Hoe vaak jij die mening hier ook plaatst, juridisch dat niet ter zaken. Hieronder geen ik nog eenmaal aan waarom dat zo is en citeer deze keer de wet in plaats je er naar te verwijzen.
Artikel 7:6 lid 1 BW schreef:Bij een consumentenkoop kan van de afdelingen 1-7 van deze titel niet ten nadele van de koper worden afgeweken en kunnen de rechten en vorderingen die de wet aan de koper ter zake van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van de verkoper toekent, niet worden beperkt of uitgesloten.
Hier is spraken van half dwingend recht wat inhoud dat er niet in het nadeel van de consument mag worden afgeweken van art. 7:18 lid 1 en 7:23 lid 1 derde volzin BW.
Ik lees hier niet geen uitzonderingen, dus er mag ook niet van deze artikels worden afgeweken in het nadeel van de consument wanneer de consument het formulier vrijwillig ondertekent zou hebben.
Artikel 3:40 lid 2 BW schreef:Strijd met een dwingende wetsbepaling leidt tot nietigheid van de rechtshandeling, doch, indien de bepaling uitsluitend strekt ter bescherming van één der partijen bij een meerzijdige rechtshandeling, slechts tot vernietigbaarheid, een en ander voor zover niet uit de strekking van de bepaling anders voortvloeit.
Een dergelijke afspraak is dus te vernietigen waardoor de afspraak met terugwerkende kracht nooit heeft bestaan.
Artikel 7:18 lid 2 BW schreef:Bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, indien de afwijking van het overeengekomene zich binnen een termijn van zes maanden na aflevering openbaart, tenzij de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.
De bewijslast ligt bij de verkoper voor die gebreken. Daarop zijn slechts twee uitzonderingen. Bij de aard van de zaak moet je denken aan bederfelijke levenswaren in die gevallen waarbij pas melding wordt gedaan na de op de verpakking vermelde uiterste datum van houdbaarheid. Bij de aard van de afwijking moet je denken aan situaties waarin duidelijk is dat de afwijking is ontstaan door de handelswijze van de koper. Zoals eerder aangegeven acht ik het hier reëel dat deze afwijking door de reparateur is veroorzaakt, dus ligt de bewijslast bij de verkoper.
De verkoper kan de verklaring van de koper als bewijs aandragen, maar dat de bewijskracht daarvan zal beperkt zijn vanwege het volgende:
Artikel 7:23 lid 1 derde volzin BW schreef:Bij een consumentenkoop moet de kennisgeving binnen bekwame tijd na de ontdekking geschieden, waarbij een kennisgeving binnen een termijn van twee maanden na de ontdekking tijdig is.
De koper heeft geen onderzoeksplicht, dus hoeft ook niet te zoeken naar zichtbare afwijkingen.
Uit de verklaring van de koper blijkt dat hij de afwijking pas na 1,5 maand heeft ontdekt en dat deze niet overduidelijk zichtbaar was op het moment dat hij de verklaring ondertekende. De verkoper kan dus inzetten om te bewijzen dat het product niet in diggelen is afgeleverd, maar niet dat het krassen afwezig waren op het moment van aflevering.