waar is de Postbank nou eigenlijk mee bezig?
Tot zover de aangehaalde brief.
De opstelling van de Postbank is niet bepaald klantvriendelijk.
Wettelijk gezien ligt de bewijslast bij de Postbank, maar het geleverde bewijs vind ik alles behalve steekhoudend. Of is het soms onzorgvuldig of een grove nalatigheid als iemand van 81 de moeite neemt de pincode uit het hoofd te leren.
De bewijsvoering t.a.v. de pinpas berust op een veronderstelling en wel: ze weet niet waar haar pas is gebleven ( dat is waar), maar, ze heeft de pas laten liggen of zoals het in het schrijven stond “of zij deze überhaupt wel heeft meegenomen?” is een veronderstelling. Dus heeft zij onzorgvuldig gehandeld, aldus de Postbank. Is het niet menselijk als je tot de ontdekking komt dat je de pinpas kwijt bent, dat je dan schrikt en niet meer precies weet wat er gebeurd is? Menselijke emoties tellen bij de Postbank kennelijk niet mee.
Tegenover deze veronderstelling kan ik stellen dat het mogelijk is dat zij de pinpas in haar zak heeft gestoken ( ze weet het echt niet meer en dat is dan een grove nalatigheid of een onzorgvuldigheid) en dat deze eruit is gehaald. Of is als je beroofd wordt voor de Postbank ook al een onzorgvuldigheid of grove nalatigheid??? Uit alles blijkt dat de daders erop uit zijn geweest.
HIERONDER HET VERVOLG VAN DE BRIEF AAN DE DIRECTIE VAN DE POSTBANK
Op grond van bovengenoemde argumenten en dat er sprake is van een samenloop van omstandigheden en niet van een onzorgvuldig handelen en grove nalatigheid verwacht ik van de Postbank een andere opstelling en dat zij overgaat tot vergoeding van de geleden schade, minus het eigen risico. Om deze conclusie te onderstrepen hoeft men zijn/haar rechtsgevoel geen geweld aan te doen, maar wordt het recht wel eer aangedaan en in haar waarde gelaten en wordt er recht gedaan aan de cliënt. Hopelijk gaat ook het rechtsgevoel van de Postbank boven het financiële belang!
F. de Kubber
07-12-2002
Hier een gedeeltelijke weergave van de brief aan de directie van de Postbank:
Op 5 april 2002 raakt mijn moeder haar pinpas kwijt, nadat zij er eerst nog mee betaald had.
Later op de dag komt zij tot de ontdekking dat haar pas niet in haar bezit is: kunt u zich voorstellen hoe iemand van 81 jaar zich dan voelt? Paniek.
Op 13 april 2002, nadat zij haar afschrift had ontvangen, schadebedrag € 2819,80, heeft zij aangifte gedaan en de zaak ingediend bij de Postbank.
Op 15 mei 2002 volgt een afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding, omdat de daders in het bezit waren van de pinpas en de geheime pincode ( Wat voor mij erg logisch is, want anders hadden zij ook niet tot opnamen/betalingen over kunnen gaan). Hoe de daders in het bezit van de pincode zijn gekomen daar wordt niet op ingegaan. In het proces-verbaal staat expliciet dat de pincode alleen bij de rechtmatige pashouder bekend is: kent mijn moeder uit haar hoofd ( Is dat een grove nalatigheid?).
Op 21 mei 2002 teken ik bezwaar aan tegen de beslissing, neergelegd in het schrijven van
15 mei 2002.
Op 18 juni 2002 schrijf ik een brief, waarin ik de Postbank mededeel dat ik tot eind juli met vakantie ben en dus niet kan reageren op een eventueel genomen besluit. ( Kennelijk was ik toen nog in de veronderstelling dat de Postbank – het gaf altijd zo’n veilig en vertrouwd gevoel – de cliënt als mens behandelde).
Op 19 september ben ik maar weer eens in de pen geklommen, want tot nu was er geen reactie op mijn schrijven ( De Postbank wel erg makkelijk).
Op 2 november 2002, het wordt eentonig en vervelend, vooral voor mijn moeder, nog steeds geen reactie, dus maar weer een brief ( Hoezo de Postbank klantvriendelijk?).
En dan ……..het is niet te geloven, volgt er een brief en wel op 6 november 2002. Hierin wordt medegedeeld dat de zaak overgedragen is aan de directie Postbank Particulieren.
En ……….3 december 2002 komt dan eindelijk het besluit: geen schadevergoeding, want uw moeder heeft t.a.v. de giropas onzorgvuldig gehandeld. Toen ben ik maar meteen in de computer geklommen en heb met klem geprotesteerd tegen deze wijze van benaderen. Eerst wordt haar verweten onzorgvuldig geweest te zijn met haar pincode en als blijkt dat deze stelling niet verdedigbaar is, wordt het over deze boeg gegooid. Waar is de Postbank nou eigenlijk mee bezig?
Tot zover de aangehaalde brief.
De opstelling van de Postbank is niet bepaald klantvriendelijk.
Wettelijk gezien ligt de bewijslast bij de Postbank, maar het geleverde bewijs vind ik alles behalve steekhoudend. Of is het soms onzorgvuldig of een grove nalatigheid als iemand van 81 de moeite neemt de pincode uit het hoofd te leren.
De bewijsvoering t.a.v. de pinpas berust op een veronderstelling en wel: ze weet niet waar haar pas is gebleven ( dat is waar), maar, ze heeft de pas laten liggen of zoals het in het schrijven stond “of zij deze überhaupt wel heeft meegenomen?” is een veronderstelling. Dus heeft zij onzorgvuldig gehandeld, aldus de Postbank. Is het niet menselijk als je tot de ontdekking komt dat je de pinpas kwijt bent, dat je dan schrikt en niet meer precies weet wat er gebeurd is? Menselijke emoties tellen bij de Postbank kennelijk niet mee.
Tegenover deze veronderstelling kan ik stellen dat het mogelijk is dat zij de pinpas in haar zak heeft gestoken ( ze weet het echt niet meer en dat is dan een grove nalatigheid of een onzorgvuldigheid) en dat deze eruit is gehaald. Of is als je beroofd wordt voor de Postbank ook al een onzorgvuldigheid of grove nalatigheid??? Uit alles blijkt dat de daders erop uit zijn geweest.
HIERONDER HET VERVOLG VAN DE BRIEF AAN DE DIRECTIE VAN DE POSTBANK
Op grond van bovengenoemde argumenten en dat er sprake is van een samenloop van omstandigheden en niet van een onzorgvuldig handelen en grove nalatigheid verwacht ik van de Postbank een andere opstelling en dat zij overgaat tot vergoeding van de geleden schade, minus het eigen risico. Om deze conclusie te onderstrepen hoeft men zijn/haar rechtsgevoel geen geweld aan te doen, maar wordt het recht wel eer aangedaan en in haar waarde gelaten en wordt er recht gedaan aan de cliënt. Hopelijk gaat ook het rechtsgevoel van de Postbank boven het financiële belang!
F. de Kubber
07-12-2002