Een slachtoffer van de toeslagenaffaire heeft een aanzienlijke geldsom van de overheid te vorderen. Deze vordering, waartoe de Staat inmiddels is door de rechter is veroordeeld, wordt ondanks herinneringen niet betaald. De afhandeling verloopt tergend traag. Het slachtoffer dagvaardt de Staat opnieuw, nu met een vordering waaraan dwangsommen verbonden zijn. Ook nu wordt de staat veroordeeld.
Er liggen nu dus twee veroordelingen: één met de initiële vordering, en één met € 15.000,00 aan door de Staat verbeurde dwangsommen.
Nieuwe herinneringen leveren geen resultaat op. Ten einde raad doet het slachtoffer iets wat niemand tegen de Staat zou hoeven te doen: ze legt executoriaal beslag ten laste van de Staat - op een beeld wat bij het Ministerie van Financiën staat. Een slimme keus, want dat is geen "goed, bestemd voor de openbare dienst", waarop ex art. 436 Rv. geen beslag mag worden gelegd.
Je zou denken: nu betaalt de Staat wel. Maar nee... er gebeurt iets heel anders. Wat volgt, is onderstaande email van de Landsadvocaat.

In plaats van dat de Staat denkt "****, ik ben nu twee maal veroordeeld, laat ik eens het goede voorbeeld geven en tot betaling overgaan", gebeurt het tegenovergestelde: dreiging met een kort geding tot opheffing én een verbod tot het leggen van nieuwe beslagen op straffe van... een dwangsom. Om te janken.
Kortom, de Staat ontzegt de burger haar fundamentele recht om nakoming van een gerechtelijke uitspraak te vorderen. En dan vinden we het gek dat de gemiddelde burger geen vertrouwen met in de overheid heeft... en dit is niet de eerste keer. Er zijn al meerdere voorbeelden van overheidsinstanties die -ondanks verbeuring van dwangsommen- weigeren gerechtelijke uitspraken na te komen.
Maar deze is wel heel diep treurig... Dusdanig dat je bijna hoopt dat de feiten toch anders liggen.
Ik ben benieuwd, want dit slachtoffer buigt niet en heeft het beslag niet opgeheven. Wordt dus vervolgd.
