Legitimatie verplichting voor financiële instellingen
Geplaatst: 18 aug 2003 20:39
INWERKINGTREDING VAN DE WET IDENTIFICATIE BIJ FINANCIËLE
DIENSTVERLENING 1993 EN DE WET MELDING ONGEBRUIKELIJKE
TRANSACTIES 1
Op 1 februari 1994 zullen bovengenoemde wetten in werking treden. Met deze wetten wordt uitvoering gegeven aan de EG-richtlijn (91/308/EEG) van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld. Aangezien deze wetten ook consequenties hebben voor beleggingsinstellingen in voornoemde zin, willen wij u door middel van dit schrijven over deze nieuwe verplichtingen informeren.
Op grond van de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993 is een financiële
instelling, waaronder een beleggingsinstelling in de zin van artikel 1, onderdeel c van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, verplicht de identiteit van een cliënt (en indien van toepassing, diens vertegenwoordiger) vast te stellen voordat aan die cliënt in of vanuit Nederland een financiële dienst wordt verleend. Voor de inhoud van de begrippen: cliënt en financiële dienst, alsmede voor de wijze van identificeren en de eventueel toepasselijke uitzonderingen op de identificatieverplichting, verwijst de Bank naar de wettekst zelve.
Het niet naleven van deze wettelijke verplichtingen is als economisch delict strafbaar
gesteld.
Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële instellingen (Bron NVB = Nederlandse Vereniging van Banken)
5.6.3 Wet identificatieplicht bij dienstverlening (Wid voorheen WIF): op grond van deze wet is een Financiële instelling verplicht om de identiteit van een Cliënt vast te stellen voordat zij aan Cliënt een dienst verleent.
De identiteit van de Cliënt wordt vastgesteld met behulp van documenten die in deze wet worden genoemd of waarnaar wordt verwezen. Een Financiële instelling is daarbij verplicht om een aantal met name genoemde gegevens vast te leggen en te bewaren.
7.1.1 Een Betrokkene is gerechtigd een Financiële instelling schriftelijk een overzicht te vragen van de hem of haar betreffende Persoonsgegevens die door die Financiële instelling worden verwerkt.
De Financiële instelling zal, behoudens in de genoemde uitzonderingsgevallen in de WBP, de Betrokkene binnen vier weken na de datum van het verzoek een overzicht van de Persoonsgegevens en informatie betreffende de Verwerking van die persoonsgegevens doen toekomen. Indien door de Financiële instelling geen Persoonsgegevens van de Betrokkene worden verwerkt, zal de Financiële instelling dit tevens binnen vier weken na de datum van het verzoek aan de Betrokkene laten weten.
2.6 Rechten van Betrokkenen
In de WBP zijn, net als in de Wet persoonsregistraties, rechten toegekend aan de Betrokkenen: het recht kennis te nemen van de eigen Persoonsgegevens en het recht om deze gegevens te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen. Nieuw ten opzichte van de WPR zijn het recht van verzet en het
recht verschoond te blijven van een besluit genomen op basis van uitsluitend een geautomatiseerde Verwerking van persoonsgegevens.
Recht om van de gegevens kennis te nemen
Het recht kennis te nemen van de eigen gegevens is een algemeen erkend recht dat slechts in uitzonderingssituaties vervalt. Naast die eigen gegevens dient de Betrokkene bij een verzoek ook op de hoogte te worden gesteld van het doel van de verwerking, de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft, de ontvangers of categorieën van ontvangers en de beschikbare informatie over de herkomst van de gegevens.
De uitzonderingen hebben betrekking op drie situaties. De eerste is dat inzage geweigerd kan worden als het om zaken gaat als veiligheid van de staat en voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten.
Een tweede situatie kan zich voordoen indien naast de gegevens van de Betrokkene ook gegevens verwerkt worden van een ander die bedenkingen kan hebben tegen het verlenen van inzage in ook zijn of haar gegevens. In dat geval moet die Derde in de gelegenheid worden gesteld om zijn zienswijze naar voren te brengen. Een derde situatie kan zich voordoen indien gegevens worden verwerkt ten behoeve van –wetenschappelijke of statistische doeleinden. Ook dan kan onder omstandigheden geweigerd worden om aan een verzoek om inzage te voldoen, namelijk als het onderzoek wordt verricht door een dienst of instelling voor wetenschappelijk onderzoek.
Als onderdeel van het inzagerecht heeft de Betrokkene het recht te allen tijde op verzoek van de logica van de geautomatiseerde verwerking op de hoogte te worden gesteld indien gebruik wordt gemaakt van bijzondere computerprogrammatuur. Gedacht kan worden aan dataminingsprogramma ’s en het opstellen van
credit-scores. De bekendmaking van de logica mag geen afbreuk doen aan het zakengeheim of aan het intellectuele eigendom en met name aan het auteursrecht dat de software beschermt. Dit mag er echter niet toe leiden dat alle informatie wordt geweigerd.
Met betrekking tot het inzagerecht gelden nog twee aanvullende bepalingen. Het eerste is dat voor een verzoek om inzage (en verzet) een vergoeding in de kosten kan worden gevraagd. Dat bedrag is vastgesteld op maximaal 4,50 euro per bericht. Het tweede is dat de Verantwoordelijke zorg moet dragen voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit om te verzekeren dat de juiste persoon toegang krijgt tot de eigen gegevens. Bij schriftelijke verzoeken om inzage moeten daarom aangepaste maatregelen worden genomen, zoals de verplichting een kopie bij te sluiten van paspoort of rijbewijs om de handtekeningen te kunnen vergelijken, eventueel met reeds aanwezige handtekeningen.
===================================================
Voor zover mij bekend is door Dexia bij het beoordelen inzake de financiële positie altijd geschermd met de BKR-toets die ze hebben gedaan. Dat voor het bepalen van de financiële positie een BKR-toets niet voldoende is en wat als aanvulling opgevraagd moet worden bij de contractant blijkt uit onderstaand verhaal.
Wat niet bekend is bij BKR
Veel mensen denken dat bij BKR alles over iemands financiële situatie bekend is. Dit is niet het geval. Zaken als inkomen, huurschuld, belastingschuld of onbetaalde rekeningen bij het energiebedrijf zijn niet bij ons bekend. Ook studiefinancieringen van de Informatie Beheer Groep komen niet bij BKR voor. Wij verwerken en informeren alleen wie in Nederland welk krediet op zijn naam heeft of had staan, mits het binnen onze voorwaarden voor gegevens verwerking valt.
Wat wel bekend is bij BKR
Kredietsoorten
In Nederland kunnen consumenten kiezen uit veel verschillende kredieten van diverse kredietverleners. Elke kredietverlener verkoopt zijn kredieten onder eigen productnamen. Deze namen zijn niet bij ons bekend. Als een deelnemer een krediet heeft verstrekt, meldt hij de gegevens uit de overeenkomst aan ons. Wij verwerken deze gegevens in CKI.
In CKI worden zeven verschillende basisvormen van kredietverlening onderscheiden, namelijk:
Aflopend krediet (AK)
Doorlopend krediet (RK)
Overige obligo's (RO)
Verzendhuiskrediet (VK)
Hypotheek (HY)
Schuldregeling (SR)
Telecommunicatievoorziening (TC)
BKR beslist niet
Wij verwerken alle gegevens om neutraal en zonder oordeel te informeren over kredieten die iemand op zijn naam heeft of had staan. Wij beslissen namelijk niet of u een krediet krijgt. Het is de deelnemer die beslist. Op basis van alle beschikbare informatie maakt hij een afweging of het verstrekken van een krediet verantwoord is.
Om een goede afweging te maken heeft de deelnemer ook gegevens nodig die niet bij ons bekend zijn. Denk hierbij aan uw inkomen, woonlasten, energielasten en gezinssituatie.
met vriendelijke groet,
CB
DIENSTVERLENING 1993 EN DE WET MELDING ONGEBRUIKELIJKE
TRANSACTIES 1
Op 1 februari 1994 zullen bovengenoemde wetten in werking treden. Met deze wetten wordt uitvoering gegeven aan de EG-richtlijn (91/308/EEG) van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld. Aangezien deze wetten ook consequenties hebben voor beleggingsinstellingen in voornoemde zin, willen wij u door middel van dit schrijven over deze nieuwe verplichtingen informeren.
Op grond van de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993 is een financiële
instelling, waaronder een beleggingsinstelling in de zin van artikel 1, onderdeel c van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, verplicht de identiteit van een cliënt (en indien van toepassing, diens vertegenwoordiger) vast te stellen voordat aan die cliënt in of vanuit Nederland een financiële dienst wordt verleend. Voor de inhoud van de begrippen: cliënt en financiële dienst, alsmede voor de wijze van identificeren en de eventueel toepasselijke uitzonderingen op de identificatieverplichting, verwijst de Bank naar de wettekst zelve.
Het niet naleven van deze wettelijke verplichtingen is als economisch delict strafbaar
gesteld.
Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële instellingen (Bron NVB = Nederlandse Vereniging van Banken)
5.6.3 Wet identificatieplicht bij dienstverlening (Wid voorheen WIF): op grond van deze wet is een Financiële instelling verplicht om de identiteit van een Cliënt vast te stellen voordat zij aan Cliënt een dienst verleent.
De identiteit van de Cliënt wordt vastgesteld met behulp van documenten die in deze wet worden genoemd of waarnaar wordt verwezen. Een Financiële instelling is daarbij verplicht om een aantal met name genoemde gegevens vast te leggen en te bewaren.
7.1.1 Een Betrokkene is gerechtigd een Financiële instelling schriftelijk een overzicht te vragen van de hem of haar betreffende Persoonsgegevens die door die Financiële instelling worden verwerkt.
De Financiële instelling zal, behoudens in de genoemde uitzonderingsgevallen in de WBP, de Betrokkene binnen vier weken na de datum van het verzoek een overzicht van de Persoonsgegevens en informatie betreffende de Verwerking van die persoonsgegevens doen toekomen. Indien door de Financiële instelling geen Persoonsgegevens van de Betrokkene worden verwerkt, zal de Financiële instelling dit tevens binnen vier weken na de datum van het verzoek aan de Betrokkene laten weten.
2.6 Rechten van Betrokkenen
In de WBP zijn, net als in de Wet persoonsregistraties, rechten toegekend aan de Betrokkenen: het recht kennis te nemen van de eigen Persoonsgegevens en het recht om deze gegevens te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen. Nieuw ten opzichte van de WPR zijn het recht van verzet en het
recht verschoond te blijven van een besluit genomen op basis van uitsluitend een geautomatiseerde Verwerking van persoonsgegevens.
Recht om van de gegevens kennis te nemen
Het recht kennis te nemen van de eigen gegevens is een algemeen erkend recht dat slechts in uitzonderingssituaties vervalt. Naast die eigen gegevens dient de Betrokkene bij een verzoek ook op de hoogte te worden gesteld van het doel van de verwerking, de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft, de ontvangers of categorieën van ontvangers en de beschikbare informatie over de herkomst van de gegevens.
De uitzonderingen hebben betrekking op drie situaties. De eerste is dat inzage geweigerd kan worden als het om zaken gaat als veiligheid van de staat en voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten.
Een tweede situatie kan zich voordoen indien naast de gegevens van de Betrokkene ook gegevens verwerkt worden van een ander die bedenkingen kan hebben tegen het verlenen van inzage in ook zijn of haar gegevens. In dat geval moet die Derde in de gelegenheid worden gesteld om zijn zienswijze naar voren te brengen. Een derde situatie kan zich voordoen indien gegevens worden verwerkt ten behoeve van –wetenschappelijke of statistische doeleinden. Ook dan kan onder omstandigheden geweigerd worden om aan een verzoek om inzage te voldoen, namelijk als het onderzoek wordt verricht door een dienst of instelling voor wetenschappelijk onderzoek.
Als onderdeel van het inzagerecht heeft de Betrokkene het recht te allen tijde op verzoek van de logica van de geautomatiseerde verwerking op de hoogte te worden gesteld indien gebruik wordt gemaakt van bijzondere computerprogrammatuur. Gedacht kan worden aan dataminingsprogramma ’s en het opstellen van
credit-scores. De bekendmaking van de logica mag geen afbreuk doen aan het zakengeheim of aan het intellectuele eigendom en met name aan het auteursrecht dat de software beschermt. Dit mag er echter niet toe leiden dat alle informatie wordt geweigerd.
Met betrekking tot het inzagerecht gelden nog twee aanvullende bepalingen. Het eerste is dat voor een verzoek om inzage (en verzet) een vergoeding in de kosten kan worden gevraagd. Dat bedrag is vastgesteld op maximaal 4,50 euro per bericht. Het tweede is dat de Verantwoordelijke zorg moet dragen voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit om te verzekeren dat de juiste persoon toegang krijgt tot de eigen gegevens. Bij schriftelijke verzoeken om inzage moeten daarom aangepaste maatregelen worden genomen, zoals de verplichting een kopie bij te sluiten van paspoort of rijbewijs om de handtekeningen te kunnen vergelijken, eventueel met reeds aanwezige handtekeningen.
===================================================
Voor zover mij bekend is door Dexia bij het beoordelen inzake de financiële positie altijd geschermd met de BKR-toets die ze hebben gedaan. Dat voor het bepalen van de financiële positie een BKR-toets niet voldoende is en wat als aanvulling opgevraagd moet worden bij de contractant blijkt uit onderstaand verhaal.
Wat niet bekend is bij BKR
Veel mensen denken dat bij BKR alles over iemands financiële situatie bekend is. Dit is niet het geval. Zaken als inkomen, huurschuld, belastingschuld of onbetaalde rekeningen bij het energiebedrijf zijn niet bij ons bekend. Ook studiefinancieringen van de Informatie Beheer Groep komen niet bij BKR voor. Wij verwerken en informeren alleen wie in Nederland welk krediet op zijn naam heeft of had staan, mits het binnen onze voorwaarden voor gegevens verwerking valt.
Wat wel bekend is bij BKR
Kredietsoorten
In Nederland kunnen consumenten kiezen uit veel verschillende kredieten van diverse kredietverleners. Elke kredietverlener verkoopt zijn kredieten onder eigen productnamen. Deze namen zijn niet bij ons bekend. Als een deelnemer een krediet heeft verstrekt, meldt hij de gegevens uit de overeenkomst aan ons. Wij verwerken deze gegevens in CKI.
In CKI worden zeven verschillende basisvormen van kredietverlening onderscheiden, namelijk:
Aflopend krediet (AK)
Doorlopend krediet (RK)
Overige obligo's (RO)
Verzendhuiskrediet (VK)
Hypotheek (HY)
Schuldregeling (SR)
Telecommunicatievoorziening (TC)
BKR beslist niet
Wij verwerken alle gegevens om neutraal en zonder oordeel te informeren over kredieten die iemand op zijn naam heeft of had staan. Wij beslissen namelijk niet of u een krediet krijgt. Het is de deelnemer die beslist. Op basis van alle beschikbare informatie maakt hij een afweging of het verstrekken van een krediet verantwoord is.
Om een goede afweging te maken heeft de deelnemer ook gegevens nodig die niet bij ons bekend zijn. Denk hierbij aan uw inkomen, woonlasten, energielasten en gezinssituatie.
met vriendelijke groet,
CB