Zullen we iedereen alvast maar levenslang geven wanneer ze iets uithalen? Het gaat immers misschien toch wel van kwaad tot erger?
De consumenten en consumentenorganisaties eisen keiharde levenslange garantie, maar vooral dat de winkelier in de totale levensduur meebetaald aan de kosten.
Dus de laagste winstmarge en de hoogste garantie of meebetaling gaan dus niet samen.
Oftewel:
- Lage winstmarge = geen levenslange meebetaling in de kosten.
- Hoge winstmarge = levenslange meebetaling in de kosten.
Dus:
Lage winstmarge en levenslange meebetaling in de kosten is er dus niet bij!
Hoe lager de winstmarge, des te lager is de meebetalingsperiode van de winkelier en des te lager is de garantieperiode.
Zo simpel is het.
De kosten moeten ergens van betaald worden.
Geen inkomsten = geen meebetaling in de kosten en zeer korte garantieperiode.
De consument heeft de keuze:
- Meer betalen bij de aanschaf = langere garantieperiodes en langere periodes waarin de winkelier meebetaald in de kosten.
- Weinig betalen = zeer korte garantieperiodes en zeer korte periodes waarin de winkelier meebetaald in de kosten.
In de zakelijke wereld zijn langere garantieperiodes normaal en ook de langere periodes waarin de winkelier meebetaald in de kosten.
De winstmarges liggen tussen de 40% en de 60%.
Daardoor zijn deze kosten betaalbaar.
In de consumentenwereld zijn de garantieperiodes kort en de periodes waarin de winkelier meebetaald in de kosten zijn ook zeer kort.
De consumenten willen de dezelfde periodes als wat in de zakelijke wereld gebruikelijk is.
De winstmarges liggen tussen de 5% en de 15%.
Hierdoor zijn de kosten voor de winkelier onbetaalbaar en krijgen hierdoor de consumenten hun zin niet om de dezelfde periodes te krijgen als in de zakelijke wereld.
Het probleem hiervan heeft te maken dat de consumenten de veel hogere winstmarges niet accepteren.
De consumenten willen de dezelfde periodes krijgen als in de zakelijke wereld, maar de consumenten zijn niet bereidt om de dezelfde prijzen te betalen.