Risico's van aandelenlease
Jurofoon: 12 september 2005
Over de opkomst van aandelenlease, de specifieke risico's en hoe risico doorwerkt in recente rechtspraak over de Wet Consumentenkrediet, dwaling en de zorgplicht van aanbieders.
Opkomst van aandelenlease
Tijdens de goede beursjaren in de jaren '90 werd aandelenlease ongekend populair. Honderdduizenden mensen die nooit eerder aandelen hadden gekocht, konden nu opeens met een kleine inleg profiteren van de stijgende beurskoersen. Bovendien werden in het reclamemateriaal gouden bergen beloofd. Op het hoogtepunt stonden zo'n 600.000 aandelenleasecontracten uit met een totale waarde van 6,5 miljard euro (bron: rapport AFM oktober 2003).
Er zijn tientallen verschillende aandelenleaseconstructies op de markt gebracht met veelbelovende namen als Tripple Effect, Feestplan en Hollands Welvaren. Het meest verkochte product is de Winstverdriedubbelaar van Legio Lease, dat uiteindelijk in handen kwam van Dexia. Bij de Winstverdriedubbelaar leent de belegger een groot bedrag (leasesom) van soms wel tientallen duizenden euro's waarover hij drie jaar lang een hoge rente (inleg) betaalt in de vorm van een bedrag ineens of in maandelijkse termijnen. De inleg bedraagt maar een fractie van de lening. Van het geleende bedrag kocht Dexia op drie momenten aandelen tegen een vaste koers. Aan het eind van de periode werden de aandelen verkocht om met de opbrengst de schuld af te lossen. Niemand klaagde want op de beurs werden goede zaken gedaan.
Beleggers werden nauwelijks gewaarschuwd
In kleine lettertjes stond niet veel meer dan dat resultaten uit het verleden geen garantie voor de toekomst zijn. Negatief klinkende woorden "schuld" "risico" en "lening" werden zorgvuldig vermeden. In feite ging de belegger een enorme schuld aan om te speculeren met risicovolle opties. Als de beurs ineen zou zakken konden de beleggers blijven zitten met een schuld die vele malen hoger is dan de totale inleg. Dat de aandelenleaseproducten eigenlijk zéér risicovolle financiële avonturen waren, werd de mensen hoogstens in bedekte termen verteld.
Ook andere organisaties en instellingen trokken niet aan de bel. De Nederlandse Bank, de Autoriteit Financiële Markten en de ministeries van Economische Zaken, Financiën en Justitie hebben vrijwel niets ondernomen om de onwetende beleggers te waarschuwen. Ook van de kant van juristen, financiële experts en consumentenorganisaties werd niet veel vernomen.
Tot 2001 konden beleggers belastingvoordeel behalen wegens de fiscale aftrekbaarheid van rente op consumentenkrediet. Toen dit werd afgeschaft daalden de rendementen en nam het risico van aandelenleaseproducten toe. Hoewel al lang bekend was dat de aftrek zou verdwijnen, hebben de aandelenlease-aanbieders hier zo weinig mogelijk ruchtbaarheid aan gegeven.
Eind 2000, begin 2001 ging het mis. Terwijl iedereen hoopte op almaar stijgende koersen, gebeurde het tegenovergestelde: de beurskoersen kelderden met tientallen procenten tegelijk. Al snel liepen de eerste kortlopende aandelenleasecontracten af en werden de aandelen verkocht. De aandelen waren inmiddels nog maar een fractie waard van de oorspronkelijke aanschafprijs. De opbrengst was lang niet genoeg om de lening af te lossen. In veel gevallen werden mensen geconfronteerd met restschulden van een paar duizend tot soms wel meer dan honderdduizend euro.
Over de risico's van beleggen met geleend geld
Dat aandelenleaseproducten zeer risicovol zijn, hebben honderduizenden beleggers helaas proefondervindelijk moeten ervaren. Aanbieders van aandelenlease spiegelden de aspirant-belegger gouden bergen voor en bagatelliseerden daarbij de risico's van beleggen met geleend geld. De specifieke constructie van deze vorm van beleggen bracht echter in vergelijking met traditioneel beleggen veel grotere risico's met zich mee. De kans was op voorhand al groot dat de belegger geen rendement zou behalen of zelfs een restschuld zou overhouden. Desondanks werden aspirant-beleggers nauwelijks gewezen op de gevaren. Aanbieders hebben niet onderzocht of de belegger van dit risico op de hoogte was en of hij in staat zou zijn de financiële consequenties te dragen wanneer de beurskoersen onverhoopt zouden dalen. Toen de beurskoersen kelderden bleven de beleggers berooid achter met enorme schulden die ze niet meer konden aflossen.
Risico is een belangrijk aspect in veel rechtszaken tussen gedupeerde beleggers en aanbieders van de aandelenleaseproducten. Omdat veel kantonrechters ervan uit gaan dat de belegger toch enige mate van risico heeft geaccepteerd, blijft vaak een gedeelte van de schade (inleg en/of restschuld) voor rekening van de belegger. Uit de gepubliceerde rechtspraak blijkt echter dat kantonrechters nog geen eenduidige benadering hebben om het risico van de belegger in de vast te stellen schadevergoeding mee te wegen.
Ook de Duisenberg-regeling (het magere schikkingsvoorstel dat een einde zou moeten maken aan alle aandelenleasezaken) miskent de enorme risico's van beleggen met geleend geld en de wijze waarop de producten aan de man zijn gebracht. Het belangrijkste punt in de regeling is dat gedupeerde beleggers twee derde van hun restschuld krijgen kwijtgescholden. Kantonrechters lijken zich in toenemende mate bewust van het feit dat de risico's van beleggen met geleend geld enorm waren en laten dit meewegen bij de bepaling van hun beslissingen. Vrijwel alle recente rechterlijke uitspraken pakken voor gedupeerden veel gunstiger uit dan waar zij op grond van de Duisenberg-regeling aanspraak op kunnen maken.
Risico's aandelenlease
De risico's van beleggen met geleend geld zijn groot en hangen samen met de verschillende kenmerken van aandelenleaseproducten:
* Producten met of zonder periodieke aflossing van de lening;
* Producten met of zonder gegarandeerde eindwaarde;
* Producten met een korte of lange looptijd;
* De spreiding van de aandelenportefeuille;
* De periodieke aanschaf van aandelen, al dan niet tegen een vooraf overeengekomen koers;
* Producten met éénmalige of periodieke betaling;
* Aandelenlease in combinatie met andere financiële producten.
Bij beleggen in aandelen bestaan altijd risico's. Niemand kan koersen voorspellen. De belegger kan in beginsel zijn inleg kwijtraken. Maar wat maakt aandelenlease, in het bijzonder de Winstverdriedubbelaar, extra risicovol?
De Winstverdriedubbelaar:
* kent geen periodieke aflossing van de lening,
* garandeert geen eindwaarde,
* heeft een korte looptijd (drie jaar),
* belegt in slechts een klein aantal (drie tot vijf) beursgenoteerde ondernemingen,
* en er worden periodiek aandelen aangeschaft tegen een vooraf overeengekomen koers.
Beleggers konden kiezen uit een éénmalige of periodieke betaling. De Winstverdriedubbelaar werd niet gecombineerd met andere financiële producten zoals het te gelde maken van de overwaarde van de eigen woning.
Korte looptijd is risicovol
Aandelenleasecontracten met een korte looptijd kennen veel meer risico's dan contracten met een lange looptijd. Wie over een korte periode belegt, is veel kwetsbaarder voor koersschommelingen, terwijl bij lange-termijncontracten negatieve resultaten in een bepaald jaar kunnen worden gecompenseerd met winsten in andere jaren.
Geringe spreiding is risicovol
Door te beleggen in slechts drie tot vijf ondernemingen werd de waarde van de aandelenportefeuille zeer kwetsbaar voor grillige ontwikkelingen van één enkel fonds. Indien de koers van één van die ondernemingen instort, dan trekt dat de waarde van de gehele portefeuille met zich mee. In het reclamemateriaal stonden grafieken van de AEX waardoor het grillige verloop van individuele fondsen verdoezeld werd. De Winstverdriedubbelaar bevatte onder anderen aandelen van KPN dat aanvankelijk nog als een solide beursfonds werd gepresenteerd. Rond de eeuwwisseling presteerde KPN erg goed op de beurs. Vlak daarna in 2000 en 2001 kelderde het aandeel KPN echter van ruim 70 euro naar 3 euro terwijl de samengestelde AEX-index in veel mindere mate zakte.
Niet aflossen is risicovol
Omdat de lening niet werd afgelost bestond een reële kans dat beleggers met een restschuld zouden blijven zitten.
Hefboomeffect is risicovol
Beleggers konden met een relatief klein bedrag grote aantallen aandelen aanschaffen. Bij de Winstverdriedubbelaar werden bovendien na één en twee jaar opnieuw eenzelfde aandelenpakket tegen een vooraf overeengekomen prijs gekocht. Als de koersen zouden stijgen, konden beleggers met een bescheiden bedrag enorme rendementen realiseren. Dit hefboomeffect werkte ook andersom: bij dalende koersen konden beleggers een veelvoud van hun inleg verliezen.
De AFM over de risico's van aandelenlease
De Autoriteit Financiële Markten heeft zich in het rapport "Aandelenlease: niet bij rendement alleen" (2002) uitgelaten over de risico's van aandelenleaseproducten. De eerste vraag die de AFM beantwoordt is de vraag welk rendement de belegger nodig heeft om zonder verlies uit het product te kunnen stappen. Als rekening wordt gehouden dat de belegger het geïnvesteerde geld ook op een spaarrekening had kunnen zetten, moet de belegger bij een aandelenleasecontract van drie jaar een koersrendement halen van ten minste 6,7%. Als uitgegaan wordt van een naoorlogs aandelenrendement van 9,9% op jaarbasis en de mate waarin koersen schommelen, is volgens de AFM heeft de belegger een kans van 42% dat hij op een termijn van drie jaar minder rendement behaalt dan hij op een spaarrekening gekregen zou hebben.
Wet op het Consumentenkrediet
Professor Nick Huls heeft in het Nederlands Juristenblad een interessant artikel gepubliceerd over de aandelenlease-affaire. In "Is de Duisenberg-regeling royaal genoeg voor alle legitieme Dexia claims?" pleit hij voor een nieuwe overlegronde om tot een collectieve regeling te komen waarbij een juridische analyse niet gemist kan worden. Huls schrijft (per abuis) dat gedupeerden met een restschuld volgens de Duisenberg-regeling 'slechts twee derde deel hoeven terug te betalen'. Dit is onjuist. Beleggers krijgen volgens de regeling twee derde van de restschuld kwijtgescholden zodat zij maar één derde van de restschuld hoeven te betalen.
Volgens Huls is tot nu toe de effectenlease problematiek 'nog vrijwel niet benaderd vanuit het perspectief van de Wet op het Consumentenkrediet (WCK), de wet die de kredietverlening aan de consument reguleert.' Hij wijst maar op één rechterlijke uitspraak over de WCK terwijl deze wet in veel meer uitspraken aan de orde is geweest.
Dexia beschikte niet over een verplichte vergunning om consumentenkrediet te verschaffen. Dat heeft als rechtsgevolg dat de aandelenleasecontracten nietig zijn, dat wil zeggen dat de contracten juridisch gezien nooit hebben bestaan en dat - in beginsel - de volledige inleg moet worden terugbetaald. Inmiddels zijn in veel rechtszaken contracten nietig verklaard wegens het ontbreken van de WCK-vergunning. Op de terug te betalen inleg passen rechters meestal een "billijkheidscorrectie" toe. Rechters vinden dat beleggers beseften dat ze aandelen kochten en dus enige mate van risico hebben aanvaard. Zo blijft alsnog een deel van de schade voor rekening van de gedupeerde belegger.
Op zich valt toe te juichen dat na de gedupeerden en advocaten nu ook een wetenschapper als Huls pleit voor een nieuwe regeling die tegemoet komt aan alle juridische bezwaren. Het is alleen jammer dat de professor zich concentreert op zijn specialisme, de Wet op het Consumentenkrediet (WCK) en nauwelijks ingaat op andere juridische bezwaren en ontwikkelingen in de rechtspraak. Dat had zijn pleidooi sterker gemaakt.
Bovendien lijkt een beroep op nietigheid wegens het ontbreken van een WCK-vergunning niet veel meer op te leveren dan de Duisenberg-regeling. Inmiddels hebben kantonrechters bijvoorbeeld dwaling en schending van de zorgplicht aangenomen waarbij de beleggers hun inleg geheel of gedeeltelijk terug kregen en dus niet slechts een gedeelte van de restschuld werd kwijtgescholden.
Uitspraak: Winstverdriedubbelaar nietig wegens ontbreken WCK-vergunning, belegger krijgt inleg gedeeltelijk terug
De kantonrechter in Utrecht heeft op 24 augustus 2005 geoordeeld dat de overeenkomst die een aandelenleasebelegger in 2000 afsloot nietig is omdat Dexia toendertijd niet beschikte over een vergunning op grond van de Wet op het Consumenten krediet (WCK). Dexia hoeft echter niet de gehele inleg terug te betalen; de kantonrechter past een billijkheidscorrectie toe. De terug te betalen inleg wordt verminderd met het percentage waarmee de AEX-index gedurende de contractsperiode is gedaald. Deze uitspraak gaat verder dan de Duisenberg-regeling want de belegger krijgt in dit geval een aanzienlijk deel van zijn inleg terug, niet alleen gedeeltelijke kwijtschelding van de restschuld.
Opmerking: de rechtspraak over het ontbreken van een WCK-vergunning wisselt nogal. Er zijn ook uitspraken waarbij de belegger zijn inleg niet terugkrijgt maar slechts een deel van de restschuld krijgt kwijtgescholden. Het is wachten totdat hierover in hoger beroep of in cassatie (Hoge Raad) meer duidelijkheid komt.
Uitspraak: Winstverdriedubbelaar vernietigd door echtgenote, belegger krijgt 100% inleg terug
De kantonrechter in Utrecht heeft op 24 augustus 2005 in een andere zaak geoordeeld dat de echtgenote van een aandelenleasebelegger de overeenkomst buitengerechtelijk heeft vernietigd. Dexia moet de gehele inleg terugbetalen inclusief wettelijke rente. De Winstverdriedubbelaar is een overeenkomst van koop op afbetaling waarvoor de handtekening van de partner is vereist. Deze uitspraak gaat dus veel verder dan de Duisenberg-overeenkomst, waarbij slechts 100% van de restschuld wordt kwijtgescholden indien de echtgenoot tijdig (Dexia hanteert een termijn van 3,5 jaar) de overeenkomst heeft vernietigd.
Uitspraak: Schending zorgplicht bij aangaan Winstverdriedubbelaar, belegger krijgt 50% inleg terug
In deze Dexia-zaak oordeelt de kantonrechter in Leeuwarden dat geen sprake is van misleidende reclame of dwaling. Wel heeft Dexia haar zorgplicht jegens de belegger geschonden, hetgeen onrechtmatig is. Dexia moet daarom haar eigen schade dragen. Dexia is een professionele en deskundige partij en zij had rekening moeten houden met de belangen van de particuliere, niet professionele belegger. Op Dexia rustte daarom een bijzondere zorgplicht. Dexia had niet mogen volstaan met een zogenaamde BKR-toets. Dexia had tevens informatie moeten inwinnen omtrent de financiële positie, de beleggingservaring en beleggingsdoelstelling van de aspirant-belegger. Ook was Dexia wettelijk verplicht informatie te geven waarmee de belegger een adequate beoordeling had kunnen maken. Dexia is op al deze punten tekort geschoten. Daarbij is ook van belang dat in de overeenkomst staat vermeld dat het restant van de lease-som in principe wordt verrekend met de verkoopopbrengst van de waarden. Volgens de rechter kon deze toevoeging tot het misverstand leiden dat de belegger niet hoefde te vrezen voor een restschuld. Dexia heeft hiermee onrechtmatig gehandeld en is aansprakelijk. De belegger krijgt echter zijn inleg niet terug.
Opmerking: op het punt van de zorgplicht worden uiteenlopende uitspraken gedaan. In een aantal zaken krijgen beleggers wel een aanzienlijk gedeelte van de inleg terug. Zie bijvoorbeeld Commissie van Beroep DSI 27-1-2005 (op inleg wordt in mindering gebracht het percentage waarmee de AEX-index is gedaald), Klachtencommissie DSI 4-5-2005 (belegger krijgt 100% inleg terug) en Kantonrechter Den Haag 16 februari 2005 (Dexia moet 75% van de inleg terugbetalen).
Uitspraak: Winstverdriedubbelaar vernietigd op grond van dwaling, belegger krijgt 100% inleg terug
In veel zaken hebben gedupeerden "dwaling" aangevoerd als argument om de aandelenlease-overeenkomst te vernietigen. Dit argument wordt echter vrijwel nooit gehonoreerd. Op 28 april 2005 nam de kantonrechter in Amsterdam dwaling wél aan. Dexia moet de gedupeerde belegger zijn gehele inleg van de Winstverdriedubbelaar terugbetalen
Van dwaling is - kort gezegd - sprake, indien een belegger een overeenkomst is aangegaan onder een onjuiste voorstelling van zaken die te wijten is aan informatie die Dexia heeft gegeven. Van dwaling is ook sprake indien Dexia over informatie beschikte die zij had moeten mededelen. Het moet hierbij gaan om informatie die doorslaggevend is geweest voor het wel of niet afsluiten van het aandelenleasecontract. Natuurlijk had de belegger ook zelf moeten opletten en bij onduidelijkheden vragen dienen te stellen. Van belang hierbij is dat Dexia een grote professionele instelling, terwijl de aspirant-belegger een particulier is met veel minder verstand van beleggen en financiële constructies.
In de uitspraak maakt de rechter brandhout van een aantal termen die in de reclamefolder en in het contract staan. De termen zijn veel te onduidelijk. Zo wordt in het contract zelf bijvoorbeeld nergens gesproken van "geldlening" maar wordt het geleende bedrag in het contract de "lease-som" genoemd. Verder wordt in de folder de mogelijkheid van een (aanzienlijke) restantschuld bij het einde van de overeenkomst wel genoemd, maar niet als een reëel risico voorgesteld.
De kantonrechter: "[De folder en het contract] zijn op de essentiële punten (risico van aanzienlijke restschuld en geldlening) verhullend en voldoen daardoor niet aan de eisen waaraan de Bank als effecteninstelling en als bank jegens de belegger had dienen te voldoen. Er kan dan ook werkelijk niet gezegd worden dat de bank aan haar inlichtingsplicht heeft voldaan."
Let op: in beginsel komt de bewijsplicht met betrekking tot dwaling voor rekening van de belegger. Dit is niet altijd even makkelijk te bewijzen. In veel gevallen beschikken beleggers niet meer over het reclamemateriaal. Op de site van Platform Aandelenlease is een groot aantal brochures terug te vinden.
| LET OP: Dit topic is meer dan drie jaar geleden geplaatst. De informatie is mogelijk verouderd. |
[ archief ] Risico's van aandelenlease
-
Ikwaseenbeetjedom
- Berichten: 2956
- Lid geworden op: 20 nov 2003 11:33
Re: Risico's van aandelenlease
http://www.jurofoon.nl/nieuws/weblog.asp?id=1905
het is we duidelijk dat je beter auto's, vliegtuigen, melk (ja dat kan ook.. http://www.xs4all.nl/~hlammers/index.lease.htm
scooters, bromfietsen, snorfietsen, een trompet of ander instrument,
een tuin (!) http://www.gardenlease.nl/index.phtml?mid=179&id=179
etc.. etc.. etc.. kunnen leasen,
maar nooit meer gebakken lucht, wat door dexia steevast aandelen genoemd wordt. Zullen dan wel gebakken aandelen zijn.
http://www.iex.nl/columns/columns_artik ... colid=3754
was dexia ook maar een 1 April grap..
het is we duidelijk dat je beter auto's, vliegtuigen, melk (ja dat kan ook.. http://www.xs4all.nl/~hlammers/index.lease.htm
scooters, bromfietsen, snorfietsen, een trompet of ander instrument,
een tuin (!) http://www.gardenlease.nl/index.phtml?mid=179&id=179
etc.. etc.. etc.. kunnen leasen,
maar nooit meer gebakken lucht, wat door dexia steevast aandelen genoemd wordt. Zullen dan wel gebakken aandelen zijn.
http://www.iex.nl/columns/columns_artik ... colid=3754
was dexia ook maar een 1 April grap..
-
Gast
Re: Risico's van aandelenlease
was dexia ook maar een 1 April grap..
Dexia komt zichzelf wel tegen, geen zorgen.
Die gasten zitten straks met een ongelooflijke schadepost.
Waarom denk jij dat die wijle Duisenberg die regeling in het leven geroepen heeft?
Precies om die Dexia te beschermen, mijn gedachtegang erachter is, hij heeft die regeling ingesteld om ervoor te zorgen dat men zijn/haar geld terug krijgt; zodat de bank straks niet voor miljoenen in de schulden zit, maar hij was niet wetende dat die geboefte zo stom is om de mensen niet schadeloos te stellen maar de mensen blijven belazeren.
