De Voor en Tegens van Dexia
Geplaatst: 25 mar 2003 09:09
Beste gedupeerden,
Hieronder een lijst met verwijten en het verweer van Dexia.
Lees het eens rustig door.
In de inleiding hebben wij geschreven dat wij onze juridische positie sterk inschatten. Graag leggen wij in het kort uit waarom wij vinden dat dat zo is. Wij doen dit aan de hand van de verwijten die aan het adres van onze voorgangers Legio, Legio Lease B.V. en Bank Labouchere N.V. door de Stichting Leaseverlies en een aantal klanten zijn gemaakt. Onze hieronder weergegeven standpunten hebben wij ook in onze briefwisseling met sommige van onze klanten ingenomen. Wij wijzen erop dat dit onze standpunten zijn. De Autoriteit Financiële Markten heeft onlangs in een algemeen rapport over aandelenlease zich kritisch over aanbieders van effectenleasecontracten uitgelaten (http://www.autoriteit-fm.nl/). De Autoriteit Financiële Markten kan bovendien op basis van het lopende onderzoek naar de naleving van de zorgplicht door de voorgangers van Dexia tot een oordeel komen dat afwijkt van onze standpunten. Echter, de rechter heeft steeds het laatste woord. Wij zullen onze standpunten zonodig tot in hoogste instantie verdedigen, hoe lang dat ook zal duren. Dat Dexia nu met voorstellen komt betekent dan ook niet dat Dexia enige aansprakelijkheid voor eventuele schade aanvaardt.
Verwijt 1: "Ik wist niet dat ik mijn maandelijkse inleg kon kwijtraken. Ook wist ik niet dat ik zou moeten bijbetalen."
Verwijt:
"In de advertenties en in het door Legio verspreide foldermateriaal, wordt niet althans volstrekt onvoldoende gewezen op de bijzondere risico's die aan het leasen van effecten kleven. Legio volstaat met een verwijzing naar winsten en andere koersveranderingen en de algemene regel "De waarde van uw beleggingen kan fluctureren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst". Op geen enkele wijze wordt verwezen naar de mogelijkheid dat de inleg volledig verloren gaat of dat zelfs een schuld wordt overgehouden. De informatie die u publiekelijk hebt verspreid is op grond van het bovenstaande misleidend, want onjuist en/of onvolledig. De verspreiding daarvan moet derhalve op grond van artikel 6:194 BW als onrechtmatige daad worden gekwalificeerd. Als gevolg van deze onrechtmatige daad heb ik schade geleden. Indien ik over de juiste en volledige informatie zou hebben beschikt, had ik de overeenkomst met betrekking tot de effectenlease nooit gesloten althans niet op dezelfde voorwaarden."
Positie Dexia:
"Uit het door onze voorgangers Legio, Legio Lease B.V. en Bank Labouchere N.V. verstrekte informatiemateriaal blijkt dat de klant zijn maandelijkse termijnen kan kwijtraken. Ook is vermeld dat deze een restschuld kan overhouden. De door de klant betaalde maandbedragen zijn rentebetalingen op de lening die is afgesloten voor de aankoop van de effecten van het effectenleasecontract. Daarop is dan ook geen garantie van toepassing. Evenmin wordt een garantie op de verkoopwaarde van de effecten gegeven. Beleggingsresultaten kunnen immers niet worden gegarandeerd. Dit blijkt ook uit de brochures. Zo staat onder het kopje "Einde en uitbetaling" in de brochure uit 2000 van het product de WinstVerDriedubbelaar dat de klant de volledige verkoopopbrengst van zijn aandelen ontvangt, slechts onder aftrek van de nog niet afgeloste hoofdsom. Daarbij wordt vermeld dat indien de aandelen onverhoopt minder opbrengen dan de aankoopprijs, de klant het verschil zou moeten bijbetalen. Wij verwijzen in dit verband ook naar de tekst onder het kopje "Verlengingsgarantie". Ook in het gebruikte prognosevoorbeeld staat uitdrukkelijk de post "aflossing hoofdsom". Onder het kopje "Let op" wordt voorts uitdrukkelijk verwezen naar de financiële risico's verbonden aan het beleggen met geleend geld via de WinstVerDriedubbelaar en zijn nog andere waarschuwingen opgenomen. Ook eerdere en latere brochures van de WinstVerDriedubbelaar en brochures van andere producten van Legio en Bank Labouchere bevatten soortgelijke formuleringen. Het standpunt van Dexia is dat de klanten door middel van de brochures, alsook door het andere aan de klanten toegezonden schriftelijke materiaal zoals het rekenvoorbeeld, de fiscale opinie, en de bepalingen van het effectenleasecontract zelf voldoende duidelijk is gemaakt wat de risico's van de effectenleasecontracten waren en dat geen sprake is van misleidende mededelingen in de zin van artikel 6:194 BW."
Verwijt 2: "Het door mij afgesloten effectenleasecontract past niet in mijn persoonlijke situatie."
Verwijt:
"Voordat ik het genoemde effectenleasecontract ondertekende, heeft er geen enkel contact plaatsgevonden tussen Legio en mijzelf over mijn financiële positie, mijn ervaring met beleggen en mijn beleggingsdoelstellingen. Had Legio dit wel gedaan, dan zou zij hebben moeten vaststellen dat het effectenleasecontract, mede gezien de risico's van het beleggen met geleend geld, in mijn geval niet tot stand had mogen komen."
Positie Dexia:
"Bij het afsluiten van het effectenleasecontract waren onze voorgangers Legio, Legio Lease B.V. en Bank Labouchere N.V. naar onze mening, niet verplicht om naar de beleggingservaring en beleggingsdoelstellingen van de klant te informeren. De toepasselijke regelgeving schrijft voor dat de verplichting tot het inwinnen van informatie over de persoonlijke situatie van de klant per dienst verschilt. Een effectenleasecontract wordt als kant-en-klaar-product aangeboden. Behalve voor het maandbedrag, soort product en daarmee de effecten waarin de klant belegt, hoeft de klant verder geen beleggingskeuzes te maken. Overigens hebben onze voorgangers wel gekeken naar de financiële positie van de klant. Vóór de totstandkoming van een effectenleasecontract hebben zij iedere klant bij het Bureau Krediet Registratie ("BKR") getoetst. In de brochures wordt hier ook melding van gemaakt. Daarnaast vindt in bepaalde gevallen een extra toetsing plaats van de inkomenspositie en van de waarde van eventuele al lopende contracten."
Verwijt 3: "Dexia heeft niet voldaan aan de margin-verplichtingen."
Verwijt:
"Had Legio op juiste wijze invulling gegeven aan haar zorgplicht, dan had zij zodra de contractswaarde (zijnde het verschil tussen de waarde van de geleasde effectenportefeuille en de hoogte van de geleende hoofdsom) negatief werd, mij daarover moeten informeren en verzoeken zekerheden te stellen. Mochten die zekerheden niet binnen vijf werkdagen door Legio zijn ontvangen, dan had zij zelfstandig de effectenportefeuille moeten sluiten. Ik had daardoor niet of nauwelijks meer dan de tot op dat moment betaalde termijnen kunnen verliezen."
Positie Dexia:
"Hier wordt een beroep gedaan op artikel 28 leden 3 en 4 van de Nadere Regeling gedragstoezicht effectenverkeer 2002, voorheen Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999. Deze bijzondere regel is voor ons met ingang van 1 juni 1999 in werking getreden en geldt voor producten waarvan het kenmerk is dat tevoren niet vaststaat wat de omvang is van de aan dat product verbonden financiële verplichtingen. Dit ligt bij effectenleaseproducten wezenlijk anders. Bij effectenleaseproducten staat tevoren vast wat de hoofdsom en de maandlasten zijn. Hoewel de Autoriteit Financiële Markten in haar circulaire "Inzicht" nr. 3 van 1 augustus 2002 meedeelt dat zij vindt dat de regel van art. 28 leden 3 en 4 Nadere Regeling Gedragstoezicht 2002 ook op effectenleasecontracten van toepassing is, meent Dexia dat dit niet zo is. Dexia heeft advies ingewonnen van twee vooraanstaande hoogleraren in het effectenrecht. Beide hoogleraren stellen zich op het standpunt dat artikel 28 leden 3 en 4 van de Nadere Regeling gedragstoezicht effectenverkeer 2002 niet van toepassing is op effectenleasecontracten."
Verwijt 4: "Dexia hanteert agressieve telefonische verkoopmethodes en handelt in strijd met het verbod op cold calling."
Verwijt:
"Ik ben zeer vaak door Legio gebeld, terwijl ik geen klant was. Legio heeft het verbod op cold calling - het bellen van klanten met wie zij voordien nog geen overeenkomst had gesloten - overtreden."
Positie Dexia:
"De verkoop-procedure was als volgt:
Bij het eerste telefonische contact wordt gevraagd of de mogelijke klant wel of geen informatie wil ontvangen over effectenlease. Er worden enkele vragen gesteld over zijn persoonlijke situatie. Indien de mogelijke klant interesse heeft, wordt een brochure toegezonden en wordt de mogelijke klant gevraagd of opnieuw contact mag worden opgenomen. Indien de klant dat wil, dan volgt na ca. vijf tot zeven dagen het tweede telefonische contact, waarbij het effectenleasecontract aan de mogelijke klant wordt uitgelegd en zijn interesse wordt gepeild. Indien de mogelijk klant het effectenleasecontract wil aangaan, worden zijn gegevens genoteerd. Vervolgens volgt het derde telefonisch contact ("nabelgesprek") waarin wordt geverifieerd of alle gegevens juist zijn en of de mogelijke klant nog vragen heeft. Daarna wordt de acceptatieprocedure gevolgd en indien de mogelijke klant door de acceptatieprocedure komt, wordt het contract aan hem toegezonden. Pas als de mogelijke klant het contract getekend heeft geretourneerd is het contract definitief.
Uit deze procedure blijkt dat de klant in alle rust kon beslissen of hij of zij een effectenleasecontract wenste aan te gaan. Pas als het contract getekend van de klant was terugontvangen, werd de klant gebonden aan het effectenleasecontract. Hoewel het eerste gesprek zich niet beperkte tot uitsluitend de vraag of de klant wel of niet een brochure wenste te ontvangen, is ons oordeel dat de telefonische benadering van klanten niet onder het verbod van cold calling viel."
Verwijt 5: "Mijn echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner heeft geen toestemming verleend voor het aangaan van het effectenleasecontract."
Verwijt:
"Voor het afsluiten van een effectenleasecontract heeft mijn echtgenoot geen toestemming gegeven, terwijl dit op grond van artikel 1:88 BW wel had gemoeten. Mijn echtgeno(o)t(e) kan daarom het contract vernietigen."
Positie Dexia:
"Voor effectenleasecontracten is het niet noodzakelijk dat de echtgeno(o)t(e) of echtgenote meetekent. Hetzelfde geldt voor geregistreerde partners. Dexia heeft hierover van drie vooraanstaande hoogleraren in het burgerlijk recht advies ingewonnen en zij onderschrijven dit standpunt. Weliswaar heeft de Stichting Leaseverlies een andersluidend advies van een andere hoogleraar, maar dat advies heeft de door Dexia ingeschakelde hoogleraren niet kunnen overtuigen. Wij blijven dan ook bij ons standpunt dat effectenleasecontracten waarvoor de echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner geen toestemming heeft verleend onaantastbaar zijn."
Hieronder een lijst met verwijten en het verweer van Dexia.
Lees het eens rustig door.
In de inleiding hebben wij geschreven dat wij onze juridische positie sterk inschatten. Graag leggen wij in het kort uit waarom wij vinden dat dat zo is. Wij doen dit aan de hand van de verwijten die aan het adres van onze voorgangers Legio, Legio Lease B.V. en Bank Labouchere N.V. door de Stichting Leaseverlies en een aantal klanten zijn gemaakt. Onze hieronder weergegeven standpunten hebben wij ook in onze briefwisseling met sommige van onze klanten ingenomen. Wij wijzen erop dat dit onze standpunten zijn. De Autoriteit Financiële Markten heeft onlangs in een algemeen rapport over aandelenlease zich kritisch over aanbieders van effectenleasecontracten uitgelaten (http://www.autoriteit-fm.nl/). De Autoriteit Financiële Markten kan bovendien op basis van het lopende onderzoek naar de naleving van de zorgplicht door de voorgangers van Dexia tot een oordeel komen dat afwijkt van onze standpunten. Echter, de rechter heeft steeds het laatste woord. Wij zullen onze standpunten zonodig tot in hoogste instantie verdedigen, hoe lang dat ook zal duren. Dat Dexia nu met voorstellen komt betekent dan ook niet dat Dexia enige aansprakelijkheid voor eventuele schade aanvaardt.
Verwijt 1: "Ik wist niet dat ik mijn maandelijkse inleg kon kwijtraken. Ook wist ik niet dat ik zou moeten bijbetalen."
Verwijt:
"In de advertenties en in het door Legio verspreide foldermateriaal, wordt niet althans volstrekt onvoldoende gewezen op de bijzondere risico's die aan het leasen van effecten kleven. Legio volstaat met een verwijzing naar winsten en andere koersveranderingen en de algemene regel "De waarde van uw beleggingen kan fluctureren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst". Op geen enkele wijze wordt verwezen naar de mogelijkheid dat de inleg volledig verloren gaat of dat zelfs een schuld wordt overgehouden. De informatie die u publiekelijk hebt verspreid is op grond van het bovenstaande misleidend, want onjuist en/of onvolledig. De verspreiding daarvan moet derhalve op grond van artikel 6:194 BW als onrechtmatige daad worden gekwalificeerd. Als gevolg van deze onrechtmatige daad heb ik schade geleden. Indien ik over de juiste en volledige informatie zou hebben beschikt, had ik de overeenkomst met betrekking tot de effectenlease nooit gesloten althans niet op dezelfde voorwaarden."
Positie Dexia:
"Uit het door onze voorgangers Legio, Legio Lease B.V. en Bank Labouchere N.V. verstrekte informatiemateriaal blijkt dat de klant zijn maandelijkse termijnen kan kwijtraken. Ook is vermeld dat deze een restschuld kan overhouden. De door de klant betaalde maandbedragen zijn rentebetalingen op de lening die is afgesloten voor de aankoop van de effecten van het effectenleasecontract. Daarop is dan ook geen garantie van toepassing. Evenmin wordt een garantie op de verkoopwaarde van de effecten gegeven. Beleggingsresultaten kunnen immers niet worden gegarandeerd. Dit blijkt ook uit de brochures. Zo staat onder het kopje "Einde en uitbetaling" in de brochure uit 2000 van het product de WinstVerDriedubbelaar dat de klant de volledige verkoopopbrengst van zijn aandelen ontvangt, slechts onder aftrek van de nog niet afgeloste hoofdsom. Daarbij wordt vermeld dat indien de aandelen onverhoopt minder opbrengen dan de aankoopprijs, de klant het verschil zou moeten bijbetalen. Wij verwijzen in dit verband ook naar de tekst onder het kopje "Verlengingsgarantie". Ook in het gebruikte prognosevoorbeeld staat uitdrukkelijk de post "aflossing hoofdsom". Onder het kopje "Let op" wordt voorts uitdrukkelijk verwezen naar de financiële risico's verbonden aan het beleggen met geleend geld via de WinstVerDriedubbelaar en zijn nog andere waarschuwingen opgenomen. Ook eerdere en latere brochures van de WinstVerDriedubbelaar en brochures van andere producten van Legio en Bank Labouchere bevatten soortgelijke formuleringen. Het standpunt van Dexia is dat de klanten door middel van de brochures, alsook door het andere aan de klanten toegezonden schriftelijke materiaal zoals het rekenvoorbeeld, de fiscale opinie, en de bepalingen van het effectenleasecontract zelf voldoende duidelijk is gemaakt wat de risico's van de effectenleasecontracten waren en dat geen sprake is van misleidende mededelingen in de zin van artikel 6:194 BW."
Verwijt 2: "Het door mij afgesloten effectenleasecontract past niet in mijn persoonlijke situatie."
Verwijt:
"Voordat ik het genoemde effectenleasecontract ondertekende, heeft er geen enkel contact plaatsgevonden tussen Legio en mijzelf over mijn financiële positie, mijn ervaring met beleggen en mijn beleggingsdoelstellingen. Had Legio dit wel gedaan, dan zou zij hebben moeten vaststellen dat het effectenleasecontract, mede gezien de risico's van het beleggen met geleend geld, in mijn geval niet tot stand had mogen komen."
Positie Dexia:
"Bij het afsluiten van het effectenleasecontract waren onze voorgangers Legio, Legio Lease B.V. en Bank Labouchere N.V. naar onze mening, niet verplicht om naar de beleggingservaring en beleggingsdoelstellingen van de klant te informeren. De toepasselijke regelgeving schrijft voor dat de verplichting tot het inwinnen van informatie over de persoonlijke situatie van de klant per dienst verschilt. Een effectenleasecontract wordt als kant-en-klaar-product aangeboden. Behalve voor het maandbedrag, soort product en daarmee de effecten waarin de klant belegt, hoeft de klant verder geen beleggingskeuzes te maken. Overigens hebben onze voorgangers wel gekeken naar de financiële positie van de klant. Vóór de totstandkoming van een effectenleasecontract hebben zij iedere klant bij het Bureau Krediet Registratie ("BKR") getoetst. In de brochures wordt hier ook melding van gemaakt. Daarnaast vindt in bepaalde gevallen een extra toetsing plaats van de inkomenspositie en van de waarde van eventuele al lopende contracten."
Verwijt 3: "Dexia heeft niet voldaan aan de margin-verplichtingen."
Verwijt:
"Had Legio op juiste wijze invulling gegeven aan haar zorgplicht, dan had zij zodra de contractswaarde (zijnde het verschil tussen de waarde van de geleasde effectenportefeuille en de hoogte van de geleende hoofdsom) negatief werd, mij daarover moeten informeren en verzoeken zekerheden te stellen. Mochten die zekerheden niet binnen vijf werkdagen door Legio zijn ontvangen, dan had zij zelfstandig de effectenportefeuille moeten sluiten. Ik had daardoor niet of nauwelijks meer dan de tot op dat moment betaalde termijnen kunnen verliezen."
Positie Dexia:
"Hier wordt een beroep gedaan op artikel 28 leden 3 en 4 van de Nadere Regeling gedragstoezicht effectenverkeer 2002, voorheen Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999. Deze bijzondere regel is voor ons met ingang van 1 juni 1999 in werking getreden en geldt voor producten waarvan het kenmerk is dat tevoren niet vaststaat wat de omvang is van de aan dat product verbonden financiële verplichtingen. Dit ligt bij effectenleaseproducten wezenlijk anders. Bij effectenleaseproducten staat tevoren vast wat de hoofdsom en de maandlasten zijn. Hoewel de Autoriteit Financiële Markten in haar circulaire "Inzicht" nr. 3 van 1 augustus 2002 meedeelt dat zij vindt dat de regel van art. 28 leden 3 en 4 Nadere Regeling Gedragstoezicht 2002 ook op effectenleasecontracten van toepassing is, meent Dexia dat dit niet zo is. Dexia heeft advies ingewonnen van twee vooraanstaande hoogleraren in het effectenrecht. Beide hoogleraren stellen zich op het standpunt dat artikel 28 leden 3 en 4 van de Nadere Regeling gedragstoezicht effectenverkeer 2002 niet van toepassing is op effectenleasecontracten."
Verwijt 4: "Dexia hanteert agressieve telefonische verkoopmethodes en handelt in strijd met het verbod op cold calling."
Verwijt:
"Ik ben zeer vaak door Legio gebeld, terwijl ik geen klant was. Legio heeft het verbod op cold calling - het bellen van klanten met wie zij voordien nog geen overeenkomst had gesloten - overtreden."
Positie Dexia:
"De verkoop-procedure was als volgt:
Bij het eerste telefonische contact wordt gevraagd of de mogelijke klant wel of geen informatie wil ontvangen over effectenlease. Er worden enkele vragen gesteld over zijn persoonlijke situatie. Indien de mogelijke klant interesse heeft, wordt een brochure toegezonden en wordt de mogelijke klant gevraagd of opnieuw contact mag worden opgenomen. Indien de klant dat wil, dan volgt na ca. vijf tot zeven dagen het tweede telefonische contact, waarbij het effectenleasecontract aan de mogelijke klant wordt uitgelegd en zijn interesse wordt gepeild. Indien de mogelijk klant het effectenleasecontract wil aangaan, worden zijn gegevens genoteerd. Vervolgens volgt het derde telefonisch contact ("nabelgesprek") waarin wordt geverifieerd of alle gegevens juist zijn en of de mogelijke klant nog vragen heeft. Daarna wordt de acceptatieprocedure gevolgd en indien de mogelijke klant door de acceptatieprocedure komt, wordt het contract aan hem toegezonden. Pas als de mogelijke klant het contract getekend heeft geretourneerd is het contract definitief.
Uit deze procedure blijkt dat de klant in alle rust kon beslissen of hij of zij een effectenleasecontract wenste aan te gaan. Pas als het contract getekend van de klant was terugontvangen, werd de klant gebonden aan het effectenleasecontract. Hoewel het eerste gesprek zich niet beperkte tot uitsluitend de vraag of de klant wel of niet een brochure wenste te ontvangen, is ons oordeel dat de telefonische benadering van klanten niet onder het verbod van cold calling viel."
Verwijt 5: "Mijn echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner heeft geen toestemming verleend voor het aangaan van het effectenleasecontract."
Verwijt:
"Voor het afsluiten van een effectenleasecontract heeft mijn echtgenoot geen toestemming gegeven, terwijl dit op grond van artikel 1:88 BW wel had gemoeten. Mijn echtgeno(o)t(e) kan daarom het contract vernietigen."
Positie Dexia:
"Voor effectenleasecontracten is het niet noodzakelijk dat de echtgeno(o)t(e) of echtgenote meetekent. Hetzelfde geldt voor geregistreerde partners. Dexia heeft hierover van drie vooraanstaande hoogleraren in het burgerlijk recht advies ingewonnen en zij onderschrijven dit standpunt. Weliswaar heeft de Stichting Leaseverlies een andersluidend advies van een andere hoogleraar, maar dat advies heeft de door Dexia ingeschakelde hoogleraren niet kunnen overtuigen. Wij blijven dan ook bij ons standpunt dat effectenleasecontracten waarvoor de echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner geen toestemming heeft verleend onaantastbaar zijn."