| LET OP: Dit topic is meer dan drie jaar geleden geplaatst. De informatie is mogelijk verouderd. |
[ archief ] Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
LJN-nummer: AO5071 Zaaknr: 105273 / HA ZA 03-1759
Bron: Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak: 11-02-2004
Datum publicatie: 5-03-2004
Soort zaak: civiel - handelszaak
Soort procedure: eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtbank Arnhem
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 105273 / HA ZA 03-1759
Datum vonnis: 11 februari 2004
Vonnis
in de zaak van
de naamloze vennootschap
DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres in de hoofdzaak,
tevens verweerster in het incident,
procureur mr. N.L.J.M. Rijssenbeek,
tegen
X,
wonende te A,
gedaagde in de hoofdzaak,
tevens verweerder in het incident,
procureur mr. M.E. Bosman.
Partijen zullen in dit vonnis Dexia en X worden genoemd.
1. Het verloop van de procedure
Na het uitbrengen van de dagvaarding zijn de volgende processtukken gewisseld:
* een incidentele conclusie houdende een exceptie van onbevoegdheid;
* een conclusie van antwoord in het incident van onbevoegdheid.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Het geschil
2.1 Dexia vordert -samengevat en zakelijk weergegeven- dat de rechtbank X zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 25.089,11 vermeerderd met rente en kosten.
Aan deze vordering legt Dexia ten grondslag dat zij met X een overeenkomst heeft gesloten ten behoeve van haar product WinstVerDriedubbelaar onder contractnummer 74404326, dat die overeenkomst door het verstrijken van de overeengekomen looptijd is geëindigd en dat zij in verband daarmede een eindafrekening heeft opgesteld ten bedrage van € 22.929,37. X weigert tot betaling van dat bedrag over te gaan. De contractuele rente daarover bedraagt van 7 april 2003 tot en met 2 september 2003 € 969,74 en de buitengerechtelijke incassokosten € 1.190,-- inclusief BTW.
2.2 Voor alle weren werpt X de exceptie van onbevoegdheid op.
Daartoe voert X aan dat de onderhavige overeenkomst een lease-overeenkomst is die overeenkomstig het bepaalde in artikel 7A:1576h BW gekwalificeerd dient te worden als huurkoopovereenkomst. Geschillen omtrent huurkoopovereenkomsten behoren ingevolge artikel 93 sub c Rv. tot de competentie van de sector kanton.
2.3 Dexia voert in het incident gemotiveerd verweer. Daarop zal de rechtbank, voor zover van belang, onder de beoordeling ingaan.
3. De beoordeling
3.1 Dexia betwist dat de overeenkomst tussen partijen als een overeenkomst van koop en verkoop op afbetaling gekwalificeerd kan worden. Voor de kwalificatie van een overeenkomst als huurkoopovereenkomst is vereist dat sprake is van koop en verkoop op afbetaling. De overeenkomst tussen Dexia en X is dus geen huurkoopovereenkomst, aldus Dexia. Met betrekking tot dit verweer overweegt de rechtbank het volgende.
3.2 Artikel 7A:1576 lid 1 BW geeft de definitie van een overeenkomst van koop en verkoop op afbetaling: “Koop en verkoop op afbetaling is de koop en verkoop, waarbij partijen overeenkomen dat de koopprijs wordt betaald in termijnen, waarvan twee of meer verschijnen, nadat de verkochte zaak aan de koper is afgeleverd”.
Uit dat artikel volgt dat een overeenkomst van koop en verkoop op afbetaling strekt tot eigendomsoverdracht. Het uitgangspunt bij overeenkomsten als de onderhavige is echter niet dat de aandelen in eigendom van de lessee overgaan, maar dat deze aan het einde van de looptijd worden verkocht aan een derde, dat daarbij koerswinst wordt gemaakt doordat een hogere verkoop- dan aankoopprijs wordt gerealiseerd en dat Dexia vervolgens met haar cliënt afrekent. Dit uitgangspunt komt ook tot uitdrukking in de brochure, de overeenkomst en de toepasselijke voorwaarden die zijn overgelegd. Volgens Dexia kiezen haar cliënten vrijwel altijd voor verkoop of verlenging van de leaseovereenkomst, en niet voor daadwerkelijke levering van de aandelen aan hen. Ook in dit geval zijn de aandelen volgens de eindafrekening verkocht en is van eigendomsoverdracht dus geen sprake geweest.
Daartegenover legt artikel 2 van die voorwaarden, dat bepaalt dat “het eigendom van de waarden op lessee overgaat door vervulling van de opschortende voorwaarde dat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan”, onvoldoende gewicht in de schaal, mede gezien het feit dat ook in dit geval, naar moet worden aangenomen, het feitelijke uitgangspunt van partijen anders is geweest dan in artikel 2 staat vermeld en daadwerkelijke eigendomsoverdracht niet heeft plaatsgevonden.
3.3 Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de overeenkomst tussen partijen niet als een overeenkomst van koop en verkoop op afbetaling en dus niet als een huurkoopovereenkomst kan worden gekwalificeerd. Het verweer van Dexia is derhalve gegrond. Hetgeen Dexia voorts nog bij wege van verweer in het incident heeft aangevoerd, behoeft dan ook geen bespreking.
3.4 De rechtbank zal de incidentele vordering afwijzen met veroordeling van X in de kosten van het incident.
De beslissing
De rechtbank:
in het incident
verklaart zich bevoegd van de hoofdzaak kennis te nemen;
veroordeelt X in de kosten van het incident, tot heden aan de zijde van Dexia begroot op € 390,--;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van 24 maart 2004 voor conclusie van antwoord aan de zijde van X;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2004.
de griffier de rechter
http://www.rechtspraak.nl/uitspraak/fra ... i_id=57789
Bron: Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak: 11-02-2004
Datum publicatie: 5-03-2004
Soort zaak: civiel - handelszaak
Soort procedure: eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtbank Arnhem
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 105273 / HA ZA 03-1759
Datum vonnis: 11 februari 2004
Vonnis
in de zaak van
de naamloze vennootschap
DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres in de hoofdzaak,
tevens verweerster in het incident,
procureur mr. N.L.J.M. Rijssenbeek,
tegen
X,
wonende te A,
gedaagde in de hoofdzaak,
tevens verweerder in het incident,
procureur mr. M.E. Bosman.
Partijen zullen in dit vonnis Dexia en X worden genoemd.
1. Het verloop van de procedure
Na het uitbrengen van de dagvaarding zijn de volgende processtukken gewisseld:
* een incidentele conclusie houdende een exceptie van onbevoegdheid;
* een conclusie van antwoord in het incident van onbevoegdheid.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Het geschil
2.1 Dexia vordert -samengevat en zakelijk weergegeven- dat de rechtbank X zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 25.089,11 vermeerderd met rente en kosten.
Aan deze vordering legt Dexia ten grondslag dat zij met X een overeenkomst heeft gesloten ten behoeve van haar product WinstVerDriedubbelaar onder contractnummer 74404326, dat die overeenkomst door het verstrijken van de overeengekomen looptijd is geëindigd en dat zij in verband daarmede een eindafrekening heeft opgesteld ten bedrage van € 22.929,37. X weigert tot betaling van dat bedrag over te gaan. De contractuele rente daarover bedraagt van 7 april 2003 tot en met 2 september 2003 € 969,74 en de buitengerechtelijke incassokosten € 1.190,-- inclusief BTW.
2.2 Voor alle weren werpt X de exceptie van onbevoegdheid op.
Daartoe voert X aan dat de onderhavige overeenkomst een lease-overeenkomst is die overeenkomstig het bepaalde in artikel 7A:1576h BW gekwalificeerd dient te worden als huurkoopovereenkomst. Geschillen omtrent huurkoopovereenkomsten behoren ingevolge artikel 93 sub c Rv. tot de competentie van de sector kanton.
2.3 Dexia voert in het incident gemotiveerd verweer. Daarop zal de rechtbank, voor zover van belang, onder de beoordeling ingaan.
3. De beoordeling
3.1 Dexia betwist dat de overeenkomst tussen partijen als een overeenkomst van koop en verkoop op afbetaling gekwalificeerd kan worden. Voor de kwalificatie van een overeenkomst als huurkoopovereenkomst is vereist dat sprake is van koop en verkoop op afbetaling. De overeenkomst tussen Dexia en X is dus geen huurkoopovereenkomst, aldus Dexia. Met betrekking tot dit verweer overweegt de rechtbank het volgende.
3.2 Artikel 7A:1576 lid 1 BW geeft de definitie van een overeenkomst van koop en verkoop op afbetaling: “Koop en verkoop op afbetaling is de koop en verkoop, waarbij partijen overeenkomen dat de koopprijs wordt betaald in termijnen, waarvan twee of meer verschijnen, nadat de verkochte zaak aan de koper is afgeleverd”.
Uit dat artikel volgt dat een overeenkomst van koop en verkoop op afbetaling strekt tot eigendomsoverdracht. Het uitgangspunt bij overeenkomsten als de onderhavige is echter niet dat de aandelen in eigendom van de lessee overgaan, maar dat deze aan het einde van de looptijd worden verkocht aan een derde, dat daarbij koerswinst wordt gemaakt doordat een hogere verkoop- dan aankoopprijs wordt gerealiseerd en dat Dexia vervolgens met haar cliënt afrekent. Dit uitgangspunt komt ook tot uitdrukking in de brochure, de overeenkomst en de toepasselijke voorwaarden die zijn overgelegd. Volgens Dexia kiezen haar cliënten vrijwel altijd voor verkoop of verlenging van de leaseovereenkomst, en niet voor daadwerkelijke levering van de aandelen aan hen. Ook in dit geval zijn de aandelen volgens de eindafrekening verkocht en is van eigendomsoverdracht dus geen sprake geweest.
Daartegenover legt artikel 2 van die voorwaarden, dat bepaalt dat “het eigendom van de waarden op lessee overgaat door vervulling van de opschortende voorwaarde dat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan”, onvoldoende gewicht in de schaal, mede gezien het feit dat ook in dit geval, naar moet worden aangenomen, het feitelijke uitgangspunt van partijen anders is geweest dan in artikel 2 staat vermeld en daadwerkelijke eigendomsoverdracht niet heeft plaatsgevonden.
3.3 Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de overeenkomst tussen partijen niet als een overeenkomst van koop en verkoop op afbetaling en dus niet als een huurkoopovereenkomst kan worden gekwalificeerd. Het verweer van Dexia is derhalve gegrond. Hetgeen Dexia voorts nog bij wege van verweer in het incident heeft aangevoerd, behoeft dan ook geen bespreking.
3.4 De rechtbank zal de incidentele vordering afwijzen met veroordeling van X in de kosten van het incident.
De beslissing
De rechtbank:
in het incident
verklaart zich bevoegd van de hoofdzaak kennis te nemen;
veroordeelt X in de kosten van het incident, tot heden aan de zijde van Dexia begroot op € 390,--;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van 24 maart 2004 voor conclusie van antwoord aan de zijde van X;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2004.
de griffier de rechter
http://www.rechtspraak.nl/uitspraak/fra ... i_id=57789
Re: Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
In de bijzondere voorwaarde WinstVerDriedubbelaar die ik in mijn bezit heb staat onder punt 2 het volgende:
2. Legio en lessee komen overeen dat het eigendom van de waarden op lessee overgaat door vervulling van de opschortende voorwaarde dat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan. Teneinde te bewerkstelligen dat lessee alsdan van rechtswege eigenaar van de waarden wordt, worden de in de overeenkomst genoemde waarden voorwaardelijk overgedragen aan lessee en wel onder de opschortende voorwaarde dat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan. Deze voorwaardelijke overdracht geschiedt doordat genoemde waarden onverwijld na verkrijging ervan door Legio ten name van lessee worden bijgeschreven in de administratie van Bank Labouchere, overeenkomstig artikel 17 van de Wge, ter uitvoering van de in de eerste zin van dit artikel omschreven verbintenis tot voorwaardelijke overdracht. Legio behoudt het eigendom van de waarden totdat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan en blijft als zodanig bevoegd over de waarden te beschikken zonder dat dit ten nadele van lessee werkt. Lessee kan niet over de waarden beschikken, behoudens met voorafgaande schriftelijke toestemming van Legio. Legio draagt het risico van het verloren gaan van de waarden totdat deze eigendom van lessee geworden zijn.
Hier lees ik toch iets volkomen anders dan wat de Rechter in Arnhem nu heeft beslist. Maar dat zal wel weer één van de trucs zijn die Dexia toepast door te stellen dat de aandelen practisch altijd verkocht worden.
Mijn inziens heeft de Rechter in Arnhem de plank volkomen mis geslagen met zijn uitspraak.
2. Legio en lessee komen overeen dat het eigendom van de waarden op lessee overgaat door vervulling van de opschortende voorwaarde dat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan. Teneinde te bewerkstelligen dat lessee alsdan van rechtswege eigenaar van de waarden wordt, worden de in de overeenkomst genoemde waarden voorwaardelijk overgedragen aan lessee en wel onder de opschortende voorwaarde dat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan. Deze voorwaardelijke overdracht geschiedt doordat genoemde waarden onverwijld na verkrijging ervan door Legio ten name van lessee worden bijgeschreven in de administratie van Bank Labouchere, overeenkomstig artikel 17 van de Wge, ter uitvoering van de in de eerste zin van dit artikel omschreven verbintenis tot voorwaardelijke overdracht. Legio behoudt het eigendom van de waarden totdat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan en blijft als zodanig bevoegd over de waarden te beschikken zonder dat dit ten nadele van lessee werkt. Lessee kan niet over de waarden beschikken, behoudens met voorafgaande schriftelijke toestemming van Legio. Legio draagt het risico van het verloren gaan van de waarden totdat deze eigendom van lessee geworden zijn.
Hier lees ik toch iets volkomen anders dan wat de Rechter in Arnhem nu heeft beslist. Maar dat zal wel weer één van de trucs zijn die Dexia toepast door te stellen dat de aandelen practisch altijd verkocht worden.
Mijn inziens heeft de Rechter in Arnhem de plank volkomen mis geslagen met zijn uitspraak.
Laatst gewijzigd door Chris G op 06 mar 2004 00:18, 1 keer totaal gewijzigd.
Re: Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
Volgens mij zit hier het probleem
Dus dan is er toch een huurkoop
En dan nog het volgende
hoe kan dat nu als je vernietigd hebt dan is er toch geen overeenkomst.
eerst moet er vastgesteld worden of er een overeenkomst bestaat
Willy 59
Dus als ik goed lees je als je de aandelen over hebt genomen is het huurkoop.Daartegenover legt artikel 2 van die voorwaarden, dat bepaalt dat “het eigendom van de waarden op lessee overgaat door vervulling van de opschortende voorwaarde dat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan”, onvoldoende gewicht in de schaal, mede gezien het feit dat ook in dit geval, naar moet worden aangenomen, het feitelijke uitgangspunt van partijen anders is geweest dan in artikel 2 staat vermeld en daadwerkelijke eigendomsoverdracht niet heeft plaatsgevonden.
Dus dan is er toch een huurkoop
En dan nog het volgende
hoe kan dat nu als je vernietigd hebt dan is er toch geen overeenkomst.
eerst moet er vastgesteld worden of er een overeenkomst bestaat
Willy 59
Re: Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
Toch maar eens de uitspraak van de Rechter in Utrecht er bij gehaald van 4 februari 2004.
http://www.rechtspraak.nl/uitspraak/fra ... i_id=56934
Deze komt tot een overwogen oordeel - wat ik mis in de uitspraak van vandaag van de rechter in Arnhem! ! ! - en deze haalt ook het boven door mij vermeld artikel 2 uit de bijzondere voorwaarde aan.
Het lijkt mij dat men beter niet naar Arnhem moet gaan want daar spreekt men een oordeel uit wat haaks staat op het oordeel van de Rechter in Utrecht. Je zou haast gaan denken dat Rechtspraak in Nederland iets is van volledige willekeur!
Hieronder een gedeelte van de overwegingen van de Rechter in Utrecht.
_________________________________________________________________________________
2.
De feiten
In conventie en in reconventie
2.1.
Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van de Bank Labouchere N.V. (hierna: Labouchere), welke bank op haar beurt de rechtsopvolgster onder algemene titel is van
Legio-Lease B.V. (hierna: Legio-Lease).
2.2.
In 1998 heeft [gedaagde] met Legio-Lease vier lease-overeenkomsten gesloten, telkens onder de naam "Feestplan II" (hierna: de overeenkomsten). Voor elk van de overeenkomsten geldt dat die een looptijd heeft van 120 maanden waarbij [gedaagde] van Legio-Lease een door haar aangekocht pakket aandelen/effecten (hierna: de effecten) least voor een aan Legio-Lease te betalen leasesom. Deze leasesom bestaat uit het bedrag waarvoor Legio-Lease de effecten heeft aangekocht en een bedrag aan rente.
2.3.
Bij elk van de overeenkomsten is de genoemde leasesom opgebouwd, en dient [gedaagde] de leasesom te voldoen als volgt:
a. 36 gelijke opeenvolgende maandtermijnen waarvan de eerste termijn vervalt op of omstreeks de 1e van de maand volgend op de aankoopdatum van de effecten door Legio-Lease en waarvan het bedrag bij het sluiten van de overeenkomst is bepaald;
b. 84 opeenvolgende maandtermijnen waarvan de eerste termijn vervalt één maand na afloop van de eerste 36 maanden als genoemd onder a. en waarvan het bedrag wordt bepaald aan de hand van een percentage van 14,8% per jaar (effectief 15,8%) over het aankoopbedrag van de effecten; op het percentage van 14,8% wordt volgens een in de overeenkomst opgenomen tabel korting verleend indien er sprake is van een gemiddelde procentuele stijging van het aandelenpakket over de eerste drie jaar na de aankoopdatum van 1% of meer;
c. een termijn van ƒ100,-- te betalen op of omstreeks de dag vallend 119 maanden na de aankoopdatum van de effecten door Legio-Lease;
d. een restanttermijn waarvan het bedrag bij het sluiten van de overeenkomst is bepaald, te betalen aan het einde van de overeenkomst; volgens de overeenkomst kan deze termijn eventueel verrekend worden met de verkoopopbrengst van de effecten.
2.4.
In de overeenkomsten worden de geleaste effecten ook "waarden" genoemd.
2.5.
Artikel 5 van elk van de overeenkomsten houdt in:
"Zodra lessee al datgene aan Legio-Lease heeft betaald wat hij haar krachtens deze lease-overeenkomst en de daarbij behorende Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease verschuldigd is of zal worden, is lessee automatisch en van rechtswege eigenaar van de waarden geworden".
2.6.
De op de overeenkomsten toepasselijke "Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease" (hierna: de bijzondere voorwaarden) houden onder meer in:
"(…)
2. Legio-Lease en lessee komen overeen dat de eigendom van de waarden op lessee overgaat door vervulling van de opschortende voorwaarde dat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan. Teneinde te bewerkstelligen dat lessee alsdan van rechtswege eigenaar van de waarden wordt, worden de met de in de overeenkomst genoemde waarden corresponderende pro rata aandelen van Legio-Lease in de door Bank Labouchere N.V. (de Bank) geadministeerde verzameldepots als bedoeld in de Wet giraal effectenverkeer (Wge) voorwaardelijk overgedragen aan lessee en wel onder de opschortende voorwaarde dat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan. Deze voorwaardelijke overdracht geschiedt doordat genoemde pro rata aandelen onverwijld na de verkrijging ervan door Legio-Lease ten name van lessee worden bijgeschreven in de administratie van de Bank, overeenkomstig artikel 17 van de Wge, ter uitvoering van de in de eerste zin van dit artikel omschreven verbintenis tot voorwaardelijke overdracht. (…) Legio-Lease behoudt de eigendom van de waarden totdat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan (…). Lessee kan niet over de waarden of daarmee corresponderende rechten beschikken, behoudens met voorafgaande schriftelijke toestemming van Legio-Lease. Legio-Lease draagt het risico van het verloren gaan van de waarden tot deze eigendom van lessee zijn geworden.
3. Alle baten en waardeveranderingen van de waarden komen lessee toe. Legio-Lease zal (…) de dividendbaten zo spoedig mogelijk na betaalbaarstelling daarvan aan lessee doen toekomen (…). Ingeval van keuzedividend zal de keuze van Legio-Lease worden bepaald door lessee (…). Indien met betrekking tot de waarden andere rechten kunnen worden uitgeoefend zullen deze rechten ter keuze van de Bank worden uitgeoefend.
(…)"
2.7.
Op 10 januari 2001 heeft Legio-Lease op grond van achterstallige betalingen de overeenkomst tussentijds beëindigd. In verband hiermee heeft Dexia [gedaagde] eindafrekeningen gestuurd ingevolge welke [gedaagde] in het totaal een bedrag van € 58.946,14 aan haar dient te voldoen.
3.
De vorderingen en het verweer
In conventie
3.1.
Dexia vordert, voor zover mogelijk bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, [gedaagde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te voldoen een bedrag van € 60.488,14, vermeerderd met de wettelijke rente over € 58.946,14 vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.
3.2.
[Gedaagde] heeft verweer gevoerd en geconcludeerd Dexia in haar vordering niet-ontvankelijk te verklaren dan wel haar deze te ontzeggen, met veroordeling van Dexia in de kosten de procedure.
In reconventie
3.3.
[Gedaagde] vordert, voor zover mogelijk bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis,
primair: de tussen partijen gesloten leasecontracten te vernietigen met bepaling dat de door [gedaagde] in het verleden betaalde leasesommen dienen te worden terugbetaald;
subsidiair: te verklaren voor recht dat Dexia toerekenbaar tekort is gekomen in diens verbintenissen jegens [gedaagde] en dientengevolge verplicht is de door [gedaagde] als gevolg daarvan geleden schade, nader op te maken bij staat, te vergoeden;
meer subsidiair: te verklaren voor recht dat Dexia onrechtmatig jegens [gedaagde] heeft gehandeld en dientengevolge verplicht is de door [gedaagde] als gevolg daarvan geleden schade, nader op te maken bij staat, te vergoeden,
zowel primair, subsidiair, als meer subsidiair met veroordeling van Dexia in de kosten van de procedure.
3.4.
Dexia heeft verweer gevoerd en geconcludeerd de vordering van [gedaagde] af te wijzen, hetzij door haar daarin niet-ontvankelijk te verklaren, hetzij door haar die te ontzeggen, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.
In conventie en in reconventie
3.5.
De rechtbank zal bij de beoordeling - voor zover nodig - ingaan op grondslag van de vorderingen, het daartegen aangevoerde verweer en de overige stellingen van partijen.
4.
De beoordeling
In conventie en in reconventie
4.1.
Dexia legt aan haar vordering in conventie ten grondslag dat [gedaagde] tekort schiet in haar verplichtingen uit de overeenkomsten door niet tot betaling van de eindafrekeningen (zie 2.7.) over te gaan. [gedaagde] voert op verschillende gronden verweer en baseert daarop haar primaire, subsidiaire en meer subsidiaire vordering in reconventie. De rechtbank is van oordeel dat de overeenkomsten die onderwerp van geschil zijn als huurkoopovereenkomsten in de zin van artikel 7a:1576h BW zijn aan te merken, zodat de zaak op grond van artikel 93 onder c. Rv door de kantonrechter dient te worden behandeld en beslist. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
4.2.
Uit artikel 7a:1576 lid 5 BW volgt dat titel 5a van boek 7a BW, welke titel primair handelt over koop op afbetaling en huurkoop van zaken, van overeenkomstige toepassing is op vermogensrechten. Dit brengt mee dat effecten, die als vermogensrechten zijn aan te merken, onderwerp kunnen zijn van koop op afbetaling en huurkoop in de zin van die titel. De overeenkomsten voldoen naar het oordeel van de rechtbank op grond van het hierna volgende voorts aan alle vereisten voor een huurkoopovereenkomst zoals die volgen uit de artikelen 7a:1576h lid 1 BW jo 7a:1576 lid 1 BW.
4.3.
In de eerste plaats voorzien de overeenkomsten in de verkrijging van de eigendom van de effecten door [gedaagde] door vervulling van de opschortende voorwaarde van algehele betaling van wat [gedaagde] uit hoofde van de overeenkomst verschuldigd is. Uit artikel 5 van elk van de overeenkomsten en artikel 2 van de bijzondere voorwaarden (zie 2.5. en 2.6.) volgt immers uitdrukkelijk dat de eigendom van de effecten automatisch en van rechtswege overgaat op het moment dat aan al de verplichtingen uit de overeenkomst is voldaan.
4.4.
In de tweede plaats kunnen de effecten reeds voorafgaand aan deze mogelijke eigendomsoverdracht als afgeleverd in de zin van artikel 7a:1576 lid 1 BW worden aangemerkt. Hierbij is van belang dat levering van effecten niet in stoffelijke vorm plaatsvindt, maar ingevolge artikel 17 Wet giraal effectenverkeer (hierna: Wge) door middel van bijschrijving op naam van de verkrijger in de administratie van de betrokken instelling. Uit artikel 3 van de bijzondere voorwaarden (zie 2.6.) volgt dat een dergelijke bijschrijving onverwijld na aanschaf van de effecten door Legio-Lease geschiedt.
4.5.
In de derde plaats heeft [gedaagde] vanaf het sluiten van de overeenkomst het voor huurkoop kenmerkende gebruiksrecht van het huurkoopobject verkregen. Uit artikel 3 van de bijzondere voorwaarden volgt in dit verband dat [gedaagde] het economisch risico met betrekking tot de koersverschillen van de effecten draagt, haar het dividend en de andere baten van de effecten toekomen en zij degene is die in het geval van een keuzedividend de keuze bepaalt.
4.6.
In de vierde en laatste plaats voorziet de overeenkomst in het betalen van de koopprijs in termijnen, hetgeen volgt uit het betalingsschema van de overeenkomst (zie 2.3.).
Hierbij is de totale leasesom als koopprijs in de zin van artikel 7a:1576 lid 1 BW aan te merken, waarbij niet van belang is dat genoemde som is opgebouwd uit een bedrag waarvoor Dexia de effecten heeft aangekocht en een bedrag aan te betalen rente. Het is immers de totale leasesom die moet worden voldaan ter verkrijging van de effecten.
4.7.
Nu de rechtbank op grond van het vorenstaande van oordeel is dat de zaak door de kantonrechter dient te worden behandeld en beslist, is zij voornemens de zaak op de voet van artikel 71 lid 2 Rv ter verdere behandeling en beslissing ambtshalve naar de sector kanton te verwijzen. De rechtbank merkt hierbij op dat beide partijen de rechtbank ter gelegenheid van de pleidooizitting hebben verzocht in het geval de rechtbank tot het oordeel zou komen dat er in casu sprake is van huurkoopovereenkomsten, niet tot een verwijzing van de zaak over te gaan, maar in plaats daarvan deze zelf te blijven behandelen en af te doen. Hoewel de rechtbank zich realiseert dat een verwijzing enigszins vertragend werkt, is de rechtbank niet in staat aan dit verzoek van partijen tegemoet te komen. Artikel 71 Rv houdt geen discretionaire bevoegdheid in, maar schrijft dwingend voor dat wordt verwezen indien de zaak moet worden behandeld en beslist door de kantonrechter. Een dergelijke dwingende verwijzing dient het belang van een eenduidige rechtstoepassing en draagt bij aan een uniforme rechtsvorming. Dit belang is in deze zaak bovendien zwaarwegend nu de rechtbank meerdere zaken beoordeeld heeft of te beoordelen heeft waarbij Dexia partij is. Daar partijen zich ech-ter nog niet inhoudelijk hebben uitgelaten over de vraag of de zaak bij de juiste sector in behandeling is, zal de rechtbank partijen eerst in de gelegenheid stellen zich bij akte, Dexia als eerste, uit te laten over het oordeel van de rechtbank dat de zaak ambtshalve moet worden verwezen.
4.8.
De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden.
5.
De beslissing
In conventie en in reconventie
De rechtbank:
5.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 3 maart 2004 voor het nemen van een akte door Dexia over hetgeen onder 4.7. is vermeld;
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.P.M. Straver en in het openbaar uitgesproken op woensdag 4 februari 2004.
w.g. griffier w.g. rechter
http://www.rechtspraak.nl/uitspraak/fra ... i_id=56934
Deze komt tot een overwogen oordeel - wat ik mis in de uitspraak van vandaag van de rechter in Arnhem! ! ! - en deze haalt ook het boven door mij vermeld artikel 2 uit de bijzondere voorwaarde aan.
Het lijkt mij dat men beter niet naar Arnhem moet gaan want daar spreekt men een oordeel uit wat haaks staat op het oordeel van de Rechter in Utrecht. Je zou haast gaan denken dat Rechtspraak in Nederland iets is van volledige willekeur!
Hieronder een gedeelte van de overwegingen van de Rechter in Utrecht.
_________________________________________________________________________________
2.
De feiten
In conventie en in reconventie
2.1.
Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van de Bank Labouchere N.V. (hierna: Labouchere), welke bank op haar beurt de rechtsopvolgster onder algemene titel is van
Legio-Lease B.V. (hierna: Legio-Lease).
2.2.
In 1998 heeft [gedaagde] met Legio-Lease vier lease-overeenkomsten gesloten, telkens onder de naam "Feestplan II" (hierna: de overeenkomsten). Voor elk van de overeenkomsten geldt dat die een looptijd heeft van 120 maanden waarbij [gedaagde] van Legio-Lease een door haar aangekocht pakket aandelen/effecten (hierna: de effecten) least voor een aan Legio-Lease te betalen leasesom. Deze leasesom bestaat uit het bedrag waarvoor Legio-Lease de effecten heeft aangekocht en een bedrag aan rente.
2.3.
Bij elk van de overeenkomsten is de genoemde leasesom opgebouwd, en dient [gedaagde] de leasesom te voldoen als volgt:
a. 36 gelijke opeenvolgende maandtermijnen waarvan de eerste termijn vervalt op of omstreeks de 1e van de maand volgend op de aankoopdatum van de effecten door Legio-Lease en waarvan het bedrag bij het sluiten van de overeenkomst is bepaald;
b. 84 opeenvolgende maandtermijnen waarvan de eerste termijn vervalt één maand na afloop van de eerste 36 maanden als genoemd onder a. en waarvan het bedrag wordt bepaald aan de hand van een percentage van 14,8% per jaar (effectief 15,8%) over het aankoopbedrag van de effecten; op het percentage van 14,8% wordt volgens een in de overeenkomst opgenomen tabel korting verleend indien er sprake is van een gemiddelde procentuele stijging van het aandelenpakket over de eerste drie jaar na de aankoopdatum van 1% of meer;
c. een termijn van ƒ100,-- te betalen op of omstreeks de dag vallend 119 maanden na de aankoopdatum van de effecten door Legio-Lease;
d. een restanttermijn waarvan het bedrag bij het sluiten van de overeenkomst is bepaald, te betalen aan het einde van de overeenkomst; volgens de overeenkomst kan deze termijn eventueel verrekend worden met de verkoopopbrengst van de effecten.
2.4.
In de overeenkomsten worden de geleaste effecten ook "waarden" genoemd.
2.5.
Artikel 5 van elk van de overeenkomsten houdt in:
"Zodra lessee al datgene aan Legio-Lease heeft betaald wat hij haar krachtens deze lease-overeenkomst en de daarbij behorende Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease verschuldigd is of zal worden, is lessee automatisch en van rechtswege eigenaar van de waarden geworden".
2.6.
De op de overeenkomsten toepasselijke "Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease" (hierna: de bijzondere voorwaarden) houden onder meer in:
"(…)
2. Legio-Lease en lessee komen overeen dat de eigendom van de waarden op lessee overgaat door vervulling van de opschortende voorwaarde dat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan. Teneinde te bewerkstelligen dat lessee alsdan van rechtswege eigenaar van de waarden wordt, worden de met de in de overeenkomst genoemde waarden corresponderende pro rata aandelen van Legio-Lease in de door Bank Labouchere N.V. (de Bank) geadministeerde verzameldepots als bedoeld in de Wet giraal effectenverkeer (Wge) voorwaardelijk overgedragen aan lessee en wel onder de opschortende voorwaarde dat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan. Deze voorwaardelijke overdracht geschiedt doordat genoemde pro rata aandelen onverwijld na de verkrijging ervan door Legio-Lease ten name van lessee worden bijgeschreven in de administratie van de Bank, overeenkomstig artikel 17 van de Wge, ter uitvoering van de in de eerste zin van dit artikel omschreven verbintenis tot voorwaardelijke overdracht. (…) Legio-Lease behoudt de eigendom van de waarden totdat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan (…). Lessee kan niet over de waarden of daarmee corresponderende rechten beschikken, behoudens met voorafgaande schriftelijke toestemming van Legio-Lease. Legio-Lease draagt het risico van het verloren gaan van de waarden tot deze eigendom van lessee zijn geworden.
3. Alle baten en waardeveranderingen van de waarden komen lessee toe. Legio-Lease zal (…) de dividendbaten zo spoedig mogelijk na betaalbaarstelling daarvan aan lessee doen toekomen (…). Ingeval van keuzedividend zal de keuze van Legio-Lease worden bepaald door lessee (…). Indien met betrekking tot de waarden andere rechten kunnen worden uitgeoefend zullen deze rechten ter keuze van de Bank worden uitgeoefend.
(…)"
2.7.
Op 10 januari 2001 heeft Legio-Lease op grond van achterstallige betalingen de overeenkomst tussentijds beëindigd. In verband hiermee heeft Dexia [gedaagde] eindafrekeningen gestuurd ingevolge welke [gedaagde] in het totaal een bedrag van € 58.946,14 aan haar dient te voldoen.
3.
De vorderingen en het verweer
In conventie
3.1.
Dexia vordert, voor zover mogelijk bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, [gedaagde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te voldoen een bedrag van € 60.488,14, vermeerderd met de wettelijke rente over € 58.946,14 vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.
3.2.
[Gedaagde] heeft verweer gevoerd en geconcludeerd Dexia in haar vordering niet-ontvankelijk te verklaren dan wel haar deze te ontzeggen, met veroordeling van Dexia in de kosten de procedure.
In reconventie
3.3.
[Gedaagde] vordert, voor zover mogelijk bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis,
primair: de tussen partijen gesloten leasecontracten te vernietigen met bepaling dat de door [gedaagde] in het verleden betaalde leasesommen dienen te worden terugbetaald;
subsidiair: te verklaren voor recht dat Dexia toerekenbaar tekort is gekomen in diens verbintenissen jegens [gedaagde] en dientengevolge verplicht is de door [gedaagde] als gevolg daarvan geleden schade, nader op te maken bij staat, te vergoeden;
meer subsidiair: te verklaren voor recht dat Dexia onrechtmatig jegens [gedaagde] heeft gehandeld en dientengevolge verplicht is de door [gedaagde] als gevolg daarvan geleden schade, nader op te maken bij staat, te vergoeden,
zowel primair, subsidiair, als meer subsidiair met veroordeling van Dexia in de kosten van de procedure.
3.4.
Dexia heeft verweer gevoerd en geconcludeerd de vordering van [gedaagde] af te wijzen, hetzij door haar daarin niet-ontvankelijk te verklaren, hetzij door haar die te ontzeggen, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.
In conventie en in reconventie
3.5.
De rechtbank zal bij de beoordeling - voor zover nodig - ingaan op grondslag van de vorderingen, het daartegen aangevoerde verweer en de overige stellingen van partijen.
4.
De beoordeling
In conventie en in reconventie
4.1.
Dexia legt aan haar vordering in conventie ten grondslag dat [gedaagde] tekort schiet in haar verplichtingen uit de overeenkomsten door niet tot betaling van de eindafrekeningen (zie 2.7.) over te gaan. [gedaagde] voert op verschillende gronden verweer en baseert daarop haar primaire, subsidiaire en meer subsidiaire vordering in reconventie. De rechtbank is van oordeel dat de overeenkomsten die onderwerp van geschil zijn als huurkoopovereenkomsten in de zin van artikel 7a:1576h BW zijn aan te merken, zodat de zaak op grond van artikel 93 onder c. Rv door de kantonrechter dient te worden behandeld en beslist. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
4.2.
Uit artikel 7a:1576 lid 5 BW volgt dat titel 5a van boek 7a BW, welke titel primair handelt over koop op afbetaling en huurkoop van zaken, van overeenkomstige toepassing is op vermogensrechten. Dit brengt mee dat effecten, die als vermogensrechten zijn aan te merken, onderwerp kunnen zijn van koop op afbetaling en huurkoop in de zin van die titel. De overeenkomsten voldoen naar het oordeel van de rechtbank op grond van het hierna volgende voorts aan alle vereisten voor een huurkoopovereenkomst zoals die volgen uit de artikelen 7a:1576h lid 1 BW jo 7a:1576 lid 1 BW.
4.3.
In de eerste plaats voorzien de overeenkomsten in de verkrijging van de eigendom van de effecten door [gedaagde] door vervulling van de opschortende voorwaarde van algehele betaling van wat [gedaagde] uit hoofde van de overeenkomst verschuldigd is. Uit artikel 5 van elk van de overeenkomsten en artikel 2 van de bijzondere voorwaarden (zie 2.5. en 2.6.) volgt immers uitdrukkelijk dat de eigendom van de effecten automatisch en van rechtswege overgaat op het moment dat aan al de verplichtingen uit de overeenkomst is voldaan.
4.4.
In de tweede plaats kunnen de effecten reeds voorafgaand aan deze mogelijke eigendomsoverdracht als afgeleverd in de zin van artikel 7a:1576 lid 1 BW worden aangemerkt. Hierbij is van belang dat levering van effecten niet in stoffelijke vorm plaatsvindt, maar ingevolge artikel 17 Wet giraal effectenverkeer (hierna: Wge) door middel van bijschrijving op naam van de verkrijger in de administratie van de betrokken instelling. Uit artikel 3 van de bijzondere voorwaarden (zie 2.6.) volgt dat een dergelijke bijschrijving onverwijld na aanschaf van de effecten door Legio-Lease geschiedt.
4.5.
In de derde plaats heeft [gedaagde] vanaf het sluiten van de overeenkomst het voor huurkoop kenmerkende gebruiksrecht van het huurkoopobject verkregen. Uit artikel 3 van de bijzondere voorwaarden volgt in dit verband dat [gedaagde] het economisch risico met betrekking tot de koersverschillen van de effecten draagt, haar het dividend en de andere baten van de effecten toekomen en zij degene is die in het geval van een keuzedividend de keuze bepaalt.
4.6.
In de vierde en laatste plaats voorziet de overeenkomst in het betalen van de koopprijs in termijnen, hetgeen volgt uit het betalingsschema van de overeenkomst (zie 2.3.).
Hierbij is de totale leasesom als koopprijs in de zin van artikel 7a:1576 lid 1 BW aan te merken, waarbij niet van belang is dat genoemde som is opgebouwd uit een bedrag waarvoor Dexia de effecten heeft aangekocht en een bedrag aan te betalen rente. Het is immers de totale leasesom die moet worden voldaan ter verkrijging van de effecten.
4.7.
Nu de rechtbank op grond van het vorenstaande van oordeel is dat de zaak door de kantonrechter dient te worden behandeld en beslist, is zij voornemens de zaak op de voet van artikel 71 lid 2 Rv ter verdere behandeling en beslissing ambtshalve naar de sector kanton te verwijzen. De rechtbank merkt hierbij op dat beide partijen de rechtbank ter gelegenheid van de pleidooizitting hebben verzocht in het geval de rechtbank tot het oordeel zou komen dat er in casu sprake is van huurkoopovereenkomsten, niet tot een verwijzing van de zaak over te gaan, maar in plaats daarvan deze zelf te blijven behandelen en af te doen. Hoewel de rechtbank zich realiseert dat een verwijzing enigszins vertragend werkt, is de rechtbank niet in staat aan dit verzoek van partijen tegemoet te komen. Artikel 71 Rv houdt geen discretionaire bevoegdheid in, maar schrijft dwingend voor dat wordt verwezen indien de zaak moet worden behandeld en beslist door de kantonrechter. Een dergelijke dwingende verwijzing dient het belang van een eenduidige rechtstoepassing en draagt bij aan een uniforme rechtsvorming. Dit belang is in deze zaak bovendien zwaarwegend nu de rechtbank meerdere zaken beoordeeld heeft of te beoordelen heeft waarbij Dexia partij is. Daar partijen zich ech-ter nog niet inhoudelijk hebben uitgelaten over de vraag of de zaak bij de juiste sector in behandeling is, zal de rechtbank partijen eerst in de gelegenheid stellen zich bij akte, Dexia als eerste, uit te laten over het oordeel van de rechtbank dat de zaak ambtshalve moet worden verwezen.
4.8.
De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden.
5.
De beslissing
In conventie en in reconventie
De rechtbank:
5.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 3 maart 2004 voor het nemen van een akte door Dexia over hetgeen onder 4.7. is vermeld;
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.P.M. Straver en in het openbaar uitgesproken op woensdag 4 februari 2004.
w.g. griffier w.g. rechter
Re: Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
Er is nog een artikel in de bijzondere Voorwaarden WinstVerDriedubbelaar, wat ik blijkbaar in de haast van vanmiddag over het hoofd heb gezien, waaruit blijkt dat de Rechter in Arnhem toch wel erg lichtvaardig een oordeel heeft uitgesproken. Het gaat om punt 10 van de bijzondere voorwaarden en ik zal dit in zijn geheel hieronder plaatsen.
10. Indien lessee aan al zijn verplichtingen uit de overeenkomst heeft voldaan, zullen de waarden aan lessee worden uitgeleverd, tenzij lessee alsdan meedeelt de voorkeur te geven aan de verkoop van de waarden. De verkoopopbrengst zal in dat geval door Legio aan lessee worden uitbetaald. Verkoop vindt zo spoedig mogelijk na opdracht plaats.
Onbegrijpelijk dat de Rechter aan dit punt is voorbij gegaan en een andere beslissing heeft genomen. Ik kan met de beste wil van de wereld niet anders constateren uit punt 10 dat hier toch echt bedoelt wordt dat de aandelen (waarden) aan het einde van het contract, mijn eigendom worden.
10. Indien lessee aan al zijn verplichtingen uit de overeenkomst heeft voldaan, zullen de waarden aan lessee worden uitgeleverd, tenzij lessee alsdan meedeelt de voorkeur te geven aan de verkoop van de waarden. De verkoopopbrengst zal in dat geval door Legio aan lessee worden uitbetaald. Verkoop vindt zo spoedig mogelijk na opdracht plaats.
Onbegrijpelijk dat de Rechter aan dit punt is voorbij gegaan en een andere beslissing heeft genomen. Ik kan met de beste wil van de wereld niet anders constateren uit punt 10 dat hier toch echt bedoelt wordt dat de aandelen (waarden) aan het einde van het contract, mijn eigendom worden.
-
gast_58
Re: Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
Ik ben een nieuwkomer en snap hier weinig van. Ergens las ik dat je dus blijkbaar in Arnhem geen appels mag stelen maar in Utrecht wel.Het lijkt mij dat men beter niet naar Arnhem moet gaan want daar spreekt men een oordeel uit wat haaks staat op het oordeel van de Rechter in Utrecht. Je zou haast gaan denken dat Rechtspraak in Nederland iets is van volledige willekeur!
Als er toch uitspraken zijn gedaan eerder, mag je dan niet van een rechter verwachten dat hij daar naar kijkt? Zélfs als dat haaks staat op een eerdere beslissing van hem of haar zelf?
Huurkoop is toch huurkoop, zou je denken. Wat stelt de wet dan voor? Niet meer dan subjectieve interpretaties?
Kan iemand me dat uitleggen? (en dan serieus).
Ilse
Re: Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
Art 1:88 is óók van toepassing bij:
overeenkomsten die ertoe strekken dat hij, anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf, zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt
Dit betekend toch dat je iets aangaat waardoor je verantwoordelijk wordt voor de schuld.
En dat is precies wat DEXIA steeds zegt: wij hebben onze klanten laten teken zodat alle risico's voor hun zijn en een eventueele schuld moeten betalen (dus als borg en hoofdelijk medeschuldenaar).
Of ben ik nou zo gek?
Ik bedoel te zeggen dat het geen ramp hoeft te zijn ook al bepaald een rechter dat het geen huurkoop is.
overeenkomsten die ertoe strekken dat hij, anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf, zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt
Dit betekend toch dat je iets aangaat waardoor je verantwoordelijk wordt voor de schuld.
En dat is precies wat DEXIA steeds zegt: wij hebben onze klanten laten teken zodat alle risico's voor hun zijn en een eventueele schuld moeten betalen (dus als borg en hoofdelijk medeschuldenaar).
Of ben ik nou zo gek?
Ik bedoel te zeggen dat het geen ramp hoeft te zijn ook al bepaald een rechter dat het geen huurkoop is.
Re: Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
Kun je misschien nog terugvallen op de zorgplicht.
Albert.
Albert.
Re: Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
Abert, doet me goed je naam weer te zien,
Ton
Ton
Re: Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
Ton goede vriend van me. Mooi artikel in Elsevier. Ik ben trots op je
)
Albert.
Albert.
Re: Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
Dank je wel, en, er komt nog meer aan.
Ton
Ton
Re: Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
We strijden verder old soldiers never die 
-
gast_58
Re: Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
Ton, Albert
kunnen jullie mijn vraag beantwoorden? Snap er weinig van!
Ton, waar nog meer dan? Albert, goed zo!
groetjes
Ilse
kunnen jullie mijn vraag beantwoorden? Snap er weinig van!
Ton, waar nog meer dan? Albert, goed zo!
groetjes
Ilse
Re: Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
Ilse rechters denken verschillend over huurkoop er is blijkbaar weinig of geen jurisprudentie over huurkoop inzake effectenlease.
groetjes,
albert.
groetjes,
albert.
-
gast_58
Re: Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
Maar... zo gauw er toch meer uitspraken zijn, is het toch jurisprudentie?
Het is misschien dom dat ik het vraag, maar pretendeer toch dat het zo is dat wanneer ik het niet begrijp er meerderen zullen zijn die dit niet begrijpen.
Wet is toch wet?
En andere uitspraken doet toch volgen of op zijn minst (in hoger beroep) bijstellen?
Misschien naief, maar ik heb vertrouwen in de rechtspraak. Of moet dat worden: hád?
Ilse
Het is misschien dom dat ik het vraag, maar pretendeer toch dat het zo is dat wanneer ik het niet begrijp er meerderen zullen zijn die dit niet begrijpen.
Wet is toch wet?
En andere uitspraken doet toch volgen of op zijn minst (in hoger beroep) bijstellen?
Misschien naief, maar ik heb vertrouwen in de rechtspraak. Of moet dat worden: hád?
Ilse
Re: Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
Beste Ilse,
ik heb geen antwoord, maar je hebt gelijk in je stelling, uitspraken lijken van verschillende rechters geven verschillende resultaten te zien, men is niet erg consequent, kan bijna ook niet om de simpele reden dat de materie niet te doorgronden is, ook niet door een expert, dat blijkt, iedereen ook de rechters hebben verschillende interpretaties m.b.t. tot de
Inhoud en regels v.d. contracten, eerlijk zou zijn dat men nu tot de stelling komt dat deze contracten de doelgroepen ver ontstijgen, en als totaal onleesbaar de prullenbak in gaan.
Ton
ik heb geen antwoord, maar je hebt gelijk in je stelling, uitspraken lijken van verschillende rechters geven verschillende resultaten te zien, men is niet erg consequent, kan bijna ook niet om de simpele reden dat de materie niet te doorgronden is, ook niet door een expert, dat blijkt, iedereen ook de rechters hebben verschillende interpretaties m.b.t. tot de
Inhoud en regels v.d. contracten, eerlijk zou zijn dat men nu tot de stelling komt dat deze contracten de doelgroepen ver ontstijgen, en als totaal onleesbaar de prullenbak in gaan.
Ton
Re: Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
De voorzienigheid zal het weten. Niemand anders het is een juridisch doolhof. Ik krijg de indruk dat iedereen op iedereen wacht.. Dus allemaal meelopers of zo iets.
Dag, albert.
Dag, albert.
-
gast_58
Re: Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
Dus jullie bevestigen eigenlijk alleen mijn twijfel?
Recht is willekeur?
Dat kan toch niet zo zijn!
Ilse
Recht is willekeur?
Dat kan toch niet zo zijn!
Ilse
-
gast_58
Re: Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
.en als totaal onleesbaar de prullenbak in gaan
Ton, en dan?
status quo?[/quote]
Re: Nu uitspraak van rechtbank Arnhem geen huurkoop! ! !
Beste Ilse,
indien jij een andre verklaring hebt, graag.
Alles terug brengen in de situatie zoals deze was, voor deze onzin, oplichterij en legale diefstal.
Ton
indien jij een andre verklaring hebt, graag.
Alles terug brengen in de situatie zoals deze was, voor deze onzin, oplichterij en legale diefstal.
Ton
